KutBinnenlanders.nl

Ooit komt het allemaal terug

Auteur: Moordkuil (page 1 of 5)

Vegetarisch

 

Sorry

 

Rubriek: Hoe is het toch met …. Geert Wilders

Wilders: Wil iemand van ons hem nog hebben?

“Wat mijn moeder zei…”

Door Moordkuil

Waar zijn de bodyguards?
Geert Wilders schudt het hoofd droef. Met matte stem: “Krijg ik niet meer betaald van Vadertje Staat…”

Waarom niet?
“Elke dàg één of twéé in het ziekenhuis geslagen! Dan krijg je dat, zeggen ze. Mijn ziekenfonds dekte dat op den duur niet meer. Ook wel een beetje eigen schuld, zeggen ze! Ja, ik heb dat voorstel zèlf weg laten stemmen, is hun verweer  Ik kan bodyguards toch ook niet zelf financieren?! Zeker niet sinds de huidige premier mijn toelage heeft bevroren. Schànde!
En in deze tijd….
Nou ja, u begrijpt dat ik dat niet kan betalen.”

Hoe komt u dan nu naar uw werk?
Schudt het hoofd. “Links en rechts kwìnkslagen uitdelen. Kun je dat geloven?! Vriendelijk glimlachen naar mijn vijanden. Leuke dìngen zeggen! Mooi weer spelen en aardige dingen over mijn medemensen zeggen. Ik mõèt tegenwoordig wel.”

Wilders zucht diep en vervolgt:
“En ondertussen slinkt de partij maar verder en verder. (verheft zijn stem) Zelfs mijn grootste fans, de arbeiders met islamieten als buren stemmen niet eens meer op mij! Zijn gaan nádenken voor ze iets roepen! Soms zelfs aan het denken gezet over vluchtelingen. Linksdraaiend tuig! Zien ineens het relatieve ervan in. Denken dus ook niet meer aan léúke dingetjes,  zoals de atoombom op Syrië gooien en vergaande martelingen van de links-draaienden.
Echt,dat zou zou zó’n hoop schélen tegen de Tsunami!
Watjes!”

Waarom schreeuwt u?
“Kun je mij die watjes even aangeven? Wátjes! Mijn neus begint weer te bloeden. Ook zo’n issue…”

Issue of tissue? Oh, u gaat weer hete hangijzers opgooien. Spannend! Vertel.
“Nee, doe ik niet meer. Ik doelde natuurlijk op het feit dat niemand meer doet alsof zijn neus bloedt. Zelfs ìk krijg het niet meer voor elkaar. ( zucht) Ik mis…”

U mist? Oh wacht, ik vul u even aan. U hoeft echt niet alles te duiden, hoor. Wij van de Telegraaf vullen de rest wel in voor u. U mist iets, dingen… Die nooit gebeurde tijden van weleer, toch? Tijden waarin er geen problemen waren. Waarin alles eenvoudiger was en iedereen netjes deed wat goed was voor de gemeenschap. Ja. Waarin een dorpse mentaliteit gold, zelfs in grote steden. En waarin iedereen nog gewoon blank en conservatief was en stemde. Waarin de armen niet in opstand kwamen tegen de uitzuigers. Tegen afzetterij door winkels en multinationals. Waarin de kerk en de werkgevers de wet bepaalden zonder tegensputteren van werknemers en gelovigen. Waarin het basisinkomen geen schijn van kans had, zelfs nog niet bestond. Waarin auto’s nog op benzine reden en waarin ouderen, zieken, psychiatrisch patiënten en gehandicapten nog gewoon stierven als dat van ze verlangd werd. Waarin je als rechtgeaarde klootzak nog gewoon ….
“Ho ho ho. Houdt u alstublieft op! Dat is hélemáál niet wat ik wilde zeggen! Wel LUISTEREN, hè?!”

Hé hé, rustig aan. Ik vul alleen maar aan wat u denkt. Wat u altijd heeft willen bereiken, maar nooit heeft kunnen zeggen. Sprookjes weliswaar, maar wel de kern van wat u altijd tussen neus en lippen door bedoelde.
Ja, toch? Zeg niet dat het niet zo is!
“Sprookjes…  (zucht diep)
Zelfs dáár ben ik nìet meer welkom…”

U bedoelt?
“Àfgewezen. Zelfs dáár…”

Ik begrijp niet precies waar u heen wilt…
“Het sprookjesbos. Ik bedoel… Mijn asíélaanvraag.”

U heeft geprobeerd asiel aan te vragen? Waar, als ik vragen mag?
“Overàl. Argentinië, Brazilië, Paraguay, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk. Zelfs Ìsraël heb ik geprobeerd. Alleen in de islamitische landen willen ze me hebben, maar u begrijpt dat ik dat niet vertrouw. Àlle landen heb ik geprobeerd. De héle wèreld. Probleem is natuurlijk dat ook dáár overal buitenlanders zitten. Dus…”

Echt? Overal zitten buitenlanders? Ook in Frankrijk en Spanje? Goh. Was me nooit opgevallen, maar nu u het zegt…
“Frànkrijk… Zelfs op St. Helène willen ze me niet herbergen.”

St. Helène?
“U weet wel: waar Napoleon zat. Voor of na Waterloo… Als u me niet kwalijk neemt, ik moet even naar de wc …”

(vanuit het toilet: )  “… Waterloo, waar Napoleon voor of na… Nee, ik bedoel: St. Helène, waar Napoleon, voor of na Waterloo – ik weet even niet welke – was gehuisvest.”

Ik weet het ook niet, helaas.
(komt de kamer weer binnenlopen)
“U bent ook van de verkeerde krànt om dat soort dingetjes te weten. De Telegraaf heeft dergelijke còrrecte kennis van zaken nooit nodig gehad. Toch? Ik heb toch gelijk?”

Feitenkennis speelt bij onze krant inderdaad geen grote rol. Ja, dat zal het zijn. Dank u, ik schaamde me al haast. Wie heeft er ook feitenkennis nodig als je de Telegraaf hebt? Daar hebben we sowieso al niet de ruimte voor. Onze koppen zijn te groot en de foto’s leiden af van de spaarzame tekst. Dit artikel zal ook niet echt gelezen worden. Hoor je anders ooit: ‘Hé, heb je dat stuk in de Telegraaf gelezen?’
Nee, hoogstens vraagt men of je het bewuste artikel gezien hebt. Ach…
“Ach ja, lèzen. Daar ben ik nòòit zo’n grote fan van geweest. Wie heeft het ooit nodig gehad? Mensen lùìsteren toch liever. Of nee, béter: mensen, mijn mensen pràten, spùien liever. Maar luisteren, tegenwoordig vooral naar hèn. Naar hèn! Ongelófelijk”

‘Hen’?
“’Hèn’, ja. U weet wel: hèn, de ànder, de àn-de-ren. ‘THEM’.”

Niet meer naar u?
Wilders zucht en begint te ijsberen.
“Nee. En ik snàp het niet. Ik begrijp er niets van! Rèchts, ultra-rechts, fascìsme, nátionaal-socialisme, zèlfs een ouderwètse boekverbranding is er niet meer bij! Het dòèt de mensen niets meer. Niet meer om  over naar huis te schrijven, in elk geval.  Je zòù ze toch…
Mènsen!”

U hebt het niet op mensen, hoor ik?
“Niet op die van tegenwòòrdig. Ze staan niet meer tegen elkaar òp, ze gaan met elkaar òm!
Òòk met negers en moslims. Nou vráág ik u!
Ongelofelijk, ongelofelijk…”

“Als de dag van toen, hou ik van jou…” Wat? Nee, sorry, zat even ergens anders… Maar wat zei u nu over die sprookjes? Dat vond ik boeiend.
Sprookjes zijn sowieso alleen al…
“Ja, dat was toch wel het tòppunt! Het spròòkjesbos in de Èfteling!”

Ja, wat is daarmee? U dwaalt af…?  Daar kwam u graag, niet waar? Om te ontstressen, toch?
“Ja. “ (kijkt naar de grond)

Komt u daar nog weleens?
“Ik …”

Ja?
“Ik mag niet meer in het sprookjesbos komen…”

Niet?
“En ik WIL er ook niet meer komen! Weet u wat ze nu in het sprookjesbos dòèn?!“

Nou?
“Sneeuwwitje kijkt me aan met een donkere blik die je werkelijk doet… De Grote Boze Wolf speelt tikkie met de geitjes en de dwergen en Holle Bolle Gijs vraagt me elke keer om mijn papieren. Nou vráág ik je!”

En de Schone Slaapster?
“… lig ik echt wakker van, echt, ik kan er niet van…”

Maar hoe komt dat nu allemaal dan?
(in de keuken mompelt een stem iets.)

Wie was dat?
“Mijn moeder. Ze herinnerde me aan iets wat ze altijd zei.”

Interessant! Wat was dat dan?
“Geen idee, ik luisterde nooit…”

 

Die dag in Mij

voor al dat drama op uw schouders

toen.

Ik heb met u te doen

maar door u

filmisch, poëtisch, roman-technisch

lekker toch weer iets te doen.

Want wat had ik nou zelf

in mijn leven?

In Jaren zeven, tig van tachtig

op te groeien, totaal onmachtig…

En niets om over naar huis te schrijven

even interessant

als Lieve Anne en de Volkskrant

nu beiden nog gelezen, want

Bikkelharde cijfers…

op hetzelfde strand

waar wij liggen naast vakantie-Duitsers

graven onze kinderen de mijnen

en uw verleden op

Bouwen lucht- en zandkastelen

boven, op de kop van velen

wiens verbranding ik

nog kan horen ruisen

in schelpen die ik herverzamel

in mijn picknickmand.

Stille getuigen van

Heil-land en nationaal-belhamels

Die van u, opa en papa

ergerlijk grote sokken-helden

maakten dat ik dat zelf dus

nooit heb mogen zijn

en navertellen

maar goed

Ik zal ze weer eens bellen

want hoe was dat nou toen

grootooms Siegfried, enHeinrich-Helmut

in de zonneschijn verschenen

negentien lentes jong in veertig

op die mooie dag in Mei?

Want de lucht is nu vrij en grijs

en ik

ach, ik verveel mij…

 

Mag ik u voorstellen: dit is mijn lichaam…

Wilde vanavond naar Breda om op te treden op VOLZIN, maar de stress van de afgelopen week heeft me nu ingehaald. Het is allemaal een beetje te veel.
Daarover gisteravond dit gedicht geschreven, dat zich toespitst op mijn rampzalige gesprek met meneer Klootzak Zielenknijper (Wil je me alsjeblieft even laten uitpraten!!? ‘Hoezo, ik zei toch (bijna) niets?’) Was nog van plan het vanavond voor te lezen…

Soms, in het diepst van mijn gedachten
terwijl de psychiater maanden later
en de rede wel kan wachten
dat moet omdat mijn bloed mij net
kokend, nagel bijtend naar bed verlangen doet

om mijn geest, zo vaak onwillig
want nu door zijn pillen kruisbestoven
in mijn eigen wanhoop doet geloven
door de grond heen worstelend naar boven
waar zich

mijn ziedend onderbuikgevoel met verbleekte stalen smoel vermengd
hem fysiek het Goede Nieuws van, mij dan toch ontmondigd, brengt

niet in staat zelfs nog ruggengraat
omhoog gekotst, muurvast en zeker
in brok in huig en plastic beker
te tonen dat ik hersens pijnig
op zoek naar de nu een weinig
vermoorde, want ertoe doende woorden

tot ik in mijn naam en in mijn geboortedatum onbekwaam
me wendt tot haar die geduldig koe-inblikkend naar me staart
me vergeeft dat ik ook een sterfdag noem
mijn stof tot stofdoem wijselijk afklopt
met een zo onschuldig: schikt het u om half elf?

In dit soort nooit gedachte nachten moet ik mezelf
met dit warrig hoofd gebogen
aan u voorstellen, droog weloverwogen:

Dit is mijn lichaam
regel het nu maar met hem
en oh… ahem!

Geen zonnebloemen, wel J.C. Bloem
op die fiets, op weg naar Hem, de datum…

28 augustus 2014, half elf

Láge Witsiebaan,
met klem!

 

Gent

 Gent

Zachte G’s in mijn mond vol tanden

rottend in dit vlakke land

Dichter bij goot, op losse handen

springend uit een lekke band

Want ik raak beschonken, nimmer dronken

werk me armer op dit loon

Erin gestonken, noodlot beklonken

als ik nooit meer in die hemel woon.

Want op die afdeling genoeg verveling

stegen stinkend naar ambrozijn

Nectar koopt men daar van de heling

van fietsen die daar gestolen zijn

De mensen slecht, de misdaad echt

en door de Roomse kliek snel schoon

Ik raak nog in moeilijkheid terecht

als ik nooit meer in die hemel woon.

Oh Gent!

U bent de Brinta-krent

uit alle papjes in dit vals heelal

Gekend door Ford en Arthur Dent

vervloekt in zangerig gelal, oh Gent!

Ik ben gestrand in ’t paradijs

sinds lang bevriend met een aardig heden

Maar ik smacht naar grijs en ’t romig ijs

van een voor mij zo levend verleden

Mijn jeugd die deugt, me nog steeds heugt

en slechts daar meugt en werd beloond

Zelf kon ik dit lied niet schrijven

omdat ik niet meer in die hemel woon

Ik zal een vreemde in dit leven blijven

tot ik weer in die hemel woon.

.

 

 

Eén dingetje

Eén ding tegelijk

Ik heb zin in water

loop met kater naar keuken

en besef, tellen later

’t was thee en dat ik de pot weer vergat

Had net een leeg hoofd mèt terug gekregen

terwijl ik juist in gedachten

had moeten denken aan dat.

       Als mannen slechts aan één dingetje dachten

       Was dat maar zo, dan was ik slechts één dingetje rijk

       Dan specialiseerde ik me niet in het verkeerde

       Namelijk het denken en doen van duizend dingen tegelijk.

Ik loop een ex tegen het lijf

waar ik bij had moeten blijven

blijf ik bij, duizend meiden

en hersen-spinsels later

want zij bleek die weken

waarin het me klaarde de ware

maar moest nog meerkeuze

persoonlijkheden ompraten.

                   (refr.)

Het kostte me nog best wat

ritmes en rijmen

om dit te schrijven

zonder verder te duimen

in multiple-choice droomwens en daad

tot ik besef dat het antwoord er nooit echt tussen staat

Ik besef dat de antwoorden er nooit echt tussen staan.

                    (refr.)

 

Liefdesbaby

Snel nog halen: koffie en koekjes bij de thee

een red-de-stoma, bejaarden-oversteekdiploma

een boodschap voor de knabbel, iets tegen loos gebabbel

Voor elk belerend toontje één afleidend cliché

en een oma dood die zei: ‘het zit ons eindelijk mee.

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven

     Zoveel nog te doen voor ik met jou stil ga leven.

Niet vergeten: pantoffels en paprika-kartoffels

rekening op de bus, en even rust voor straks ons kindje nog een kus

voor wij samen terug naar school voor apekool

tegen malen na de maaltijd over of zij straks wel droger brood lust

als jij straks na je ontslag hierheen komt en bij mij blijft dus.

                  (refr.)

Eindelijk alles: ik zet de televisie aan

en jij verschijnt in beeld terwijl je met je ring-vingertje nog speelt

Ik kijk aandachtig en hou alweer zelfs nog meer van jou

tot het journaal erna van jouw huwelijk en liefdesbaby kweelt….

(kreun)

Moet ik wèèr iets voor je kopen…!

                  (refr.)  2x

 

De toeriste

 Terwijl ik de MP3-speler van mijn oren lostrok en inspecteerde waarom ik Cheb Khaled niet meer kon verstaan, midden in zijn verhaal over een Arabisch meisje waarmee hij sliep op een duizend-en-een nacht der nachten, stilstaand voor een stoplicht, hoorde ik een prachtige jonge meisjesstem aan mijn linkerkant in het Engels vragen waar het postkantoor was. Gelukkig wist ik dat haar te vertellen.

‘If joe go rait at de nekst lait… The Jumbo, the postoffices are all in supermarkets in Holland these days.’ Wat een

 taalbeheersing had ik. Wat een zuiver, vloeiend accent. Ik was trots op mij. En terwijl ik dat zei en het inderdaad schitterend mooie meisje (ik schatte een jaar of twintig, blank en melkboeren-hondenhaar in een half-lange staart) aankeek, nonchalant, maar aimabel genoeg, was ik terstond verliefd op een mogelijke relatie tussen haar en moi. Ja, moi. Ik zag haar en mij op zijn Frans vrijend onder de Eiffeltoren en mezelf Frans stokbrood met Camember aan haar voerend in een Frans bootje over de Seine, terwijl zij het Franse eten tongde en zichtbaar genoot van mijn Frans-Nederlandse touch over haar naakte borsten en dwalend naar haar Amerikaanse cunt.

‘And can you send boxes from there, sir? Hé, easy on the sir, hè, zo oud ben ik nou ook weer niet. Wacht, dat maar niet zeggen, mmmmmm, gelukkig, en nou terug duwen, ga terug waar je vandaan kwam! Jes, joe ken cent bokses vrom tair, milady. Are you from the United States of America? Ach, nee, daar zal ze vast geen tijd voor hebben. Zo veel te zien, zelfs in Tilburg en terug in Amerika moest ze het zeker niet hebben over die irritante, haar brutaal half-verkrachtende, opdringerige Nederlandse jongen. En al helemaal niet over die Hollanders, die je  al meesleurden naar hun grotten als je ze vriendelijk naar de weg vroeg. We moeten per slot van rekening een goede indruk maken. Zodat zij nog een keer terugkomt en wel de tijd heeft. En die hele afstand is gekomen met louter als doel om jou eens goed te leren kennen.

Maar wat als dat nou niet gebeurt? Wat als zij zo meteen afslaat en je haar nooit meer ziet en zij jou al vergeten is als zij haar doos afrekent en opstuurt (Wat zou daar in zitten? Zou dat iets voor mij zijn? Zou ik dat leuk vinden om dat te ontvangen en daarvoor mijn handtekening op zo’n beeldschermpje wil zetten?). Wat nou regels? Wat nou ongeschreven regels? Schrijf het dan op als je ongeveer alles afgeraden wordt te doen om indruk te maken op dat leuke meisje dat je anders nooit meer ziet, maar dat wel een onuitwisbare indruk op jou heeft achtergelaten. Wat nou? Dat zal ze toch wel begrijpen/ Zeker als je haar ook nog eens in de gelegenheid stelt om jou te leren kennen. En wat nou als dat niet haar plan was, om leuke Hollanders te ontmoeten? Het was ook niet mijn plan om een leuke Amerikaanse te ontmoeten, zeker niet nu ik in mijn hoofd nog steeds bij de vioolles van net zit. Bij dat grietje rechtsvoor me, die zo verleidelijk haar mooie rug laat zien en de centimeters naakte huid van haar nek. Het is nog maar een kwestie van tijd voor Griet zich een keer omdraait en onze relatie begint. Maar dan moet ik wel doorgaan met aan haar denken. Dan moet ik haar beeld vasthouden, dan mag ik geen moment mijn aandacht van de bal laten verslappen. Zodat ik er compleet klaar voor ben, als zij mij volgende week op haar vaste plek in de klas ziet zitten en resoluut en vol verlangens op me toe snelt….

Maar die Amerikaanse heeft dat nu verpest. Wacht, ze is nog niet weg, ze staat daar maar voor dat rode licht, met haar heerlijke kontje op dat herenzadel.. mmmm, weet dat wijf dan niet… Wacht maar.

‘You see that blue board there? It says that joe ken go right any moment, even do ze lait is ret.’ Een glimlach. Nu komen we ergens. Hé, waar gaat ze nou heen? Stom! Stomkop! Eikel, je hebt haar zelf laten ontkomen. Nu kunnen we niet praten. Nu kom ik er nooit achter in welke staat ze woont en waar precies. Of het daar warm is of dat ze het juist in Holland warm heeft en of die Amerikanen werkelijk allemaal zo als zij zijn.

Nou ja, naar huis dan maar, ik krijg toch al een beetje honger.

Doet me toch denken aan… Waarom vragen wij ons allemaal (oh jij niet dan? Goh, mazzelaar!) af hoe Amerikanen dit doen of dat bedenken en wat ze doen of denken of allebei als dingen als dit gebeuren en of ze inderdaad allemaal? En of ze, net als wij… Wie is wij? Wie zijn zij? Kom je daar ooit achter? Waarom vraag je je zelf zo zelden af hoe jij en hoe ik? Waarom hebben wij – daar heb je het weer – waarom hebben ‘wij’ het nooit over onszelf en blijven we daarbij? Waarom moet die Amerikaanse zo nodig naar ons toe komen. Naar ons land, naar onze cultuur, naar ons eten, onze gewoonten, onze taal (ja, waarom spreekt zij mij eigenlijk aan in het Engels, nogal arrogant als je bedenkt dat ik dat andersom in Amerika niet hoef te proberen met Nederlands, of Fries of Limburgs). Is er een wij? Is er een zij? Maar vooral, waarom houden ze het niet bij onszelf. Bij jou, bij mezelf. Die ik sowieso ook nog maar voor een deel ken en misschien in mijn leven nooit volledig en echt zal leren kennen. Of leren wij elkaar vooral kennen door de ander? Doordat anderen onze spiegels zijn en dat we zonder de ander blind als baby’s en kittens in de wereld rond blijven dwalen tot de grote blinde ons vanuit een blinde hoek verblindt en het licht uitdoet?

Ik was inmiddels weer thuisgekomen en dacht door tijdens het uitkleden, het douchen, het lunchen en de eerste vijf sigaretjes. Tot ik het lichtknopje had gevonden en ik wist wat me te doen stond.

Ik pakte mijn jas en fiets en fietste de stad Tilburg in, op zoek naar de volksaard, op zoek naar mooie plaatsen, mooie plaatjes, toeristische attracties, geuren, kleuren en gebeurtenissen waarmee een echte toerist thuis kan komen. Daarna spoedde ik me naar de dichtstbijzijnde Jumbo en meldde me bij de balie met de brievenbus.

‘Goedemiddag, meneer (hé, rustig aan met dat gemeneer stomme Hollandse domme doos!), wat kan ik voor u doen?

‘Ik wil graag de grootste doos die u heeft en die wil ik naar Amerika sturen.’

‘Hoe groot moet die doos zijn, zo groot of groter?’

‘Groter, heb je ooit gehoord op school van de boekenkist waarin die geschiedenis-meneer, eh, nou ja, Brugman, zich het kasteel uit liet smokkelen? Nee, er gaan geen belletjes rinkelen? (Nee, natuurlijk niet, je bent gewoon een domme doos die de hele schooltijd lang haar nagels zat te lakken en naar domme knappe scooter-jochies zal te loeren terwijl ik er wat van maakte, mijn schooltijd) Nou ja, de grootst doos die je hebt.’

‘Deze? Okee, dat is dan twintig euro, vijfenveertig, contant of met de pin? En waar moet ie naar toe? Heeft u de inhoud bij u, het kan nog tot vijf uur vandaag op de post. Anders wordt het morgen.’

‘En wanneer ben ik, ik bedoel, wanneer komt ie dan aan?’

‘Met Fed-ex is ie er morgenochtend om 10.00 uur, maar dat kost wel iets meer. Met TNT doet ie er drie dagen over. Ligt ie lekker? Zal ik er nog wat broodjes bij doen. Okee, ik doe em dicht. Veel plezier in Amerika, meneer.’

Eindelijk komen we ergens.

Op een zondagochtend kwam het Amerikaanse meisje Alice Stromboli terug van haar reis door West-Europa en vond een natgeregende grote kartonnen doos met haar naam erop (‘die Amerikaanse toeriste voor het stoplicht bij de Korvel die een doos wilde versturen en waar ik nu smoor op ben’, om precies te zijn). Ze sleepte hem – hij was behoorlijk zwaar – naar het halletje en opende de bovenste bladen.

Ze keek er even in en pakte haar mobieltje.

‘Hello, Fed-ex? Can you come get a package to return to sender?

Why?

I haven’t asked for it.

What? I did? Okay, thank you. I’ll take it inside.

En zo werden een Hollandse jongen en een Amerikaanse toeriste heel gelukkig samen. En leefden nog toen Fed-Ex de volgende morgen het pakketje kwam halen.

10 uur.  10 O’Clock

Universal time.

 
« Oudere berichten

© 2019 KutBinnenlanders.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑