Mijn kat loopt met een jogger binnen. Ze legt de jogger aan mijn voeten. De jogger kermt. Waarschijnlijk liep de jogger te snel en enthousiast langs het huis en heeft mijn kat hem gevangen. Hij bloedt een beetje. Zijn been trekt lichtjes. Mijn kat kijkt me trots aan. Haar groene ogen fonkelen.
Ik zucht. Misschien valt de jogger nog in het wild terug te plaatsen. Ik hoop dat de jogger niet te erg geschrokken is. Of te zwaar beschadigd. Ik hou er niet van om joggers die mijn kat vangt, dood te moeten maken. De jogger piept zielig. Ik probeer er niet op te letten en kijk uit het raam. Nonchalant drink ik een glas water met ijsblokjes.
De vloer wordt vies. Er druppelen druppels joggersbloed op de vloer. Ook heeft de jogger vieze schoenen. Ik ben dol op mijn kat, maar dit is een nare bijkomstigheid. Ik zou graag hebben dat ze ophoudt mij joggers te brengen. Afgelopen maand heb ik zeker drie dode joggers in mijn container gepropt. Andere katten vangen muizen of vogels. Of rennen achter pluisjes aan. Ik vraag of de jogger iets wil drinken. De jogger piept zielig.
Mijn kat is ondertussen terug op het tuinhek gesprongen. Verlekkerd kijkt ze naar een nieuw groepje joggers in de verte. Ik zucht, sta op en pak een spade uit mijn schuur.


Geef een reactie