KutBinnenlanders.nl

Auteur: Marc Tiefenthal (Page 1 of 29)

In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Flurk en de VDAB

 

Flurk was wat men tegenwoordig onder invloed van het Chinees een 損失, kortom een loezer noemt. Hij wist beter, hij was verlieslatend. In een prestatiegerichte kapitalistische maatschappij betekende dit dat hij een ramp was. Maar hij wist beter. Hij was zijn baan kwijt, vervolgens zijn werkloosheidsuitkering en leefde of liever overleefde van een leefloon. Desalniettemin wou hij werken en zocht hij werk.

Daartoe had hij al verschillende keren de VDAB zoals de werkloosheidsdienst heet, geraadpleegd. Officieel heet het dat deze dienst bemiddelt op de arbeidsmarkt. Daar heeft die markt alsnog weinig van gemerkt. Flurk was geen atypische werkloze, enkel een werkloezer. Hij had enkele jaren ervaring op zijn kerfstok, een mooi afgeronde middelbare school en dienstplicht vervuld.

Hij sprak weliswaar zijn talen niet altijd even vlot maar kon zich behelpen. Bij gebrek aan middelen had hij geen hobby’s meer.

Die dag meldde hij zich ten einde raad nogmaals aan bij de werkloosheidsdienst annex bemiddeling.’Ik heb echt werk nodig’, zei hij. ‘Hebben jullie nog altijd niets gevonden?’ vroeg hij. De totaal onbekwame bediende nam hem verveeld op, ‘gaat u zitten, mijnheer’. ‘Nee, we hebben niets gevonden. Toch niet voor u. Misschien weet u hoe u ons kunt helpen’.

Een nooit eerder gewaargeworden vlaag van woede trok door Flurk heen. Hij stond bruusk op, zijn stoel viel achterover, hij wierp de bediende een vernietigende blik toe en trok de wijde wereld in.

 

Glaasje op, laat je overrijden

 

Klaas zat vaak met mij ’s ochtends op de trein. We woonden in dezelfde stad en werkten in dezelfde zij het een andere stad. Pendelaars, weet je wel. Op een ochtend stelde Klaas voor ‘er eerst een te pakken’. Ik bedankte. Klaas had het immers zwaar te pakken. Ondanks twee middellange verblijven in een afkickkliniek hield hij het glas vol.

Ach, hij had altijd graag gedronken. Zelfs toen hij achter het stuur van zijn Porsche zat. Te zat om Porsche te donderen. Nadien heeft hij nagelaten zijn rijbewijs terug te halen. Voor de samenleving een wijs besluit.

Klaas werd niet vrolijk van al dat drinken. Op het einde echter werd hij ronduit onuitstaanbaar.

Op een dag, misschien wel een donderdag, verliet ik mijn kantoor om naar het station te lopen toen ik Klaas voor me uit zag waggelen. In dezelfde richting. De militairen die de wacht hielden aan het Paleis der Natie, waar Kamer en Senaat huizen, keken hem na. Het was een bijzonder spektakel. Ik zocht geen contact met Klaas, hij leek me te ver heen.

Verder verliep voor mij alvast de dag zoals gewoonlijk.

Klaas echter moest ’s avonds zo nodig zijn kilometerlange wandeling maken, net geen acht kilometer. Hij wou, hoe dronken ook, niet verzaken aan zijn avondwandeling. Ja, ja, het is goed. Een ochtendwandeling maak je om gezond te blijven maar een avondwandeling? Om te dwalen.

Die dag echter stak Klaas de straat over zonder te kijken. Een auto kon hem niet ontwijken. Klaas werd overreden.

Pauze

Ik las een schrijfpauze in. Even geen ultra korte kortverhalen dus. Enerzijds ben ik begonnen aan een memoir. Misschien publiceer ik er hier een stuk uit. Anderzijds verleggen mijn vrouw en ik ons speel- en werkveld naar Noord-Afrika. Eerst is er de reis, daarna de zoektocht naar een wifiverbinding. Geen nood, beste bezeten lezer van kutbinnenlanders, ik vergeet je niet.

Nieuwe uitdagingen (4)

Bij mijn vierde verblijf bij Clooney, dat meteen mijn laatste zou worden, heb ik samen met zijn vrouw de man wegwijs gemaakt in de politiek. In de VS zijn er twee grote, dominante politieke partijen, in Frankrijk zijn er wel wat meer. Links en rechts zijn even verdeeld in beide landen. Het speelveld is ongeveer gelijk, hoewel een soort centrum rechts de kerk alsnog in het midden houdt. Soms gebeurt er een cohabitation waarbij het parlement een meerderheid heeft van een partij die niet deze is van de president.

Extreem rechts bestaat in Frankrijk dankzij le Pen (de schrijfstok) en is even racistisch en nazigezind als wat het oranje gevaar aan misdaden begaat. Clooney werd heel even stil. Hij verstond inmiddels zo goed als elk Frans woord in deze context en we konden ons dus onbekommerd onder de Fransen begeven.

Dat gebeurde de derde dag. We zakten af naar het dorp, gingen aan een tafeltje op een terras zitten luisteren. Hij begreep er aardig wat van. De vierde dag liet ik hem mee in debat gaan. In het Frans. Hij deed het uitstekend, veinsde zelfs overtuiging.

Et voilà, dacht ik, mission accomplie. Opdracht vervuld.

Nieuwe uitdagingen (3)

Niets is wat het lijkt maar het ziet er niet uit. We zien er nogal uit.

Clooney hecht veel belang aan zijn uiterlijk, zijn verschijning. Altijd piekfijn gekleed, allicht in maatpakken, en netjes geschoren.

Rien n’est ce qui se ressemble mais cela ne ressemble à rien. Nous en avons un de ces airs.

Kijk, deze zin drong er bij hem dan ook meteen diep in. ’s Anderendaags kon hij al de helft ervan reciteren.

Zo ging ik dus te werk, à la tête du client. De klant merkt het nauwelijks als ik zijn hoofd opmeet. Verder keken we af en toe naar een Franse film, zonder onderschriften, uit de Nouvelle Vague. En van later.

Bij de nouvelle vague klonk het zo: ‘le film français n’existe pas.’

Als acteur en regisseur vermaakte Clooney zich en het Frans vloeide er rijkelijk in.

 

Nieuwe uitdaging (2)

 

Ik had gedacht dat George Clooney, als acteur, makkelijk in het Frans zou schuiven. Dat was een misrekening.

In doorsnee zijn Amerikanen zelfzeker, tot zelfingenomen. Dat staat het leren van een andere taal in de weg. ‘Wij, Amerikanen, enz.’, weet je wel. Welnu, de helft is van Duitse afkomst. Maar dat willen ze niet weten. De andere helft bestaat uit Italianen en Ieren. Een taal leer je echter door je ervoor te openen. Daartoe moet je ego plaatsmaken, een stap opzij zetten.

De laatste dag van mijn eerste verblijf had ik kennis gemaakt met de beeldschone mevrouw Clooney. Zij is de derde. George is nu echter een zestigplusser en geen Van het Groenenwoud. Dus zou de derde weleens de laatste kunnen zijn.

Was zij de steun waarop ik het breekijzer moest plaatsen? Zij is namelijk helemaal niet Amerikaans.

Ik bleef een week weg uit Frankrijk en keerde terug met de hogesnelheidstrein. In de auto vernam ik van de chauffeur hoe lang de Clooneys al in Frankrijk wonen.

Ik pakte George in met de zin: ‘Avec tout mon respect pour votre âge’. Dit respect bestaat niet in de Verenigde Staten noch in pakweg Nederland maar des te meer in Frankrijk. Clooney kreeg er meteen de Franse slag door. Het leerproces ging een versnelling hoger.

Onze gesprekken in het Frans vulde ik aan met boeken lezen. Clooney blijkt een gretig lezer. Na onze twee sessie kreeg hij het Frans te pakken. De tongval nog niet.

 

Kan het nog dichter?

 

Decennialang ging ik als dichter door het leven: eerst maudit (gedoemd) om te eindigen als taodichter, tussendoor dada. Het waren telkens ‘buitenstaanders’ die me daarop wezen.

Doorgaans gaf ik af en toe een bundel uit, telkens bij weer een andere uitgever. Ik vermeed overheidstoelagen en poëziewedstrijden. Hoewel, van die laatste heb ik er ooit twee ‘meegedaan’, in Oostende en in Holsbeek. Ik greep er mooi naast. De winnaars waren doorgaans doodbraaf, klaar om te sterven.

Anders verging het me in Nederland. Daar stuurde ik regelmatig iets in op zondagmorgen op een eenzelvige webstek. Soms won ik er goud, heel af en toe ook zilver. Naast de opmerkingen dat ik het weer eens te moeilijk had verwoord. Nochtans vermijd ik in mijn gedichten het woord desalniettemin.

In Brabant was ik ooit te gast in een tuin waar ik voor vier man en een paardenkop uit mijn werk voordroeg, op de steeds weer even harde wijze. Het aantal aanwezigen en vooral het aantal afwezigen doet er niet toe. Soms moet een mens wat.

Jaren later schreef de organisatie een wedstrijd uit wegens een zoveel jarig bestaan. Mij werd uitdrukkelijk gevraagd alsnog mee te werken. De aanwezigheid als jurylid van een bepaalde persoon, nauw verbonden met een diersoort, weerhield me ervan.

Desalniettemin vroeg de organisatie iets op te sturen ‘hors concours’ om te publiceren in een gelegenheidsverjaardagbundel. Ik bracht het betreffende thema in het zoekvenster in op mijn webstek en selecteerde er een gedicht uit, dat ik opstuurde. Fluitje van een cent. Het werd stiekem en naamloos alsnog aan de jury voorgelegd en kreeg een nominatie.

Hier is duidelijk concurrentie met God aangegaan. Zijn wegen zijn niet langer als enige ondoordringbaar.

Nieuwe uitdagingen ofte de nouveaux défis

 

Veel van mijn vrienden – vertalers annex schrijver zien hun opdrachten verschralen. De kunstmatige dommigheid doet tegenwoordig hun werk, zo goed als gratis. De bedrijven denken er wel bij te varen door kosten te besparen en schotelen hun klanten onverteerbare teksten voor.

Van de weeromstuit melde enkelen zich nu als privaat leraar talen. Privaat docent vind ik nog sjieker. Dat laatste doe ik zelf al jaren, sinds ik op enkele dagen tijd mijn drie overgebleven klanten voor vertalingen verloren had. Niets te maken met robots, trouwens.

Ik reed de eerste keer met de auto naar Zuid-Frankrijk om Georges Clooney wat te leren Frans te spreken. Niet dat zijn tongval in de juiste plooi zou vallen. Nee hoor. Maar toch een mondje.

Ik belde aan. Een bediende deed de deur open en bracht me naar een van de tien of twaalf kamers in het domein. Het was 19 u ’s avonds. Om 20 u ontmoette ik de heer en mevrouw Clooney bij een uitstekend avondmaal uit de Franse keuken. We spraken Frans.

’s Anderendaags begonnen de sessies. Telkens een uur. Vier per dag. Vijf dagen na elkaar. Ik leerde eerste en vooral dat Engels fout uitgesproken Frans is en dat challenge eigenlijk défi is, al willen Franstaligen dat tegenwoordig niet meer weten. ‘Sjalange’.

De tweede keer dat ik tot ginder reisde heb ik niet auto gereden maar de trein genomen. De hogesnelheidstrein, zelfs. Clooney’s chauffeur kwam me ophalen aan het station. Enzovoort.

Bericht aan de bevolking en het publiek

Ik heb een haast baanbrekend UKKV geschreven waar echter een embargo op rust. Zoiets als de onlangs goedgekeurde Belgische begroting dus. Dit veroorzaakt bij mij nu even een schrijversremblok. Zolang het embargo geldt (en ik weet niets eens hoelang) zal hier dus niets van mijn hand verschijnen. Houd moed, het einde komt ooit in zicht.

Bont, blond en blauw

Bont behoort tot de verboden klederdracht voor blonde vrouwen met blauwe ogen.

Net als voor de andere, wat dacht je.

Bont? Ja dierenvellen dus. De bronstijd, weet je wel. Een reliek, kortom, uit vroegere verre tijden toen dieren hier nog talrijk waren en zonder mededogen gedood en gevild werden.

Het onderwerp haalt nauwelijks nog de toogpraat. Toch heeft het mij ooit op de juiste weg gezet. Ik was student, laatstejaars. Er was een suikerzieke hoogleraar vroegtijdig overleden. Mij werd gevraagd na de begrafenis de koffietafel te helpen organiseren.

De stoet hoogleraren liep naar de vestiaire, ze droegen hun uniform: zwarte baret, zwarte toga. Twee half buitenlandse hoogleraren, die hetzelfde vak doceerden, elk om beurt het ene jaar dan weer het andere, liepen in discussie naar de kleedkamer. De kleinste van de twee had een beperkte lichaamstaal: een hand, altijd van hoog naar laag. De grootste sprak met nuance in handen en ogen. Nu eens draaien, dan half zwaaien. Even later kwamen ze in burgerkleren, nog steeds in gesprek, uit de kleedkamer. De grootste droeg een opzichtige bontmantel.

Ik besloot zijn college te volgen. Pas met deze man leerde ik luidop nadenken.

« Older posts

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑