KutBinnenlanders.nl

Maand: augustus 2013 (Page 3 of 8)

Tekstverwerker met Burn-out

Tekstverwerker met burn-out

Gecrasht, de stroom eraf

Mag de vorm weer vinden, letters merken.

Re: formatteren, heropstarten

onderaan beginnen, weer bij de klerken

Veel rust en bier, slapen, darten

en kalm de tekst maar gaan verwerken.

Honderd regels, matig straf

De eerste zin weer, het is een sterke…

Laatste ronde

Laatste ronde

Hij werd begraven met zijn laatste zin

waar een aantal gaten in zaten

voor verzen en ongebakte lucht

en voor een laatste uitvlucht…

En het begin was zijn eind

en die zin

die het kerkhof ontgint

en oogstende hondjes

uitgelaten aanlijnt.

Zijn maten er inderhaast

stikkend van vandaag de lach

voor altijd naast

Om hun gelijk te halen

met nog zin, nog

Eentje, ach, goed, nog twee erin

De morgen die nog maar es

maar weer begint met zijn laatste zin.

Suggestief een Magnum likkend…

Suggestief een Magnum likkend

Jouw schoonheid bezoedelt jouw sexappeal

jouw hart broeks pijpend

verhardend in je ziel

En het kind in jou wijst wijs

op je zwakke plekken.

In mijn bevroren grafkist ligt een god

die al vergevend mij niet mot als zot

in Rome komend

om te abdiceren

en Magdalena seks te leren.

En de stellingwerving van Jezus

blijft hellen

en al bellend Titanics trekken.

Honger naar nog meer?

Ga lekker Maccen

en doe dat voortaan lekker aan de kust!

Onbetaald

Ik had hem lange tijd niet gezien, maar nu stond hij dan toch weer eens naast me bij de bakker. Ik groette hem, hij groette terug. Hij zag er goed uit, opgewekt. Opgelucht, was misschien een beter woord. Omdat ik binnen en buiten mijn werk in clichés grossier, vraag ik hoe het met hem gaat.

Met een brede glimlach, die richting een triomfantelijke grijns neigde, antwoordde hij enkel ‘goed’. Ik zei dat ik hem een tijd niet meer gezien had. Hij knikte. Hij zei: “Weet je – ik ben goed in wachten bij de bakker. Enorm goed. Ik ben er zo goed in, dat ik er mee opgehouden ben.” Ik keek hem verbaasd aan. Hij staarde me strak aan: “Waarom zou ik onbetaald iets doen waar ik goed in ben, als je er ook de kost mee kunt proberen te verdienen ?”

Ik vroeg hem of hij nu zijn kost verdiende met bij de bakker wachten. “Ik ben nog niet volledig zover dat de kost ermee verdiend kan worden, maar ik ben onderweg. Mijn bakkerwachtbedrijfje loopt boven verwachting goed, dus binnenkort verwacht ik de serieuze pingels binnen.” Ik was aan de beurt en vroeg of hij voor wou. Hij schudde zijn hoofd. “Nee nee, ga jij maar. Ik wacht nog even.”

Tussen twee regels

Hij is tussen twee regels blijven steken, mijn romanpersonage. Een geschreven regel en een ongeschreven regel. En nu reikt hij weifelend naar het rolletje toiletpapier. Het is nog maar een dun rolletje en de dag ervoor kenmerkte zich met afwisseling van koffie en bier. Een dieet dat zich zojuist danig heeft laten gelden. Het papier gaat niet voldoende zijn, vreest hij. Hij kijkt rond in het toilet maar dit blijkt ook de laatste rol. Met een zucht doet hij zijn best met wat hij voorhanden heeft. Zijn boxershort durft hij niet op te hijsen wanneer hij de kleine ruimte verlaat, hij weet vrij zeker dat er geen schone boxers meer in huis zijn. Het gekoesterde kledingsstuk als enkelbanden bungelend sloft hij de douche in.

Ik kijk bij dit alles toe. Toe hoe hij het warme water aandraait en het over zijn vettige huid laat lopen. Zijn eerste douche in vier dagen. Het hele huis van mijn romanpersonage stinkt. Mij deert het niet omdat ik het niet kan ruiken. Behoedzaam pakt mijn personage de crèmezeep van zijn vriendin, houdt die onder de kraan, en wrijft diep tussen zijn billen. Hij voelt zich misselijk, vanwege zijn weltschmertz en vanwege zijn fysieke vunzigheid. Maar hij voelt ook dat de zeep helpt, en hij zal zo de zeep ook weer schoonspoelen zodat er geen vuiltje aan de lucht is. Hij plukt smerige vettige pluizen uit zijn navel en haren onder zijn voorhuid vandaan en vraagt zich af of er meer mensen op dit moment zo slecht voor zichzelf gezorgd hebben. Hij zeept de bierzweetkorsten van zijn gezicht. Zijn onverzorgde baard voelt vettig en hopeloos aan. Hij ziet de zin er niet van in om zich te scheren.

Het was de laatste plottwist die ’t hem deed. Die heeft hem aangegrepen, zelfs een beetje gebroken. Hij ruikt het einde. Mijn personage ruikt de dood. De dood is onvermijdelijk in mijn roman. Mijn personage wist al dat hij sterfelijk was, maar het onvermijdelijk naderbijkomen van de dood heeft hem aangegrepen. Bijzonder, want vanaf pagina één heb ik hem een doodsbesef gegeven. Maar daarna schreef ik hoop in zijn verhaal. Dat brengt een personage dichter bij de lezer. Terwijl lezer en personage donders goed weten wat er aan het einde van het verhaal wacht.

Ik zou alles kunnen opschrijven wat mijn personage nu doorstaat. Ook dat hebben lezers graag. De ellende van een ander geeft ze meedogen, en tegelijk het gevoel dat ze het zelf nog niet zo slecht doen in het leven. Het grijpt aan en maakt toch ook een beetje trots. Al zal geen lezer dat laatste bekennen, liever etaleren ze hoezeer een in zinnen en letters beschreven verzinsel hun gevoel geraakt heeft. Gevoelige mensen zijn goede mensen, dat weet een kind. Ook ik ben een gevoelig mens en krijg het niet over mijn hart om mijn personage op dit moment te beschrijven. Ik moet wachten. Wachten tot hij zichzelf weer iets beter op orde heeft. Ik gun mijn personage de privacy.

Al wachtende droog ik mijn haren en overweeg toch maar te scheren.

Uitgeput

Uitgeput

En toen, na een lange reis door parallelle universa van zichzelf: Vooroordeel, door Verzet, door Angst door Depressie door Acceptatie en Polarisatie en andere poorten naar het opvolgend eerste stapje, kwam Moordkuil, met een VIP-pasje van het podium, gitaar om de nek en met een lichtgeraakte stemming naar de deur naar Backstage. Er stond een zacht, vriendelijk, oud, breek- en kwetsbaar manwijfje voor en versperde hem de toegang:

  • ‘Ho! Wat is het wachtwoord?’
  • ‘God, nee, niet alweer. Welke wil je hebben: Konijnehol, Hollebollegijs, Balkend-endeëzel, Lecterleer, Froidvrieskast, Ikgeefmeover, Maaraandeanderekantishetookweerzodat. Ik word er zo moe van. Ik wil gewoon door en meteen naar bed. Veertig jaar spelen gaat je niet in de kouwe kleren zitten, weet je?’
  • ‘Ik weet het. Vermoeiend.’
  • ‘Je hebt echt geen idee.’
  • ‘Heb ik ook niet. Laat ik aan mensen als jullie over. Ik ben slechts Liefde.’
  • Okee, liefde, wat moet ik doen?
  • ‘Het wachtwoord.’
  • ‘Ik weet het echt niet! Niemand heeft me gebrieft! Laat nou maar zitten dat wachtwoord. Ik doe alles wat je wilt, maar ik moet naar bed!’
  • ‘Wat zou je er voor over hebben dan?’
  • ‘Moet ik je pijpen, je beffen, je voeten kussen, je reet uitlikken, snoep voor je kopen, de marathon in een minuut tien lopen, zeg het maar, ik kan alles. Maar schiet wel effe op. Zucht, ik word er weer depressief van en autistisch voor gevorderden.’
  • ‘Da’s niet genoeg. Nee wacht, niet beginnen, ik zal je even een hint geven.’
  • ‘Ik neem nooit iets aan van vreemden. Van mijn moeder geleerd en je moet ergens bij blijven, anders blijf je nergens. ‘
  • ‘Zit misschien een liedje in. Nee, niet beginnen! Luister eerst maar es naar mij!
  • ‘Goed, ik luister, maar niet vals zingen, he. Anders ben ik weg.’
  • ‘Wat zou dat? Je kunt niet meer terug.’
  • ‘Wie houdt me tegen? He?! Wie? Kom maar op!’
  • ‘Zie je wel, ben je weer terug in Verzet en weet je dat wachtwoord nog. Ik geef je een hint. Het is precies hetzelfde woord als het woord dat ik van je wil horen nu. Nou? Weet je het nog?
  • ‘Nee. En al zou ik het weten…’
  • ‘Nou, wat dan?’
  • ‘Niet zo schreeuwen, ik word nog bang van je. Jaaaha! Jij noemde jezelf Liefde. Ik noem dat geen liefde…’
  • ‘Zeg es, wie zegt dat ik dat zelf liefde noem? Maar soms moet ik me gewoon anders voordoen. En als jij niet door de deur gaat, heb ik mijn werk niet gedaan. Zeg eens, wat wil je later worden?’
  • ‘Dat ben ik al. Zie je toch? Ja, dat publiek. Ja, dat loopt weg. Ja, maar dat is een kwestie van een betere sound.’
  • ‘Dan haal je er toch een?’
  • ‘Dat kost geld en dat heb ik niet.’
  • ‘Dan haal je je geld ergens anders vandaan.’
  • ‘Een baan zeker, in een fabriek, want ik ben overgeschoold of op een atletiekbaan bij het GGZ? Maakt niet uit hoor, want ik kom er beiden terecht, gek gemaakt en ingeblikt. En dan heb ik nog geen nieuwe sound.’
  • ‘Hoor je mij dat zeggen? Er zijn toch alternatieven? Wat nou als ik dat gewoon in de groep gooi en dan kopen wij daarvoor een nieuwe sound. Maar dan wil ik daarna wel iets anders van je horen. Geen klaagzangen meer, geen gedreun op een melodie dat je het zo slecht getroffen hebt en zeker geen levensmuziek.’
  • ‘Echt niet? Nou, nee, echt niet. Nee, sorry, maar dat kan ik niet aannemen. Dat heb ik niet verdiend.’
  • ‘Dan sta je hier nog heel lang. Echt jammer hoor, je was zo dichtbij. Nee, die poort blijft gesloten. Je moet hem zèlf openmaken. Kom, nog een kansje, zeg het wachtwoord.’
  • ‘Sesam?’
  • ‘Had gekund. Maar nee. Nee, denk aan wat ik zei en wat je zelf zei. Nou? Hoe spreekt ie dan?’
  • ‘(onverstaanbaar, maar goed).
  • ‘Wat zei je?’
  • (onleesbaar, maar goed)
  • ‘Bijna goed. Nog een beetje.”
  • ‘(onbeschrijfelijk, maar goed)
  • ‘Eèèènnnn …. nog een klein beetje meer open:…’
  • ‘Man, ik ben het zat, ik wil wel, maar ik kan niet. Sorry, nee, dank je maar…’
  • ‘Dat laatste was fout. Maar dat middenstuk, ja dat?’
  • ‘Wat zei ik dan?’
  • Weet je dat niet dan?’
  • ‘Weet ik veel, zeker weer vergeten, zoals zoveel in het leven. Oh, mag ik echt geen klein stukje levensmuziek? Aaah!’
  • ‘Nee, geen cliché’s, alles moet als nieuw klinken. Jij wou toch een nieuwe sound?’
  • ‘Ja, maar als niks herkenbaar is, kom je ook niet door de deur. ‘
  • ‘Dus moet je iets hebben wat voor de hand ligt en wat de mensen tegelijk niet verwachten. Wat ze raakt, wat ze omver gooit en tegelijk rechtop doet zitten. Toe dan, je zegt het al bijna na elk liedje…’
  • ‘Nee, sorry, ik geef het op. Ik ben zo moe. Uitgeput.’
  • ‘Mooi zo. ‘
  • ‘Was dat het wachtwoord? Eindelijk! Mag ik door.’
  • ‘Nee, nog niet. Dat was het niet, maar je kwam in de buurt. Heel dichtbij. Nee, uitgeput, ontleed dat woord eens en zet het dan weer in elkaar. Ik help je: je zat er in en bent er nu uit.’
  • ‘Uit-ge-put. Ja, je hebt gelijk. Maar hoe brengt me dat nu verder?’
  • ‘Doet het niet, maar het is een mooie woordspeling.’
  • ‘Jij wordt hartelijk bedankt!’
  • ‘En nu zonder het sarcasme…’
  • ‘Bedankt..?’
  • ‘Eèènnnnn, ja hoor, daar is ie, dames en heren! En wat heeft Moordkuil precies gewonnen?! Hij mag door! Hij mag naar bed! En slapen en uitslapen en nog eens uitslapen! Het is af! Het is klaar! En morgen gezond, maar niet meer op! Jezus, is dat niet heerlijk, nooit meer Opstaan?!’
  • ‘Dank u, heer.’
  • ‘Zeg maar liefde, hoor en….. niets te danken.’
  • Hou die gedachte vast…en laat het los…!’

Liefdesbrieven

Liefdesbrieven

Ik vond laatst een postbus vol

zo lief, verlangende, hete

‘koud zonder jou’

‘hou van’, ’trouw aan jou’

van een handvol

landen aan die ooit

gekuste meisjes

verlengde reisjes naar zomerijsjes

en wijn en stokbrood en rozenrode

zonnen ondergegaan zonder mij

liefdesbrieven

in een hart dat ik verloren was

lang geleden en al lang geleden

vergeten in de tijd die ik

met mijn prachtig-huidige

machtig mooie

vrouw doorbracht

en die ik vannacht

aan een postbeambte ben kwijtgeraakt

die haar nu bestempelt

mijn vroeg-heilige tempel

weegt en bevoelt en klaarmaakt

voor de zending en de bijbel

testament vol heibel in een ver, ver oord

waar een Woord nog nooit

een woord was

waar zij zich dus, heel erg

thuis zal voelen

waarbij ik nu denk

terwijl ik sta te tanken midden op de

weg naar nieuwe harten

met mijn piemel in mijn oksel

en mijn ziel weer ergens anders

om een nieuwe verbintenis te

starten en Lots vrouw

te tarten even weer

om te kijken

en mij het zout van haar

gestrande huid te laten likken

haar mijn liefde om te doen

en dicht te stikken

die vergeelde envelop

open te likken

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑