Ooit komt het allemaal terug

Categorie: Thomas Maarten van der Zwan (Pagina 1 van 2)

T.M. van der Zwan (10 augustus 1986) is schrijver van songs, korte verhalen en novelles/romans. In 2008 verscheen zijn debuut, de novelle ‘Een avond in Amsterdam’, in 2009 werd hij Tilburgs Dichttalent. Sindsdien worden zijn korte verhalen en gedichten regelmatig op sites (Gebroken pennen, Kutbinnenlanders) en in tijdschriften en bloemlezingen (Een blijvend souvenir van uitgeverij Aquazz, Aardige jongens) gepubliceerd. In 2011 is hij vooral druk met zijn band The Yonderlings, en werkt hij aan een nieuwe roman.

Pak de agenda maar: 26-10

Er is weer eens iets te doen!

Wat: Presentatie van ons VIJFDE boekje!

Wanneer: 26 Oktober aanstaande, ’s avonds (tijdstip volgt nog)

Wie: Iedereen met interesse want het wordt weer een leuk programma

Waar: Galerie Kokon, Stationstraat 38/40

Waarom: KutBinnenlanders.nl vijf jaar, vijfde boek, 14 auteurs, dus feestje!

Is de rug van het boekje niet fout: Ja, we kunnen niet Photoshoppen.

 

Nog één keer terugblikken

Pfff. We zijn weer een beetje – een béétje – bijgekomen van het Opperpater feestje. Wat een feest ! En bijna iedereen was er, en wat een sfeer, wat een muziek, wat een bier, wat een Opperpater. Ik wil er eigenlijk zelf verder niet veel meer over kwijt. Er zijn filmpjes van de avond gemaakt door Tilburgers.nl (dank !) en hierboven vindt u nog wat een journalist van het Brabants Dagblad dronken voeren oplevert. Zo. Nu even een rustig weekendje doen en langzaam eens aan het volgende boekje gaan denken.

O ja, u kunt de resterende Opperpater boekjes (er zijn er niet veel meer, schijnbaar) gewoon nog bij ons bestellen. Stuur ons een mailtje, een DM, een facebook bericht, of bestel via de webshop-image onderaan de rechterbalk. Tien euro mensen, voor het eerste en énige boek dat enkel uit QR codes bestaat.

 

‘Van De Daken’ a.s. zondagmiddag


De lente vieren met een middag poëzie? Of enkele van uw KutBinnenlanders.nl helden in vlees en bloed aanschouwen? Dat kan op zondag 25 april in Paradox, Tilburg. Dan is de eerste editie van ?Van de daken, een implosieve middag?. Vanuit verschillende kunstdisciplines wordt een brug geslagen naar de dichtkunst. Van muziek en dans, tot beatbox en theater. Het programma begint om 15.00 uur. De toegangsprijs is EUR 5,-.

Het programma is lekker afwisselend. En spannend, want we gaan een aantal kunstvormen met elkaar bestuiven. Benieuwd wat dat oplevert? Zorg dan dat je erbij bent in Paradox. En kom op tijd, want we beginnen precies om 15.00 uur!

Deelnemers: beatboxer Niek Dingemans, Esther Porcelijn, A.C.G. Vianen, Tilburgs stadsdichter Cees van Raak, Nick J. Swarth, Niels Duffhuës, Bandirah, Elsa Bosma, Thomas Maarten van der Zwan, Tom Pijnenburg en Frank van der Nieuwenhuijzen. Presentatie: A.H.J. Dautzenberg.

 

Holden

-So once in a while, now, when I get very depressed, I keep saying to him, ‘Okay, go home and get your bike and meet me in front of Bobby?s house. Hurry up.’

Op aanraden van Anton Dautzenberg las ik twee jaar geleden het boek. Ik meen mij te herinneren dat ik op een bepaald moment zelfs zat te huilen. Sommige passages waren zo krachtig, dat ik de pocket telkens weer dicht moest doen, en apathisch naar die vreemde rood- wit-gele kaft staarde.

Waarom paste die kleuren zo goed bij wat ik las? Was dit autobiografisch? Kon een mens dit wel verzinnen?

Holden Caulfield deed mij in het eerste hoofdstuk al denken aan een goede vriend van mij. Deze leest nog altijd zelden boeken, maar met The Catcher In The Rye is het mij gelukt om hem aan het lezen te krijgen. Hij kreeg het zelfs uit. Of hij zichzelf herkende in Holden weet ik niet, wellicht zag hij op zijn beurt weer gelijkenissen met andere mensen. Misschien zelfs met mij.

Het leven is vol vreemde cirkels die op een soort dwaze metafysische wijze ontstaan. Toen dezelfde man die mij The Catcher In The Rye aanraadde, mij gisteren vertelde dat Salinger overleden was, werd dat maar weer eens bevestigd.

Ik kocht het boek bij de Selexyz in de Emma passage, samen met Aldus Sprak Zarathustra. De prijsstickertjes van beide aankopen heb ik op een van de poten van mijn bureau geplakt. Die van Nietzsche liet al gauw los, maar Salinger zit er nog steeds. Ik denk omdat de ene een onleesbaar kutboek bleek, en de ander een van de meest indrukwekkende die ik tot nog toe gelezen heb.

 

Walrus

(fragment uit ‘Heilig Solipsisme’ van T.M. van der Zwan)

      We waren om acht uur ’s ochtends begonnen met zoeken. We moesten een drummer vinden die op ons leek, omdat wij ook al op elkaar leken. Mensen hebben altijd gedacht dat wij broers waren. Lang geleden zijn we dat zelf ook maar gaan geloven.

      -“Mensen moeten ons voor een drieling aanzien.” zei Bingo. Het was nu al bijna vijf uur en we hadden nog niemand gevonden. Het rondbanjeren door Tilburg begon mij aardig te vervelen, maar ik bleef mijn best doen. Ik wees telkens naar mensen, maar Bingo schreeuwde dat ze niet goed genoeg waren.

      -“Waarom hebben we nog niet bij muziekwinkels gekeken, Dries?” vroeg Bingo. Hij sprong om mij heen terwijl we de Stationsstraat afliepen in de richting van de spoorweg. Met de rug van zijn rechterhand petste hij constant in de palm van zijn linker, alsof hij mij bij de les wilde houden. De Stationsstraat leek in de regen alleen maar langer te worden.

      -“Wij zijn op zoek zijn naar een muzikant, en komen pas na tien uur op het idee om in een muziekwinkel te kijken. Ik vind dat heldhaftig.” zei Bingo met een ernstig gezicht. Hij had zijn capuchon over zijn hoofd getrokken, en keek zoals altijd als een bezetene.

      Toen we onder het spoor door liepen, gaf hij mij plotseling een stomp in mijn maag. Ik vloekte. “We moeten elkaar regelmatig slaan, Dries, daar worden we sterk van.” zei hij. “Wedden dat The Beatles elkaar gesloopt hebben? Dat moet nou eenmaal als je samen groot wil worden, neem dat maar van mij aan.” Ik geloofde Bingo wel, maar zag er geen nut in hem terug te slaan. Hij lachte als een hyena.

      Plotseling stond hij stil en zei: “Dries, jongen, ik heb honger. Ontzettend veel honger. Kom, we gaan wat eten.”

      -“Goed idee.” antwoordde ik.

      -“Nee, geen goed idee. Weet je waarom niet?”

      -“Nou?”

      -“Omdat we onszelf moeten uithongeren, Dries, daarom. We moeten onszelf uithongeren, want ook daar worden we sterk van.”

      Weer lachte hij hysterisch, en weer gaf hij mij een stomp, ditmaal op mijn schouder. Hij grijnsde breed. Een tel later tuurde hij weer ernstig de straat af. Soms dacht ik dat Bingo altijd op zoek was naar iets van levensbelang.

      Een half jaar geleden logeerde Christina, mijn vriendin uit Italië, in ons studentenhuis. Ze had tien van haar vriendinnen meegenomen. Toen een van hen, Irene, jarig bleek te zijn, kwam Otto, economiestudent en huisgenoot, met het leuke idee een slagroomtaart te kopen voor haar. Bingo was ziedend. Hij noemde het voorstel een kosmisch fiasco.

      Hij kende een oude vriend van zijn vader. Die avond nog liet hij een luchtballonvaart verzorgen, als verjaardagscadeau voor Irene. Ze huilde van geluk, vertelde Bingo mij later. Hij had geniale plannen omdat hij ze uit kon voeren. Om precies de tegenovergestelde reden waren mijn plannen minder geniaal. Ik kende misschien te weinig vrienden van mijn vader.

      Met knorrende magen liepen we richting Tilburg Oost. Het was gestopt met regenen. Plotseling draaide Bingo om, en hij begon de andere kant op te lopen, precies in de richting waar we vandaan kwamen.

      -“Wat doe jij nou?” vroeg ik hem verbaasd.

      -“Ik ga koffie halen bij de McDonalds, Dries. Dat hebben we verdiend.”

      -“Maar dat is de meest afschuwelijke koffie in de wereld! Laten we dan naar Weemoed gaan.” stelde ik voor.

      -“Nee, McDonalds, juist omdat het van die slechte pleur is. Zelfkastijding, mijn beste Dries, maakt een mens sterker.” Hij liep alweer door.

      We gingen helemaal terug naar het centrum. Daar zat een McDonalds op het Piusplein. Naast de ingang zat een vermoeide man in een rood Adidas trainingspak. Hij had een kartonnen verhuisdoos opengevouwen en op de grond gelegd. Met beide armen omhelsde hij de benen van de Ronald McDonald die daar stond. Toen hij mij en Bingo zag, sprong hij op, en begon enthousiast tegen ons te praten in een vreemde taal. “Dat is Pools volgens mij.” fluisterde Bingo in mijn oor.

      -“Are you Polish?” vroeg ik de man.

      -“Yes, yes, Polska, Polska!” riep de man nu terug.

      -“Are you looking for a job? Money, money?” vroeg Bingo, terwijl hij de man met een grijns aankeek, en zijn duim en wijsvinger in de lucht tegen elkaar wreef.

      -“Yes, yes, I need job. I need money to eat.” De Pool gebaarde met wilde armbewegingen naar de ingang van de McDonalds.

      -“Can you play the drums?” vroeg Bingo. Hij deed voor hoe je moet drummen. Ik draaide mij met een diepe zucht om, en liep de McDonalds binnen. Aan de kassa bestelde ik drie koffie. Terwijl ik wachtte keek ik naar buiten. Bingo en de Pool stonden te lachen.

      Een half uur later kwamen we thuis. Gregorz was meegekomen. Hij kon drummen, beweerde Bingo. Voor de McDonalds had Gregorz een korte demonstratie gegeven van zijn ritmegevoel. Met blote handen op de deksel van een GFT bak. Dat hij in de verste verte niet op ons leek, scheen Bingo nog niet te zijn opgevallen. Ik vond het allang best. We waren in ieder geval thuis.

      We gaven Gregorz een zak bruinbrood, en lieten het drumstel in de garage zien. Hij keek een ruime minuut naar de floor tom, terwijl hij het brood opat alsof we het elk moment weer af zouden kunnen pakken. Met een diepe zucht ging hij in de luie stoel zitten, en viel in slaap. De lege broodzak zweefde naar de vloer. Bingo en ik keken zwijgend toe.

      -“Met deze man kunnen we niks.” zei ik plots geërgerd. Bingo schrok van mijn luide stem. Ik begon Gregorz wakker te schudden, maar deze bleef hardnekkig snurken.

      -“Het is natuurlijk niet verkeerd om een band op te richten met een aantal gastarbeiders erin.” zei Bingo, nu weer op fluistertoon. Ik hield op aan Gregorz te trekken. Bingo staarde naar de grond en beet op zijn onderlip. “Mensen willen graag muziek horen van gefaalde mensen, en gastarbeiders zijn gefaald.” Hij keek mij doordringend aan. Gregorz begon te zuchten.

      -“Ik denk dat we Gregorz naar buiten moeten gooien.” zei ik. “Dat deze man ons vooruit kan helpen, op wat voor manier dan ook, daar geloof ik allang niets meer van. Ik had vandaag eigenlijk helemaal niets moeten geloven!” Ik was opeens boos geworden, zonder dat ik het zelf door had.

      “Je had meer slechte koffie moeten drinken, dan was je nu niet zo’n watje geweest.” zei Bingo. “Kom, we tillen hem per direct naar buiten.” Hij begon zijn armen onder de oksels van de logge Pool te wringen. Ik greep de dikke benen in de vieze trainingsbroek beet, en we tilden hem op. Hij was verschrikkelijk zwaar.

      -“Wij zoeken een doodgewone drummer, en komen thuis met een walrus. Heldhaftig.” pufte Bingo.
 We droegen Gregorz naar de voordeur.

      “We moeten hem even neerleggen, dan kan ik de deur opendoen.” zei ik. Rustig lieten we hem neer op de vloer van de gang.

      -“Zullen we hem eten?” grinnikte Bingo. Ik opende de voordeur. Buiten schemerde het al. We pakten onze drummer weer op, en tilden hem het laatste stukje.

      “Wacht,” zei Bingo, “we leggen hem in een andere straat, dan kan hij zich niets meer herinneren van ons als hij wakker is. Ik wil niet dat hij ons morgen weer komt storen als we met belangrijke zaken bezig zijn.”

      We liepen de Karperstraat uit, de Visserijstraat over, en legde Gregorz op de Baarshof in een portiekje neer. Bingo rende terug om het Adidas jack te halen dat nog op het orgel lag. Even stond ik daar alleen, met een dikke slapende Pool onder de donkerblauwe avondlucht. Ik kon het niet helpen te denken dat het niets zou worden met mijn leven. Toen Bingo terugkwam kon ik aan zijn gezicht aflezen dat hij hetzelfde dacht. We lieten Gregorz achter en gingen sigaretten halen.

      “Als we thuis zijn gaan we bebopdrummers googlen.” zei Bingo. Ik had daar helemaal geen zin, maar zei daar niets over. In plaats daarvan stompte ik hem zo hard als ik maar kon op zijn schouder. Hij liep door alsof hij niets voelde.

 

OOOOOOO! AAAAAAA! OEOEOEOE! AAAAAAA!

AAAAAAA!
OEOEOEOE!
AAAAAAA! Ze gebaren er met hun handen bij. Eerst denk ik dat ze gewoon krankzinnig zijn geworden. Dat gebeurt heel de dag door met mensen, dus het zou mij niet eens verbazen. Dan vraag ik mij af of ze misschien geil zijn, of dat ze eten willen. Alles is mogelijk. Maar opeens begrijp ik het: wat ik hoor zijn zangoefeningen. Bukowski schrijft dat kunstenaars naar de dood streven. Welke vorm van zelfvernietiging dan ook is altijd welkom. Daarom maken ze kunst, om henzelf in die kunst te kunnen verpulveren. Ik denk aan Mahler, van Gogh, en Bukowski zelf, en zie dat hij gelijk heeft. (Vraag hier niet om argumenten, want die zijn er niet.) Goede zangeressen willen dus dood, en gaan niet in het openbaar zangoefeningen staan uitwisselen. Iemand die naar eeuwige verlossing zoekt doet dat niet. (Vraag ook hier niet om argumenten, want die zijn er wederom niet. Het is geen mening, het is een wetenschappelijk feit. Hogere psychologie, vraag maar aan de zielenknijper.) Ik stop mijn vingers in mijn oren, en kijk om mij heen. De Fontys Hogescholen van de Kunsten. Wat een leegte. Er lopen hier dagelijks honderden studenten naar binnen, en ze zijn allemaal ?kunstzinnig?. Toch heeft geen van hen mij ooit iets werkelijk interessants laten zien. Waarschijnlijk ben ik niet ?kunstzinnig? genoeg.
Sterker nog, het is gedurende de vier jaar dat ik hier studeerde alleen maar moeilijker geworden om al dat gespuis serieus te nemen. Met hun baretten, muziekinstrumenten, zijden sjaaltjes, partituren, balletschoentjes, maillots, verfhanden, filmcamera?s, om maar niet te beginnen over die eindeloze gesprekken over wie wel geniaal was en wie niet. Op Youtube staan wat filmpjes van Bukowski. Ik draai het volume open, haal mijn vingers uit mijn oren, maar die wijfies staan nog steeds ?kunstzinnig? te kermen. IIIIIIIIIIIIIIIII!
AAAAAAA!
OEOEOEOE!
LALALALALA! Ik zucht en kijk naar buiten. De Muzetuin is wit van de sneeuw, en ik voel mij verloren. Ik moet godverdomme wijn hebben, en een donkere huiskamer, en de vijfde van Mahler.

 

Visioen

Ik ben een dier. Ik achtervolg vier dorpsmeisjes. Door verlaten lentetuinen. Langs eeuwenoude kloostermuren. Hier vind ik een schoentje, daar vind ik een hoedje. Tussen het lover door zie ik hen voor mij uit huppelen. Alsmaar naakter, alsmaar schoner. O die poezelige voetjes op het mos! Het zomerlicht staat overal rechtop in de vijvers. Mijn bloed is gevaarlijk nu. Met mijn armen sla ik de wilgentakken woest van mij af. Ik verscheur grommend de varens boven mijn pad. Hier vind ik een jurkje, daar vind ik een bloesje. Mijn prooien! Ik hoor hen giechelen in de bergen. Zij willen mij, maar niet zonder eerst hun spel te spelen. Mijn slapen kloppen van beroering. Mijn hart voelt schoon als nooit tevoren. ‘Dit is het leven,’ fluister ik voor mij uit, ‘hiervoor ben ik geboren.’

 

Solipsisme


Laat ons gaan, mijn vriend, mijn held, mijn broeder! Wij zullen verse broden stelen op de markten, en vluchten door de warme stegen vol mensengedruis. Laat ons gaan, en vanaf de stoffige trappen van kathedralen de stadsmeisjes nakijken. De nacht ten dans vragen, en op de muziek uit open lichtvensters weggevoerd worden, naar de velden, naar nieuwe dagen, naar tempels in orgelspelende wouden. We moeten reizen. Waar is het grote vuur? Waar ligt de rechtvaardiging voor ons solipsisme? Wij zullen rennen, mijn kameraad, mijn koning! Kinderen zijn wij nog, met onze broze eierschaalschedels, en ons vlees dat te zacht is voor vreemde klimaten. Wij moeten leren om held te zijn, dwaas te zijn, in leven te zijn! Natuurlijk zal onze tabak naar thuis smaken. Natuurlijk zullen wij van de heimwee eens huilen, in stationsgalerijen onder de blauwe schemering. In onze vieze kleren, in onze bezeten dagdromen. Maar er zullen treinen komen, er zal liefde zijn, en leven! Steden zullen branden aan de horizon! Wij zullen soldaten worden, in duizenden wereldoorlogen! Wij tegen de wereld! De wereld, mijn zoon, wil ons bloed. Laten wij het haar geven!

 

Nieuwjaarskaartje

Gelukkig Nieuwjaar voor Adje, alle ogen, Argibald, Hirsh Ballin, Jan Peter Balkenende, Bandirah, Frans Bauer, Bianca, Godfried Bomans, de Beunaarbeterianen, Jan van Beurden, Marco Borsato, Susan Boyle, Hassnae Bouazza, Freek Braeckman, Peter Breedveld, Martin Bril, Herman Brusselmans, Bert Brussen, Cartoon.Blog.nl, Centraal Beheer, Thomas Colignatus, Creationisme, Darwin, A.H.J. Dautzenberg, René van Densen, Laura Dekker, Wouter Diesveld, Chris van Dipten, Bert Dorenbos, de Dutch Bloggies, de Duurzaamheid, Ferdi E., de Erasmusbrug, Farrah Fawcett, René en Natasja Froger, Louis van Gaal, Kim de Gelder, de Brabantse geiten, Geenstijl en al haar reaguurders, GeoCities, GM, Hanneke Groenteman, de Meiden van Halal, Zeus Hoenderop, inburgering, Jaap, Joop, Michael Jackson, Hans Jansen (de Arabist), Michiel Janssen, Francisco van Jole, Júan, de KermisCartoons, Kombaza, Kopenhagen, Louis Kouwenhoven, Louise Kouwenhoven, Hallie Lama, Benno L., Ko te Let, Margriet van der Linden, Pieter Lutz, Theo Maassen, Bert Matthijssen, Mexico, Mike’s Webs, Jeroen Mirck, Brittany Murphy, Mutti, Gregorius Nekschot, Het Nieuwe Rijk, Hermann Nitsch, Arjan O., Barack Obama, de Opperpater, Beatrix van Oranje, Willem-Alexander van Oranje, Patricia Paay, Alexander Pechtold, Michiel van de Pol, de Quarter Life Crisis, Cees van Raak, Dries Roelvink, Herman van Rompuy, Mark Rutte, De Rustende Jager, Jan Schellekens, Dirk Scheringa, Peter Selie, Ramses Shaffy, Sinterklaas, Hans Smolders, Soul Food, Patrick Swayze, Karst Tates, de Tilburgse Mall, TilburgZ, Tiny, Twitter, Gerrie S. Veters, Simon Vinkenoog, Ruud Vreeman, de Westerschelde, Wraf, Michaël Zeeman, Thomas Maarten van der Zwan, en Geert Wilders’ paspoort.

 
« Oudere berichten

© 2020 KutBinnenlanders.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑