KutBinnenlanders.nl

Dag: 26 augustus 2011

Afscheid

Beste dames en heren van de media’s,

De tijd van gaan is gekomen. Na drie tropenjaren gaat uw stadsdichter u verlaten. Me dunkt, het heeft de stad een verentooi van mooie gedichten opgeleverd. 

Komende zondag zal mij in het Stadhuis uitgeleide worden gedaan onze burgervader, de heer Noordanus, en een boel poëzieliefhebbers. (Mag ik hopen op een lintje?)

U hoop ik daar dan ook te mogen begroeten.

Ik geef u nog iets mee. Een poëtisch presentje. Mijn allerlaatste stadsdichtersgedicht, ‘Afschèdswalz’.

Geniet ervan en tot zondag! Houdoe!

Hoogachtend,

Uw scheidend Stadsdichter 2009-2011,

Cees van Raak


(Noot van de redactie: U kunt afscheid nemen in het Stadhuis tussen 13u30-14u30. Koffie en cake.)

Afschèdswalz

de tijd van gaan is gekomen
uit de vrouw die ik poëzie ben gaan noemen
pèèrdeklôote, peut en peeschèève vielen mij ten deel
als een parnassus ben ik beklommen, zoemen
de complimenten door mijn jute kop

yo! wat nu toch begonnen met die jambes die op de loop gaan
met de geesten van de burgers van de schônste stáád
wie zal ze maken, de porseleinen rijmstok overnemen
wat zijn de mensen verwend met mijn verse verzen
mijn opgeschoonde opsommingen en kuis’ rijm

bijgeschreven in de kanon van de leijestad, gezien
als woordrijke nar, gehoord als revueartiest met allure
en dan ook nog rondgeleid over het hof van de toekomst
tilburg, je tikt er tegen en het is raak – en van ervoor
is altijd beter dan erna, van raak is de naam

doe maar smalend roezemoezen, publieken vol onvermogen!
om maar even te gedogen, mijn natgespogen woord
plagiaat mijn deel, eerlijke woordensmid, ridder te voet
voor de zwijnen ermee, tilburg schopt liever
een divisie lager dan de ere aan mijzelf

hee!, pleegdochtertje van mordekai, zing jij in
sofistische prozagedichten, langer dan hadrianus’ muur
maar niet van textiel, marc marie, de kaart van zijnen
azijnen hoon, brandstapel, gepekt en geveerd, hellekeet
ach kindje, roept toch als ge ‘t niet meer weet (06-29102286)

yo! talrijke rijmen heb ik gespogen, aan vele togen, klaterrijk applaus
was mijn deel, nergens te veel, altijd een vrolijk gezicht voor iedereen,
wie kan daar op bogen, over bloemrijke taal gesproken, het rijmvuur ontstoken
bij talloze talentjes, een witjes, een jace en een voormalige joost
ze zitten in de literaire lift; en neen, ík ken geen kift

al is het aan het dichtfront, ai ai ai, ontzettend hard
kuukskes eten en van paardenvechten geblazen, als pacifistische bard
bewapend tot en met
twee jaar leven in kokende olie, azijn, pis en gesuikerd varkensvet
en als proef op de som het scryption nog bijna door ondergetekende gered

yo! het afscheid nadert in een galop; een cadans van trekdrop
weest niet bevreesd de noordhoekse parnassus blijft bekeest, bebeesd,
begeest; befeest voor wie dat wil, vrouwvolk edel van bil;
zie hoe ik de dichterij naar nieuwe niveaus til
hoe ik jullie allemaal kill als een buffalo bill
Cees van Raak
stadsdichter Tilburg 2009-2011

 

Cultuurkiller (26)

Het meisje liep dromerig door haar universitaire studie heen. Grote, meeslepende dromen. Met ontwapenende zwarte ogen was deze jonge vrouw in spé naar de stad gekomen, haar beklemmende dorpsverleden achter zich latend. Vastberaden. Haar stem zou niet verspild worden op koeienoren en tarwevelden.

Schrijven wou ze. Schrijven deed ze. Schrijven zóú ze. Ze leefde tekst, ademde tekst, danste tekst. Ze had wat te zeggen en de wereld zou luisteren, verdomme.

Dwars over alle Kringen heen huppelend had ze overal haar netwerk uitgezet. Veel vrienden gemaakt, die na het horen van haar werk steil achterover waren geslagen van haar talent. Ze schreef dan ook de klok rond. Feitelijk was ze haar studie danig aan het verwaarlozen. De cijfers daalden hard, maar haar oeuvre klom. En haar roem ook, in rap tempo.

Bij iedere schrijvers- en dichterscompetitie moést en zou ze meedoen, en binnen de kortste keren sleepte ze dan ook enkele prijzen binnen. Ze had er niet aan getwijfeld: haar werk was goéd, ze kon misschien nog veel leren maar het was nu al krachtig en puur. En met de zelfverzekerdheid over haar schrijven was meteen ook haar podiumprésènce in orde.

Debuutdichtbundel. Debuutprozabundel. En nu zou ze, amper eenentwintig lentes jong, debuteren als Stadsdichter. Rachel Verkest.

Ze was gereduceerd tot een object. Een bloederig object. Aan het grote metalen hek naast het politiebureau gespietst. Opengereten. Alles hing, droop, stonk. De agenten ter plaatste hielden hun gezicht bedekt. Iedereen was geschokt. Zo jong. Zo veelbelovend. Zo gruwelijk.

Albert staarde verbijsterd naar de bamboepen die door haar hand, of wat ervan over was, gestoken was.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑