KutBinnenlanders.nl

Maand: januari 2022 (Page 2 of 2)

Weersomstandig

 

Nou goed, het weer was omgeslagen. Gisteren was het vochtig en viel er regen, of omgekeerd, vandaag valt de kou op en de zon. Helemaal fris.

Opgewekt loopt de diender zijn ronde. Voorbij de rotonde houdt hij een wagen staande waarvan de bestuurder met zijn hoofd uit het raam hangt. Reden genoeg, vindt de diender, om hem te bekeuren.

‘Zo, heerschap, wat hangt u hier buiten de auto met uw hoofd?’

‘Gewoon even een frisse neus halen.’

Daarop spreekt de diender hem wijselijk toe met de beklijvende woorden: ‘Een frisse neus haal je best te voet’.

 

Stress

 

Hij wordt wakker. Alhoewel, wakker? Nauwelijks. Van opstaan is geen sprake. Enkele nachten op rij dreunt een gast rond drie uur ’s nachts het huis binnen. Hij wordt er bruusk door uit zijn slaap gewekt.

Zo kan het niet verder. Met vereende krachten slaagt hij er alsnog in op te staan. Hij eet heel even wat, drinkt iets en gaat de huisarts raadplegen. Deze doet gewetensvol zijn routineonderzoek en glimlacht. Het is dus niet erg.

‘Stress’, zegt de arts. ‘Je spieren hebben niet meer voldoende tonus op je op de been te houden.’ Hij schrijft twee vitaminen voor. Twee dagen later is hij weer de oude. Een jaar later is de vervelende gast onmerkbaar persona non grata geworden.

 

Buitenspel

De jongens met ik voetbal, sturen me de verkeerde kant op
Vegen kluitjes aan me met die ene losse nop
Vinden me raar, noemen me laf, beschouwen mij als een apart geval

Ik kom elke zondag terug, bij zonovergoten en potdichte lucht
Bij winst, gelijkspel of verlies…

Want ik weet niet wat buitenspel is
Want ik weet niet wat buitenspel is….

De jongens met wie ik douche verwijten mij de verloren potjes
Scheppen met me op, gaan naar huis met de dotjes
Die ik maar niet versier, zelfs in een overwinningsroes

Ik kom elke zondag terug, bij zonovergoten en potdichte lucht
Bij winst, gelijkspel en verlies…

(refr.)

Het heeft me verder meegezeten
Maar ik kan de jongens niet vergeten
Twee keer per week een potje keten
Ongelukkig in het leven
Opgewekt uit de dood in het spel.

(refr.)

Verleden, heden en toekomst

 

Geven we achterblijvers spontaan gelijk of steevast ongelijk? Deze vraag zou weldra die over het koloniaal verleden, het verleden racisme en de zin van vaccinatie wegspoelen. Twee kanjers uit de media spannen samen. Ze willen het debat bijsturen, desnoods ombuigen.

De fles wodka tussen hen in is halfleeg, hun glazen halfvol.

‘Wie zullen we daarvoor in schakelen?’ ‘Die komiek van de eindejaarsconférences. Hij zit al een tijdje droog, doet al een paar jaar geen eindejaar meer.’ ‘Goed idee. Wie zal hem betalen?’

Alles en iedereen en nog wat presteert immers pas als hij of zij wat toegeschoven krijgt. ‘We vinden wel een sponsor. Als het moet laten we de Boerenbond wat geld ophoesten. Of de Voetbalbond. Ze kunnen die bedragen altijd aftrekken in hun belastingvoordeel’.

Spontaan nemen beiden hun glas, klinken op de achterblijvers en drinken het in een teug leeg.

Café en wetboek

 

‘Napoleon schreef eerst een heel wetboek vooraleer hij zijn oorlogen aanvatte’. Op dit uur van deze dag zit het café Napoleon goed vol. De man aan het woord lijkt haast erudiet. Misschien is hij bibliothecaris. Dan zou hij een grote insteek hebben, die niet onderdoet voor de steek op het hoofd van Napoleon. Zijn gesprekspartner aan de toog geeft snelle repliek: ‘Die oorlogen heeft hij verloren maar met zijn wetboek zitten we nog steeds opgescheept. Wie schrijft die blijft’.

In een halfduistere hoek van het café ontmoeten een man en een vrouw elkaar. Lang zullen ze hier niet blijven.

Buiten is het weer halfzacht, geen echte winter. Toch voelt het kil aan.

Dooien

Herschrijving van een lied uit 2003/2004

De kou lijkt uit de lucht
maar vooral uit het kloppen van mijn aderen
het inzicht door mijn ogen
verwijding van mijn kader
Een leven dat ineens niet meer
voor dood op de grond ligt.

Ik voel haar vlooien door mijn haren
Haar haar dat als bont op haar borst ligt
Haar woorden zijn ineens zo licht en zwaar
als pepernoten overal verstrooid
klinkend door tot het licht wordt.

Het ging dooien door het wicht
dat van de liefde spreekt
alsof het zich in mij beweegt
alsof zij zo heet.

Verliefd als een dief die midden in de nacht
een kandelaar streelt
in het kille duister in de kamer
Ze flonkert als een schat
terwijl het niets scheelt of hij wordt
door het kat – en muisspel
meegesleept in een doos van Pandora
terwijl zij door gaten in de wand
ziet hoe hij gegrepen is.

(refr.)

Ik lig hier ‘s ochtends op mijn buik
en weet van haar warmte niet
hoe het moet heten en wat het wil zeggen
al wil het zwijgen om tot elke cent
om uitstel te krijgen tot het weer
weg mag zwemmen uit de fuik.

Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑