KutBinnenlanders.nl

Dag: 7 juli 2011

Cultuurkiller (1)

Verstoord keek hij naar het stoffige apparaat op zijn bijzettafeltje. Het had gerinkeld en hem als zodanig gestoord in zijn gespannen observering van een kat op zijn balkon die een nietsvermoedend vogeltje aan het besluipen was. Hij keek terug naar het balkon; de kat was zich aan het wassen, de vogel duidelijk gevlogen. De herhaalde rinkel bracht nu ook de kat tot het verlaten van de scène. Soms had hij zin om de telefoon helemaal uit de muur te rukken en voorgoed onbereikbaar te blijven. Maar ja, de plicht riep. Hij schraapte zijn keel en nam de hoorn op.

Er werd enkel gesproken: “Vier over half tien.” Een klik. Een langgerekte tuuuuut tot de hoorn weer op diens houder rustte. Cees wist voldoende. Hij keek naar zijn klok. Een krappe deadline vandaag. Hij trok zijn meest onopvallende jas uit de kast en slenterde in het zomerzonnetje de routineuze route naar het parkbankje.

Drie over half tien, meldde zijn horloge hem. Een vogeltje hupte over het gras. Hij spiedde rond, maar zag geen kat. Ook niet in de schaduwen. Kon hij maar de hele dag naar sluipende katten kijken. Dat deed hij eigenlijk liever dan zijn echte werk. Maar ja, je moet roeien met de talenten die je hebt. Hij merkte volstrekt niet de schimmige gedaante die achter hem  aan de andere kant van de bank was gaan zitten – zoals hij deze eigenlijk nooit opmerkte. Terwijl nochtans zijn zintuigen altijd op scherp stonden. Maar misschien wou hij de gedaante ook nooit opmerken. De inhoud van de bruine enveloppen die hem in de hand geduwd werden was doorgaans al meer informatie dan hij wou bevatten.

Ja, ook nu voelde hij de herkenbare vorm in zijn hand gedrukt. Hij schraapte zijn keel zacht, stak de envelop sluiks in zijn jas, stapte op van het bankje en liep weg. Het vogeltje fladderde verschrikt voor hem uit. Terecht, dacht hij. Vrees mij. Ik ben de Cultuurkiller. Cultuurkiller Cees.

Met speciale dank aan grote broer AHJ voor de geperfectioneerde term ‘Cultuurkiller’.

 

Dat is het leven (21)

Het postbootje dat nooit kwam.

Ik gaf de post af aan een matroos die hem op kwam halen.
Ik wist op dat moment niet dat ik voor de 2e keer in het ooitje werd genomen.Er kwam namelijk geen postbootje .Men haalde bij de nieuwelingen de post op en maakte die dan open.
Zo wisten de gehele bemanning wat je naar huis had geschreven.Enkele dagen later werd je dan met je eigen brief om je oren geslagen.
Ik stond niets vermoedend aan het dek uit te kijken naar het postbootje dat maar niet kwam tot ik plotseling enkele mooie dolfijnen langs de boot zag zwemmen. Het zijn de engelen der zee vertelde een matroos me toen.

Dolfijnen voor de kust van de Azoren een prachtig moment voor mij.
Voor de kust van de Azoren zagen we diverse Dolfijnen die met onze boot mee zwommen
Het leek wel of ze vaarwel wilden zeggen.Prachtig gezicht.
Ik had deze dieren nog nooit in het echt gezien.Wat een geweldig gezicht was dat.
En ze sprongen steeds een halve meter uit het water omhoog om dan weer sierlijk verder te zwemmen.Het was of ze mij een goede reis naar Curacau wilden toe wensen zo leek het althans.
Na een dag of 4 sloeg het weer even om en kwam er een kleine storm opzetten.De patrijspoorten moesten allemaal dicht en er werd water op de tafel lakens gegoten zo dat de borden en de eten schalen netjes op dat vochtige laken bleven staan.Ik moest op dat slingerende en wiegelende schip gewoon mijn werk doen.Hete soep etc halen in de kombuis zonder iets te laten vallen.Ik liep af en toe net een zatlap met de volle schalen rond.Toen kreeg ik het opeens voor mijn kiezen.Ik werd zeeziek.Ik moest overgeven had hoofdpijn en voelde me misselijk.Nu is zeeziekte iets wat met je gehoor en evenwicht te maken heeft en het gaat van zelfs weer over als je eenmaal aan dat slingeren en stampende schip gewend bent geraakt.Maar ik wist dat niet.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑