KutBinnenlanders.nl

Categorie: Paul van Est (Page 1 of 2)

Paul (Jonkie XS) bekleedde menige functie zonder aanzien. Wellicht ook bekend als eenzame danwel (a-)sociale drinker en verzamelaar van enkele kroegverboden. Kwam spontaan bij de eerste redactievergaderingen – toen op op zonovergoten terrassen – aanschuiven en beloofde do-zen vol prachtige historische stickers te scannen aan te leveren. Laatst gespot, met het geld van het laatste rondje op zak. Uiterlijke beschrijving bekend bij de redactie.

Persbericht: Boekje 13, The Rexit, 1 dec a.s.

kaft-the-rexit-1

Tilburgse schrijvers en andere creatievelingen nemen ludiek afscheid van oud-Nachtburgemeester

REXIT: Kubila’s geven schop na

TILBURG – in 2006 was René van Densen de eerste Tilburgse geïnaugureerde nachtburgemeester (omdat zijn collega Troy Titane zich nog tijdens de inauguratie op 5 augustus 2006 in Cul de Sac demissionair verklaarde). Hij bracht o.a. in december 2007 het boek Tilburg: De Anus van Nederland (uitverkocht) uit waarin het nachtleven van Tilburg, inclusief de toen bestaande kroegen, in woord en tekening vereeuwigd werden. In 2008 richtte hij het roemruchte weblog KutBinnenlanders.nl (vanaf nu: de Kubila’s) op, als absurdistisch-kritisch tegengeluid jegens het toen veelgehoorde ‘kutbuitenlanders’. En een paar maanden geleden verruilde hij Tilburg voor Gent. Nu presenteren schrijfcollega’s en vrienden het boek “Rexit” op donderdagavond 1 december in de Kunstmaan. Continue reading

 

Kafka, Nederland, 2013

Je wilt snel werk, dus ga je naar diverse uitzendbureau’s. Na 2 weken nog geen werk, dus schoorvoetend vraag je bijzondere bijstand aan, omdat je je bedrijfje als ZZP’er niet wilt opheffen. Met grote vrees in een Kafka-labyrint te belanden.

“Gemeente …, goedemorgen” “Dan moet u morgen tussen 9 en 10 terugbellen.”
“Gemeente …, goedemorgen” “Bijstand aanvragen moet u doen via de website van het UWV.”
Inloggen, netjes aanmelden als werkzoekende, voor bijstand zelfstandigen verwijst de site weer naar de gemeente. Maar weer bellen, 3e keer.
“Gemeente …, goedemorgen” “U wordt hierover teruggebeld.”
Wachten op telefoontje 4.
“Gemeente …, goedemiddag”. “U moet hier toch echt voor bij het UWV zijn.”
Fiets gepakt, meteen naar het UWV. Na wat overleg zijn 4 werknemers daar het erover eens: hiervoor moet je toch echt bij de gemeente zijn.
Ik voel de volgende bui al hangen en bel de gemeente, terwijl ik zorg dat ik in de buurt van het UWV ben.
“Gemeente …, goedemorgen”. De 4e die ik aan de lijn krijg in dit vijfde gesprek, heeft geen nieuws: “U moet hier toch echt voor bij het UWV zijn.” “Oke, daar sta ik nu voor de deur, wellicht tot een volgend gesprek.”
Na drie kwartier wachten eindelijk een gesprek bij het UWV. Deze man belt de gemeente. Hij concludeert, dat de gemeente mij fout doorverwijst: Ik moet bij de gemeente Tilburg zijn, die handelt voor mijn gemeente bijzondere bijstandszaken voor zelfstandigen af voor de gemeente waar ik woon. En de ambtenaar van mijn gemeente weigert eerst ook nog haar naam door te geven.

Wat is een frusterend verhaal zonder heppie ent?
Twee minuten nadat ik bij het UWV weg fiets, belt het uitzendbureau: “Je kunt vanmiddag bij een bedrijf op rondleiding en dan snel aan het werk.”

Toch weer een mooi avontuur beleefd, met dank aan de zeer welwillende maar helaas niet erg hulpvaardige medewerkers van mijn gemeente. In de wachttijd bij het UWV heb ik er per hele trage computer een sollicitatie gedaan naar een baan als Interim Medewerker Klanten Contact en Communicatie. Ik denk wel, dat ik dat op dit niveau aankan…

 

Weemoed en andere gevoelens

Lente 1989. Een student economie (je kent ze wel) is op 1 april in de Akkerstraat in Tilburg komen wonen, in de wijk Sint Anna. Hij brengt veel tijd door in de boeken: Böll, Daisne, Dostojevski, Hermans, Nietzsche. Het is een druilerige nacht die niet veel goeds doet verwachten. Lopend over de van de regen glanzende Korte Heuvel, die alleen in de volksmond bestaat, valt zijn oog op Heuvel 12: een klein en onooglijk café met 7 grote letters op de voorruit. Hij besluit om daar eens een biertje te gaan drinken: je weet maar nooit oftewel ge wit ôot nôot nie.
Ouwelullenmuziek, een doorleefd en gebruind interieur, 3 alcoholisten aan de bar in het hoekje linksvoor, een kleine poedel zit onder ze. Her en der verspreid in de kroeg  zitten, staan en hangen groepjes in alcohol- en tabaksnevel gehulde schimmen. Het studentje gaat aan de bar zitten, bestelt een pilsje, betaalt contant met 2 guldens en begint te luisteren.

Marijnen, 7 gratis bier!

Met Marco, ook een economiestudentje en lid van dezelfde mentorgroep, zit ik achter aan de bar bij café Marijnen. We zitten op de plek waar bij ’t Buitenbeentje vroeger jarenlang de Muppet-opa’s uit Goirle zaten: leren jekkies, meestentijds zwijgend voor elkaar uitstarend, soms zonder veel schwung wat woorden wisselend die weinig vuur in de uitdovende vriendschap weten te brengen. Van hen rest er nog 1 als stamgast, de ander is jarenlang niet meer geweest. Maar de leren jekkies zijn gebleven en worden nu gedragen door hun Ottomaanse opvolgers.

Het is rond de 20e, dus Marco en ik zijn bijna blut en we moeten nog enkele dagen onze magen zien te vullen, tot de studiebeurs weer binnenkomt. Nadat het studentje voor Marco en hem een biertje heeft besteld en het tijd wordt voor econoom in spé Marco om over de brug te komen, komt een wat gezette man met warrige haardos, een dikke snor en een stoffig maar passend beige colbertje binnenlopen. “Mag ik een biertje alsjeblieft? En willen jullie ook wat drinken jongens?”

Zeven maal drie biertjes en vele verhalen later lopen we naar buiten, waar Marco zegt: “Zeven gratis bier van zo’n ouwe lul, da’s mooi meegenomen!” Ik heb die ouwe lul de gratis biertjes dubbel en dwars betaald gezet. Elke keer als ik hem later in de stad tegenkwam, gaf ik hem er één terug.

“Dan kwam ik bij die gasten op de Spoorlaan en dan begon ik te zingen: “One for the money, two for the show, three for… en dan zong ik verders zo mèr wa, want die studente die lustere toch nie.”

“Ja, die ken ik wel, ik ben nog ooit ’s nachts nadat Polly dichtging bij hem een biertje gaan drinken. Toen ging ‘ie platen van Elvis draaien, daar was ‘ie helemaal gek van. En tranen met tuiten huilde ‘nie toen: zó mooi!”

“Die he’k goed gekend ja. Toen ik op den Hasselt die frietzaak haaj, kwam ‘ie aatij een friet meej een friekedel bestelle, hij waar toen nog mèr een menneke. Dan zee ik: “Da’s toch nie goed vur oe jonge!” Hij wáár toen al wa dik wittenie. Dan ging ik vur um èèrrepel en een biefstukske bakke ‘nè. En ja, die studente, die hielen um vur de gek hè, hebben um ok nôot fetsoenluk betold gehad. Nèh, da he’k um vaak gezééd: dè moete zo nie doen jonge. Ja, da waar un schóóne mééns.”

Zijn Zundapp werd ooit gestolen. Het verhaal doet de ronde, dat een groep vaste Korte Heuvelgangers toen geld uitlegden en een nieuwe brommer voor hem kochten. Ik kwam hem rond 2007 nog wel eens tegen in de Lidl, altijd vrolijk en goed te pas. “Ja, ik mag niet meer roken en drinken hè, maar er blijft nog genoeg over om van te genieten. Nee het gaat best goed met me.”

Toen ik in 2011 op de fiets zat richting Kirgizië, las ik op internet dat hij overleden was.

Het deed me pijn, dat ik hem toen geen laatste eer kon bewijzen. Bij deze: voor mij blijft de man, wiens portret in het hoekje boven de Damestoiletten van de Weemoed prijkt, de onbetwiste nachtburgemeester van de Korte Heuvel.

 

Voor Paul van Est (2)

Het stinkt in Tilburg
Dikke IFF walmen
laten geurlawaai galmen
in de krochten van mijn reukorgaan

Het stinkt in Tilburg
Onderdanige urine
sijpelt kruiperigdoor goten
en spoelt de moed naar de maan

Het stinkt in Tilburg
Schone stad onder de riolen
mijn reet
Strontje Jantje op de stoep

Het stinkt in Tilburg
Naar polonaise transpiratie
naar Willem II degradatie
zonder zelfs vermoeid boe geroep

Het stinkt in Tilburg
Nieuwe geuren van de keizer
niemand maakt ons hier iets wijzer
alles neemt men maar voor lief

Want alleen in Tilburg
DE ANUS VAN NEDERLAND
noemt men dat, hand in hand
pro – gres – sief.

 

Stapelgek op vlees

Stapel krijgt 24 uur voor presentatie onderzoek fraude

De commissie die de fraude van professor Diederik Stapel onderzoekt presenteert maandag 31 oktober om 12 uur de resultaten. Stapel krijgt 24 uur de tijd om voorafgaand aan die presentatie feitelijke onjuistheden uit het rapport te halen.

Diederik Stapel heeft toegegeven dat hij de resultaten van een onderzoek naar de effecten van het eten van vlees uit zijn duim heeft gezogen. Het vermoeden bestaat dat hij dat in het verleden bij andere onderzoeken ook heeft gedaan. Maandagmiddag worden de resultaten van de commissie in Tilburg bekend gemaakt.

 

Kirgizië, land van tochtige yurts en smerige yoghurt

Na de prachtige afdaling door de grensstreek met Tadjikistan kom ik aan in Sary Tash, een grauw dorpje met nog zicht op de schitterende sneeuwtoppen van Tadjikistan. In het hostel zijn slecht oud brood, lauwe thee en wat opgewarmde aardappels voorhanden. Tof als je net 85 km met forse tegenwind en regen gefietst hebt. Verder is er geen bank in het dorp en spannen alle winkels samen, zodat je voor je dollar maar 40 in plaats van 45 sum krijgt. Het begin van de weg naar Osh is vreselijk slecht, vooral de enorm gevaarlijke afdaling. In Osh wordt ik gesneden door een auto, wat me op een pijlijke knie en een gebroken spaak komt te staan. Het internet is weer zo traag, dat ik geen foto’s op mijn blog www.paulopdefiets.waarbenjij.nu kan plaatsen.

Na Osh moet ik alleen verder, omdat Tom maar blijft haasten en Martin een andere weg kiest. Zullen ze me beu zijn? Het landschap na Osh is de eerste twee dagen zo boeiend als Noord-Duitsland, vlak gras- en maïsland. Nergens langs de weg richtingaanwijzers, je moet het zelf maar uitzoeken. Vrijwel niemand spreekt een taal die ik spreek, al zijn dat er 5. Bishkek is een vrij saaie hoofdstad met een nog saaier nachtleven. Verder dan tot half twee ’s nachts eindelijk mijn blog www.paulopdefiets.waarbenjij.nu bijwerken kom ik dan ook niet.

De weg na Bishkek is vreselijk druk en gevaarlijk, met name de ‘Schoenveterkloof’, die ook nog eens niet mooi is. En dan durven ze nog feestslingers op te hangen bij de wegwerkzaamheden ook!
Een half uur, nadat ik aan het grote bergmeer Issyk Kol lig, begint het te waaien en regenen. Gelukkig is een dag later het hostel eindelijk weer eens goed, met zelfs een warme douche en zowaar een toilet waar je op kan zitten! De dagen erop maken daarentegen weer veel slecht. Lauwe goulash en thee is het enige dat de pot schaft, bij een boerderijtje moet ik mijn tent opzetten en mag ik niet binnenslapen. s’Nachts weer een keer of drie de tent uit, omdat het eten hier een ware aanslag op je darmen is.

Op de klim naar het hooggelegen Sonk Kol meer word ik overvallen door regenbuien, onweer en pijnlijke hagel. Dichter dan op 6 kilometer afstand kom ik niet bij het meer. ’s Nachts hangt een onweersbui een hele tijd recht boven mijn tentje (schapenhoeden en om sigaretten bedelen kunnen de Kirgiezen, een toerist binnen uitnodigen ho maar).

Vanaf Song Kol zou ik alleen maar af hoeven dalen naar Naryn, zo werd mij door de plaatselijke VVV verzekerd. Het begint al met 200 meter klimmen over een vreselijk slechte weg. Na een steile en stuiterende afdaling kom ik aan de rivier de Song Kol en rijd ik weer eens lek. Acht kilometer verder nog eens, terwijl inmiddels een flinke klim is opgedoemd. Ik eet in de berm mijn laatste eten, droge rozijnen en taaie gedroogde abrikozen. Als dan een vrachtauto opdoemt, besluit ik te proberen een lift te krijgen. Eindelijk is het lot me wat gunstiger gezind, de chauffeur gaat naar Naryn waar ik ook heen moet en vraagt ‘maar’ 1000 sum, 25 dollar voor een kilometer of 80. Het hotel in Naryn is vreselijk. De volgende dag mail ik mijn zus dat ze een enkele reis Kirgizië – Europa voor me moet boeken. Met een zucht van verlichting land ik enkele dagen later op een Duits vliegveld.
Mensen, ik begrijp uit de meeste bijdragen hier dat de politiek-economische dictatuur Tilburg vreselijk is en dat nu ook nog het enige virtuele protestbolwerk dreigt te verdwijnen. Mochten jullie deze terreur willen ontvluchten, bij deze een vrijblijvend reisadvies: Ga alsjeblieft niet naar Kirgizië!

 

Met de blik op Afghanistan

Vanuit Uzbekistan kun je niet rechtstreeks de Tadjiekse grens over. Daarvoor moet je een slordige 200km omfietsen. Onderlinge pesterijen, nawee-en uit het Sovjet-tijdperk. In Dushanbe, de hoofdstad, liggen putdeksels van een meter doorsnee van de put. Wel spannend fietsen dus. Na Dushanbe geen putdeksels meer. Geen weg meer eigenlijk. Gravel, zand, stenen, soms wat gebroken asfalt. Een klim over een 3250 meter hoge pas door prachtige bergweiden brengt me op een fantastische afdaling naar Kalaikhum, de Aubisque is er kinderspel bij. Het oosten van Tadjikistan is een streek apart, de Pamir. Het Dak van de Wereld en een waar fietsparadijs, als je ervan houdt je eigen weg te banen. Vanuit Korogh volg ik de Vakhan-vallei, waar de grensrivier tussen Tadjikistan en Afghanistan stroomt. Aan de overkant liggen de besneeuwde toppen tot 7 km hoog van de Hindu Kush. Erg leuk zijn vooral de kinderen onderweg. Doordat de Agha Khan. Googlet u maar, deze streek erg steunt, spreken de jonge kids ook al wat Engels, zodat het eeuwige Odkuda wordt vervangen door Hello, how are you.

Na de Vakhan-vallei gaat het weer bergop naar de Pamir Highway, een fantastische trip door verlaten gebied met een paar bergmeren en vele marmotten. Dat vlees is niet te eten, vandaar. De hoge bergruggen en de knalhemelsblauwe lucht erachter doen surrealistisch aan, als was het hele landschap vers gefotoshopt. De weinige mensen die hier wonen, zijn vrijwel volledig zelfvoorzienend. In de zomer moeten ze alle zaken die ze niet hebben inslaan voor de winter, als alles dichtsneeuwt en het min 40 graden is. En ik vind het hier in de zomer al zwaar! De trucks die vanuit China komen mogen niet stoppen en bevoorraden de elite in Dushanbe. Op het eerste deel van de Pamir Highway eindelijk weer asfalt, wat dorpjes en vele yurts die in de zomer op de bergweides opgericht worden.

Na Murghab, een des zomers al troosteloos stadje, volgt het letterlijke hoogtepunt van de reis, de Ak-Baital oftewel Witte Paardpas, 4655 meter hoog. Sneeuw op de klim en na de ijskoude afdaling een fantastisch hotel op 4200 meter, een Yurt. De meest vreemde plantjes groeien op deze hoogte en zelfs vlinders laten zich door de ijle en koude lucht niet weerhouden. Als Tadjieks toetje het Karakul-meer, azuurblauw waar de naam Zwartewater betekent. Geen vis, omdat er vrijwel geen zuurstof in het water zit. Ook in de lucht een stuk minder, tijdens het klimmen verzuren de benen niet, maar slaat de ademnood meedogenloos toe. Twee minuten hangend over het stuur bijkomen gebeurt regelmatig. De klim die naar de grenspas met Kirgizstan leidt doe ik met heftige tegenwind, wat een extra speciaal karakter aan het boven de 4000 meter door los zand en stenen omhoog ploeteren geeft.

Het niemandsland tussen Tadjikistan en Kirgizstan: grensoverschrijdend zoals je ziet.

Tadjikistan, tevoren niet gepland als deel van de route, was een erg apart deel van de reis, zeker voor een asfaltfietser als ik.

 

Van witte paleizen en gouden glimlachen

Potverdorie, er komt een kamelenrace in Tilburg! En potverdorie, het pand van de Weggeefwinkel bleek niet weg te geven, sterker nog, niemand wil het huren! Mooi om in Verweggistan toch komkommertijd in Tilburg mee te kunnen maken. Ook dat pleit ervoor, dat TilburgZ moet blijven! Laten we wel wezen, de meeste dieren hebben het in Nederland slechter dan in de landen waar ik vertoef, maar over de bio-industrie wordt met geen woord gerept. Waarna we weer eenkiloknaller uitzoeken in de supermarkt. Kamelen, daar maken we ons druk over. Knuffel-activisme, zeehondjesjongen-natuurbevlogenheid. En Weggeefwinkel Noppes: hier blijkt Naber een hele scheve schaats te rijden, voor straf 10 extra butsrondjes op de kameel en samen met Noppes een nieuw tijdelijk pandje uitzoeken, lijkt mij. Ze hebben vast iets moois weg te geven.

In Mashad, Iran bleek ik te lang op mijn Turkmeense transitvisum te moeten wachten. Op donderdag en vrijdag een dicht consulaat dus op zaterdag kan ik het visum afhalen. Maar het Iraanse visum loopt op vrijdag af en kan ik ook niet verlengen op donderdag en vrijdag. Dat krijg je met 12 Imams in je godsdienst: altijd heeft er wel 1 een geboorte- of sterfdag om te vieren en vrijdag is het Jom’e, dus dan werk je sowieso niet. Voor overheid of consulaat dan, alle zelfstandigen zijn elke dag open van vroeg tot laat. Ik kan makkelijk een dag illegaal in Iran verbljven zo blijkt aan de grens, men wenst me een goede reis en rept er niet eens over, geen boete, niets!

Turkmenistan heeft van de Sovjet-tijd het strakke regime overgenomen. Megalomanie is dit regime niet vreemd. Vooral de hoofdstad staat vol met protserige witte marmeren paleizen. Niet in gebruik, evenals de grote parken waar geen mens in mag. Ze worden volop bewaterd, terwijl het hele land kampt met een enorm watertekort. De oude president, ‘Turkmenbashi’, liet in de hoofdstad Ashgabat een groot gouden standbeeld van zichzelf plaatsen, dat altijd met de zon meedraait. Helaas is dat onder de nieuwe president verdwenen. Zou Tilburg het niet kunnen krijgen voor de Hasseltrotonde?

In Turkmenistan valt al fietsend vooral de hitte op. Ik start elke dag vroeger, de laatste ochtend om half 3. Een uur fietsen in maanlicht (bijna een kameel geramd), dan anderhalf uur wassend daglicht alvorens de zon zelf (helaas) weer opdoemt. Slapen: wildkamperen op het 3 meter hoge dak van een theetafel, omdat er slangen kunnen kruipen. De boer nodigt me zelf hiertoe uit. Tweede dag bij een doodarm maar gelukkig boerengezinnetje: zij buiten en ik in de aircokamer. de zoon leert me hoe mijn Bluetooth werkt op mijn telefoon: achterlijk zijn ze hier niet, alleen hun leiders! Nog in het donker langs de blaffende hond en de politiepost gefietst, bij nader inzien helemaal niet slim, zeker niet in dit land. Zowel hier als in Uzbekistan is de bevolking niet vrij om te gaan en te staan waar zij wil, zelfs niet in het eigen land. Vandaar al die politieposten met betonblokken op de weg. Het lijkt verdorie de Tilburgse binnenstad wel, of is die Cityring nu eindelijk af? De vierde dag moet ik noodgedwongen om 11 uur stoppen met fietsen: 40 graden. Bij het ‘ restaurantje’ (soep met schapenbot) is een ruimte met airco. Om 3 uur is het 49 graden, in de schaduw! De laatste dag moet ik door de middaghitte door, want het visum loopt vandaag af. Een kwartier voor tijd bereik ik na 164 km en fikse tegenwind de grens en ontloop zo 1000 dollar boete. Of zouden de Turkmenen net zo soepel geweest zijn als de Iraniërs? Ik hoef het niet te weten en neem uitgeput een taxibusje naar Bukhara, Uzbekistan.

Bukhara en Samarand, op de vermaarde zijderoute. Waren eigenlijk deel van Tadjikistan, maar Stalin trok een streep en toen was het Uzbekistan. De hele regio is door deze verdeel- en heerstactiek beïnvloed. Ook de Kirgizische en Kazakhse grenzen zijn erg arbitrair. In een regio waar juist samenwerking zou kunnen helpen, staan dit soort conflicten positieve ontwikkelingen veelal in de weg. Zoals Tilburg en Gool, zeg mar. Om over Unent maar te zwijgen… Deze twee steden zijn echt wonderschoon, ze ademen honderden jaren geschiedenis, geen strenge Islam zoals blijkbaar de Tempels van de Haat in Limburg wel doen. Wat de hele reis door dit islamitische gebied opvalt, is de enorme verdraagzaamheid en gastvrijheid van de meeste mensen. Het mag haast een wonder heten, dat het ndanks de interne verdeeldheden, de lukraak bij elkaar gezette volken en stammen en de post-sovjet frustraties eigenlijk zelden uit de hand loopt in dit gebied. De mensen in Uzbekistan blijven me maar begroeten en “Odkuda?” roepen (“Waar kom je vandaan?”). Ik blijf dit ook viendelijk beantwoorden, al slipt er weleens een “Norht-Korea” doorheen als het me teveel wordt. Wat opvalt in Uzbekistan: de tandarts zit duidelijk niet in het ziekenfondspakket hier. “Het Land van de Gouden Glimlach.”

 

Het land van terreur, haat en tsunami’s

Iran, eindelijk fiets ik Iran binnen. Eerst nog over een leemmodderweg in Turkije, waardoor de modder nog in mijn oren zit.
De binnenkomst duurt lang. Twee uur wachten, omdat de Turken blijkbaar niet voor electriciteit kunnen zorgen. Dan de ongetwijfeld zware grenscontrole: een breedlachende man wuift me zonder een blik op alle tassen door en roept: “Welcome to Iran”.
Plotseling word ik inderdaad op de weg aangehouden, meteen de eerste dag. Een mooie meid van 18 stapt uit de auto en zegt: “I had to tell my father to stop, I can’t believe my eyes, a real world cyclist in my own town, I have to talk to you.”
Ourumiyeh, ruim een miljoen inwoners, maakt een erg luxe en westerse indruk. Veel luxe winkels, mooie gebouwen en vele N-Donalds (dezelfde gele boog maar dan niet herhaald), ” Kentucky Fried Chickens” en andere westers aandoende eettenttjes. Weliswaar zijn de meeste winkels dicht wegens Jom’e dat op vrijdag valt, de zondagsrust viert hier op vrijdag hoogtij. Maar euro’s wisselen tegen de Iraanse Rials lukt gelukkig wel. 10 Rial is 1 Toman. De overheid hanteert altijd de Rial als rekeneenheid, de bevolking gebruikt Toman, een stilzwijgend verzet?

Wat mij vooral opvalt, is de open en relaxte sfeer op straat. Waar ik veel politiecontrole, leger en Republikeinse gardemannen had verwacht, zie ik vrouwen die redelijk veel (met henna geverfd) haar tonen vanonder hun hoofddoek, mannen in T-shirts en poloshirts. Iedereen lijkt te doen waar hij zin in heeft. Dat dat niet helemaal zo is, snapt iedereen, maar de sfeer is niet onderdrukkend of teneergeslagen.
De meeste Irani-ers hebben helemaal geen hekel aan Amerika, ze houden van dat land en zijn inwoners. De haat tegen Amerika wordt gepredikt door de zot Ahmaminedjad. Bij het openen van een stuwdam (ik heb er enkele in aanbouw mogen aanschouwen; daar kan Nederland qua streven naar duurzame energie nog een fikse punt aan sabbelen!) beweerde hij, dat het uitblijven van regen in Iran een westers complot is. Prompt begon het te regenen…

Helaas zijn er nog tal van economische boycots van kracht tegen Iran. Helaas heeft de Republikeinse islamitische kliek ook veel economische belangen in handen. De macht van textielbaas en pastoor in 1 hand. Helaas is zelfs dansen verboden, maar op Jom’e tijdens een picknick aan een riviertje kan alles, dan kan zelfs ik Iraans dansen.
“Welcome to Qom, the centre of Jihad and Insight”, een groot bord bij binnenkomst van deze islamitische bakermat in Iran, waar Fatima, de zus van 1 van de 12 Imams begraven is. Ik word hoffelijk ontvangen in het tempelcomplex door 2 Mullahs. Ze vertellen me, dat bij het einde der tijden de twaalfde Imam samen terugkomt met Jezus. Welke christen weet dit? Geert Wilders wil het vast niet weten, liever niet kijkend dan verblind door de echte waarheid.
De mullahs vertellen me, dat in Qom 80.000 studenten uit meer dan 100 landen, waaronder 30% vrouwen, les krijgen in Farsi, de iraanse taal, en uiteraard de Koran bestuderen. Dat is dus die Jihad van dat welkomstbord, de wereld in om de vijand te overtuigen, oftewel op missie. Hoeveel oudooms en wellicht ooms van Wilders hebben hetzelfde gedaan of doen het nog?
De uitnodiging ook te komen sla ik af met: ” No thank you, I studied over 13 years and now I study real life”‘ hetgeen2 mooie glimlachen oplevert. Een mullah vergezeld me mee naar buiten en geeft toelichting bij alle gebouwen en pleinen. De moskees en tempelcomplexen in Turkije en Iran maken minstens zoveel indruk op me als alle kerken, die ik in Europa heb mogen aanschouwen. Bij de spiegelingang beweert de mullah: “Als mensen eindelijk dit complex in Qom bereiken, vallen alle zorgen van hen af, ze voelen zich totaal vrij. Prompt komt een bewaker en schreeuwt tegen een meisje, dat al flirtend met me iets teveel haar toont: “Bedek je haar weer met je Chador!” Ik vind de timing perfect en het te beschamend voor de Mullah om hem op dit moment aan te kijken.

Ik overnacht in Qom bij de familie van Ali Reza, een jonge fietser die nog eens de Tour de France wil fietsen. Zijn neef reed met Team Bank Melli Iran de Ronde van Japan, kuiten als kanonskogels. Na het avondeten komt hij terug uit de tuin met een voor mij geplukte roos, prachtig gebaar zonder enige bijbedoeling. In de ochtend wordt ik overladen met eten voor onderweg, zoals telkens weer. Menigmaal word ik thuis uitgenodigd, te vaak om er altijd gehoor aan te kunnen geven. Vooral de vijfdaagse trip vanuit Teheran rond de Damavand naar de Kaspische zee en weer terug via Shemshak, klimmetje tot 3250 meter, maakt door de hartelijkheid, vrijgevigheid en gastvrijheid een onvergetelijke indruk. En welk land heeft hotels aan de kust met de naam “Regen”? Irani-ers zoeken de kust op om een week door de regen te kunnen lopen, ongelooflijk.

Esfahan is betoverend. De stad, weer meer dan een miljoen inwoners, is enorm groen. De Jam’e moskee is nog mooier dan ik vooraf verwachtte en ook het grote plein in de stad is overweldigend. Tot diep na middernacht picknicken, volleyballen, kletsen, is dit die islamitische terreurstaat die de PVV graag aan zou vallen? Helaas is de rivier drooggevallen omdat 2 metaalfabrieken en de landbouw voor de stad al het water gebruiken. Leuke theehuizen aan die rivier, waar net wat teveel vrije geesten bij elkaar kwamen, zijn allemaal gesloten, zo vrij als in Nederland waar je gewoon een Turks theehuis of Moskee kunt bouwen en runnen is Iran helaas nog niet. Maar internet en satelliet-tv zijn niet te stoppen. Voor mijn gevoel staat het islamitische regime voor een onmogelik dilemma: beperken ze de ontluikende vrijheden van terugtrekkende hoofddoeken en meer en meer westerse invloed weer, dan volgen er denkelijk massale protesten en verliezen ze, na veel oproerdoden, hun machtsbasis. Laten ze de vrijheid verder ontluiken, dan komen uiteindelijk hun economische belangen in gevaar. Maar dan zou er een prachtige groene fluwelen revolutie kunnen ontstaan, waarbij de prachtige, hoffelijke en gastvrije bevolking gaandeweg de democratie krijgt, die het al ruim een eeuw verdient. De tijd zal het leren.

 

Onderbuikgevoelens

Het leven (van een fietser) gaat niet altijd over rozen. Stukje dagboek: Was alweer zwaar om hier te komen, ik kan Kahta denk ik fietsend niet bereiken. Hoop op mazzel, ga wellicht liften aan de weg, weet het ook niet. Totaal geen energie. Rug doet pijn, wat zijn dit vreselijke dagen.

Fragment 2: …Lift genomen tot 10 kilometer verderop, terwijl ik een goede liftplek in de schaduw had: fout 1. De chauffeur vond, dat de fiets “Okay” stond. Mijn fiets niet gezekerd met de spin, terwijl het gewicht grotendeels boven de rand van de pick-up uitstak, fout 2. Onderweg, terwijl de chauffeur harder en harder reed, wel 7 keer gekeken of de fiets er nog was. Bij 8e keer: fiets weg. Gedachte aan eerste vliegtuig naar huis flitst door mijn hoofd. Fiets viel nog geen kilometer voor de plaats waar de man moest zijn, lag midden op de weg, met 3 tassen en eten eromheen verspreid. Sporttas opzij kapot geschuurd, tot op het lenzendoosje asfalt, achtertas 3 gaten, een stuk van een trapper afgebroken, het voorwiel heel erg verwrongen en de stuurtashouder helemaal scheef. De man vertrekt zonder excuses. Paar keer flink en hard gevloekt…

Het kan verkeren. Ondanks de ziekte maakt het bustripje naar Nemruth Dagi veel indruk. Samen met een man van een jaar of 80 bereik ik de top wandelend. Twee Duitse medepassagiers op de Nemruth Dagi-trip vertellen begeesterd over hun bezoek aan Yuksekovsa, Hakkiri en Van in hartje Kurdistan. Ze sympatiseren duidelijk met de PKK en haar streven naar zelfstandigheid. Ze verafschuwen het rucksichtslose uitmoorden van PKK-ers en soms zelfs hele dorpen door het Turkse leger en het rigoreuze optreden in Kurdistan door het Turkse leger en de Turkse politie.

Diyarbakir, de voorbestemde hoofdstad van een groot, zelfstandig Kurdistan, maakt een dubbele indruk. Menig oudere man draagt hier de traditionele Kurdische pofbroek met laag kruis. Politie rijdt hier alleen rond in pantserwagentjes: auto, motor, per fiets of te voet is te gevaarlijk voor ze. De oude binnenstad is boeiend en compact, maar buitenwijken ervan voelen unheimisch aan, een deel van de bewoners daar is ronduit onvriendelijk en op beroven en zakkenrollen uit. Een jochie weet met 8 Lira aan de haal te gaan, maar een meisje van 5 trekt bij mijn wegslenteren aan de broekspijp en geeft het briefje van 5 Lira terug. Dat had de bandiet-net-uit-de-dop nog laten vallen ook. In een kerk steek ik een kaarsje aan voor zijn zieleheil. Schade: 1 euro 40 en een flink beschadigd beeld van de Turkse openheid en gastvrijheid.

Nog steeds herstellende, moet ik noodgedwongen de bus nemen tot Van aan het Van-meer. Na een goede nachtrust aan het meer kan het fietsen weer beginnen. In Hosab brengt toiletbezoek wat bloed en de schrik om het hart met zich mee: het zal toch niet…… Medische sites checkend op internet wordt ik misselijk en zweterig, ik vraag mensen naar een dokter en ziekenhuis, maar niemand die me helpt, zoals de fantastische man in het ziekenhuis van Adiyaman. Het ziekenhuis is dicht en ik fiets met verse spullen om te koken het hotel-, hulpvaardigheids- en gastvrijheidsloze dorpje uit.

Het kan verkeren. Een kilometer buiten het dorp spreek ik in de schemer een man aan bij een groot alleenstaand gebouw. Hij noodt me tot binnenkomst in dit TCK-gebouw. De TCK is de wegenbouwclub van Turkije en ik ben ze al menigmaal dankbaar geweest voor de goede nieuwe wegen die ik mocht befietsen, vooral als ze halfweg waren en ik 20 kilometer strak nieuw asfalt voor me alleen had. Vierentwintig pedaalslagen met ogen dicht is mijn record… De 15 wegenbouwers onthalen me met avondeten, thee, een warme douche en een goede nachtrust. De onderbuikgevoelens bleken vals alarm, fit kan ik mijn reis door Kurdistan vervolgen.

In een stad verderop verneem ik een verhaal van de keerzijde van de Kurdisch-Turkse medaille. Een Turkse leraar moet van de Turkse regering 3 jaar lang in een Kurdisch stadje lesgeven. De helft van zijn salaris gaat op aan de huur van een gedeelde hotelkamer, waarvan de deur elke nacht op slot gaat uit angst om vermoord te worden. Twee maanden eerder zag hij een Turkse politieman gelyncht worden door een menigte. Twee weken eerder kreeg hij ruzie met 6 Kurden, hij brak een neus en een kaak bij 2 jongens en voelt zich daar schuldig over. Voor hij naar Kurdistan moest, vond hij het vrijheidsstreven van de Kurden terecht en had hij zelfs sympathie voor Ocalan en de PKK, dat is nu anders.

Geen kant hoeven kiezen is een grote luxe, me bevrijd voelend van de ziekte en tegenstrijdige gevoelens over Kurdistan, fiets ik naar de Turks-Iraanse grens.

 
« Older posts

© 2020 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑