KutBinnenlanders.nl

Dag: 7 september 2011

Met de blik op Afghanistan

Vanuit Uzbekistan kun je niet rechtstreeks de Tadjiekse grens over. Daarvoor moet je een slordige 200km omfietsen. Onderlinge pesterijen, nawee-en uit het Sovjet-tijdperk. In Dushanbe, de hoofdstad, liggen putdeksels van een meter doorsnee van de put. Wel spannend fietsen dus. Na Dushanbe geen putdeksels meer. Geen weg meer eigenlijk. Gravel, zand, stenen, soms wat gebroken asfalt. Een klim over een 3250 meter hoge pas door prachtige bergweiden brengt me op een fantastische afdaling naar Kalaikhum, de Aubisque is er kinderspel bij. Het oosten van Tadjikistan is een streek apart, de Pamir. Het Dak van de Wereld en een waar fietsparadijs, als je ervan houdt je eigen weg te banen. Vanuit Korogh volg ik de Vakhan-vallei, waar de grensrivier tussen Tadjikistan en Afghanistan stroomt. Aan de overkant liggen de besneeuwde toppen tot 7 km hoog van de Hindu Kush. Erg leuk zijn vooral de kinderen onderweg. Doordat de Agha Khan. Googlet u maar, deze streek erg steunt, spreken de jonge kids ook al wat Engels, zodat het eeuwige Odkuda wordt vervangen door Hello, how are you.

Na de Vakhan-vallei gaat het weer bergop naar de Pamir Highway, een fantastische trip door verlaten gebied met een paar bergmeren en vele marmotten. Dat vlees is niet te eten, vandaar. De hoge bergruggen en de knalhemelsblauwe lucht erachter doen surrealistisch aan, als was het hele landschap vers gefotoshopt. De weinige mensen die hier wonen, zijn vrijwel volledig zelfvoorzienend. In de zomer moeten ze alle zaken die ze niet hebben inslaan voor de winter, als alles dichtsneeuwt en het min 40 graden is. En ik vind het hier in de zomer al zwaar! De trucks die vanuit China komen mogen niet stoppen en bevoorraden de elite in Dushanbe. Op het eerste deel van de Pamir Highway eindelijk weer asfalt, wat dorpjes en vele yurts die in de zomer op de bergweides opgericht worden.

Na Murghab, een des zomers al troosteloos stadje, volgt het letterlijke hoogtepunt van de reis, de Ak-Baital oftewel Witte Paardpas, 4655 meter hoog. Sneeuw op de klim en na de ijskoude afdaling een fantastisch hotel op 4200 meter, een Yurt. De meest vreemde plantjes groeien op deze hoogte en zelfs vlinders laten zich door de ijle en koude lucht niet weerhouden. Als Tadjieks toetje het Karakul-meer, azuurblauw waar de naam Zwartewater betekent. Geen vis, omdat er vrijwel geen zuurstof in het water zit. Ook in de lucht een stuk minder, tijdens het klimmen verzuren de benen niet, maar slaat de ademnood meedogenloos toe. Twee minuten hangend over het stuur bijkomen gebeurt regelmatig. De klim die naar de grenspas met Kirgizstan leidt doe ik met heftige tegenwind, wat een extra speciaal karakter aan het boven de 4000 meter door los zand en stenen omhoog ploeteren geeft.

Het niemandsland tussen Tadjikistan en Kirgizstan: grensoverschrijdend zoals je ziet.

Tadjikistan, tevoren niet gepland als deel van de route, was een erg apart deel van de reis, zeker voor een asfaltfietser als ik.

 

mopje

sta ik als zeeman tijdens mijn verlof op de bus te wachten
staat er zo een nicht zenuwachtig met zijn paraplui op de grond te tikken om dat de bus er nog niet was.Ik kijk deze nicht aan en zeg hem ./man houw op met dat zeniuwachtig getik.Hij stopt  met dat tikken op de grond maar na 2 minuten herhaald hij het weer en tikt met zijn pluu op de grond.Dan zei ik hem luister mietje als je nu niet onmiddelijk stopt met dat irritante  getik steek ik je dadelijk met je eigen paraplu  in je lijf.Zegt die flikker  moet je doen liefst in mijn hol en dan langzaam open en dicht doen

 

Cultuurkiller (32)

Kokhalzend hing Cees boven het toilet. Goed dat Karsten al enige tijd geleden het bewustzijn had verloren. Als hij had gezien hoe slecht Cees tegen het aanzicht van bloed kon, had hij hem beduidend minder serieus genomen.

Hij voelde zich echt beroerd maar rechtte zich en veegde zijn mond af. Onwillekeurig greep zijn andere arm even naar zijn duidelijk overstuur zijnde maag. Kom op, Cees, dacht hij bij zichzelf. Je bent al te ver gegaan om nu op te houden. Karsten sterft nu sowieso. Je kunt op z’n minst zijn einde wat bespoedigen. Toon je menselijke kant.

Hij drukte de spoelknop in en keerde zich om. Van de grond pakte hij de bebloede schoenlepel. Met het bepaald bruut gebleken wapen trillend in de hand liep hij terug naar Karsten toe, voorzichtig om niet uit te glijden over het bloed dat zich lustig over diens kliklaminaat aan het uitspreiden was. Ondanks al die jaren als cultuurkiller had hij nog nooit een échte moord hoeven plegen. Hij had enkel maar cultuur om zeep gebracht. Maar deze éne keer moest hij doorbijten. Hierna kwam alles weer goed.

Albert keek verstrooid tussen spleetoogjes op. Zijn gezicht plakte aan zijn bureau. Hij tilde zijn hoofd op en voelde dat er ook nog eens een theelepeltje aan kleefde. Hij wreef in zijn ogen, gaapte, rekte zich uit. Staarde duf naar zijn scherm. Wat was hij ook alweer aan het doen ? Bla bla bla, initiatiefnemers, bla bla bla, kinderopvang, bla bla openingsdag. Oh ja. Tot zijn verbazing zag het artikel er redelijk afgerond uit. Hij kon zich niet eens meer herinneren er al aan begonnen te zijn. Save, start, afsluiten. Hij klikte zijn scherm uit, morgen weer een dag. Zich de trap opslepend meende hij in de achtergrond ergens sirenes te horen, maar hij was te moe om zich daar om te bekommeren. Vast weer een paar dronken studenten die overlast pleegden of zo.

Hij liet zich voorover in zijn bed vallen en zakte onmiddellijk terug in de zalige zwartheid waarin zijn leven vaak veel beter voelde dan tijdens de wakkere uren.

 

Bananarama Consultancy // KK stuk

 
‘Een pofbroek heb ik niet en toch mis ik hem niet.’ Zomaar een gedachte uit het gedachterijke hoofd van Otto, die dekselse president directeur grootaandeelhouder van Bananarama Consultancy BV en al haar holdings. Maar het was een vervelende gedachte die aan hem knaagde. En knaagde en knaagde.
Vannacht had zijn vrouw hem al geadviseerd niet meer zo assertief in de kont aanwezig te zijn en nu dit weer. Die Otto. Hij kreeg het wel te verduren. Hoe hij minder assertief in de kont aanwezig moest zijn, wist hij niet. Een stevige dip diende zich aan en het is geen overbodig luxe te stellen dat hij er even helemaal doorheen zat. ‘Heb ik er nog wel de kracht voor?’, fluisterde hij voor zich uit. ‘Nee, nee. Je heb er eventjes helemaal niet meer de kracht voor, beste Otto. Mijn batterijtje is eventjes dus helemaal opperdepoppie. Je zit stuk, beste Otto. Nee, Je zit KK stuk mag ik wel zeggen.’ Hij vond dat hij dat mocht zeggen, want hij was Otto zelf immers. Hij stond op en kondigde aan dat hij naar huis ging.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑