KutBinnenlanders.nl

Dag: 3 augustus 2013

Live opnames luisterboek ‘Er gebeurde o.a. niets’ van Joubert Pignon

Opnames luisterboek

Begin augustus neemt Joubert Pignon in drie sessies live de luisterboekversie van zijn boek ‘Er gebeurde o.a. niets’ op. De opnames worden gemaakt bij Horizonverticaal (Houtmarkt 7 Haarlem) De opnames zijn gratis toegankelijk. Tijdens de opnames blijft de bar open. Iedereen is welkom. Mensen kunnen tijdens de opnames gewoon gebruik maken van het toilet. Geroezemoes wordt aangemoedigd.

Programma:
U heeft gisteren al de eerste opname gemist. Dat was tussen 20:00-23:00. Maar niet getreurd! Als u nu vertrekt, kunt u de tweede nog meekrijgen. Of anders morgen de derde:

zaterdag 3 augustus: Live opnames luisterboek (2/3) 20:00-23:00
zondag 4 augustus: Live opnames luisterboek (3/3) 15:00-18:00

 

Gaus

Omdat er mensen hebben gevraagd om meer verhalen over de logeerhond, houd ik de logeerhond strak in de gaten. Als de logeerhond iets doet dat het navertellen waard is, zal het mij niet ontgaan. De logeerhond ligt in zijn mand en smelt in de zon. Heel langzaam. Het is niet bepaald spannend. Ik vraag de logeerhond of hij nog iets spannends gaat doen. Loom kwispelt de logeerhondstaart éénmaal. Dan smelt de logeerhond verder.

Ik rook een elektronische sigaret. Iemand heeft mij de elektronische sigaret gegeven. De elektronische sigaret smaakt best vies. Maar hij is nog niet op. Heb ik dat. De logeerhond gaapt.

Buiten hoor ik sirenes en zie ik een ambulance en een politiewagen voorbij snellen. Maar ja, om verhalen over ambulances en politiewagens hebben de mensen niet gevraagd. De mensen willen verhalen over de logeerhond. Ik geef de logeerhond een por. Hij kreunt zachtjes. Ik geef hem een schop in zijn zij. Mijn voet komt klem te zitten in smeltende logeerhondbrij.

Langzaam zink ik weg in de smeltende logeerhondbrij. De logeerhondbrij heeft een comfortabel warme temperatuur. Al snel zit ik tot mijn buik in de logeerhondbrij. Ik kan niet bewegen en zink maar door. Even vraag ik me af of dit Martin Gaus ook wel eens overkomen is. Net voordat ik met mijn hoofd kopje onder ga in de smeltende logeerhondbrij, durf ik daar ernstig aan te twijfelen.

 

Ondoorgrondelijke gronden

Ondoorgrondelijke gronden

 

De visser die in zijn stille gronden

zonder haak op vrede aasde

ving plots een vis die hem verbaasde

op een glazig, maar vredig oog.

 

Hij ging voortaan jagen

op dier dat vredig graasde

En raasde van geluk bij vlagen

als zijn gouden kogel

een droge regenboog

en hij die vis

in zichzelf weer trof.

 

Het is altijd diep

Het is voortaan stil

En de gronden en het water

welke God ook wil

Het is nooit zoals het spel

wel of niet liep

Het is altijd pril

altijd wild

altijd stil, altijd

en en of.

 

Ziel loost lichaam

Ziel loost lichaam

 

Ik leeg mezelf hier op dit scherm

en trek me live terug uit lijf

want als ik blijf

Dan schreeuwt het bloed en kermt

om te kunnen stromen

terwijl ik van één hart, één gevoel

één ziel in een ééntongig brein blijf dromen

tot ik sterf en dat duurt, denk ik

denkend niet meer zo lang.

 

Want als ik denk

knijp ik mijn aderen toe

terwijl mijn ogen open gaan

en ik de kraan

dicht probeer te sponsen

alles en iedereen ronselend

alle zeilen, alle dweilen

al dit papier, vergane mijlen

ik ben zo moe.

 

En als het is gedaan

als mijn ziel het lijf weer binnenkruipt

de woorden overlezend

zich mijn bloed wederom inlezend

zodat het zich nestelt in mijn wezen

dat ik vervolgens weer kwijt wil spelen

door het met u

met taal te delen

 

Deelt het zich wijl ik het verdeel

is met weinig van veel tevreden

een beetje leven in de dode brouwer

Eén slokje bier en ik ben niet hier

want even in mijn lever, ergens anders.

 

En de ziel, die loost het lichaam

met letters en figuren

en het lichaam vult zich dan met uren

van toekomstig: leren om te vegeteren

te teren op de ziel die niet meer is

die ik mis, enkel als ik leef.

 

Nu maar even de ogen dicht

en de sluizen open

en als de vloed de zonde overspoelt

ben ik er even niet

Goed bedoeld!

 

Fluiten

Fluiten

 

En als de arts tussen de grenzen

op zoek gaat naar wat nog levend lijkt

fluit hij steevast zacht een nog slapend liedje

want daar geniet je

tenminste van als je ergens tevergeefs strijdt

 

een feit voorbij langsloopt dat stervend naar je opkijkt

en hij was gelukkig en in volstrekte vrede

want ook als hij slechts lijken vind

en hij ze ophopend ziet hopen en dan dat kind

 

fluiten de kogels om hem heen

tenminste mee

dat melodietje van slaapliedjes geniet

in de laatste straffe wind.

 

 

© 2024 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑