Albert de Muskiet stond in het morsige tuintje van het kantoorpand te roken. Licht mijmerend over hoe hij als kind tegen zijn vak had aangekeken. Journalist, dat was avontuur, dat was ruig, dat was spannend, dat was waarheden achterhalen. Als kind droom je tenminste toch niet van halve advertorials en aankondigingen van bingomiddagen schrijven. Sjacherijnig trokken zijn lippen aan zijn sigaret. Zometeen moest hij verder met zijn artikel over een multiculti kantklosmiddag. Je verzint die onzin niet.

Hij drukte zijn sigaret uit op het deurlogo van de krant waar hij voor werkte. Een redactie vol achterlijke mongolen die braafjes hun uurtjes klokten en een arbeidsethos erop nahielden waar de gemiddelde ambtenaar zich nog voor zou schamen. Keer op keer dacht hij, wat doe ik hier nog ? Wetende dat hij een van de weinige nog ‘echte’ journalisten in het hele pand was. En dat hij bij veel onderzoeksartikelen glashard tegengewerkt werd door zijn baas. Stel je voor, de krant zou ineens iets interessants gaan melden, wat ook nog eens een paar centen kost om te schrijven. Het zou niet gekker moeten worden zeg. Waar zou dat heen moeten met de wereld. Straks gaan we nog niéuws publiceren. Sarcastisch binnenmompelend liep hij terug naar zijn bureau, waar hij Cees bij aantrof.

“Wat moet je, Cees ?” Albert had een gloeiende kotshekel aan Cees. Cees gaf altijd een instinctief gevoel af dat hij met dubbele tong sprak. Albert snapte amper dat zo weinig anderen dat gevoel kregen van Cees. Die man had zijn vingers in veel smerige zaakjes, dat voelde hij wel. Zonder bewijs of aanknopingspunten kon hij er echter helemaal niets mee. En daarom had hij een schurfthekel aan Cees. Albert kon gewoon niets met Cees. Wat volstrekt krankzinnig was eigenlijk, want Cees bekleedde keer op keer elke nieuwswaardige culturele positie in de stad. Maar Cees deed er nooit ook maar het minste interessante mee, wat hem als verslaggever danig op de zenuwen werkte. En de man sprak altijd zo verdomd bedachtzaam. Nee, De Muskiet kreeg enkel kippevel van Cees. En nu stond deze ergerlijke man weer eens naast zijn bureau. Albert bedacht zich dat je sommige dagen beter niet je bed uit kunt komen.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !