KutBinnenlanders.nl

Maand: augustus 2011 (Page 3 of 8)

Bananarama Consultancy // Stoepfietsers

 
Hij was stadswacht en belast met het berispen van stoepfietsers. Het trottoir wemelde ervan. Links, rechts, onder en boven; ze verschenen vanuit alle hoeken, schijnbaar uit het niets. Hij kreeg ze niet te pakken. Ze waren klein. De stoepfietsers lachten hem uit, hoog en kakelend. Onder de blauwe lucht stegen ze steeds hoger. Ze cirkelden in een draaikolk hoog boven zijn stadswachterspet om hem heen, richting de wolken. Otto stond op de stoep en keek er vertwijfeld naar. Hij maakt een hulpeloos hupje.

Het was een hupje van niets en hij wist dat zelf maar al te goed. Hij kreeg de stoepfietsers niet te pakken. Er ontsnapte een zacht piepend geluid aan zijn lippen.

Dat is het leven (34)

Santos Brasil een fijne haven om te stappen.

Je kon er goed vissen ik had er binnen een half uur ongeveer 8 grote vissen gevangen.Het waren loodsmannetjes die zuigen zich aan een haai vast en eten alles wat hij niet lust van zijn prooi op.Toen ik die vissen had gevangen heb ik ze aan boord in ons zwembad gezet zonder iets te zeggen.

Toen brak de pleures uit.
Er waren officieren die wilden het zwembad gebruiken maar schrokken van de daar rond zwemmende vissen.Ik kreeg een berisping van de ouwe moest de vis er weer uit halen en het hele zwembad schoon soppen.Dat deed ik dus maar ik was het ook meteen afgeleer
De reis ging verder naar Santos Brasil.
De reis ging verder we voeren naar Santos Brasil. Hier was het voor de zeeman een paradijs op aarde.Verschillende bars en cafes voor elk wat wils.Je kon met een trammetje naar het uitgaansgebied.

Trammetje in haven van Santos Brasil.
Ik belande in de pijp bar.Daar kon je aan de bar zitten en dan zei je dat je gaarne gepijpt wilde worden.Ze hadden aan de achterkant van de bar een soort luik zitten.Ter hoogte van je knie ging dan dat luik open en zat er een spetter van een wijf die haalde je jongeheer uit je broek en begon je te pijpen
Het koste slechts 2 dollar .

De pijp bar in Santos.

Was je klaar dan werd je edele deel nog even goed gewassen en ging het luik weer dicht,Soms zaten er wel 7 of 8 zeemannen aan de bar en waren alle luiken open.
Tenslotte je moest toch ergens met al die opgespaarde spermaatjes blijven.
In de meeste bars werkten de grieten op provisie van de omzet.Voor elk drankje dat ze aan een klant konden leveren kregen ze een plastic penning.En eind van de week ruilden ze hun penningen dan weer in voor geld bij de kroegbaas.
Van Santos vertrokken we naar Rio de Janeiro.Dat had inderdaad het mooiste strand van de wereld in die jaren.Het was onder de naam Copa cabana een waar paradijs op aarde.

ttttien

De goede verstaander met insiderkennis had allang begrepen dat Cultuurkiller stiekem een beetje veel gaat over de huidige Stadsdichter van Tilburg. We ontvingen onderstaande flyer in de redactiemailbox zojuist en hebben hard gelachen. Vanzelfsprekend zijn we niet zo egoïstisch dat we dergelijk hilarisch materiaal voor onszelf houden. Daarom, speciaal voor u. Haal uw portemonnees maar boven, want u boft maar weer.

Zomergasten recensie: Erik van Lieshout

Gisteren in Zomergasten, “één van de meeste succesvolle Nederlandse kunstenaars op dit moment”: Erik van Lieshout. Het zal aan mij liggen, maar ik had nooit van de beste man gehoord. Terwijl hij nota bene van mijn generatie blijkt te zijn, stelde ik verbaasd vast na enig speurtocht: al die tijd dacht ik met een vroeg dertigjarige te maken te hebben. In eerste instantie meende ik een Fries accent te horen. Het bleek Brabants te zijn. Ook had ik hem me voorgesteld als een lange sterke man, breed gebouwd: zolang hij zat leek dat zo. Pas toen hij opstond om een 10m lange tekening uit te rollen zag ik dat hij een kop kleiner was dan Jelle.

Jelle was in vorm – hij had zich duidelijk verheugd op het gebeuren. “En je had niet bepaalde opiaten genomen?” wierp hij al bij aanvang van de uitzending, wanneer Erik vertelde een spooky night at the museum te hebben beleefd. Het beloofde wat.

De hele tijd moest ik aan Kippfest denken. Niet dat hij fysiek op hem leek, of dat zij dezelfde accent hadden, maar zijn manier van antwoorden – hij zei net geen Huhuhu’s – zijn onverbetelijke mimiek (Kippfestiaans, no doubt about it), zijn ogen die telkens priemen als speertjes. Hij stuitert. Het ziet er onnozel en maf uit, een opgewonden jochie, los en blij – tot hij ons een krijttekening voor 30 000 euro wil verkopen – hij is dus geenszins op zijn achterhoofd gevallen. Hij geeft geen antwoord, alsof hij nergens over nadenkt, maar zegt een miljoen keer “ja, ja, ja, ja”, slikt driekwart van zijn woorden in en heeft in die drie uur twee zinnen afgemaakt. 

-Waarom kopen mensen spullen?

-Ja ja ja ja…

-Je had een winkel. Wat was de bedoeling van die winkel?

-ja ja ja ja

Het deed me verlangen naar ondertiteling die zijn zinnen voor ons zou completeren, zodat we beter zijn train of thoughts konden volgen. Daar moet Zomergasten mijns inziens absoluut aan werken. Het was geen doen voor arme Jelle om dat zelf te gaan doen.

We werden ondergedompeld in kunstsoep van de coolste plank (John Bock, Jan Dibbets, Bas Jan Ader, Jeremy Deller, Christoph Schlingensief, Gerrit van Bakel, Joseph Beuys, Jörg Immendorf) waar je een sterke maag voor moest hebben, dat wel. Vooral van het eerste fragment hou ik een onpasselijk gevoel – wat vast de bedoeling van de kunstenaar is geweest, “Gij zult choqueren” niet waar, doch het is niet het soort dingen waar ik vrijwillig naar toe ga in mijn vrije tijd. Nergens gejammer over vermaledijde bezuinigingen, maar een aanstekelijke enthousiasme over Kunst: zo moet het zijn, zo werkt het. Er wordt wel een paar keer gezamenlijk gezucht dat we hier te lande geen Schlingensief hebben, althans, Jelle zuchtte en Erik ging er braaf in mee. Maar we hebben hier in friggin‘ Amsterdam een tastbaar alternatief, onder de vorm van mijn bloedeigen zwager Roé Çerpac, die zonder project afgestudeerd is aan het Rietveld – een gerenommeerde filosoof moest er aan te pas komen om de docenten aldaar tot het besef te laten komen dat ook, dat VOORAL, dát Kunst was. Roé is 24/7 bezig met Kunst waar hij een onnavolgbare definitie van geeft. Die u hem persoonlijk kunt gaan vragen want hij houdt elke dag kantoor op het terras van de Hema in de Kalvertoren (ook dat is Kunst), zoals Jelle wel weet, want hij heeft hem daar bezocht.

Telkens in de uitzending draait Erik de rollen om: dan is Jelle de Zomergast, die de vragen toegeworpen krijgt die hij zojuist zelf heeft geformuleerd. Jelle gaf daaraan blijmoedig gehoor. Hij mocht die gast graag, dat kon je zien. Hij had niets liever dan na afloop nog een afzakkertje met hem gaan drinken ergens (ach nee, dat kan helemaal niet, want Erik van Lieshout drinkt niet).

Een keer betrapte ik Erik op het verkopen van bullshit. Nadat we kunstgrootheid Jörg Immendorff zagen bewierookt worden door bondskanselier Schröder en personne, verzuchtte onze beste kunstenaar het gebrek aan zulke acties van de kant van het Nederlandse establishment. Nee de leiders des lands kwamen nooit en nimmer kijken, ze hadden geen interesse, daarom. Misschien had hij in zijn geheugen verder moeten zoeken dan presidentje Rutte, want onze Koningin, die heeft dat wel degelijk gedaan, kunstenaars bezoeken, ze had zelfs ooit een Huis-ten-Bosch vol leden van de intelligentsia (wat gefilmd is, zagen we dat niet bij een eerdere Zomergast?), en daar zaten absoluut kunstenaars bij – uit mijn blote hoofd Wim T. Schippers, in ieder geval. Hare majesteit kennende doet ze dat nog steeds, wellicht niet bij Erik, maar tja, misschien is ze niet van de walgelijke kunst. Nobody’s perfect.

Er werd natuurlijk over Kunst geluld (ik heb wat quotes opgeschreven, beschikbaar op aanvraag, voor de geïnteresseerden). Wat ik jullie niet wil onthouden is het onvergetelijke beeld van Erik van Lieshout die, vermomd in een bacterie, het ziekenhuis bezoekt. “Kunst is een bacterie” stelt hij dan. “Een virus. Een vies, besmettelijk ding.” Kunst is sowieso een entiteit op zich, in de wereld van Erik van Lieshout, een personage haast. Hij is overenthousiast. “Vind jij het ook leuk?” vraagt hij aan Jelle.

Bijna aan het einde van de uitzending blijkt waarom Erik zo stuiterde: hij moest plassen. Wat hij dan ook gewoon doet: hij verlaat zijn stoel en rent naar de WC’s, en hij zegt dat ook: “Ik moet naar de WC”. Ik weet niet jullie, maar ik heb nog niemand dat zien doen bij Zomergasten.

Van elk fragment werd verteld dat de kunstenaar in kwestie anderhalve week later dood ging. Ik vraag me dan af: waren we gisteravond getuigen van de zwanenzang van Erik van Lieshout? Gaat hij ook spoedig dood? Ik hoop het niet: het is zo’n innemende jongen. Dat hij zulke lelijke dingen maakt vergeven we hem dan ook collectief. 

Cultuurkiller (24)

Albert woelde in zijn bed, schrok rechtop wakker. Bijna onmiddellijk probeerde de vermoeidheid hem terug in slaappositie te trekken. Wankel leunde hij op zijn armen, probeerde even grip te krijgen op waar hij was. Slaapkamer. Gordijnen dicht. Licht, fel zonlicht van buiten. Hij draaide zijn hoofd en keek naar zijn wekker. Hij had nog een uur voordat hij op moest staan voor zijn werk. Kreunend liet hij zich in het bed terugzakken. Hij had gedroomd dat duizenden chinese tekens van alle kanten naar hem toe waren gekropen en hem omsingeld hadden. Terwijl hij probeerde van hen weg te krabbelen werd de kring rondom hem kleiner en kleiner, tot ze over zijn armen en benen begonnen te schuiven. Hij huiverde even en was blij gewoon in zijn bed wakker te zijn geworden. Hij sloot zijn ogen en zakte alras terug in innerlijke duisterrust.

Cees staarde uit het raam. Hij had de eerste vier boeken zo goed en kwaad het ging doorgespeurd maar niets opvallends gevonden. Zijn gedachten bleven afdwalen naar de afgelopen nacht met Bianca. Of wat hij zich er nog van herinnerde. Een vreemd gevoel in zijn buik. Hij werd toch zeker verdorie niet verliefd, op zijn leeftijd nog ? Hij lette maar half op de vogeltjes buiten en de buurtkat die vanaf een nabijgelegen dak aandachtig toekeek. In zijn hoofd zag hij telkens weer de flarden – haar jeugdige welvingen, haar volle lippen. Hij voelde haar huid nog onder zijn vingers, licht rillend van zijn aanraking. Hij fronste en besloot dat de nacht toch vrij verdacht was geweest. Hij mocht zich niet zomaar overgeven aan basale instincten of sentimenteel gekwezel. Vastberaden draaide hij zich om, ging op de keukenstoel zitten en sloeg boek vijf open.

 Albert’s telefoon rinkelde een ringtone. Hij gluurde tussen pijnlijke oogleden naar het plafond en dacht verstoord: “Dat is mijn wekker niet.” De telefoon trilde en rinkelde, trilde en rinkelde. Albert gromde. Wie belde hem in ’s hemelsnaam voordat hij wakker moest zijn ? Hij keek op het schermpje. Zijn hoofdredacteur. Wat moest die nu weer ? Hij wreef in zijn ogen terwijl hij op de knop beantwoorden drukte. “Albert ? Kleed je zo vlug mogelijk aan. Er is weer een moord geweest.” Albert was meteen wijdoogs wakker en stamelde verrast in zijn mobiel dat hij eraan kwam. Als zelfs zijn waardeloze hoofdredacteur hem naar een van de seriemoorden sommeerde, was er niéuws.

Wijdoogs staarde Cees naar de bladzijde. Wijdoogs staarde Cees naar de bladzijde. Het vijfde boek was Dante’s Inferno. De passage waar hij naar staarde handelde over de vierde ring van de negende cirkel in de Hel. Judecca. Een heel stuk was wit uitgevlakt. En er waren sierlijke chinese tekens op geschreven. Hij had zijn aanwijzing gevonden. 

Eenzame boeken (7)

Eerder gepubliceerd op TilburgZ.nl

‘Het huishouden van Jaap Bron is, menselijkerwijs gesproken, alleen geschikt om misdadigers in groot te brengen. Het is er een Augiasstal, de oude is een dronkaard en een echte deugniet. Als er met succes gegapt is worden meteen grote braspartijen aangericht. Een pronte vrouw die leiding kan geven ontbreekt. De moeder wordt reeds sinds 1925 in een gesloten krankzinnigengesticht verpleegd. Dochter Francisca loopt met allerlei mannen. Zij is nooit gehuwd en moeder van zes kinderen.’ Een ongehuwde moeder met zes kinderen, dat stelt in 1934 nog echt iets voor.

De criminaliteit van Oss, Dr. W.H. Nagel. Daamen’s Uitgeversmaatschappij NV, Den Haag, 1949


Continue reading

Cultuurkiller (23)

Terwijl de fluitketel floot zat hij aan zijn keukentafel terug te denken aan wat hij zich herinnerde van die nacht. Een licht paranoïde wantrouwen bekroop hem plots. Wie was die agente ? Zo vaak werd hij nu ook weer niet spontaan besprongen door vrouwen die hij in een café tegenkwam. Al zeker niet als hij ze enkel één keer eerder ontmoet had, terwijl hij verhoord werd als mogelijke getuige bij een moordzaak. Oké, dit was de enige keer dat hij mogelijke getuige was bij een moordzaak. maar toch. Het geheel kwam hem plots verdacht over.

Zijn baan…. ex-baan, gromde hij zichzelf toe, liet hem amper toe mensen in zijn leven toe te laten. Hij was eraan gewend geraakt inmiddels. Jaren terug had hij nog wel eens een vrouw op een romantische reis genomen. Maar in plaats van de passionele nachten waar hij op gehoopt had, had de vrouw geëist dat er aparte bedden waren in iedere hotelkamer. In één hotel betaalde ze zelfs bij voor een aparte kamer. De enige vonken die normaal vlogen in zijn leven waren die die het vuur onder de fluitketel aanstaken. Vandaar ook dat hij al jaren vaste klant was bij ‘zijn’ escortmeisje, Kimberly. Hij fronste een diepe rimpel. Ja, het was eigenlijk ronduit verdacht.

Albert trok moe de deur achter zich dicht. Hij had een map vol uitgeprintte vellen bij zich. Uitgeput zette hij zich eerst even neer aan zijn keukentafel en overwoog een koffie te drinken. Hij had weer eens tot het ochtendgloren doorgezocht en doorgespit. Zodra zijn voormalige studiegenoot hem de vertaling mailde van de chinese tekens bij de moord op de hond, had hij zich opnieuw in de zaak vastgebeten. Iedere moordzaak in het totale verleden van het brave stadje had hij opgezocht en uitgeprint, om door te nemen of er ook maar enige overeenkomst was. Verder iedere moordzaak in het hele land die hij had kunnen vinden waar occulte elementen bij voorkwamen. De map was dikker dan hij had verwacht – zo vaak hoorde men toch niet van opvallende moorden in dit land, laat staan in deze stad.

Terwijl hij de map opensloeg merkte hij dat zijn oog hard prikte en dat er tranen begonnen te vormen. Hij fronste. Albert, je begint een ouwe vent te worden, man. Een nachtje doorploeteren zou toch gesneden koek voor je moeten zijn onderhand. Hij wreef in zijn ogen, rekte zich uit en besloot naar zijn klagende lijf te luisteren. Eerst slapen. Dan lezen. De moorden liepen niet weg. Hij sloeg de map dicht, stond op en sleurde zichzelf naar de slaapkamer van zijn kleine appartement.

Cees rekte zich uit aan zijn keukentafel en overwoog een tukje te gaan doen. Plots viel zijn oog op de stapel antieke boeken die hij van de grond had geraapt na de brute inbraak in zijn flat. Een onbestemd voorgevoel bekroop hem. Hij pakte de stapel boeken en begon ze aandachtig één voor één te openen en te bekijken. Als de inbraak door dezelfde dader was gepleegd als de moorden, had die misschien ook een teken, een boodschap achtergelaten. Een aanwijzing, hoe klein ook. Die hem tot de kern van de zaak zou brengen.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑