KutBinnenlanders.nl

Tag: Poëzie (Page 1 of 32)

Hoeveel ben jij de jouwe?

Hoeveel ben jij de jouwe?

(Herschrijving van oud, van mij gestolen lied)


Hoeveel ben jij de jouwe?
Welke gedachten zijn werkelijk van jou?
Schaap of wolf, een kolfje naar de hand van iemand
Ben jij aan eigen karakter trouw?

Of loop je rond met een hippe
broek aan je kont
zeg je dingen die je van een ander hebt gehoord?
Ben jij je eigen soort, een prototype van een mens
dat zelf nadenkt, die niet bij een groep hoort?

Hoeveel ben jij de jouwe 3x
Hoe vaak loop jij je eigen weg?

Hoeveel ben jij de jouwe?
Iedereen is een resultaat van zijn tijd
Ik niet, hoor ik je zeggen, nou bewijs het maar eens!
Ben jij je tijd altijd vooruit?

Dan zal niemand begrijpen wat je zegt
Heeft dat nut? Toe vraag het je af!
Ben en blijf jij eenzaam in eigen redenaties?
Wil je levend in je eigen graf?

(refr.)

En zijn er nog wegen om alleen te lopen?
Ook een eigen leven is al vaak gebaand
We lopen in de sporen van voorgangers die horen
bij types, best meegaand…

(refr.)







 

In mijn hart

In mijn hart

Er was ruimte in mijn hele hoofd
Maar met de jaren werd ik helaas mezelf
Jaren eisen tol
En van eerst lief en een tikkeltje naïef
Raakte mijn hoofd en mijn hart minder
Want te vaak ‘nee’ tegen gezegd
Steeds gevulder
Wat geen woord is, maar…
Ach, genoeg geluld!

Er was ruimte in mijn hart voor de hele mensheid
Er was hart genoeg voor de hele mensheid
Het geluk, zegt men, is met de dommen
Maar met de verkeerde – en ik ben dom – zal het verkommeren
Mijn hart werd plat, door teveel van dezelfden
Die er met lange tenen op gingen staan.

Er was ruimte in mijn hele hart
Maar met ‘het spijt me’s’ werd het ingeperkt
Dames willen tol
En van eerst gretig en met behoorlijk passie
Werd het vuur steeds minder
Door een twaalf dozijn aan vlinders
In hun gekrioel
Wat te veel is, maar
Ach, gewoon teveel gevoeld.

(refr.)

Het is een rare gewaarwording om te merken
Dat ik nu minder van de mensen hou
En bij iedere vorm van jou
Een stuk gereserveerder, terughoudender
Een stukje banger ben om mijn deel aan hart te delen met een ander…

 

Gortiger kan het niet worden – schets van het rijke buitenleven

Een zeepmerk; een scheermes; een kwast.

‘Wie jaag ik vandaag op de kast? Mijn handen jeuken.’

Netjes geschoren, zo, even onder de douche, half droog in mijn badjas, snel ontbijten. Lekkere koffie.

Ik kleed me aan, tot strak in het pak, kus mijn vrouw, stap naar buiten; daar wacht mijn chauffeur in de auto.

Ik zou niemand op de kast jagen. We vlogen gewoon uit de bocht recht tegen een tractor.

 

Bankje onderweg II

Bankje onderweg II (Riders on the storm)


De nacht trekt in mijn botten
De dag druipt op de grond
vloeit weg in de staart
op de weg die ik gegaan ben
Soms naar achteren, soms ook in het rond.

Bankje onderweg
Waar blijft het bankje onderweg?
Mijn spieren missen voedsel
gaan hangen naar de grond
Zwaartekracht laat zich gelden, trekt me naar benee.

De schaduw wordt steeds langer
maar ik kan morgenochtend zien
met de ogen van de nacht
en de dag die ik verwacht
Ik duw de grond naar achteren met steeds minder kracht.

Het einde van de rit
Metgezellen onderweg
Hun bestemming ergens anders
op de loper uitgelegd
De nacht die in kan slaan voordat we verdergaan.

Bankje onderweg
Daar was het bankje onderweg
Zie het verdwijnen in het donker
Kijk dan weer vooruit
Moet nog door de nacht naar de morgenstond die lacht.

Op een bankje onderweg
een bankje onderweg
Bankje onderweg…

 

Keepers

Keeper

Hij pakt de bal met beide handen vast
Hij speelt zijn voet langszij de bal
Hij passeert de tegenstander met weinig omslag
Over het hoofd en koppend naar waar het ertoe doet
Go gooal!

Zijn wij keepers, ja, keepers
Ja, want keepers scoren nooit
We willen diep en steeds dieper
De stoelen zijn hoe dan ook onze kooi.

Ik sta te schreeuwen uit volle onmacht
Ik sta te kritiseren wat voor mij mij vierkant uitlacht
Die eikels met hun glanzend haar, hun meisjes en hun succes
Die mazzelaars die niet te klagen hebben
En van alles wat ik wil het best.

(refr.)

Ik wil wat jij hebt, je hebt zoveel om voor te leven
Klaag maar in je eigen tijd en onderga mijn kritiek
Je kreeg wat wij jou tot vreugd benijden
En het zijn altijd zware tijden
Hoe goed het met ons allen ook gaat
Jij speelt en bent die geschopte bal zelf
En omdat jij dit wilde
Vergeet niet, loser, omdat jij dit wilde….

(refr.)

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑