KutBinnenlanders.nl

Tag: Poëzie (Page 1 of 33)

Het gevoel is weer terug II

Het gevoel is weer terug II

Kijkend over de wegen van het leven
Met een drankje en een sigaret misschien over wat wij ervan hebben gemaakt
Merk ik dat de zin terug is, de speling van het lot terug
De kop gevuld, tegenwind geduld en eindelijk weer
Het idee dat er ruimte is gekomen voor dromen over
Wat misschien weer vlug
Het gevoel is weer terug
Het gevoel is weer terug.

Het was al even weg en spoorloos
Ik heb gebeld en best wanhopig geïnformeerd dat ik angsten uitsta over het waarom
Ik merk nu dat de zon terug is, ook al was ze nooit heel ver
Die sterren staan normaliter nooit heel ver van het
Keren naar de zin weerom
Het gevoel is weer terug
Het gevoel is weer terug.

Ook al stond de stand heel laag
En leek verlies alomtegenwoordig
Leek de nederlaag op weg naar het onderste en slechtste uit de kan
Nu is de ommeslag gekomen, draait de wind bij en schenkt me vreugde
Ik kan vooruitzien naar de tijd
Van het gevoel hier terug
Het gevoel is weer terug

Het gevoel is weer terug
Het gevoel is weer terug
Het gevoel is weer terug
Het gevoel.

 

Op stap in het bos

We trekken de juiste kaart, zo vinden we de weg.

Wat nu?!

De duivel zingt terwijl hij zich terugtrekt uit de boskapel. Deze zindert nog fel na.

De boskakker observeert dit alles, verdoken in het struikgewas, tussen de rietstengels.

Kijk nu toch! De boskakker komt uit zijn schuilplaats te voorschijn. Hij kijkt links en rechts, steekt de plaats over naar de boskapel en treedt er binnen.

Even horen we hem juichen. Dan slaat de poort toe.

 

Dagen, nachten

Het is al lang kwart over acht geweest. Of kwart over zes, voor mijn part. Het doet er niet toe.

Het is immers kwart over tien.

 

We zijn vlug geneigd hieruit een besluit te trekken maar dat is er niet.

Als we er morgen maar niet meer aan denken.

 

Het is bijlange morgen nog niet.

Er kan nog veel gebeuren.

Of helemaal niets.

 

Sukkels

Misschien krimpen ze al een beetje. De eerste dag al? Dat zou wel vlug gaan. In elk geval laten ze zich al minder hard voelen.

Ze hebben dan wel geen tanden, toch dwing ik hen door de zure appel te bijten.

Het doet me verder niets. Ik heb geen medelijden. Ze moeten weg, verdwijnen!

Misschien zijn ze binnen een week verdwenen, in het niets opgelost.

Op zo’n moment is het niets me nabij. Ik kijk er naar uit.

 

Hoeveel ben jij de jouwe?

Hoeveel ben jij de jouwe?

(Herschrijving van oud, van mij gestolen lied)


Hoeveel ben jij de jouwe?
Welke gedachten zijn werkelijk van jou?
Schaap of wolf, een kolfje naar de hand van iemand
Ben jij aan eigen karakter trouw?

Of loop je rond met een hippe
broek aan je kont
zeg je dingen die je van een ander hebt gehoord?
Ben jij je eigen soort, een prototype van een mens
dat zelf nadenkt, die niet bij een groep hoort?

Hoeveel ben jij de jouwe 3x
Hoe vaak loop jij je eigen weg?

Hoeveel ben jij de jouwe?
Iedereen is een resultaat van zijn tijd
Ik niet, hoor ik je zeggen, nou bewijs het maar eens!
Ben jij je tijd altijd vooruit?

Dan zal niemand begrijpen wat je zegt
Heeft dat nut? Toe vraag het je af!
Ben en blijf jij eenzaam in eigen redenaties?
Wil je levend in je eigen graf?

(refr.)

En zijn er nog wegen om alleen te lopen?
Ook een eigen leven is al vaak gebaand
We lopen in de sporen van voorgangers die horen
bij types, best meegaand…

(refr.)







 

In mijn hart

In mijn hart

Er was ruimte in mijn hele hoofd
Maar met de jaren werd ik helaas mezelf
Jaren eisen tol
En van eerst lief en een tikkeltje naïef
Raakte mijn hoofd en mijn hart minder
Want te vaak ‘nee’ tegen gezegd
Steeds gevulder
Wat geen woord is, maar…
Ach, genoeg geluld!

Er was ruimte in mijn hart voor de hele mensheid
Er was hart genoeg voor de hele mensheid
Het geluk, zegt men, is met de dommen
Maar met de verkeerde – en ik ben dom – zal het verkommeren
Mijn hart werd plat, door teveel van dezelfden
Die er met lange tenen op gingen staan.

Er was ruimte in mijn hele hart
Maar met ‘het spijt me’s’ werd het ingeperkt
Dames willen tol
En van eerst gretig en met behoorlijk passie
Werd het vuur steeds minder
Door een twaalf dozijn aan vlinders
In hun gekrioel
Wat te veel is, maar
Ach, gewoon teveel gevoeld.

(refr.)

Het is een rare gewaarwording om te merken
Dat ik nu minder van de mensen hou
En bij iedere vorm van jou
Een stuk gereserveerder, terughoudender
Een stukje banger ben om mijn deel aan hart te delen met een ander…

 

Gortiger kan het niet worden – schets van het rijke buitenleven

Een zeepmerk; een scheermes; een kwast.

‘Wie jaag ik vandaag op de kast? Mijn handen jeuken.’

Netjes geschoren, zo, even onder de douche, half droog in mijn badjas, snel ontbijten. Lekkere koffie.

Ik kleed me aan, tot strak in het pak, kus mijn vrouw, stap naar buiten; daar wacht mijn chauffeur in de auto.

Ik zou niemand op de kast jagen. We vlogen gewoon uit de bocht recht tegen een tractor.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑