KutBinnenlanders.nl

Maand: augustus 2011 (Page 1 of 8)

Doodwensen

Het liefst zou ik Loes Dielissen doodwensen. Maar zelfs op wensen schijnt tegenwoordig een straf te staan. En straf wil ik niet. Vooral niet voor wensen. Straf verdien ik niet. Nee, Loes heb ik nodig. Voor mijn programma. Ze moet blijven leven. Zelfs al is ze nog zo’n onverbeterlijke, valse nitwit dat het niet leuk meer is. Zelfs voor een grote fan van schadefreude.

‘Loes Dielissen liet zich woensdag op heldhaftige wijze bij de fontein fotograferen,’ luidt het o zo rake onderschrift. Op de foto zien we Loes Dielissen aan de rand van de fontein met een vingertje wijzen. Omhoog. Naar God? Wijs kijken haar kraaloogjes de lens in. Een iconisch beeld. De ultieme dombo gevangen. Symbool van de immer voortschrijdende infantilisering van de toch al niet als intelligent bekend staande Tilburgse dorpspolitiek. Ja, het kan nog debieler! De zesde stad van Nederland heeft politici die je ervan verdenkt hun eigen schoenveters nog niet te kunnen strikken. Ze gooien mensen in het water, noemen dat rechtvaardig maar zijn te laf om zich bekend te maken. Het slachtoffer schepen ze af met een valse naam en telefoonnummer.

Domheid is nog niet zo erg. Niet iedereen kan er wat aan doen dat hij dom is. Niet iedereen kan het helpen dat hij zijn taak niet aankan. Maar laffe domheid, pure stupiditeit met een valse ondertoon moet met alle geweld worden bestreden. Gelukkig is het mogelijk. Als je maar een plan hebt. Een programma.

Het idee dat politici het ‘goede voorbeeld’ moeten geven is al bijna weggesleten. Ik geloof niet in dat ‘het volk de politici krijgt die het verdient’. Kijk naar Tilburg. Geen enkel volk, hoe rot ook, verdient politici à la Dielissen. Dat bestáát gewoon niet. Zo ziek is de wereld nog net niet volgens mij.

Dat de volgende dag niet 5.000 TIK studenten, papa’s en mama’s het stadhuis bestormden onder beestachtig gejuich om dat kittige, lege hoofdje van Dielissen te soppen, is een gemiste kans. Veel leuker dan tien kamelenraces bij elkaar. Ik vind: de rest van het jaar moet ze iedere ochtend gejonast worden. IJs of laag water, het doet er niet toe. Ze gaat iedere ochtend de plomp in met heel haar heldhaftigheid.

Laat Loes de eerste zijn in een heropvoedingsprogramma voor locale politici dat een voorbeeld kan zijn voor de hele stad en de Nederlandse samenleving in het algemeen. Waterboarding, elektrische schokken en corrigerende tikken om de politieke klunzen en de ratten opnieuw op te voeden. Als we ze mogen kiezen, mogen we ze ook corrigeren. Zelf roepen ze ook om orde en tucht. Dit is een democratie. Voor het grotere goed, het welzijn van de stad, moet het individuele belang wijken. Laten we de dorpspolitici een upgrade geven door tough love.

Ze verdienen het. Ze vragen erom.

 

Bananarama Consultancy // Kopieerneger

 
Otto, de vermaarde president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy BV, broedde op een concept toen daar de kopieerneger aan kwam lopen. ‘Hallo, kopieerneger’, zei Otto.
De kopieerneger zei: ‘awukuwukuukukubukuwukuwuku’ of iets in die trant. Het gaat om de intentie waarmee er gesproken wordt. En die was goed. De neger lachte er stralend bij. Daar houden ze van, lachen. Het zijn vrolijke mensen. Die bovendien bijzonder lenig waren en van trommelen hielden.
Otto knikte. ‘Jaja. Heel goed, heel goed. Ga zo door.’ Hij was in zijn sas met de kopieerneger. Negers waren goed in het bedienen van het kopieerapparaat. En passant deed hij de fax er ook gewoon bij. De man die stelde dat hij nooit negers aannam, moeten ze voor zijn kop slaan. De racist. Een beetje neger is een artiest op A4 formaat. Ze doen dat nu eenmaal veel sierlijker dan de blanken. Die rommelen maar wat aan. Ze hebben geen gevoel voor grijstinten en die streepjes die bepalen of iets A4 of A5 is.
En heb je weleens een blanke een cartridge zien vervangen? Hij bedoelde maar. Nee, van Otto geen kwaad woord over de kopieerneger.

 

Cultuurkiller (28)

Noordholten keek Albert van schuin boven zijn leesbril aan. “De Muskiet, zei je ? Ik heb je naam hier eerder gehoord. Jij bent die neuzige reporter van dat lokale sufferdje. Je kunt de samenwerking van dit korps voorlopig vergeten, De Muskiet. Men heeft hier strenge instructies van mij ontvangen geen verdere persmededelingen te doen.” Albert’s ogen schoten vuur. “Vrijheid van de pers betekent opeens niets meer, begrijp ik ?” blafte hij richting de inspecteur. “We zijn klaar hier, De Muskiet. Dit gesprek is voorbij. Persmededelingen zul je vanaf heden rechtstreeks van mij ontvangen. De hele zaak ligt te gevoelig om aan een halfbakken roddeljournalist van een kattebak-tabloidje z’n neus te gaan hangen.” Hij wenkte een agent die demonstratief naast Albert kwam staan. “Een goedendag verder.”

Stil grommend volgde Albert de agent het bureau uit. Wat een idioot ! Hij troostte zich met de gedachte dat hij zowel van de zaak als van de stad waarschijnlijk veel meer afwist dan die bovenrivierse kwal. Buitengekomen sloeg hij meteen rechts en liep met stevige tred naar de bibliotheek. Een kort tussen de grijze wolken doorschijnend zonnetje stak hem een hart onder de riem.

Cees ijsbeerde door zijn appartement. Gekooid als een tijger en met een klemmend gevoel in zijn borstkas. Het was wraak, wat hem overkwam. Het was koud en berekend, met chirurgische precisie. Eerst zijn partner, nu zijn titulaire opvolgster, zodat hij zijn opdracht niet kon volbrengen. Vervolgens die stomme hond, waarschijnlijk om het viswijf te overstuur te maken om nog nuttige informatie te kunnen geven. Zijn opdracht én het vinden van de dader zaten muurvast. Opeens stopte zijn furieuze tapijttred. Verbaasd keek hij de open badkamerdeur in. Zijn kraan was begonnen met druppen. Onmogelijk, dacht hij bij zichzelf. Het is midden op de dag, en die kraan drupte enkel om kwart over één ’s nachts.

Hij gluurde door het spionnetje van zijn deur naar buiten. Voor zover hij kon zien was er niemand op de balustrade van zijn appartementencomplex. Voorzichtig opende hij de deur en keek naar beide kanten. Niemand. Hij verliet stilletjes zijn flat en liep naar de ramen van zijn buren. De buren aan de kant van zijn badkamer. Hij wist niet wie ze waren en er had ook nooit een naam op de deur gehangen.

De ramen waren vies. Hij luisterde eerst zachtjes of hij iets binnen hoorde. Niets. Toen drukte hij zacht zijn handen op de ruit en gluurde naar binnen.

Zijn huid trok strak van de schok. Hij zag schoenlepels. Muren vol met schoenlepels.

 

Dat is het leven (36)

Rio was toen nog echt de beste haven voor een zeeman.

Rio Cristusbeeld bij nacht.
Dikwijls heb ik jaren er na nog dromen over dit mooie uitzicht gehad.Het staat dan ook als een vaste herinnering in mijn geheugen.

New York New York.

De reis ging van Zuid Amerika verder naar Noord Amerika.Plaatsen als Boston/Philadelphia en New York zouden we aan doen.Na enige tijd kwam ik daar via de Hudsonbaay New York binnen gevaren.Daar de Dollar vrij hoog stond op ruim 4 gulden was er voor mij weinig te besteden.Wat een mooi gezicht dat vrijheidsbeeld in de baay.

Vrijheidsbeeld New York.
Ik verdiende tenslotte het laagste gage aan boord van de Kermia.Maar ik besloot toch om samen met de Koksmaat Andre even de wal op te gaan.We namen de ondergrondse trein naar Times SQuare het hartje van New York.Times Square ligt aan de kruising van Broadway en de Seventh Avenue.
We moesten ook wel eens de kok helpen.Bijvoorbeeld als er voor 52 man boontjes moesten worden gedopt hielpen de bemanning van afdeling civiele dienst een handje mee.We zitten hier op het achterschip boontjes te doppen.

Ook met Piet van de Ende die later zelf chef kok is geworden op de koopvaardij heb ik later nog contact mee gehad 50 jaar na mijn vaartijd..

 

Zomergasten recensie: Guy Verhofstadt

Irene raasde over North Carolina en we hadden Guy Verhofstadt de hele avond op TV. Als kind werd zijn mond afgeplakt omdat hij teveel kletste, en je zag in de ogen van Jelle dat hij dat drastische middel maar al te graag zo nu en dan tot zijn beschikking had willen hebben. Eenmaal op gang, was Guy-spraakwaterval-Verhofstadt niet meer te stoppen.

Hij had een missie natuurlijk: Europa verkopen aan de Nederlandse kijker. De Nee bij het referendum zat hem nog hoog, hij moest en zou het geweldige van de nieuwe federale unie openbaren. Dus kregen wij ruim drie uur Europa talk. Wat eigenlijk wel meeviel, niet in de laatste plaatst dankzij zijn charmante voorkomen. Eigenlijk is hij afzichtelijk om te zien – met die Neus, met die jampottenglazen op die Neus, met die kleine oogjes achter die jampottenglazen – maar de aanbiddelijke konijnentandjes (“Ik wou geen beugel”) maken veel goed. En hij zuipt gewoon rode wijn: hij heft het glas en roept “Proost!”– tenminste geen asceet zoals zijn voorgangers, die wel een glaasje hadden kunnen gebruiken (in ieder geval some of them).

Van alle leuke dingen die op TV te zien zijn kiest hij als binnenkomer een ellenlange begrafenisstoet gevolgd door een scene waarin een hyperactieve Donald Sutherland een kitten vermorzelt met zijn blote voorhoofd. Het poesje moet het symbool zijn van de communisten, Donald voor de fascisten die, as we speak de kop opsteken in Europa (daarom dit filmpje). Donald zegt dan met gevoel voor drama: “The only thing to be feared is fear only”, al het onomstotelijke bewijs van het tegendeel bewijzend. Dat waarschuwen zou een rode draad in de uitzending worden. We kregen een preek van Mitterand voorgeschoteld, die het Europees Parlement aanmaant om elkaar te omarmen: “We hebben allemaal redenen om een ander land te haten […] . Laten we deze haat niet doorgeven, maar het vertrouwen in de verzoening”. Dat klinkt vooralsnog aannemelijk. Maar dan: “Mijn land is niet nationalistisch” – hij heeft duidelijk gevoel voor ironie. “Il faut vaincre ses préjugés”, en de klap op de vuurpijl: “Le nationalisme, c’est la guerre.” Guy pakt dat op: “Nationalisme is een uitvinding van ons Europeanen, uit de Napoleontijd”. Nou, dat lijkt me enigszins overdreven. Japan kon er destijds ook wat van, hoor, als ariërs uit het Oosten, en wat te zeggen over China, die zich duizenden jaren heer en meester waande in the other side of the earth. Niet voor niets schrijf je China met de karakters voor “rijk van het midden”. Land van het midden, jongens, het land waar alles om draait, het centrum des Welts. Maar goed, het is Europa talk tonight, dus vergeten we die vervelende verre landen wanneer het ons uitkomt. We halen ze straks wel bij als het nodig blijkt te zijn. Jelle, die zich kranig staande houdt in die verbale storm: “Is Europa niet medeverantwoordelijk voor de opkomst van het populisme?” Pats.

Uit beide speeches, die van Mitterand en die van Guy, maken we op dat nationalisme een heet hangijzer is geworden, het mag niet meer in Europa. Nationalisme is TABOE in Europa. Terwijl, als je de grondwet die we destijds voorgeschoteld kregen goed leest, je niet anders kan concluderen dat Europa als één supernationalistisch orgaan is bedoeld: geen strijd TUSSEN DE STATEN onderling, maar wel een keiharde muur eromheen. Als de kiezers destijds dit hadden begrepen, dan hadden ze zich waarschijnlijk twee keer achter de oren gekrabd voor ze de grondwet wegstemde. Grondwet die, vermomd als het verdrag van Lissabon, later toch door onze neus is geboord, zonder vlag en zonder het muziekje van Beethoven om de Nederlanders te behagen, leren we vanavond van Guy. WAT EEN CONCESSIE. We zijn diep dankbaar.

Kortom, dat gelul over nationalisme is pure retoriek. Het is net als de definities van altruïsme vs egoïsme. Als je doorgraaft is de grootste altruïst toch egoïstisch, omdat hij of zij altijd een bepaalde groep voor zal trekken. Het zit hem in de grootte van die groep. Is die gereduceerd tot één persoontje – hemzelf – dan is die een mega-egoïst. Is de groep gelijk aan de aardbol, dan hebben we te maken met een altruïst, zonder meer. Tot er hele lieve buitenaardse wezentjes te voorschijn komen die één bij één gemarteld en afgemaakt worden in naam van diezelfde wereld waar we toebehoren. Ja, wat ben je dan? Hoog tijd trouwens, voor een vijandige aanval from outer space. Niets beter dan dat om de klokken gelijk te zetten op onze verscheurde aardbol waar de zo gewenste broederliefde te lang op zich laat wachten. Dan weten we niet hoe snel we het wereldnationalisme hoog in het vaandel houden. Helaas, moeten we het nu doen met “enkele grote imperia (China, de VS etc…). Kleine natiestaten kunnen niets meer.” Waarbij ik elke keer “nazistaten” begreep. Ik heb sowieso altijd grote moeite de Belgen (en de Drentenaren, de Brabanders, de Veluwenaren) te volgen dus het kan heel goed zijn dat geen enkele van de quotes die ik opgeschreven klopt. Misschien zijn ze stuk voor stuk ontsproten aan mijn overactieve fantasie. U zijt gewaarschuwd.

Nog een fragment: Een marktkoopman uit Tunesië die zichzelf in brand stak omdat hij niet meer tegen de treiterijen van de corrupte ambtenaren kon, waaraan hij bakshish weigerde te betalen. Op zijn kist lag de vlag van Tunesië. “Niet de vlag van de Islam” (wat dat ook moge zijn), lichtte Guy toe. Wat het bewijs is dat de islamofascisten geenszins instigators van de Arabische lente zijn, dat de angst van Europa hiervoor ongegrond is . En ik al die tijd denken dat de Europeanen bang waren dat de Islamisten zouden profiteren van het machtsvacuüm dat steevast zal ontstaan. Ik ben volkomen gerustgesteld. Jelle: “U heeft Khadaffi ontmoet. Hoe voelde het om de hand te schudden van iemand van wie u wist dat hij een moordenaar was?” Een vraag die ik graag aan Uri Rosenthal zou willen stellen, nu blijkt dat hij blijmoedig zaken gaat doen met onze eigen “molenaar” Desi Bouterse (“Bouterse molenaar” schreeuwden zijn tegenstanders, omdat het woord moordenaar taboe was. Of was dat iemand anders? Dat kan heel goed. Overactieve fantasie weet u wel…)

Hij probeert het nog even: “In Amsterdam zijn er 187 nationaliteiten” Waarop Guy een boek uit zijn binnenzak haalt en begint een beschrijving voor te lezen – wat hij verdomd blijkt te kunnen – van een plaats in pakweg Bulgarije die ooit een ware paradijselijke smeltkroes bleek te zijn geweest. Guy: “We moeten af van de idee van Europa als een verzameling van nationalistische eilandjes, anders zullen we een DEMOCRATISCH DEFICIT voelen.” Wat dat was, een democratisch deficit, is vast en zeker aan de orde geweest, maar ik kon dat in de 3 uur durende staccato woordenstroom niet ontwarren.

Jelle: “U loopt zo ver voor de troepen uit dat de mensen u niet meer zien.” (ondertiteling: “U praat te snel, u bent niet meer te volgen”). Hij kwam met iets leuks: de mythe van Europa, het meisje waar Zeus verliefd op was en voor wie hij zich (tijdelijk) in een stier veranderde. Jelle vroeg hoe het nou ook weer afliep met Europa. Guy wist het niet. Ik dacht subiet: slecht. In mijn geheugen was zij zelf in een koe veranderd en aan de hemel vastgeklonken. In werkelijkheid werd haar schoondochter op haar beurt verliefd op een stier (een echte), en zo werd Europa mooi oma van een afzichtelijk en bloederig monster, de Minotaurus. Laten we bidden dat dit geen voorteken is.

We kregen de massaslachting in Rwanda voor de kiezen, in de elegante vorm van een gestileerd stukje uit de film Hotel Rwanda – zoals Guy terecht opmerkte was de werkelijkheid duizenden malen erger. In Rwanda werden mensen geslacht op zulke gruwelijke wijze. Guy heeft het over bendes die een eerste keer langskwamen om de hand van elke dorpeling af te hakken, de volgende dag het been. Ik las destijds over zwangeren van wie de buik opengesneden werd en de vrucht door midden gekliefd, van moeders die hun baby in kokende olie moesten gooien. In het fragment zien we het Afrikaanse pendant van Srebrenica: een horde Tutsi’s komt aanlopen aan de arm van Belgische christenen, journalisten e.a., maar worden geweigerd uit de bus die de buitenlanders moet evacueren. De Tutsi’s, waaronder vele kinderen, worden door de eigenaar, een gematigde Hutu, naar Hotel Rwanda geleid met de woorden: “Go to the hotel, we will take care of you. Don’t be afraid.” Hier gaat een akelig belletje rinkelen, niet waar. De VN heeft de blauwe helmen terug geroepen uit het gebied, in plaats van het onderdrukte volk aldaar te beschermen. De Fransen deden er een schepje bovenop: ze hielpen zelfs de Hutu’s onder het mom van francofilie. Guy is daar bitter over. “De Europeanen met onze grote woorden over democratie en vrijheid… Als puntje bij paaltje komt bij de grote drama’s van de 20ste eeuw deden we helemaal niets: de Cambodjaanse genocide, de Shoah…” (Hij stopt net voor hij de Armeense genocide noemt, gelukkig, want dat is taboe in Europa, vanwege de gevoeligheid bij de Turken). Hij heeft zijn excuses voor Rwanda aangeboden, wat volgens hem wel degelijk heeft geholpen voor de verwerking van het drama. Voor Srebrenica heeft Nederland zich nooit verontschuldigd, valt Jelle hem bij.

De bankcrisis werd erbij gehaald: we kregen een spoedcursus macro-economie. De huidige malaise begon in IJsland. Dat land had de grote fout gemaakt om drie banken te privatiseren. Die banken hebben zich vervolgens volgevreten op allerlei mogelijke manieren, ze leenden bijvoorbeeld 10 keer het BBP van IJsland, onder het goedkeurend oog van vadertje staat, die de bankieren uit eten nam om ermee te pronken, blij dat ze het zo goed deden. Dat gebrek aan controle is de basis van de crisis, zo leerden wij. Er vlogen neologismen als “het ponzischema”, “Basel I”, “Basel II” en “Basel III” voorbij, en we kregen er zelfs een heuse tip bij: “Een gedifferentieerde portefeuille van aandelen, obligaties en spaargelden is de basis van een gezond pensioenregeling”, legt Guy uit, de enige liberale politicus zonder beleggingspakket (Hij voelt zich “onrustig”bij aandelen). Voor het oplossen van alle mogelijke Europese problemen heeft Guy een panacee paraat: De Europese obligatiemarkt. Als die zou komen, dan zouden alles sores als sneeuw voor de zon smelten. Want, zo legt hij vurig uit: “Hoe groter de obligatiemarkt, hoe liquider, en hoe lager de rente.” Hij wil naast de monetaire unie ook een echte financiële en fiscale unie creëren. Iets wat ik in mijn onnozelheid dacht al lang te hebben, maar dit ter zijde. Die obligatiemarkt zou ons evenwel verlossen van alle mogelijke kwaadaardigheid of zelfs nonchalance van de lidstaten: bij elke misstap zouden ze uit die Europese obligatiemarkt geknikkerd worden. “Dat zou een echte sanctie zijn”. Waaruit ik lees dat we die nu niet hebben. Een geruststellende gedachte.

Tussen al die ecopolitieke misère kregen we de verplichte leuke stukjes. Wat ik het vetste vond was die man die een ongeluk had gehad waardoor hij het met één arm moest doen. Hij had een trucje bedacht om zijn gazon door te blijven maaien – het ei van Columbus als u het mij vraagt – een paal in het midden van het veld met een lang touw aan de grasmaaier vast, die dan vervolgens rondjes gaat lopen draaien. Steeds kleinere rondjes, tot hij bij de paal komt. Dit had niets maar dan niets met Europa te maken, maar met de moeder van Guy, al kan dat ook heel goed een verzinsel zijn van me, vrees ik achteraf. Dan The making of een kunstwerk van An Weiwei: een vloer, niet van pindakaas maar van miljoenen kleien zonnebloempitten. “Dat is de kern van de mens: wie we ook zijn, wat we ook doen bepaalt de wereld. ELK VAN ONS IS ZO’N PITJE.” licht Guy met een filosofisch gevoel voor drama toe. Dan nog iets over een abstract kunstenaar (je kan bij zomergasten echt niet aankomen met iets figuratiefs), en iets muzikaals: Orfeo van Monteverdi “Opera uit het begin, in zijn pure vorm, omdat een avond als deze in pure schoonheid moet eindigen.” De zangers: “Orfeo et Euridice, de een gebeten door een slang, de ander geveld door rouw.” De avond is begonnen met een begrafenis en eindigt met de dood van twee geliefden. Jelle deed er een reclameboodschap of his own erachter aan en keek tenslotte met een triomfantelijke blik de camera in: hij had het Zomergastenseizoen glorieus doorstaan.

Mij mag u op taart trakteren – ik heb hard gewerkt. Liefst een Puits D’Amour van Pâtisserie Stoher uit de Rue Montorgueil in Parijs, te bestellen via Vrouwke van Stavast. Alvast bedankt.

 

Terugkomen.

Samen een grote afstand overbruggen. De ene set wezens wordt er hechter op, ik en de kitten niet. Het heeft misschien ook te maken met dat ze hier ab-so-luut niet voor gekozen heeft. Ook niet voor zou kiezen. Van een klein maar intiem en volstrekt privéparadijsje-met-enkel-papa in Gent, naar een reusachtig-huis-met-meerdere-bewoners-inclusief-andere-katten in Tilburg. Overal vreemde geluiden en geuren, en die twee andere viervoeters die maar lopen te doen alsof zij hier ook wonen. De transitie gaat tot dusver niet geweldig: ze is al meerdere keren op de reeds hier wonende katten afgevlogen, en ze loopt te zenuwen en te stressen. Ik herken het. Ook voor mij gaat de overgang zwaar, terwijl het toch naar een bekende plek is.

De 130 km op de snelweg durf ik niet te beweren te weten wat er in de kitten omging. Maar zoveel als ‘haal me uit de cat carrier en stop hiermee want ik vind dit maar niks’ zou ik wel uit het klaaglijk gemiauw willen interpreteren. Bij iedere vorderende kilometer werd ook mijn hart wat zwaarder. Ik gaf het ditmaal echt op. Ja, natuurlijk kom ik spoedig nog even terug om ‘het kot’ op te kalefateren voor sleuteloverdracht, me uit te schrijven, vanalles op te zeggen en adreswijzigingen door te geven, maar komaan. Het is voorbij, ik heb de handdoek in de ring gegooid en ik kruip kilometer na kilometer nu over asfalt terug naar Tilburg. Met de staart tussen de benen.

Ik ben blij dat mijn beste vriendin me rijdt. Ze biedt troost, ook al is het voor haar ook niet gemakkelijk – zij is Gentse en ziet een van haar beste maatjes weggaan ‘naar het buitenland’. We hebben het misschien ‘slechts’ over 130km maar dat is toch minstens, in volgorde van lengte, anderhalf uur autorijden, drieëneenhalf uur treinen of een uur of zes fietsen mits niet verdwaald raken op de bar slecht aangegeven Belgische wegen.

Ik kom niet meer rond. Ik heb geen vooruitzichten in Gent, ook niet op het professionele vlak. Ik ben enkel nog ‘in de running’ daar voor jobs die ronduit onhaalbaar zijn qua praktische bereikbaarheid. Van de uitkering kan ik geen twee huishoudens meer onderhouden en mijn reserves zijn in ruim twee jaar vér opgesnoept. Dus. Keuzes. Mezelf in het rood storten als een gokverslaafde die hoopt met zijn laatste fiches nog een hele avond verlies naar winst om te zetten. Of. Realistisch zijn en beseffen dat Tilburg – nog – niet op te zeggen valt en Gent – nog – niet haalbaar is, toch zeker niet zoals het sinds 2009 gegaan is.

Ik wil het liefst onder mijn bed kruipen, in een angstige vrees dat ik helemaal de verkeerde keus maak. Ik heb een hernia doorstaan daar, werkeloosheid, aanrijdingen, eenzaamheid, ik heb in alle uithoeken van Vlaanderen gesolliciteerd, ik heb vriendschappen in diverse stadia tussen pril en verstevigd weten op te bouwen, en de kitten heeft exact haar portie ellende in die tijd meegekregen. Ik blijf haar kitten noemen, ondanks dat ze al ruim een jaar oud is. Ze miauwt nog steeds als een manipulatieve ‘kijk mij cute en zielig zijn’ kitten.

Maar misschien is dat stiekem wel onze band. En misschien botert het daarom niet. Omdat we hier nu allebei zitten met het gevoel dat dit één grote vergissing is. Maar omdat papa daar wél voor gekozen heeft en kittenlief niet.

Het gaat tijd kosten. En of ik er juist aan gedaan heb, ga ik vermoedelijk nooit zeker weten. Maar we zitten hier en we moeten het er maar mee doen. Ik hoop dat het goedkomt.

 

Cultuurkiller (27)

Cees zoog op een venijnige muggebult en zat zich te ergeren aan de walgelijke muziek die uit de oude, krakerige speaker kwam. Sinds de moorden begonnen had hij in zijn opbergruimte een oude wereldontvanger opgesnord, die hij in zijn jongere jaren gekocht had voor het geval hij ooit op een camping zou belanden. Uiteraard was hem dit ongelukkig lot bespaard gebleven en was de transistorradio tot op heden vrijwel ongebruikt gebleven. Je zag het er nochtans niet aan af, want in de bergruimte had er al alles tegenaan gestoten en overheen geschraapt. Het oude ding kraakte statische ethergeluiden terwijl het de wanstaltige muziekkeuzes uitbraakte van de lokale radiozender. Cees hield de radio aan. Hij had geen televisie en als er nieuws zou zijn, wou hij ervan op de hoogte blijven. Dus zat hij Let’s Talk About Sex uit tot het verlossende journaal-introotje klonk.

En zo vernam ook hij het ongelukkig lot van Rachel Verkest. Hij staarde verbijsterd naar het vel papier waar hij op aan het schrijven was. Zijn afscheidsspeech. Met een speciaal gedicht. Om de titel van Stadsdichter door te geven en als zodanig zijn handen vrij te krijgen voor… de opdracht die hij officiëel niet meer hoefde af te ronden. Hij knipperde met de ogen. Nog voor hij het erg kon vinden voor de jonge vrouw die hem zou opvolgen, raasde zijn hoofd met praktischere vragen. Wat had dit voor gevolgen ? Moest hij nu Stadsdichter áán blijven ? Als er immers geen opvolger is… Of erger nog, een verkéérde opvolger in allerijl geregeld wordt. Of zou dat te smakeloos zijn.. Wat hield dit in ? Zou dit zijn cultuurkill van het Stadsdichterschap ongedaan maken ?

Dat de moorden met hém te maken hadden, daar twijfelde hij allang niet meer aan. Iemand zat hem vanuit alle richtingen de pas af te snijden. Hij knarsetandde.

Inspecteur Noordholten was een lange man wiens verschijning capabiliteit uitstraalde. Albert mocht hem meteen al niet. Thijsbrandt Noordholten kwam van boven de rivieren. Speciaal vanwege de moorden. Omdat men boven de rivieren uiteraard dacht dat dit hele geval het politiekorps van dat zuiderse stadje wel de spreekwoordelijke pet te boven zou gaan. Met een arrogante houding keek hij naar Albert. Bovenriviers herkende bovenriviers. Ook Albert was niet ‘van hier’. Misschien dat hij daarom ook meteen zo’n hekel had aan Noordholten. En vice versa.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑