KutBinnenlanders.nl

Dag: 30 augustus 2011

Cultuurkiller (28)

Noordholten keek Albert van schuin boven zijn leesbril aan. “De Muskiet, zei je ? Ik heb je naam hier eerder gehoord. Jij bent die neuzige reporter van dat lokale sufferdje. Je kunt de samenwerking van dit korps voorlopig vergeten, De Muskiet. Men heeft hier strenge instructies van mij ontvangen geen verdere persmededelingen te doen.” Albert’s ogen schoten vuur. “Vrijheid van de pers betekent opeens niets meer, begrijp ik ?” blafte hij richting de inspecteur. “We zijn klaar hier, De Muskiet. Dit gesprek is voorbij. Persmededelingen zul je vanaf heden rechtstreeks van mij ontvangen. De hele zaak ligt te gevoelig om aan een halfbakken roddeljournalist van een kattebak-tabloidje z’n neus te gaan hangen.” Hij wenkte een agent die demonstratief naast Albert kwam staan. “Een goedendag verder.”

Stil grommend volgde Albert de agent het bureau uit. Wat een idioot ! Hij troostte zich met de gedachte dat hij zowel van de zaak als van de stad waarschijnlijk veel meer afwist dan die bovenrivierse kwal. Buitengekomen sloeg hij meteen rechts en liep met stevige tred naar de bibliotheek. Een kort tussen de grijze wolken doorschijnend zonnetje stak hem een hart onder de riem.

Cees ijsbeerde door zijn appartement. Gekooid als een tijger en met een klemmend gevoel in zijn borstkas. Het was wraak, wat hem overkwam. Het was koud en berekend, met chirurgische precisie. Eerst zijn partner, nu zijn titulaire opvolgster, zodat hij zijn opdracht niet kon volbrengen. Vervolgens die stomme hond, waarschijnlijk om het viswijf te overstuur te maken om nog nuttige informatie te kunnen geven. Zijn opdracht én het vinden van de dader zaten muurvast. Opeens stopte zijn furieuze tapijttred. Verbaasd keek hij de open badkamerdeur in. Zijn kraan was begonnen met druppen. Onmogelijk, dacht hij bij zichzelf. Het is midden op de dag, en die kraan drupte enkel om kwart over één ’s nachts.

Hij gluurde door het spionnetje van zijn deur naar buiten. Voor zover hij kon zien was er niemand op de balustrade van zijn appartementencomplex. Voorzichtig opende hij de deur en keek naar beide kanten. Niemand. Hij verliet stilletjes zijn flat en liep naar de ramen van zijn buren. De buren aan de kant van zijn badkamer. Hij wist niet wie ze waren en er had ook nooit een naam op de deur gehangen.

De ramen waren vies. Hij luisterde eerst zachtjes of hij iets binnen hoorde. Niets. Toen drukte hij zacht zijn handen op de ruit en gluurde naar binnen.

Zijn huid trok strak van de schok. Hij zag schoenlepels. Muren vol met schoenlepels.

 

Dat is het leven (36)

Rio was toen nog echt de beste haven voor een zeeman.

Rio Cristusbeeld bij nacht.
Dikwijls heb ik jaren er na nog dromen over dit mooie uitzicht gehad.Het staat dan ook als een vaste herinnering in mijn geheugen.

New York New York.

De reis ging van Zuid Amerika verder naar Noord Amerika.Plaatsen als Boston/Philadelphia en New York zouden we aan doen.Na enige tijd kwam ik daar via de Hudsonbaay New York binnen gevaren.Daar de Dollar vrij hoog stond op ruim 4 gulden was er voor mij weinig te besteden.Wat een mooi gezicht dat vrijheidsbeeld in de baay.

Vrijheidsbeeld New York.
Ik verdiende tenslotte het laagste gage aan boord van de Kermia.Maar ik besloot toch om samen met de Koksmaat Andre even de wal op te gaan.We namen de ondergrondse trein naar Times SQuare het hartje van New York.Times Square ligt aan de kruising van Broadway en de Seventh Avenue.
We moesten ook wel eens de kok helpen.Bijvoorbeeld als er voor 52 man boontjes moesten worden gedopt hielpen de bemanning van afdeling civiele dienst een handje mee.We zitten hier op het achterschip boontjes te doppen.

Ook met Piet van de Ende die later zelf chef kok is geworden op de koopvaardij heb ik later nog contact mee gehad 50 jaar na mijn vaartijd..

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑