KutBinnenlanders.nl

Auteur: Oud Zeikwijf (Page 1 of 7)

Deze prachtvrouwe van Franse oorsprong stalkt KutBinnenlanders.nl sinds het BlogBal (waar zij de führer was en is) in 2010. Smeken, roepen, dode vogeltjes door onze brievenbus gooien, alles heeft ze al gedaan om maar per se ook hier te kunnen publiceren. De redactie riposteerde nog "Maar jij bent Amsterdamse nu, dat kan écht niet hoor." Maar ze bleef volhouden. Het kwam al zo ver dat ze bij een van onze redactievergaderingen aanschoof en ons allemaal dronken voerde. Zelfs de Opperpater, en dat is geen sinecure. En nu zitten we ermee. Maar ze is dus wel keistoer. Dus dan is het oké.

AT5
Nurks Magazine
Het BlogBal
OudZeikWijf.com
Twitter

Voedselbanken Nederland in paniek door Ganzenakkoord!

De suggestie om de 550.000 ganzen die de komende jaren vergast worden aan de voedselbanken te schenken is deze banken danig in het verkeerde keelgat geschoten. Onze cliënten kunnen met enige uitleg een blik openen en met enige hulp een bloemkool herkennen maar een levenloze gans naar een eetbare maaltijd begeleiden vereist een kostbaar trainingtraject. Dat niemand daar over nadenkt baart ons toch enige zorgen!

 

Angst

Ik zit blijmoedig in tram 10, op weg naar een afspraak in de Balie (020). Opeens blijft die steken op halte Korte ‘s-Gravesandestraat. Vijf minuten, tien minuten, een kwartier… Je blijft zitten want je verwacht dat je toch elk moment weer vertrekt. Maar nee. Alle trams die via deze route naar het Leidseplein gaan stranden achter ons of rijden om. Na een half uur komt er uitleg over de speakers: ‘We wachten op een ambulance.’

Ik denk nog: inderdaad, we staan niet ver van het OLVG én van de Achtergracht (GG&GD), een ambulance heeft waarschijnlijk de trambaan nodig om door te sjezen. Na nog een kwartier horen we eindelijk de sirene. Een team van maar liefst vier broeders en zusters stormt de coupé binnen, buigt zich over een verder perfect gezond uitziende peuter in een kinderwagen, en loopt weer weg, gevolgd door diezelfde peuter in diezelfde kinderwagen, geduwd door, vermoedelijk, zijn moeder.

 

Mijn buurvrouw en ik kijken elkaar aan. Zij ziet de vraagtekens in mijn ogen en vult aan: ‘Voor je instapte remde de tram plotsklaps en is dat kind met wagen en al achterover gekieperd. De moeder is vast bang dat ie wat opgelopen heeft.’ DE MOEDER IS VAST BANG DAT IE WAT OPGELOPEN HEEFT! Wat dan als ik vragen mag? Een hersenfraktuur? Op 1,5 jarige leeftijd? Terwijl het op die leeftijd zowat je levensinvulling is, voor-, achter- of zijwaarts vallen, de hele dag door? ‘Met vallen en opstaan’ heet het als ik me goed herinner, en niet voor niets. Bovendien heb je op die leeftijd nog niet eens hersens. De moeder was jong en onervaren, dat zag je. Maar een tramvol aanwezigen en niet één die de guts heeft gehad om haar gerust te stellen cq tot de orde te roepen? Was er niemand om haar te wijzen op het OLVG, op geen tien minuten afstand lopen? Nee, niemand durft, iedereen is bang. Dat er toch iets mankeert aan dat kind. Dat het hun schuld zou zijn als het toch fout afliep.

 

Want dát is wat ze had kunnen doen: rustig met pseudoziek kind en al naar de eerste hulp wandelen, om aldaar drie uur op de wachtstoel te zitten en horen dat de blaag niets mankeert, en als de arts bij zijn positieven was een paar stelregels mee te krijgen voor de volgende honderd keer dat zoiets haar ten dele gaat vallen mocht zij zich in de toekomst aan meer van dit soort voortplantingsexperimenten wagen. Drie vragen om zelf vast te stellen of je naar de eerste hulp moet rennen, zoals ík die kreeg, 20 jaar geleden, toen mijn oudste van de top van de glijbaan op zijn kop viel:

1) is het kind buiten bewustzijn geweest?

2) staan de pupillen gelijk?

3) is het kind misselijk?

Wat ze nog beter had kunnen doen is: helemaal niets. Iedereen met een beetje verstand (en een aantal koters) weet dat zo’n val niets voorstelt. Je laat echt niet één van de drukste trajecten van heel Nederland drie kwartier lam leggen omdat je buggy om is gekieperd.

 
 

Paranoia

 

Maar dat is buiten de paranoia rekenen die onze (voornamelijk Westerse) samenlevingen in zijn greep houdt. Angst esse die Zehle auf poneerde Fassbinder, en gelijk had hij: angst vergalt ons leven.

Kind met ambulance vervoeren: veilig

Internetdata jaren bewaren door de provider: veilig

Telefoongesprekken op grote schaal afgetapt: veilig

Slimme gas- en elektrameters: veilig

EPD: veilig

Inentingen bij borelingen van twee weken oud: veilig

Camera’s in de openbare ruimte: veilig

Overal ver doorgevoerde regels om ons een gevoel van veiligheid te geven. Let op: een gevoel. Want de veiligheid is niet te geef. Het zijn ook futiele regels. Wel een verplichte gordel in auto’s en zelfs touringcars, airbags om je heen, maar wel steeds snellere auto’s bouwen en met 130 racen op de snelwegen, die bovendien zo snel manoeuvreren dat ze in de bebouwde kom niet meer te ontwijken zijn. De inzittenden worden perfect beschermd, maar de voetganger is vogelvrij. We vreten ons lam aan vatenverstoppende troep, we snuiven/eten/smeren dagelijks aardolieproducten alsof ze niet kankerverwekkend waren, we bewegen alleen in speciale (lees: dure) ruimtes, we bouwen de openbare ruimte vol. We verdelgen wat doodsoorzaken in de marge terwijl de grootste gevaren blijmoedig worden genegeerd

 
 

Utopie

 

We hebben ook een utopisch verlangen naar veiligheid: we graven metrostations onder megapolen en zijn dan verontwaardigd dat er bij brand tientallen doden zouden kunnen vallen. Bij een treinramp, zoals in Amsterdam de dag dat het kabinet viel, walst er een golf van verbijstering over het land, gevolgd, helaas, door een golf van claims. Als de ambulance er acht minuten over doet om ter plaatse te zijn, dan klagen we de broeders aan voor moord. We arresteren cartoonisten omdat ze voor toestanden kunnen zorgen, en pubertwitteraars omdat ze dwaze dingen roepen. Op last van de rechter sluiten we per omgaande een vereniging omdat dat het volk rustig maakt, niet omdat de leden kwaad in de zin hebben, hoe handig die vereniging ook was om mogelijk gevaarlijke elementen in de gaten te houden. We bouwen torens van meer dan honderd verdiepingen hoog en zijn dan stomverbaasd dat bij een ramp er duizenden sterven. Het is ook niet zo dat na de ramp geen torens meer gebouwd worden. Ik persoonlijk vind drie hoog al hoog: bij brand kan ik er immers niet meer vanaf springen. Maar als iemand écht kwaad wil, kan hij zelfs op de 1ste verdieping dood en verderf jagen: als iemand een breivikje wil doen, gaat hij op het Leidseplein in Amsterdam een mitrailleur op de terrassen afvuren. Hoe wou je daar preventie tegen plegen? Het leven ís gevaarlijk.

Je kan niet al het onveilige weg gummen. Dat willen ze wel, onze hoeders, maar dat is een sprookje.

 
 

Ondenkbaar

 

Al die maatregelen zijn er om het volk een gevoel van veiligheid te geven, een goed gevoel dus. ‘Als het kalf verdronken is dempt men in Nederland haastig álle putten’1. Maar je creëert juist een gevoel van onveiligheid. Want als een plein vol met camera’s hangt, dan word je je bewust van de dreiging. Dat er misschien vaak iets gebeurt. Dat er iets kan gebeuren.

 

Mijn kinderen hadden het eens op school over 9-11. Ze kwamen verbijsterd terug: ‘Maar hoe konden de boeven met messen het vliegtuig in?’ Voor hen is dit ondenkbaar. Die hele vrijheid die we hadden is ondenkbaar. Kinderen van nu zijn in het tijdperk van de angst geboren. Ze weten niet beter. Ik heb met ze te doen.

 
 
 
 

1 René van Densen dixit

 
 

Onder de titel “Wat zijn we toch weer bang” op Sargasso.nl gepubliceerd.

 

Privacy is duur

De 9 klingelt vrolijk weg. Ik realiseer me dat ik – wéér – vergeten ben uit te checken. Dat is mijn nieuwe taak: de vervoersbedrijven spekken d.m.v. ongedeclareerde niet-uitcheck-akties.

U roept steevast: doe het dan achteraf! Het kan op internet! Maar dan moet ik tegen die vervoersbazen zeggen wie ik ben. Ik hou dat liever geheim, wie ik ben. En ook wat ik doe, en wanneer, en waar. Waarom? Ik ben oud genoeg om begrepen te hebben dat zulks altijd op een gegeven moment tegen je gebruikt wordt. Jonkies weten dat nog niet. Die verkeren nog in een onstuitbaar en gelukzalig geloof in de osmotische toestand die o.a. social media heet. Die hebben nog geen rechtszaak aan hun broek gekregen omdat Big Brother dingen heeft geregistreerd die tegen de regelgeving van het moment in gaan, die worden nog niet achtervolgd door instanties, die zijn nog niet geweigerd bij een sollicitatie v.w. gegoogle van de personeelschef, ze hebben nog geen geheime liefdes die ze voor de rest van de wereld moeten verbergen, ze gaan nog niet om met illegalen die ze kunnen verraden door hun digitale sporen, ze zijn nog niet van hun bed gelicht door de politie omdat ze iets geks twitterden, ze zijn nog niet in concentratiekampen gestopt vanwege hun geloof, seksuele geaardheid, of graad van subversiviteit. Ook een boel ouderen kan het niet schelen, getuige de gretige aftrek van bonuskaarten en kortingsbonnen. Want laten we wel wezen: die kortingen krijgt u niet gratis: meestal moet u uw gegevens ervoor opgeven. There is, immers, no such thing as a free lunch.

Het regeerakkoord is nog nat van de pers maar ik zit met een heel andere kostenpost in de afname van mijn koopkracht in het vooruitzicht: ik zal steeds meer moeten betalen voor het behoud van mijn privacy. 4 euro aan de GVB elke keer dat ik vergeet uit te checken, 20 aan de NS, geen bonus opsoeperen bij de AH, geen klantenkaarten, geen gratis software, geen kortingen zus, geen vrijkaartjes zo. Het tikt aan.

 

Lieve moeder van Tom Robberink

‘Mijn naam is Mariska Orbán-de Haas, hoofdredactrice van het Katholiek Nieuwsblad. U kent mij vast wel. Ik schuif regelmatig aan bij Pauw & Witteman omdat ik zo mijn eigen ideeën heb over abortus en homo’s. Zoals die keer toen ik een open brief had geschreven aan VVD-politica Jeanine Hennis, nu onze minister van Defensie. Zij is vóór abortus terwijl ze zelf meerdere miskramen heeft gehad. Ik vind dat raar. Dan moet je toch weten hoe erg het is een kind te verliezen?

Enfin, mevrouw de minister is dus nooit echt moeder geworden. Maar ik wel. En als zodanig schrijf ik u deze open brief, mevrouw Robberink: als moeder van drie kinderen – en ook een beetje namens God. U heeft Tom verloren, uw enig kind. Hij werd door zijn plaaggeesten afgeschilderd als “een homo en een loser.” Natuurlijk was Tom geen loser. Wel had hij blijkbaar een tekortkoming. Daarover wil ik het graag met u hebben. Mijn zoontje is pas vier, maar ik kan nu al heel duidelijk aan hem zien dat hij géén homo is. Zo voed ik hem ook op, met voldoende autootjes en een speelgoedgarage. Mocht hij ooit tóch homo worden, dan zou ik mijzelf dat als ouder heel erg verwijten. Ook zou ik dodelijk ongerust zijn, want homo’s hebben altijd schokkend veel sekspartners. Maakte u zich nooit zorgen over ziektes bij uw zoon, mevrouw Robberink? Ik vraag mij oprecht af waarom u nooit heeft ingegrepen. Zei u nooit tegen Tom: kies voor het mooiere, kies voor de eenheid tussen man en vrouw? Nee, dat deed u niet. Liever was u modern en tolerant.

Ach, leefden wij nog maar in het Nederland van de jaren vijftig, toen abortus nog een vies woord was en homo’s veilig in de kast zaten. Toen minderjarige rooms-katholieke jongens nog werden gecastreerd om ze van hun homoseksuele gedrag af te helpen. Was Tom in zijn jonge jaren netjes van zijn balletjes ontdaan, dan had menig kerkkoor hem graag als castraat opgenomen. Wellicht was dat zijn redding geweest. Maar daarvoor is het nu te laat. Aan de andere kant: nóg erger was het geweest wanneer Tom over enkele jaren met een andere homo was getrouwd. En wie weet wel een kind had gewild. Dat had enkel geleid tot Sodom en Gomorra-achtige praktijken als polygamie, incest en pedofilie. Dan was uw zoon, wat God en mij betreft, nog verder van huis geweest, mevrouw Robberink. Al die ellende blijft hem nu gelukkig bespaard. Laat dat een troost voor u zijn. Nou, lieve groetjes dan maar, en natuurlijk zal ik voor uw zoon bidden, want zelfmoord is en blijft natuurlijk een doodzonde.

Alle liefs van Mariska Orbán-de Haas’



 [dit is op een paar letters na de column van Luuk Koelman die door Metro werd verwijderd]

 

Smet

De bevindingen rond Savile in Groot Brittanië doen me denken aan onze eigen Roberts M.. De advocaat van de slachtoffers van deze gestoorde zei naar aanleiding van de publicatie van zijn boek “Recht van Spreken” dat de levens van zowel kinderen als ouders verwoest waren.

Hij is niet de enige. Zodra het onderwerp verkrachting en in het bijzonder kindermisbruik aangesneden wordt is dat meestal de teneur van de reacties. Ik vind dat je dat niet moet doen. Advocaat Korver moet het wel zeggen, anders peutert hij geen cent smartengeld los van de rechtbank, maar het publiek zou verstandiger moeten zijn. Na alle verschrikkingen die het slachtoffer van een zedendelict heeft ondergaan krijgt het door zulke kreten een vies etiket door de maatschappij opgeplakt. Dat verwoest pas levens.

We doen hysterisch over verkrachting. Ja, verkrachting is afgrijselijk, zeker als het kleine kinderen betreft, maar als het leven van het slachtoffer meer verknald wordt door het oog van de maatschappij dan door het gebeuren zelf, dan is het misschien niet zo gek om daar wat aan te doen. We gaan immers veel minder spastisch om met ander groot leed. Als een kind geschept wordt door een auto en dat overleeft, is dat in de kern van de zaak minder traumatisch? De dood van een naaste, kanker ondergaan, we moeten daar maar tegen kunnen. Liefdesverdriet, daar maalt al helemaal niemand om. ‘Tijd heelt alle wonden’ wordt er vrolijk van alle kanten geroepen, al crepeert een boomsterke kerel een halfjaar van de pijn.

Als de verkrachting is begaan door een bekende, een familielid zelfs, dan heeft dat verregaande consequenties voor het gevoel van vertrouwen van dat kind. Maar van een auto-ongeluk krijgt je vertrouwen ook een knauw: je moet immers al een grenzeloos vertrouwen hebben in het verkeer (een bewezen moordenaar) om je erin te durven storten. We gaan er van uit dat dát vertrouwen terug komt. Geldt voor alle gevallen van verlies van vertrouwen. Sterker nog: we werken er naar toe. Het slachtoffer krijgt hulp, er wordt verwacht dat het geneest. Het slachtoffer móet genezen, in het belang van de economie. Geen sprake van dat verkeersslachtoffers uit angst voor auto’s voor de rest van hun levens weg in een hoekje zouden gaan zitten kniezen. Na een tijd behoort het trauma tot het verleden, het slachtoffer ‘groeit eroverheen’ zoals dat heet. En als het dat niet doet dan wordt het erop aangesproken, want we zijn geen mietjes niet waar; van ons Nederlanders wordt geëist dat we bikkels zijn. Het slachtoffer krijgt geen vies etiket opgeplakt voor de rest van zijn leven. Het krijgt de kans te genezen.

Hoe anders met slachtoffers van zedenzaken. Zij hebben inderdaad levenslang. Maar dan niet omdat ze iets traumatiserends hebben meegemaakt, maar omdat het trauma te maken heeft met seks. Hoe geëmancipeerd we ook denken te zijn, we kunnen daar nog steeds niet mee omgaan. Zodra het om die twee gaatjes gaat schieten we in de kramp. Het zou bijna beter zijn voor, bijvoorbeeld het meisje van Dutroux, als die griezel, in plaats van zijn lul in haar kutje te stoppen, haar voet had afgehakt. Dan had zij kans gemaakt op geluk. Zij zou een traumatische ervaring hebben gehad, maar ze zou niet tot in lengte van dagen achtervolgd geweest door het iiew-gevoel van de maatschappij. Ze zou bewondering hebben geoogst. Ze zou een veteraan zijn geworden, iemand die iets verschrikkelijks heeft overleefd. Punt.

Now crucify me.

 

Macho’s

Ik lig naar P&W te kijken. Mijn massale kater bovenop mijn buik, spinnend. Naeeda Aurangzeb vertelt, geëmotioneerd, hoe vrouwen in Pakistan, Afghanistan en nog een trits landen worden behandeld.

P.: ‘Het is gewoon vierderangs burger.’

Naeeda: ‘Of nog erger misschien.’

Naeeda zegt dat ze hier gekomen zijn, de macho’s uit Pakistan. Dat ze vrouwen hier ook als erger dan vierderangs burger behandelen.

Ik rol van het TV-bed op de grond. Ik kowtow voor P&W en smeek:

‘Laat alstublieft geen macho’s meer binnen.’

Ik klim terug in bed. Mijn kater komt weer zwaar op mijn borst liggen. Ik aai hem. Ik denk aan autorijden en tanden trekken. Het eerste durf ik niet meer en het tweede wil ik gaan doen als ik ooit werkloos ben. Met een tang en een fles wodka ga ik langs de mensen die kiespijn hebben en de vrijgegeven tandartstarieven niet meer kunnen betalen. Ik geef ze een flinke slok wodka en trek de kiezen met de tang. Zij geven mij 25 euro per kies. Ik krijg ook 25 euro per klant van de protheseboer als ik zijn visitekaartje afgeef. Ik vraag mij af of 25 euro niet te duur is. De tandarts rekent 35 euro. Ik maak een denknotitie om te checken hoeveel de tandarts werkelijk vraagt. Ik ben de macho’s helemaal vergeten.

 

De boevenschool

Vandaag was ik bij de bank om vijfjes te halen. Voor mijn werk heb ik veel vijfjes nodig, vandaar. Maar de bank heeft geen vijfjes meer voorradig. Ik moet ze bestellen en op een afgesproken dag ophalen. Zo niet, dan worden ze dezelfde avond teruggestuurd naar, ja, waarnaar eigenlijk? Ik vroeg de beambte naar het waarom van dit beleid: we houden liever geen cash meer in huis, zei hij. Begrijpelijk: ze zijn bang voor overvallen. Eigenlijk willen ze van het geld af. Alle transacties zouden per internet moeten gaan, want een online saldo leegroven is nog steeds minder ingrijpend dan een overval. Voor de overvallene dat spreekt.


Het is eigenlijk een wonder dat er nog overvallers bestaan, die IRL roven. In deze tijd! Dat zijn eigenlijk overblijfsels uit vervlogen tijden, sullige boeven die nog niet hebben begrepen waar het grote geld tegenwoordig voor het oprapen ligt. Misschien zijn ze wel analfabeet. Leg jij ze dan maar uit dat, en vooral hoe, ze op de computer moeten inbreken.

Dat leek me anders een aardig idee. De boevenschool nieuwe stijl. Als de boef eenmaal gepakt is met zijn IRL-buit, en hij zijn straf zit uit te zitten, dan kunnen we die tijd nuttig besteden aan het omscholen van het crimineeltje, zodat hij bij terugkeer de maatschappij nooit meer lastig valt met fysieke bedreigingen. We geven hem een cursus hacken.

De burger kan vervolgens wat van zijn geld in een online kluis doen, vijftig euro bijvoorbeeld, en een sticker op zijn voordeur plakken: “Mijn geld zit daar en daar opgeborgen” met een link naar de kluis, die natuurlijk streng beveiligd is. Aan de boef om de kluis te kraken. Is ook nog leuk voor de eigenaar van het geld, want hij kan de code telkens veranderen: die twee kunnen dan lekker strijden op het virtuele veld. Ondertussen laat de boef het leven van de burger en zijn gezin intact. Een winwinsituatie van jewelste. De bank kan het saldo telkens weer aanvullen wanneer de boef wint. De bank krijgt het geld weer van de verzekering, die niet meer hoeft uit te keren aan gedupeerden van fysieke overvallen. Zo lossen wij in een handomdraai een bijzonder hardnekkig probleem op.

Het is natuurlijk het allerleukste wanneer de gearriveerde boef zelf ook wat geld in een kluis doet met een briefje op zijn voordeur.

 [In de serie Nieuwe Beroepen die ik op Nurks heb]

 

Europa

 Vrijdag 12 oktober bij P & W werd er geschamperd over de toekenning van de Nobel Prijs aan Europa want, ja, Griekenland, he. Neelie Kroes pareerde met: ‘Hier is het mee begonnen: de founding fathers hebben een moedig besluit genomen: dat moeten we nooit meer willen meemaken. We willen vrede, we willen welvaart voor de mensen van onze landen en we willen welzijn en we willen daarbij de democratie in optima forma realiseren.’ Ze nam me de woorden uit de mond.

.

Witteman had liever de prijs aan de VS willen geven, want hadden die niet na den oorlog ons de opdracht gegeven om een Europese unie te vormen omdat ze geen zin hadden om ons eeuwig te helpen? Dat de VS pas ingreep in de Tweede Wereld Oorlog wanneer ze na een gesprek met Churchill via de rode telefoon begrepen dat Rusland Europa dreigde te bevrijden, maakt het mij moeilijk hun goede bedoelingen in deze te geloven. Dat de VS – in ieder geval één hunner grootste banken, Goldman Sachs – direct en/of indirect debet is aan het Griekse debakel, gooit er nog een schepje bovenop.

Witteman vindt die prijs alleen kunnen als die destijds was gegeven, direct na de oorlog (aan de founding fathers neem ik aan), of na het ineenstorten van het Sovjet imperium. Peter R. de Vries, ook aanwezig bij P & W, boeit het niet dat Europa de prijs heeft gekregen. ‘De gewone man in Europa zegt het niets’. Ik merk dankbaarheid bij mezelf, dat het Comité van de Nobelprisen zich niet laat leiden door wat de gewone man in Europa iets zegt, want dan vreesde ik voor het welzijn van de zwakkere broeders in eerste instantie, en van iedereen op de lange duur.

Ik kan me die periode van het starten van de Europese Unie nog goed voor de geest halen. Een plukje verlichte (top-) politici, voornamelijk Fransen, maar onze Max Kohnstamm hoorde er ook bij, kwamen ’s avonds bijeen in de Straatsburgse woning van een van hen, om te brainstormen over hoe een utopisch conglomeraat van landen te bewerkstelligen. Het waren idealisten, adepten van het pacifisme en europeanisme van Victor Hugo. Dat speelde in de jaren ’70. In die tijd was dat een randverschijnsel, dat de ‘gewone man in Europa’ niets zei. Nu hoor ik van Neelie Kroes dat ze al in de jaren ’40 zijn begonnen, meteen na de oorlog: het heeft blijkbaar decennia gekost om uit de kiemfase te komen.

 

Toen ik in de jaren ’80 naar Nederland verhuisde, werden de plannen het publiek in gelanceerd. Ik moest er niets van hebben. Ik was mijn land uit onvrede ontvlucht, had een one-woman ‘Comité des réfugiés politiques Français’ opgericht, en was opgelucht over en dolblij met de open geest op alle fronten van het Nederlandse beleid. In Frankrijk hadden we destijds te maken met het nepsocialisme van zonnekoning François Mitterand, atoomproeven op Mururoa en bekrompenheid alom. In Nederland dacht men na, vond ik tenminste. Ik bewonderde haar pragmatisme. Jeugdwerkeloosheid van 25%? Geef ze allemaal een uitkering en uitzitten maar! Softdrugs? Gedogen! Levensmoe? Euthanasie! Gay? Who cares? Europa zou hier danig roet in het eten kunnen komen gooien. Ik was er dan ook een fel tegenstander van.

 

Tot we in 2005 mochten stemmen over de eerste Europese Grondwet. Voor dat doel werden kopieën van de tekst ervan aan elke inwoner van Europa verschaft. Ik kreeg er twee: éen in het Nederlands en één in het Frans en las ze allebei van A tot Z. Tot mijn stomste verbazing vond ik het lang niet zo slecht. Als dat de blauwdruk van Europa was, waarvan het feitelijke beleid afgeleid zou zijn, en niet slechts de hersenspinsels van hallucinerende oudjes met de bolle ogen van het idealisme, dan zat het snor. ‘De gewone man in Europa’, helaas, zei het nog steeds geen moer, en die stemde massaal teugen, denkend, in hun door uitgekookte politieke partijen ingefluisterde naïviteit, Europa zelf tegen te werken, in werkelijkheid een van de puikst in elkaar getimmerde grondslagen voor een orgaan van regeringen naar de prullenbak verwijzend – en de daarmee gepaarde miljarden. Had het xenofobisch volk de grondwet wel gelezen, dan had de uitslag van het referendum er heel anders uitgezien. Europa wilde de lidstaten verlossen van hun heilloos gevecht tegen grootschalige immigratie van laag ontwikkeld lui door hen aan de poort tegen houden. De poort van Fort Europa. Dan was er ook geen PVV nodig gewest.

 

Rond 2010 werd ook nog eens pijnlijk duidelijk dat Nederland, in haar onbeteugelbare regelzucht, Europa misbruikte om allerlei verscherpte wetgeving op allerlei vlaktes aan de burger op te dringen. Toen was ik om.

 

We zijn nu een x aantal jaren verder. Er zijn problemen in Europa. Maar ook veel goeds. Ik ben het eens met Neelie Kroes dat je je niet blind moet staren op de economie, en dat de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan het orgaan de Europese Unie een mooi signaal is om het teruggrijpen naar de oorspronkelijke, idealistische motieven tot het samensmeden van dit verbond aan te kaarten. Peace beats money.

 

Tot slot een vraag voor Neelie: Wie is de derde president die stevig in zijn schoenen staat, krachtige ellebogen heeft en popelt om de prijs in ontvangst te nemen?

 

De Post

Van alle gevallen van roekeloze privatisering van nutsbedrijven is die van de post het meest schrijnend.

.

Tot een jaar of 15 geleden was de post een secure moloch, met knusse filiaaltjes in elke woonwijk. Waar je ook woonde, je kon er naar toe wandelen. Je kon er je pakketten naar toe brengen, je postzegels kopen, je verzekeringen afsluiten, je visakte ophalen, Franse Francs of Duitse Marken inwisselen voor guldens, en een berg 5-centjes voor biljetten, een ticket voor Lowlands of Pinkpop kopen, je bankzaken regelen, en zelfs cash geld opsturen naar een sujet zonder bankrekening. Die had je toen nog, want het mocht. Je kon toen nog ongezien leven. Je kon je toen nog onttrekken aan Big Brother. Ja, dat kon. Maar terug naar de post. Dat cashgeld dat je bracht, werd dan stante pede opgehaald door een koerier met een fietshelm en een fluoriserend jasje. Hij rukte het geld uit je hand, stopte het in zijn binnenzak en rende ermee naar Kuala Lumpur of Terneuzen. Daar bracht hij het naar, jawel, de post, alwaar de gelukkige ontvanger annex Big Brother-ontloper de biljetten en munten (die bestonden toen nog), contant in handen kreeg.

Kom daar nu maar eens om.

Het begon met het splitsen van de Post in een bezorgingsdienst en een bank, die we niet meer lekker de Giro mochten noemen maar de Postbank. Dat veroorzaakte weinig opvallende schade dus wenden wij daar aan. Toen begon de Post om het jaar van naam te veranderen. Dat was al minder. Niemand kon zich die flitsende nieuwe namen eigen maken dus bleef iedereen hardnekkig de Post zeggen. Vervolgens braken ze het monopolie van de post. De Post kreeg concurrenten. Wie daarvoor verantwoordelijk was onder de Regenten weet ik niet meer maar ergens doet Neelie Kroes, toen nog Smit-Kroes een belletje rinkelen. Een belletje dat ik ogenblikkelijk het zwijgen toebreng, want hoe zou dat kunnen? Neelie Kroes? Onze Europese hoedster tegen malafide multinationals? Die Microsoft een poepie liet ruiken? Een poepie van bijna een miljard euro’s? Tja, zo begon in feite haar kruistocht tegen monopolies. Misschien handelt ze niet zo zeer uit liefde voor het volk en wantrouwen tegen trusts, dan wel uit afkeer tegen staatsinmenging (we laten Microsoft er voor het gemak even buiten, anders klopt het niet meer). Je weet het immers maar nooit met VVD’ers. Die zitten vaak dik onder de poen van de lobbyisten uit het bedrijfsleven. Ik zeg niet dat ZIJ onder de poen van de lobbyisten van het bedrijfsleven zit. Ik kijk wel uit.

Die concurrenten van de Post. LOL. De Deutsche Post laat containers vol brieven in Amsterdam-West wekenlang open en bloot, UPS en GLS weigeren in postbussen te bezorgen, want niet door henzelf beheerd, en doen je jouw pakketten bij hun afhaalloket ophalen, ergens op Industrieterrein 30278 B. En allemaal, allemaal, huren zij goedkope flexkrachten uit Donker Rusland in, die, immer straalbezopen, hele partijen bezorging in het eerste huis (de mijne) van de straat dumpen. Waardoor je een postbus van PostNL neemt, waar de concurrenten niet bezorgen. De cirkel is rond. In deze tijden van booming online business kun je geen pakket fatsoenlijk naar je eigen adres laten bezorgen. Ik zeg bijna: hier klopt iets niet. Maar de heren economen zeggen van wel, dus wie ben ik.

Ondertussen werd de Postbank de ING, die duidelijk niets meer met de post te maken had, noch met het knusse overmaken van geld op een buurtpostkantoortje. U zegt postkantoor? Wat een mal ouderwets woord! Dat bestaat al lang niet meer. Opeens besloot de Post alle postkantoren te sluiten. We mochten niet ongerust worden want de postzaken werden vakkundig overgenomen door tabaksboeren. De kostbare schat die je naar je lievelingsnichtje opstuurde werd door de tabaksboerin op de hoop achter haar toonbank gegooid. Waar ze hem niet meer kon vinden. Klagen kon echter niet meer, althans niet in de zin dat je een antwoord kreeg, want er werkte geen levend mens meer op het hoofdkantoor. Overal alleen nog maar computers en tabaksboeren. Het begon op sappelen te lijken.

De volgende fase in deze saga van de Posterijen is dat de tabaksboeren vanaf 1 oktober geen geldelijke transacties meer mogen verrichten. In heel Amsterdam Centrum-Oost, bijvoorbeeld, ben je aangewezen op één plek, Eerste van Swindenstraat. Een lounge geval, design en dus leeg, met veel pluche en weinig animo, waar ze, uit alle gesloten filialen die 020 rijk was, niets beters dan eerder beschreven pad geschikt hebben gevonden om de slachtoffers te woord te staan. Wat zij, onverbiddelijk, doet. O ja, ik vergeet het bijna, de postbussen worden aanstonds opgedoekt. Daar wou toch niemand meer bezorgen.

De Post. Die naam kun je nu ook beter echt afschaffen. Noem het maar “de Niets”. Het is tenslotte waar ze naar toe werken.

 

Bril

Buitenshuis plas ik het liefst op de mannen-WC’s. U vindt het gek? Hebt u weleens de vrouwen-WC’s gezien? Die zitten onder de pies.

Dat komt omdat vrouwen het vertikken om op de bril te zitten. Die vinden ze vies. Terwijl die eigenlijk gewoon schoon is, laten we wel wezen. Het is geen Afrika of India. Onze toiletten zijn keurig. Althans, als je daar niet op gaat staan. Want dat doen ze. Die troela’s. Ze gaan op de bril staan en plassen zo uit de hoogte. Vrouwen hebben honderd jaar geklaagd dat mannen de bril niet voor hen omlaag deden, maar zelf weigeren ze de bril OMHOOG te doen als ze op de pot klimmen. Waardoor de bril onder de spetters komt te liggen, waardoor de volgende het echt niet in haar hoofd haalt om erop te zitten, waardoor de vrouwen-WC’s mijns inziens onbruikbaar worden, waardoor ik op de mannen-WC’s plas.

Er is trouwens ook altijd papier op de mannen-WC’s.

En ze zijn altijd leeg. Terwijl er voor de vrouwenafdeling steevast een rij van hier tot gunder staat. Van twee redenen één: of men bouwt te veel mannen-WC’s of men bouwt te weinig vrouwen-WC’s. Want logistiek gezien klopt dat niet, dat ziet een kind. Je zou verwachten dat, in deze tijd van overvloed aan onzinnige HBO- en MBO-studies, er wel eentje ‘Berekening van de capaciteit van de vrouwen- en mannen-WC’s bij evenementen’ bij zou kunnen. Maar nee. Overbodig gevonden wellicht. Ondertussen staan al die vrouwen elke keer een halfuur te lijden in die eindeloze rijen. Ze staan er immers niet voor niets, ze hebben hoge nood. Anders wacht je wel tot je thuis bent. Dat ze daar een halfuur staan komt weliswaar doordat vrouwen er een handje van hebben om hun tijd op het toilet te nemen, ook al creperen er voor hun deur twintig seksegenoten van de pijn. Daar is ook iets mis, ik geef het toe. Maar hoe dat opgelost dient te worden leren we binnenkort toch bij de studie ‘Optimalisering van het toiletbezoek van vrouwen in openbare gelegenheden’.

Urine is overigens een van de schoonste vloeistoffen zomaar in de natuur voorradig. Verse urine kun je gewoon drinken. Denk daar maar aan als je ooit in de woestijn ronddwaalt! Oude urine zal ik niet aanbevelen, weet ik uit een ervaring die ik u niet zal onthouden: toen mijnheer Oud Zeikwijf en ik maar net begonnen te daten en ik eens was blijven slapen, had ik ’s nachts dorst. Ik pakte een fles appelsap die naast het bed stond en klokte een paar flinke scheuten achterover. Opeens drong de smaak door: het was dagen oude pies. Zelden zoiets goors ingenomen in mijn hele leven. Zelfs levertraan is daarbij vergeleken een delicatesse.

Desalniettemin bevat ons vloeibare excrement ook leuke ingrediënten zoals ammonia, fosfor en stikstof waarmee je allerlei nuttigs kan maken. De WC-bril, voor zoverre dagelijks gereinigd en er geen poep aan kleeft, is dus eigenlijk best schoon. Wat je niet kan zeggen van de kraan van de wasbak of de klink van de deur, die je allebei na toiletbezoek wel zonder schroom met je schoongewassen handjes aanraakt. Handen waarmee je ietsjes later in je neus peutert, of je baby een aai geeft, je puber een boterham of mij een hand. Om te zwijgen over geld, dat door miljoenen handen gaat. Handen, dat zijn de vieste delen van het lichaam. Die wemelen van de bacteriën.

Dus, vrouwen, voortaan zítten we gewoon op de plee, ook in café’s. En als we toch op de pot willen hurken, dan doen we eerst de bril omhoog. En daarna omlaag. Anders blijven de kerels daarin onze meerderen. Wat we daar zelf ook van mogen denken.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑