KutBinnenlanders.nl

Tag: kuttent.nl

Kuttent.nl 8: Le Merle, Bakkum (N.H.)

Met toestemming overgenomen van deze originele locatie.

Recensent: Ben Hoogeboom (Nurks Magazine)
Datum: 24 juni 2011

Ik heb gisteravond gegeten in restaurant Le Merle te Bakkum (N.H.), samen met een, laat ik maar zeggen, zakenvriend. Hier volgt wat toen gebeurde.

We kregen eerst een soepje, dat was oké. En toen kregen we wat ik besteld had: biefstuk met boontjes etc. De biefstuk was niet om te eten, die was te taai, de boontjes waren ook niet genoeg doorgekookt. Dus ik haal er de ober bij: kon het niet eetbaarder?

Volgens die ober was het onzin wat ik opmerkte, maar volgens mij was dat niet zo. Dus ik betaalde de helft van de  gevraagde som, en liep weg. Gelukkig leven we in Nederland, waar dit soort dingen niet mogelijk zijn.

 

Kuttent.nl 7: De Pilserij, Amsterdam

LET OP, liefhebber van de betere eetgelegenheid: dit artikel is geschreven in de vroege lente van 2006. Qua gevoelstijd is dat de vorige eeuw. De iPhone bestond nog niet eens, om maar iets te noemen. De Pilserij heeft inmiddels een andere uitbater en heet de Nieuwe Pilserij. De hieronder geschreven recensie is derhalve, als wij de nieuwe uitbater mogen geloven (en waarom zouden wij dat niet?) niet meer representatief. Voor een betrouwbaarder en in ieder geval actueler beeld, verwijzen wij u met alle liefde door naar het immer onafhankelijke IENS. Smakelijk!

Met toestemming overgenomen van deze originele locatie.

Recensent: Max J. Molovich (Nurks Magazine)
Datum: 23 maart 2006

Noot: De Pilserij is reeds failliet. Zie ook de inleidende woorden hierboven.

Voordat ik verder ga met mijn tweeluik over God de Vader, wil ik u heel even meenemen naar gisteravond toen ik, samen met mijn geliefde en haar dierbare vriendin A., even ‘een hapje ging eten’ in De Pilserij, een eetgelegenheid die zich in de schaduw van de Nieuwe Kerk op de Gravenstraat bevindt. Vroeger zat in dit pand De Twentsche Club en nog veel vroeger, zo begrepen wij van de ober, heette het weer De Pilserij. Men was, kortom, teruggegaan naar de roots. En da’s altijd goed, teruggaan naar de roots.

Het is een indrukwekkend pand, het pand van De Pilserij. Met een fijn eikenhouten interieur en hele hoge plafonds. Een kruising tussen een grand café en een bruine kroeg. Bijna elke stoel wiebelde.  Niet alle plafonnières gaven licht. De ober kwam naar ons toe om ons het menu te geven en een bestelling op te nemen. Mijn lief complimenteerde de ober met de grandeur van het pand. De ober lachte een vreemd lachje. Een beetje zoals Goofy zou lachen wanneer hij zich in een ongemakkelijke situatie zou bevinden. Zo’n lach die je lacht als je te stoned bent om echt te lachen. Zo’n lach waarbij hoofd en schouders lichtjes op de maat van de lach schokken. Zo’n lach waarbij de mond, half geopend, in een vage glimlach wordt geperst. Zo’n lach die gesierd wordt door wezenloos voor zich uit starende ogen. Zo’n lach waarbij zo nu en dan een sliertje slijm uit de mondhoek ontsnapt.

Wij waren een beetje geschrokken van deze lach. Maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Neen, mijn geliefde lezers, daar is meer voor nodig om ons uit het veld te laten slaan. Wij bestelden drie biertjes, twee biefstuk pepersaus en een kipsaté. Verderop zaten drie mannen naar voetbal te kijken, zo nu en dan lachten ze. Onze ober lachte dan mee.

Wij kregen ons eten. Er lag een asgrauwe biefstuk op mijn bord, badend in gesmolten boter die geen jus had willen worden. Bovenop lagen stukjes gebakken champignons en rode pepertjes. Mijn biefstuk was van binnen ook asgrijs. De biefstuk van mijn geliefde had van buiten dezelfde kleur, maar was van binnen dan weer bloedrood. Als je je vork in het vlees zetten en met je mes aan je biefstuk trok, kon je het zo los trekken. We hadden hier duidelijk met geprikt vlees te maken, een truckje die malafide slagers bij taaie biefstukken uithalen: door de biefstuk vol met gaatjes te prikken laten ze het mals lijken. Geprikt vlees onttrekt altijd al mijn speeksel uit mijn mond. De saté was zo mogelijk een nog grotere ramp, dat leek wel surrogaatvlees. Diepvriessatés van de Dirk van de Broek, even opgepiept in de magnetron. Met een pindasaus waarvan de sojasaus zich langzaam maar zeker afscheidde van de rest van de saus, zodat er een zwarte rand rond de bruine pinda-emulsie kwam.

De ober kwam vragen of alles naar wens was. Mijn geliefde, die zich had voorgenomen om er voor de verandering eens wat van te zeggen, zei dat het een beetje tegenviel. Dit scheen de ober nogal te verbazen. Hij lachte zijn lachje. Hoezo dan? Vroeg hij. Mijn lief somde onze klachten op. “Als ik thuis eet, is het tien keer zo goed als dit. Als ik buiten de deur eet, wil ik dat het twintig keer zo goed is als wanneer ik thuis eet.” Met een snelle rekensom had de ober kunnen weten dat het eten 200 keer beter had moeten zijn dan het was. Maar vermoedelijk had hij deze rekensom niet gemaakt. Hij lachte z’n lachje en kwam toen met een repliek, zoals ik nog nooit eerder was tegengekomen in mijn zo rijk gevulde leven. Ergens moet je respect hebben dat iemand het gewoon zegt. Onze ober lachte zijn lachje en zei: “Je hebt het in ieder geval niet zelf hoeven opwarmen.”

Met stomheid geslagen aten wij verder. De ober liep weer naar achteren. “Die mensen bij het raam hebben klachten”, riep hij naar zijn voetbalkijkende vrienden. Er klonk gelach. Met stijgende verontwaardiging aten wij ons bordje op. Wij treurden om de liefdeloosheid. Toen wij klaar waren met ons maal kwam de ober terug om te vragen of het toch niet een beetje gesmaakt had. Nee, dat had het niet. Hij had nog nooit klachten gehad, wij waren de eerste. Wij vonden dat moeilijk te geloven. “Die saté was diepvriessaté”, fulmineerde mijn lief. “Het was zelfgemaakte saté”, zei de ober. “Het vet van de patatten smaakte veel te oud”, zei mijn lief. “Dat was sojaolie”, zei de ober. “Dan vinden wij sojaolie niet lekker”, zei mijn lief. “En verder was mijn biefstuk rauw, en die van hem doorbakken.” “Ja”, zei ik, “en bovendien was het geprikt vlees.” “Goed vlees is moeilijk aan te komen”, zei de ober. En elk antwoord werd begeleid door zijn lachje. Hij vroeg waarom we het niet terug hadden laten brengen. Ja, en dan zeker weer een kwartiertje wachten om een zelfde waardeloze maaltijd voorgeschoteld te krijgen, nee, dank je de koekoek. Onze wraak is dat we hier nooit meer terugkomen en dat we iedereen gaan vertellen dat ze hier nooit naartoe moeten gaan, tenzij men eens wil meemaken hoe dat nu voelt, een culinaire variant op een rode bal in je mond en een voorbindpenis in de anus. Wij vroegen de rekening en betaalde op de cent nauwkeurig. Even later, in Café van Dalen, kwamen wij S. tegen, over wie vroeger verteld werd dat hij een hert (zie foto) kon doodschreeuwen.

 

Starbucks op Utrecht C.S. nog vol kinderziektes

Onze cullinaire smaakrubriek KutTent.nl (initiatief van Mike en Gerard) is de laatste tijd wat weinig geupdate. We vroegen gastrecensent Bert Brussen of we in plaats daarvan zijn recensie van de fonkelnieuw geopende Starbucks in Utrecht Centraal mochten gappen ter onzer eigen glorie. Bert Brussen was zeer gul en stond het niet alleen toe maar blijkt zelfs een fan van onze silly little website (ah, was HIJ die ene). Enfin, hieronder een verfrissend stukje over benauwend slechte service. Alles copyright Bert Brussen en met toestemming overgenomen dus.

Het was natuurlijk naïef om te denken dat Nederland zomaar klaar is voor het herbergen van een heuse Starbucks-vestiging op een gemiddelde provincieplek als Utrecht Centraal Station. De bedoeling is goed, het assortiment aan zinloze en onbetaalbare koffie’s ook, maar deze Starbucks-vestiging kampt nog met tal van kinderziekten. Neem bijvoorbeeld de enorme populariteit bij scholieren en studentenpubliek. Afgelopen donderdagavond werd in één oogopslag duidelijk dat Starbucks totaal geen rekening had gehouden met de enorme toeloop van semi-hip publiek dat massaal een frappuchino heavenly hazel bullshit voor nog geen 5 euro per 30 cl wil proberen. De rij wachtenden was zo lang, tot buiten de ingang, dat deze Starbucksvestiging meer leek op een attractie in de Efteling dan op een koffieboer. Of gewoon op de AH-to-go vestiging op het zelfde Utrecht C.S. (‘Drie wachtenden in de rij, wij doen er een kassa bij’ is de grootse Ahold-leugen sinds meneer Piekema).

Natuurlijk hou je die drukte altijd bij een nieuwe vestiging, zeker bij iets met zo’n hoge merkwaarde als Starbucks, maar men had daar makkelijk op kunnen anticiperen door meer mensen in te zetten dan die drie langzaam werkende vrouwen van boven de vijftig. Wellicht dat het aanwezig zijn van een manager al had geholpen, of dan tenminste iemand die al wél weet hoe de koffiemachines moeten worden bediend. Dat had de wachttijd van een minuutje of twintig aanzienlijk kunnen verkorten. Maargoed, wat dat betreft past deze multinational zich meteen aan de Nederlandse standaard aan: fuck de service, fuck de passie in je werk, dood aan georganiseerd werken, al het gemotiveerde personeel tegen de muur en schijt aan anticiperen op klantentoestroom. Ook de door afwezigheid schitterende vestigingsmanager van Starbucks Utrecht is een typisch Nederlandse horecaondernemer zo blijkt. Laten we het even over de vestiging zelf hebben: die zit in een voormalig restaurant op Utrecht CS. Dat betekent dus dat het een overdekte ruimte is en dat het als het buiten 30 klein nulletje C is, loeiheet wordt in een overdekt station, laat staan in een horecagelegenheid waar hete koffie wordt geschonken, broodjes onder warmhoudlampen liggen en een kleine 600 man tegelijk in een ruimte wat wil bestellen. Ondanks de in paniek aangesleepte mobiele airconditioningmachines was het donderdagavond in de Starbucks op Utrecht C.S. een behaaglijke 55 graden boven nul. Tel daarbij op dat je zo’n twintig minuten moet staan en je snapt ongeveer hoe leuk het is om op zo’n zomerse dag een hip Amerikaans koffietje te bestellen. De vraag is natuurlijk waarom er bij het verbouwen van deze bestaande horecalocatie niet meteen rekening is gehouden met de hitte. Het is een overdekte hal dus het is er altijd warm en een raampje openzetten is niet echt een optie. Waarom niet meteen een goede airconditioning ingebouwd? En nu we het toch over falende Starbucks-architectuur hebben: was er dan echt helemaal niemand die had kunnen bedenken dat één (1) deur die tegelijk in- en uitgang is wel heel erg weinig is voor een populaire, doorgaans overvolle koffiekeet? Nu moest iedereen zich met zijn gloeiend hete bekertje koffie langs de lange rij wachtenden wurmen om het pand weer te kunnen verlaten, daarbij dwars gezeten door de voortdurende stroom nieuwe klanten die gelijk met de pandverlaters de toko juist in wilden. Daar staan te wachten in 55 graden terwijl mensen zich met hun kokend hete bekertjes langs je heen wurmen gaf niet echt een prettig gevoel. Ik vraag me zelfs af of het wel brandveilig is. In geval van paniek wordt het een chaos en loopt iedereen elkaar onder de voet. De in/uitgang is namelijk gewoon te klein om de twee stromen mensen snel te verwerken.

Maar het ergste was toch wel het feit dat ik donderdagavond na ongeveer een kwartier wachten te horen kreeg dat “er geen ijsproducten meer worden verkocht”. Parbleu? Ik sta hier godverdomme op subtropische wijze van de graat te vallen en het enige wat mij op de been houdt is het vooruitzicht van een ijskoffie! Of dachten we soms dat ik in deze bloedhitte even vier euro neerplemp om een sloot hete cafeïne in mijn toch al kokende maag te gieten?
“Ja, nee, sorry. De ijsmachine is kapot gegaan. Komt door de warmte he”.
Door de warmte my ass! Een ijsmachine is gemaakt om ijs te maken. IJs verkoop je als het warm is, bovendien zijn de gewone koffiemachines ook loeiheet en die begeven het ook niet door de hitte. Die ijsmachine gaat stuk door ondeskundig gebruik en/of het feit dat die hele machine gewoon een inferieur product van bedenkelijke makelij is. Prutswerk dus. Met warmte heeft dat niets te maken. Ik heb het toen maar opgegeven. 15 minuten in de rij staan tussen enorm hippe metrojongens en blonde Hyves-meisjes leverde mij uiteindelijk de keuze op tussen een koffie die dankzij uitgekiende marketing tig keer meer winst oplevert dan in een normale kroeg of gewoon niets. Ik koos voor niets. Als de ijsmachine al niet normaal draaiende kan worden gehouden dan vrees ik toch het ergste voor die latte op de frappuchino zal ik maar zeggen. Is er dan echt helemaal niets positiefs te zeggen over de Starbucks in Utrecht? Jawel hoor. Los van het enorme aanbod aan cafeïnehoudende warme dranken (wat kennelijk in het Engels moet) hebben ze een fijne zithoek met een aantal luxe Chesterfieldstoelen. Dat geeft toch een nieuwe dimensie aan het onvermijdelijke wachten op de trein. Bovendien heeft de Starbucks een groot ‘terras’ (het blijft een stationshal natuurlijk) waar opvallend veel plek was gezien de drukte. Het aanbod van koeken, taart en broodjes is ruim en om van te watertanden en de mogelijkheid koffiebonen en aanverwante koffieproducten aan te kunnen schaffen is erg fijn want we zitten thuis allemaal wel eens zonder koffie als alle winkels verder dicht zijn. Starbucks blijft, los van de deerniswekkende maar typisch Nederlandse anti-service mentaliteit, een winstgevende zaak. Je moet bereid zijn extra te betalen voor een populair merk maar dan kun je wel op on-Nederlandse wijze koffie drinken en tegelijk op je vertraagde trein wachten in een meer dan prima luxe omgeving. En vooral dat is een hele aanwinst op Utrecht CS: een plek waar je kunt zitten zonder dat je verplicht bent je wachtruimte te delen met een ranzige afvalbak, een stalen anti-zwervers dwarsbalk of rokende tokkies en dito NS-medewerkers. Voor deze luxe wachtruimte mogen we Starbucks best dankbaar zijn.

 

Kuttent.nl aflevering 3: Winkel van Sinkel in Utrecht

Aflevering drie alweer van de reeks kuttent.nl. Dit keer neergepend door Karin van het blog Met-K.com. Soms moet je ook gewoon geen appeltaart willen eten…

Gisterenochtend dacht ik heerlijk te kunnen uitslapen. Dat had ook gekund, daar ik al om acht uur een blaas moest ledigen en daardoor met wakkere blik naar mijn alarmklokje keek. De hele week ontzettend, ontzettend vroeg opgestaan, en ik overdrijf niet want kwart over zes is gewoon be-lach-e-lijk vroeg, waardoor mijn interne klok bedacht dat er ook vast in het weekend vroeg opgestaan moest worden.    MAAR DAT HAD IE DUS MIS! Ik zag, toen ik mijn woonkamer betrad, een donkere kamer. Zo’n kamer die me waarschuwde dat daarbuiten, achter het gesloten gordijn, alles grijs en grauwig was. Met donkere regenwolken. Zulke wolken die ik met de kinderen aan het plakken was toen we thema ZOMER hadden en wolken plakten waar regen in zat. Regenwolken dus. Ik vertelde M dat ik toch erg hoopte dat die regenbuien richting China afdreven. Ik wilde drogigheid in Utrecht, als ik na mijn boskippen de trein ging pakken. Gelukkig was het in de middag droog. We ploften neer bij de Winkel van Sinkel. Een strategische plek, want ik ben praktisch ingesteld, M wat minder, zodat we binnen/buiten zaten. Je wist het per slot van rekening maar nooit met die wisselvalligheid. We bestelden een cappucino. We kregen smerige cafe lattés. De krullenbol die het kwam brengen lachte niet. Ik vroeg aan M of ze er sjaggerijnig uitzag. Dat zag ze. Ik vertelde ook dat ik inmiddels een bui had.     ‘Geeft niet, geeft niet. Gooi het eruit. Dat is goed. Eruit gooien.’

Ik had trek. Lekkere trek. Appeltaart-met-slagroom-trek. M wilde geen appeltaart want er zaten krentjes in. Hij bestelde een brownie. Niet erg handig want zijn mond zat erna vol met chocola en hij had geen servetje. Omdat die krullenbol met sjaggerijnige blik geen servetje gaf. En bovendien maakte ze het kleverige tafeltje ook al niet schoon. Maar dat was nog niet zo erg. Het ergste was dat ik aan mijn appeltaartje zat te peuzelen en niet één, niet twee, maar drie haren opvrat. Nou ja, ik kokhalste wat, spuugde een homp appeltaart uit en pleurde de rest aan de kant. Maar ja, krullenbol met sjaggerijnig hoofd zou hier niet gezelliger van gaan kijken. En ik ook niet. Ik bracht de appeltaart naar binnen.     ‘Ik wil niet vervelend doen, maar ik zit net appeltaart te eten en eet bijna drie haren op. Je kunt je voorstellen dat ik geen appeltaart meer hoef. Alsjeblieft, voor jou.’ Het meisje achter de kassa keek me aan alsof ik niet alleen zwaar overdreef maar ook alsof ik niet zo moest zeuren. Maar nadat ik het bewijsmateriaal had laten zien trok ze een walgelijk gezicht.      ‘GATVERDAMME!’     riep ze door de tent heen. De mevrouw die net wilde bestellen kreeg argwaan.      ‘Wil je een nieuwe?’     Ik keek haar zwijgend aan met een blik in mijn ogen zo van:     ‘Wat denk je zelf?’ Het meisje zou iemand naar ons tafeltje sturen. En alles verrekenen. Oke dan. Ik ging weer zitten. We waren vervolgens op dreef. Toen de krullenbol het geld terug gaf vertelde M nog even, om het in te wrijven, dat de capucino’s ook al zeer verkeerd waren.

De score van de Winkel van Sinkel: Appeltaart is met stip 5 kutten! Koffie 4! Bediening: 4 kutten! Wil je een leuke baan bij de Winkel van Sinkel? Ze zoeken een nieuwe kok.

Wat is kuttent.nl? Kuttent.nl is eigenlijk een grapje. Collega-journalist Gerard en ik besloten na een slechte restaurantervaring om verschillende eettentjes door heel Nederland testen op hun kut-gehalte. De rubriek Kuttent.nl was geboren. Iedere tent zou beoordeeld worden op een schaal van één tot vijf. Een restaurant met vijf kutten zou in deze berekening de slechtste zaak zijn die je je maar kon voorstellen. Diarree gegarandeerd, zeg maar.

Meer Karin vind je op haar eigen weblog, maar ook deze week op EeuwigWeekend.nl. Daar wordt namelijk haar fotowerk geëxposeerd. Update: Bovenstaand stukje maakt (soms heftige) reacties los bij lezers van Ekudos.nl.

 

Kuttent.nl aflevering 2: Panache in Breda

Als vegetariër die plots zin heeft gekregen in friet en een snelle hartige hap erbij kun je meestal niet heel veel kanten op, afhankelijk van de grootte van de stad waar je je in bevindt. In de middelgrote- tot kleine steden is het behelpen met een kaassoufflé en misschien per ongeluk een verdwaalde extra optie in een vergeten snackbar in of andere uithoek. Als zodanig ben ik dan ook redelijk wat gewend qua uithoek-snackbars. Als zo’n zaak een smoezelig voorkomen heeft en een interesse-prikkelende naam ben ik al snel bereid naar binnen te stappen. Wat ik echter in Breda bij ‘Panache’ aantrof, heb ik nog nooit meegemaakt.
Met een verdwaalde tafel-met-kruk aan de wand is de voornaamste eet- en zitplaats in dit smalle tentje pal aan de bestel ‘bar’. Bij binnenkomst keken verlopen achterbuurtbewoners – een term die ik niet licht gebruik – compleet met groezelige kleding en gouden kettingen, lauwtjes op en een licht sjacherijnig kaal personeelslid nam uitgebreid de tijd voordat hij kwam vragen wat ik zoal moest. Ik had vooral het snackbarretje een kans gegund wegens de vermelding ‘groentekroket’ op hun kaart, dus bovenop een portie friet speciaal bestelde ik dat. De bediening duurde lang en mijn ‘kok’ liep erg geïrriteerd rond dus dwaalden mijn ogen maar wat rond. Drie deuren met grote, opvallende opschriften trokken de aandacht: ‘privé‘, ‘toiletten‘ en, ik kon het even niet geloven maar echt waar, ‘danger‘. Hoewel ik in een licht avontuurlijke bui was, merkte ik dat mijn lichaam de toiletruimte wou verkennen dus liet ik deze laatste mysterieuze deur ongemoeid. Het zou duidelijk toch wel eventjes duren voordat ik mijn ‘snelle’ hap tot mij kon nemen, dus was een sanitaire stop een prima optie, dunkte me.
Continue reading

 

Kuttent.nl aflevering 1: De Smikkel te Haarlem

Het was op een mistroostige avond in december toen Gerard en ik, twee collega-journalisten, in een eettentje in Beverwijk zaten te eten. De maaltijd was net zo lauw als de ontvangst bij binnenkomst. We waren niet erg over dit etablissement te spreken.

Eigenlijk zou je hier van tevoren voor gewaarschuwd moeten worden, vonden we. Het idee van kuttent.nl was geboren, nog voordat de laatste hap van de maaltijd was genomen. We zouden samen verschillende eettentjes door heel Nederland testen op hun kut-gehalte. Iedere tent zou beoordeeld worden op een schaal van één tot vijf. Een restaurant met vijf kutten zou in deze berekening de slechtste zaak zijn die je je maar kon voorstellen. Diarree gegarandeerd, zeg maar.

De Smikkel
Recent bezochten we de eerste eettent. De volledig willekeurige keuze viel op de Smikkel in Haarlem, op Kruisweg 57. We werden daar vriendelijk ontvangen door het personeel dat al aardig op leeftijd was. Hoewel we geen rollators voor de deur aantroffen, was dat gezien de klandizie eerder uitzondering dan regel, was zo ons vermoeden. Natuurlijk zeggen dat soort signalen niets over de maaltijd zelf. Gerard en ik namen allebei het weekmenu: Haassaté met pindasaus, salade en patat voor slechts 15 euro. Daarbij dronken wij een cola light en een kopje thee voor ondergetekende.

Het oordeel

Hoewel het eten snel werd gebracht, waren Gerard en ik niet al te spreken over het kleine blaadje groen dat voor ‘salade’ doorging. (Gerard vond hem goed te eten, maar kon het groen slechts de kwalificatie summier meegeven.) Ook de saté van de haas was niet echt wat we ervan gehoopt hadden. De satésaus was noodzakelijk om dit droge stukje voormalig spring-in-het-veld weg te krijgen en een beetje smaak te geven. Ook werd er standaard geen mayonaise meegeleverd om de bleke frieten wat op te fleuren.
De Smikkel kreeg 3 van de 5 kutten toebedeeld, met een halve kut aftrek omdat het personeel erg vriendelijk was en de service snel. Eindscore De Smikkel: 2.5 kutten.
 

© 2020 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑