KutBinnenlanders.nl

Auteur: Stefan Pietersen (Page 1 of 11)

Stefan Pietersen: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.

Niet helemaal goed

Ik zat er weer zo doorheen
De muren werden gek van mij
Ze kwamen op me af en zeiden:
‘Man, noem ons maar laf
maar de aflossing komt morgen pas
Dus wij brengen je terug
naar hoe je in een grijs verleden was’.

En je vraagt me: hoe gaat het?
Gaat het goed, alsjeblieft, zeg dat het goed gaat
en je denkt aan vijf minuten geleden
met die fietstas en net weer iets te laat…

Dan zeg je: nee, het gaat niet helemaal goed
Het gaat niet helemaal goed, oh die frustratie!
Nee, het gaat niet helemaal goed
Het gaat niet helemaal goed, die situatie!

De zon hangt in stralen als een goed werkende douche
vult de kamer met goedhartigheid
en schoner dan een poets in kan werken op een bloes
de kleuren er niet uitgewassen
Nee mevrouw, integendeel…

En ik vraag je: hoe gaat het?
Gaat het goed? Alsjeblieft, zeg dat het goed gaat!
En je denkt aan drie minuten geleden
met die e-mail die maar niet de deur uitgaat.

(refr.)

Help, het gaat nu helemaal goed!
En ik weet niet hoe het komt en dus niet hoe het moet
Ik vind dat dat moet, dat ik weet voortaan
Ik wil een dag aan kunnen trekken
dat het voor altijd zal gaan zo goed…

(refr.)

 

De nacht

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Wil je lekker somberen, kruip dan dichterbij
Het verspreidt haar donker zwarte massa
zonsverduistering in haar handen
Hier heb je wat van onderen
Bewaar maar niks voor mij.

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Dromen doezelen onder dekens, maak ze maar niet wakker
Vandaag is nog niet klaar voor die dromen
Houdt ze maar in de illusie
Verneder ze niet tot smeken
Zing wat voor die arme stakkers!

De nacht heeft mij nog zo in haar machten
Praat mij maar niet van jouw dag
Omarm met mij haar besmettelijke krachten
Misschien dat zij zich als iedereen
weer wil onderscheiden van teniet
met een ons bevrijdende glimlach.

Zie de nacht in gisteren verdwijnen
Met koffie heb je dat, je houdt niets over
Maar gelukkig voor jullie zal er straks weer verschijnen
Misschien een met een maan
en sterren als een grote stad
die met smog het grijszwart weg tovert.

Ik heb de nacht voor jullie meegenomen
Nog even wachten en wat televisie kijken
Straks genoeg voor jullie allen
Depressieven, ga wat rusten
En voor de mensen die al smachten
De nacht zal omstreeks 12 de dag bereiken
Niet die van gister, die is al op.

 

Met zijn allen

Zie de zee, voel het water
Al die waterdruppels
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in die ene zee
En die zee, die deelt met andere
met rivieren, met watervallen
huppelen over elkaar heen.

Met zijn allen, met zijn allen
in een storm ook met zijn velen tegen één
Één zwemmer, één drenkeling
met zich mee.

Zie één mens, voel de cellen
Al die overmacht
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
in één persoon
En die mens, die vecht met anderen
met één gedachte, een scheldpartij
zichzelf hoogachtend tegen één.

Met zijn allen, met zijn allen
in gevecht ook met velen tegen één
Één tegenstander, één gedachte
dat idee dat het ‘m dee.

En ook al sta je in de wereld
voor je gevoel geheel alleen
Met zijn allen, met zijn allen, met zijn allen
niet alleen!

(refr 1 +2)

 

Pluim en tien

Ik hou van liefde
Ik hou van teder
Ik hou van vol van ons, dat ik dat lever.

Ik hield het stil
maar lachte luid
het drong van binnenin mijn borstkas uit.

Nimmer had ik nog verwacht dat jij me wakker kuste
Nooit opgestaan en nog gedacht dat ontbijt op bed me lustte
Beloof je alles als ik je nog maar één keer zo mag zien
meemaak dat je incasseert dat je verdient, die pluim en tien.

Ik voel me licht
in hoofd en hart
Ik vond je halverwege je vluchten van de start.

Met veel blessures
en een geknakt vertrouwen
ik breng je naar champagne, ook al moet ik douwen.

(refr.)

Hou dit voor waar, ik ben zo dankbaar dat jij iets in me zag
iets wat ik voor mogelijk, maar niet als hogelijk het krijgen waardig zag
Ik had een zelfbeeld waar te veel mee was gespeeld
Ik had het gedeeld, maar vind ik leuks kreeg ik niet veel tot jij me zag.

En de dag sprong op, miauw en spin
en alles ervoor leek plots slechts een vals begin
En ik wil je geven wat ik heb gekregen
namelijk een leven vol van de perfecte openingszin.

(refr.)

 

Waar de mensen komen

Kookfornuis, wasmachine
koelkast, eethoek, wasdroger
Je kunt zeggen dat ik het heb getroffen
tafel, stoelen, tweezitter.

Maar ik wil daar zijn waar de mensen komen
Hun aanwezigheid maakt dat ik me niet zo eenzaam voel
Dat dode gevoel wat in te tomen
Maar men stoort zich al aan woorden die ik goed bedoel.

Op het werk geen conversatie
Iedereen doet wat ‘m wordt opgedragen
Hoogstens wat technische dictatie
wat ‘hoe’, tot morgen en verder geen vragen.

(refr.)

Geboorte en sterven, maakt niet uit
Het gaat om hetgeen er tussenin
Maar als je daar ook op leegte stuit
dan heeft dat leven ook geen zin.

(refr.)

 

Sein ‘veilig’

Ik denk dat het veilig is deze dag te betreden
De bosjes en bomen staan nog op dezelfde plek
De hemel huilt nieuwe tranen, de rest lijkt in vrede
Vogels vliegen over in trek.

Het kan zijn dat zij er nog rond waart
zij die ik zo graag zag
Haar kont en haar mond en prachtige ogen
Haar persoonlijkheid die ik mag
Zij met al haar vriendelijkheid
Zij met haar passie en haar jolijt
Zij die mij wel mag, maar niet wil
Zij die ik liefhad, reeds van voor nog april.

Het lijkt veilig deze dag in te gaan
Natuurlijk verdriet, hoop dat je iets ziet
dat dat natuurlijk besef plots in jou opschiet
dat ik het ben die jij wil
Ik hou luchtkusjes vast klaar
Het sein voor de duiventil
Alles staat op springen
voor wanneer jij oprukt
vanuit jouw huis in de vreemde stad
naar mij en geluk.

Ja, het kan zijn dat zij er opnieuw in opduikt
en, deze keer vrijwillig, zwemt tot in de fuik
Het doet zeer tot zij eens ophoudt mij niet te willen
Wat was dat?! Ach, een musje daar in die struik
De wereld is leeg zonder die strijd
zonder die vijand die zo lief is
een onbereikbare meid.

Ik denk dat we kunnen, het wordt nu wel tijd…

 

De tijd die nog niet was

Wat ik ook denk, hoeveel ik ook bijtank
Ik voel me zelden alsof ik het wel haal
De maand, de nacht, het blijft een ver verhaal
tot ik aankom, pas dan is het gedaan..

Dat heeft iemand met een baan natuurlijk ook weleens
Van steen tot steen, springend over de rivier
En dat er maar genoeg stenen zijn, dat het pad niet ophoudt
dat de deur daar nog op een kier…

Het is allemaal gedoe rond de tijd die nog niet is
Elke dag een nieuwe dag, je wordt het soms wel moe
En dan is het geschiedenis en een afgerond verhaal
dat ik mezelf vertel naar bedje toe.

Een nieuw gezicht, een verse bui
zonnestraal die nog niet eerder was
een volle trein die leegloopt in een stad
Nieuwe targets, geld verdiend
een blinde die opeens kan zien
en zijn weg moet vinden op dat onbekende pad.

(refr.)

De lucht hangt vol van rondtastende handen
Je kunt soms meer zien in een bekende nacht
waarin je niet om je heen hoeft te kijken
om aan de overkant te landen
waarop de landing net zo zacht…

(refr.)

 

De dag door

Ik greep de dag vast op de motor
en reed met haar de tijd door
We reden samen van acht naar vijf
en via 15.00 uur terug
We kwamen overal die ochtend
afstand gedeeld door tijd
Soms zo langzaam dat de tijd vloog
door de blauwe lucht.

We tarten de zwaartekracht
We tarten de wetten van ruimte, schuin door het hart
Op gevoel via ruimte en tijd naar de start
en samen door de eenzaamheid.

Ik stopte bij het begin halverwege
We deden wat broodjes met een wolkje melk
We keken toe, terwijl het getij achteruit ging
en toosten op elkaar met een kelk
Ik haalde ver weg dichtbij, warm in mijn armen
schopte de horizon voor ons uit
Op verkenning vooruit naar achter het zicht
en maakte ons dat gewaar achteruit.

(refr.)

‘S middags na de avondmaaltijd
vond ik het tijd, het was echt het einde
voor dat zalige eerste bakje met troost
de wijzers terug om achter de nacht te verdwijnen
Avonturen in de avonduren
We haalden het midden maar net
De dag gaf extra gas, zodat we terug konden keren naar bed
volgende eergisteren, vers gezet.

(refr.)

 

Nooit genoeg

Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat
tollen mijn gedachten in alle hoeken
tot ik focus, tot ik zie
waar sommige mensen hun leven lang naar zoeken.

Maar het is nooit genoeg
Ik pluk de zaadjes uit de lucht
Mijn voedsel voor de ziel
wapens tegen de klucht
van mijn achilleshiel
Vrezen dat het altijd blijft
dat uitvinden van het wiel
Steeds opnieuw, steeds weer moeten
vinden waar ik voor kniel.

Als vogels die de hele dag
voedsel moeten verzamelen
moet ik zoeken naar die glimlach
dat beschijnen door de zon van al het schamele.

(refr.)

Depressie ligt steeds op de loer
Ik moet mezelf aan het goede herinneren
dat sombere, zwakke dat me dreigt te vloeren
Elke dag weer opnieuw beginnen.

(refr.)

 

Het leven dat ik wilde

Ik leef gescheiden van het leven dat ik wilde
Ik spreek haar af en toe, ze wenst me succes
met het leven dat ik nu heb
Nodigt volgens haar niet uit tot het allerbeste…

Zij flierefluit en lacht me regelmatig uit
als ik met het mijne toch af en toe reik naar meer
Daarvoor is jouw leven ongeschikt, pest ze
Daarvoor heb jij te weinig macht
Jouw leven heeft te weinig kracht
En ook ook nog eens elke keer.

Ik leef gescheiden van het leven dat ik wilde…

Ik weet niet waarom zij niet met mij wil gaan
Waarschijnlijk toch dat ze niet op me valt
Ik heb het verkeerde uiterlijk
en mijn lichaamsgeur noodt haar niet uit
Ik heb niet eens een Porsche
of een Rembrandt die haar echt bevalt.

(refr.)

Als ze op bezoek komt, klaagt ze desalniettemin
dat ze het alleen zijn toch stilaan beu is
dat ze jaloers is op de vrienden die ik al wel heb
de liedjes die ik schrijf, waarvan één haar steeds opnieuw weer bijblijft
Dan zit ze weer te huilen, oh, de tranen die ze dept
Liever samen dan het leven dat ik wilde voor de heb….

(refr.)

 
« Older posts

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑