Cees vertrok kortstondig in een andere richting, en Albert volgde zo onopvallend mogelijk in diens kielzog. Hij wandelde enkele minuten na Cees de kunstgalerij Piaf Morte Speciale binnen. De Piaf was een galerij die bemand werd door Engelbert Painteur, een pseudoniem van lokale kunstenaar Bert Kwast. Painteur had zich ooit met een tot op heden qua oorsprong onduidelijk bedrag een herenhuis aangeschaft en dat omgetoverd tot ‘kunstgalerij’. In de praktijk betekende dat: een bord boven de deur en alle muren semiwekelijks weer helemaal wit geschilderd.

Hij zwierf onopvallend op zoek naar Cees over de voorstelling Alors, C’est Toujours Les Autres Qui Meurent. Hij herinnerde zich iets over deze voorstelling in zijn krant gelezen te hebben. De kunstenaar had vijftien terraria vol muggen besteld, die door een grote set vrijwilligers werden vrijgelaten, en daarna door diezelfde vrijwilligers laten doodmeppen op de muren. Vervolgens werden alle muggenlijkjes gemarkeerd met het woord ‘dood’ erbij. Het zou wellicht macabere ideeën bij bezoekers moeten oproepen, maar Albert trok zich het lot van de reeds geplette insecten minder aan dan de huidige locatie van Cees. Zijn reportersinstinct kriebelde en dat instinct had doorgaans weinig ongelijk gehad.

Hij vond Cees een paar kamers in het omgebouwde herenhuis verderop. Intensief en in gedachten starend naar een bepaald dicht patroon van muggenlijkjes op de muur. En terwijl Albert zelf belangstelling veinsde voor een toevalling bijzonder onaangeroerd deel van de witte muur, glimpte hij vanuit zijn ooghoeken naar Cees en merkte dat diens aandachtige houding ook maar een pose was. Cees zat met soortgelijke glimpen als de zijne, op andere voorbijgangers te letten. Er leek een verschil tussen te zitten wie: sommige bezoekers van de tentoonstelling leken Cees’ belangstelling amper te verdienen, terwijl hij anderen weer wel uiterst scherp gadesloeg.

Cees dacht ondertussen na over het dwaze van het zoeken naar een moordenaar op een voorstelling vol lijken. Hij had zich, enkele uitzonderingen daar gelaten, niet veel voorgesteld van het aantal mogelijke verdachten op de expositie.  De Kring van Painteur was een vrij brave voor dit stadje. Bevolkt door correct liberaal stemmend, goed katholiek, cultureel beschaafd ondernemersvolk. Hoewel hij altijd vermoedde dat achter de meest braaf ogende burger juist een enorm onverwacht verhaal zal schuilen, had hij zelfs onder zijn grotere verdachten niemand gezien die tot de onderzochtte gruwelijkheid toe in staat was. Hij dronk bedachtzaam zijn glas rode wijn leeg, iedere aanwezige scherp in de gaten houdend.

Blijkbaar was hij daar uiterst slecht in, want hij zag Albert ditmaal absoluut niet. Geen seconde sloeg hij acht op het achteloos onzichtbaar opgestelde personage dat zich inmiddels bijna schuin achter hem had opgesteld. Cees’ ogen speurden in het rond: had iemand het ? Was er maar iemand zo dom om het toevallig bij zich te hebben ?

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !