KutBinnenlanders.nl

Auteur: Stefan Pietersen (Page 1 of 8)

Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Plaatjesboek

De vraag van heel mijn leven:
waarom val ik op die en niet op die?
Waarom ga ik van die zweven
zie ik de ander zo weer niet?
Als het meisje waardoor ik me even
voel als was ik nog niet zo oud.

Ik had het plaatje van mijn voorkeur
prachtig rond, zo ongelooflijk compleet
maar zij is een plaatje als uit een plaatjesboek
waardoor ik weer ril
en niet zo snel een ander wil
waar ik ontzettend enthousiast van raak.

Zit het ‘m in haar haarkleur?
Of hoe ze steeds weer naar me keek?
Of hoe ze met me praatte
vroeg wanneer ze me weer zag
Je mag toch spreken van geluk
als je zo een schoonheid spreekt.

(refr.)

Oooh, zij is het!
Kan me niet schelen wat jij vindt
Voor mij is er vanaf nu
nog maar 1 waar ik van droom
De jouwe lijkt me ook oké
maar perfectie is:
Het moet van beide kanten komen!

(refr.)

 

Buitenspel

De jongens met ik voetbal, sturen me de verkeerde kant op
Vegen kluitjes aan me met die ene losse nop
Vinden me raar, noemen me laf, beschouwen mij als een apart geval

Ik kom elke zondag terug, bij zonovergoten en potdichte lucht
Bij winst, gelijkspel of verlies…

Want ik weet niet wat buitenspel is
Want ik weet niet wat buitenspel is….

De jongens met wie ik douche verwijten mij de verloren potjes
Scheppen met me op, gaan naar huis met de dotjes
Die ik maar niet versier, zelfs in een overwinningsroes

Ik kom elke zondag terug, bij zonovergoten en potdichte lucht
Bij winst, gelijkspel en verlies…

(refr.)

Het heeft me verder meegezeten
Maar ik kan de jongens niet vergeten
Twee keer per week een potje keten
Ongelukkig in het leven
Opgewekt uit de dood in het spel.

(refr.)

 

Dooien

Herschrijving van een lied uit 2003/2004

De kou lijkt uit de lucht
maar vooral uit het kloppen van mijn aderen
het inzicht door mijn ogen
verwijding van mijn kader
Een leven dat ineens niet meer
voor dood op de grond ligt.

Ik voel haar vlooien door mijn haren
Haar haar dat als bont op haar borst ligt
Haar woorden zijn ineens zo licht en zwaar
als pepernoten overal verstrooid
klinkend door tot het licht wordt.

Het ging dooien door het wicht
dat van de liefde spreekt
alsof het zich in mij beweegt
alsof zij zo heet.

Verliefd als een dief die midden in de nacht
een kandelaar streelt
in het kille duister in de kamer
Ze flonkert als een schat
terwijl het niets scheelt of hij wordt
door het kat – en muisspel
meegesleept in een doos van Pandora
terwijl zij door gaten in de wand
ziet hoe hij gegrepen is.

(refr.)

Ik lig hier ‘s ochtends op mijn buik
en weet van haar warmte niet
hoe het moet heten en wat het wil zeggen
al wil het zwijgen om tot elke cent
om uitstel te krijgen tot het weer
weg mag zwemmen uit de fuik.

 

Op zoek

Ik loop langs de kerken, maar ik loop ze voorbij
want ik ben nog op zoek naar mezelf
Ik zie mensen lopen, ik zie mensen lopen
maar loop ze voorbij, want ik ben nog op zoek naar mezelf.

Ben nog vloeistof, stroom langs kruisingen
in een lange lijn zonder zij-rivieren
Nog op zoek naar dagen die moeten komen
Ik ben nog op zoek naar de waarheid.

Vertel aan iedereen, ik ben nog op zoek
Op zoek naar de waarheid in mezelf
Ik zeg aan iedereen, ik ben nog op zoek
Ik kan niet blijven bij jou, ik ben op zoek.

Ik loop te kleumen in de felle wind
tot ik schreeuw om een plaats om te rusten
Ik loop hier in het kille
Ik zou wel anders willen
Ik ben nog op zoek naar de warmte die me kust
en die mijn vrezen sust.

Ik zeg aan iedereen, ik ben nog op zoek
Kan me niet vinden in wat ik tegenkwam
Zeg aan iedereen, ik ben nog op zoek
langs de regels en de bladen
Pagina’s buiten het boek
Kan niet blijven bij jou
Ik moet door…

Ik ben nog op zoek naar de mij in jou
ben nog verlangend naar warmte
Ben nog op zoek naar je lichaam en armen
vervulling voor mijn armte
De klamte die me vasthoudt wil ik drogen in je ogen
waarin de hitte te zien is en de tranen
Vergeef als ik huil uit dankbaarheid
voor het echte dat ik bij jou vind
geen surrogaat.

En dan komt misschien die winter niet
van dichte deuren en verdriet
komt de krekel niet tevergeefs
aan de deur van de mier
Ik blijf stug doorgaan tot ik vind wat ik zoek
Of bang voor leven dat me niet laat leven
me verstop.

Zeg aan iedereen, ik ben nog op zoek
in het leven, ook al is me dat soms te groot
Vertel aan iedereen, ik ben nog op zoek
Ook naar een goede dood!

Ik ben nog op zoek, ben nog op zoek
Ben nog op zoek, ben nog op zoek…. 4X

_________________________________________________________

 

VUT

Vannacht ben ik vervroegd uitgetreden
Ik lag in bed en zag mezelf, eindelijk in vrede
Heb wat rond gekeken in de wereld
die ik altijd weer vanaf een afstandje bekijk.

Ik was er even helemaal uit
even met de VUT. 2X

Ik wandelde over de sterren
stapte even in de vrouw
Bewoog haar armen en benen
wat ik altijd al met haar wou
zag heden en verleden
Kon veranderen wat ik wilde
Kon dromen naar het leven
water een andere kant op laten stromen
Laten stromen wat anders
uitgelopen was of langs een andere steen.

(refr.)

Viel terug in mijn lelijke lichaam
Stoeide met wat op woelen leek
Dacht terug aan de uren waar ik eindelijk
Ik was eindelijk overal geweest!

En ‘s ochtends werd ik wakker
Ik had gedroomd in die beperking
teruggekomen, teruggereisd
in de volle seconde tot elke prijs

En nu weer lekker lui in eigen vel… 2X

 

De dag is groen

Ik ben niet van gisteren
Maar tegelijk ben ik dat wel natuurlijk
Ik weet inmiddels van mezelf dat dit niet rijmt
Maar tegelijk ben ik van overtuiging
Dat er geen zin zit in bij de pakken neer
Goed wil je je voelen en daarin schuilt ook het geheim.

Maar mijn dag, is soms al grijs
Voor ze uit de nacht tevoorschijn komt
De dag is groen, de dag is groen
Maar voor ik dat geloof en zoen
Is er dan nog best wel wat te doen.

Elke dag is als nieuw
En neemt de plaats in van de overledene
En als bij die van toen, is ze blank en onbeschreven
En ook al geloof ik niet meer in verandering als bij toverslag
Goed wil je je voelen
En dat schrijft de zin voor aan de dag.

(refr.)

Ik ben niet van zins het leven te nemen zoals ik die kreeg
Ik heb daarnaast wat ik er dus in wil zien
En ook vandaag moet ik het grijpen
Onbegrijpelijk als het vaak ook lijkt
Pak het bij de zware zijde en schud het licht eruit.

(refr.)

 

Bezetting

De bezetting van de tafel
duurde korter dan die van de stoelen
Kopjes werden versneld weggedragen
en de koffiekan beschoor die ochtend
geen lang staan op het tafelblad.

Ditmaal waren er geen Duitsers
De tassen waren tassen
en werden, gevuld met paperassen
meegenomen naar een ver kantoor
Er werd Nederlands gesproken
maar ook de woorden bleven
niet lang hangen in de ochtendlucht.

Waar moeder ze verslond
op haar weg naar de wasmachine
en daarna het puzzelboek.

Toch had de bezetting een slachtoffer
geëist, de dode buurvrouw werd besproken
en er werd om haar dood getreurd
woorden van verlies
uitgesproken naar de moeder
die kort erna toch meester
van haar bezoek werd.

Het tafelblad kreeg nog een veeg
omdat iemand koffie had gemorst
Het Rummikub-spel bleef
ditmaal in de kast.

 

Ster, gevuld van pracht vannacht

Ster, vervuld van pracht, vannacht
Schud nog eens je staart en lach
Schenk ons uit de zomerdag
in ogen die nog druipen van de chaos in het hoofd.

Die schaduw er doorheen
schetst ons uit in merg en been
vangt bevroren steen en been
in kleuren die doen proosten op ons melancholieke hart.

En nu begrijp ik wat
jij ons zei gespuwd in verf
bemoeilijkt door een ziel gekerft
een hemels lichaam dat nooit sterft

Stervelingen
ongehoorzaam toen
Oh, je hebt nog genoeg te doen!

Ster vervuld van pracht, vannacht
Een bloemenbos die extravert
met hemels vuur de hel verspert
gespiegeld in ons Vincents oog voor blauw…

Het leed vervloeit ook nu
met ochtenddauw op velden grauw
doorleefd uitzicht op poorten nauw
maar getroost door met jouw zachte hand vertrouwd.

(refr.)

Want niemand die toen om je gaf
Bemind slechts door je graf…

En toen de hoop vervloog met tijden
van alle sterren naar de maan
benam jij jezelf je adem
zoals onbeminden doen…

Maar ik had je graag verteld, mijn Vincent
dat deze wereld voor geen goud
van schoonheid als van zichzelf houdt..

Ster vervuld van pracht, vannacht
Niemand die jou toentertijd ooit zag
met jouw oog voor wat men schoonheid noemt
alleen de veilingprijs beroemd
verder dan hun neus voor geld kijkt slechts je erfenis.

Zoals de zwervers die je sprak
zich spiegelend in half geleegd wijnglas
blatend tot de ochtend wijzer was
Ook zij liggen nu met gebroken hart onder de sneeuw

Ik begrijp nu plots je schreeuw
en wat er in betekend werd
en zelfs nu nog steeds de weg verspert
naar het mooiste dromen op deze harde hemelerwt

Stervelingen
ongehorig toen
Ik zal proberen er nog iets aan te doen..

 

Het eind van het liedje

Elke dag rond zeven uur als ik wakker word
begin ik weer met frisse moed en werk me aan gort
want 24 uur is leuk, maar veel te kort
Ik timmer aan een nieuwe weg voor iets meer op mijn bord.

Want daar staat dan de dag op, maar geschreven met schoolkrijt
beweegt met me mee op mijn reis door die tijd
Even dichterbij, ik schrijf er wat meer tijd bij
schakel naar de wintertijd, bij elke slaapgelegenheid…

Heb ik alles gedaan, doorvoeld en gedacht
als nu halverwege die klaar over op me wacht?
Van kleuterschool naar middelbaar
naar met haar de eerste nacht
Wacht niet met het eind van het liedje elke dag.

Met dit melodietje dat ik onderweg naar U fluit
kan ik overnieuw beginnen, ik kan zelfs achteruit
Ik schakel naar versnellingsbak en haal er weer wat uit
geef extra gas bij Slochteren tegen Koninklijk Besluit.

Waarmee ik het milieu red, het uit haar lijden verlos
van de wildgroei van mensheid die zich bemoeit met het bos
Boomkap voor milieu-tijdschriftjes over rendiermos
Geef het dus een beetje extra gas en je dood dus weer een blos.

(refr.)

Dus fluitend door het leven met een mooie dood in het hart
rij ik door naar het begin, zet mezelf af bij de start
Ik weet dat ik iets vergeet, iets met koek en de gard
maar ik eet wel wat bij een tankstation en pas later a la carte.…

 

Normaal gestoord

Zij tellen de bedragen op op de kassabon
Trekken die vervolgens af van gewachte uren
tot karretjes wederom gevuld
Kassajuf en manager suf geluld
tot de teruggaaf van die negen cent korting
omdat dat zo hoort
In tegenstelling tot dat soort lui
zijn wij normaal gestoord.

Zij marcheren voor generaals, net terug uit Den Haag
dwars door demonstraties naar het nu gehate land
Waar die ene eikel dienstplicht weigert
waardoor meneer de president weer steigert
Te paard, te wapen, naïeve helden
omdat dat zo hoort
Oh, in tegenstelling tot dat soort lui
zijn wij normaal gestoord.

Er zijn er ook die bij bosjes sterven
daarheen gestuurd door dichter stemmen
En anderen die dat verlies weer erven
vluchtend hun testament omklemmen
tot het knelt en de broekriem te los gaat
en er onderdoor
Vergeleken met dat arm slag volk
zijn wij pas echt gestoord…

Weet jij eigenlijk wel wat ‘normaal’ betekent?
Ook maar de vraag van een zijde kiezen
En je hoofd, je geld en leven zo bekeken
kun je je hart aan mij slechts één keer verliezen
Dus wijs me niet af om gebrek aan gewoon
omdat dat zo hoort
want in tegenstelling tot hen en mij
in tegenstelling tot hen en mij
in tegenstelling tot iedereen

ben jij dan echt gestoord.

 
« Older posts

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑