KutBinnenlanders.nl

Auteur: Marc Tiefenthal (Page 1 of 29)

In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.

Verder varen in zee

 

Het voordeel van de klimaatverandering in de zomer is de hittegolf. Daarbij zakken de temperaturen ’s nachts nauwelijks. Ik kan dan ook rustig onder de blote hemel slapen. ’s Anderendaags bracht een sterke kop koffie me op kracht en ik koos opnieuw het ruime sop. Een vriend had me aangeraden mijn kano te ruilen voor een kajak. Dat zou sneller vooruitgaan, zeker?

Met een zeil op mijn kano trok ik echter vlot weg en snel ook nog. Voor de middag bereikte ik de Spaanse kust en de hele namiddag voer ik langs de Portugese kust. Ik hield halt in een haventje voorbij Lissabon en dacht aan Pessoa. Ik hield een pauze van een uur, at wat, dronk wat, rustte wat. De rusteloosheid van Pessoa was het die me op dat moment in gedachten kwam. Ik ging wat mondvoorraad kopen in een winkeltje en ging opnieuw in mijn kano zitten. Wat ging het mooi vooruit. Al was Zuid-Afrika nog ver weg en Kaap de Goede Hoop weet ik veel waar.

Maar ik heb niets te verliezen en tijd zat. Tegen de tijd dat ik in Homuz arriveeris de straat misschien alweer helemaal open en opgeruimd. Fluitend peddelde ik verder.

In stilte en gedwee vaart de kano naar zee

Ik nam me voor te roeien naar de straat van Hormuz. Mits voldoende voedsel en drank mee te nemen en af en toe een kleine haven aan te doen om een rustpauze in te lassen dacht ik wel dat ik het kon halen.

Ik begon in Lokeren op de Durme, voer naar de Moervaart en via het kanaal Gent-Terneuzen naar de Schelde. Moest ik in de Noordzee naar rechts of naar links? Ik was op gevoel aan het varen, op mijn eigen navigatie dus. Ik nam links.

Mijn eerste halte deed ik in een onooglijk haventje ergens in Normandië. Er zat een vriendelijke oude heer op een bank te kijken naar de gebeurtenissen. Ik begroette hem, hij begroette mij. ‘Moet je nog ver met die kano?’ ‘Ja, naar Hormuz’. ‘Le détroit?’ ‘Eh oui’.

Hij leek me eerst niet te geloven. Maar langzaam begon hij in geloof te groeien. ‘Kijk,’ zei hij, ‘er is plaats op de boeg om een mast te zetten zodat je een zeil kunt ophangen. Dat zal al een stuk vlotter gaan’. Hij bracht me naar een scheepsatelier, ik bedong een prijs en een paar uur later zat er een mast op mijn kano met een dwarsmast en een zeil.

Venetië

Mijn voormalige leerling George Clooney heeft mij een uitnodiging verstuurd om naar Venetië te komen. Hij krijgt daar eerlang een soort kruis van verdienste voor zijn hele oeuvre.  Dit is een belangrijke gebeurtenis in het leven van een mens. Ik ben de heer Clooney dank verschuldigd voor deze uitnodiging.

Ik veronderstel dat hij in zijn dankrede enkele zinnen in het Frans zal uitspreken.

In mijn agenda staat de datum alvast vastgepind. Niemand anders moet mij die dag iets vragen. Dit dus ter informatie voor allen en allemaal.

Koude kleren gezocht

Je kent dat wel, zo een toestand die je koude kleren niet raakt, ook al is het een uitslaande brand. Bij een inslaande brand zal het niet anders zijn. Al loop je het gevaar dat de brand je koude kleren warm maakt.

Met deze hittegolf is het nog moeilijker om ze je koude kleren niet te laten raken. Je kan beter je kleren uittrekken en ergens in een water plonzen.

Daar knijpt het schoentje. Zoveel wateren zijn er niet om in te plonzen en bij dit weer liggen ze vol.

De zoektocht naar koude kleren is dan ook onvermijdelijk ingezet.

Het heeft altijd wel enkele voeten

 

Het leven in een universiteitstad na gedane studies is nogal wereldvreemd. De hier bedoelde had vol ijver onderhandelingen gevoerd met een boekhandelaar om op zolder geen kolder maar wel gedichten en dichters te brengen. Of omgekeerd.

Het ging om een middelkleine stad waar geruchten zich vlug verspreidden via de tamtam. Het nieuws dat er dus op zolder dichters kwamen voordragen bereikte een pas ontslagen universitair onderzoeker. Hij verzocht zijn vriend, een ontslagnemend universitair onderzoeker op weg naar een loopbaan in het theater, contact op te nemen met de betrokken organisator teneinde hem tot bij hem te krijgen.

Het zijn geplogenheden die achterhaald zijn, inmiddels, door de sociale media. En kijk, er kwam wat voetenwerk aan te pas zodat er een wandeling van de een naar de ander aan te pas kwam. De man in kwestie bleek in een behoorlijk burgerhuis te wonen en had een hoofd dat elke schilder of tekenaar naar het potlood zou doen grijpen. Hoewel hij nog jong was, zag zijn hoofd er rijp uit. Hij sprak de landstaal als geen ander. Later zou hij zichzelf ‘bekakt’ noemen, omdat inmiddels het streektalige het overwicht kreeg op de landstaal.

Hij ontving zijn gast op gepaste wijze. En ja, hij pleegde al eens een gedicht of schreef een stukje. En of daarvoor plaats was op die zolder. Eigenlijk niet, zo zou blijken, daar deze man nog niets gepubliceerd had en er dus niets aan te bieden viel in de onderliggende boekhandel.

Desalniettemin zouden ze elkaar nog vaak ontmoeten. De man was net geslaagd voor het journalistenexamen van de nationale omroep. Hij zou er carrière maken als treurbuisverslaggever in de Wetstraat. De ander zou in diezelfde straat de communicatie ondersteunen.

Hij werd daarnaast ook schrijver van zowel gedichten als dikkere boeken over actuele en geschiedkundige onderwerpen. Hij werd succesrijk met een enkel boek en kon zich zo terugtrekken uit de treurbuisverslaggeving en van zijn pen leven.

Mochten er lezers zijn die hem herkennen, ja, hij is het.

Flurk en de VDAB

 

Flurk was wat men tegenwoordig onder invloed van het Chinees een 損失, kortom een loezer noemt. Hij wist beter, hij was verlieslatend. In een prestatiegerichte kapitalistische maatschappij betekende dit dat hij een ramp was. Maar hij wist beter. Hij was zijn baan kwijt, vervolgens zijn werkloosheidsuitkering en leefde of liever overleefde van een leefloon. Desalniettemin wou hij werken en zocht hij werk.

Daartoe had hij al verschillende keren de VDAB zoals de werkloosheidsdienst heet, geraadpleegd. Officieel heet het dat deze dienst bemiddelt op de arbeidsmarkt. Daar heeft die markt alsnog weinig van gemerkt. Flurk was geen atypische werkloze, enkel een werkloezer. Hij had enkele jaren ervaring op zijn kerfstok, een mooi afgeronde middelbare school en dienstplicht vervuld.

Hij sprak weliswaar zijn talen niet altijd even vlot maar kon zich behelpen. Bij gebrek aan middelen had hij geen hobby’s meer.

Die dag meldde hij zich ten einde raad nogmaals aan bij de werkloosheidsdienst annex bemiddeling.’Ik heb echt werk nodig’, zei hij. ‘Hebben jullie nog altijd niets gevonden?’ vroeg hij. De totaal onbekwame bediende nam hem verveeld op, ‘gaat u zitten, mijnheer’. ‘Nee, we hebben niets gevonden. Toch niet voor u. Misschien weet u hoe u ons kunt helpen’.

Een nooit eerder gewaargeworden vlaag van woede trok door Flurk heen. Hij stond bruusk op, zijn stoel viel achterover, hij wierp de bediende een vernietigende blik toe en trok de wijde wereld in.

 

Glaasje op, laat je overrijden

 

Klaas zat vaak met mij ’s ochtends op de trein. We woonden in dezelfde stad en werkten in dezelfde zij het een andere stad. Pendelaars, weet je wel. Op een ochtend stelde Klaas voor ‘er eerst een te pakken’. Ik bedankte. Klaas had het immers zwaar te pakken. Ondanks twee middellange verblijven in een afkickkliniek hield hij het glas vol.

Ach, hij had altijd graag gedronken. Zelfs toen hij achter het stuur van zijn Porsche zat. Te zat om Porsche te donderen. Nadien heeft hij nagelaten zijn rijbewijs terug te halen. Voor de samenleving een wijs besluit.

Klaas werd niet vrolijk van al dat drinken. Op het einde echter werd hij ronduit onuitstaanbaar.

Op een dag, misschien wel een donderdag, verliet ik mijn kantoor om naar het station te lopen toen ik Klaas voor me uit zag waggelen. In dezelfde richting. De militairen die de wacht hielden aan het Paleis der Natie, waar Kamer en Senaat huizen, keken hem na. Het was een bijzonder spektakel. Ik zocht geen contact met Klaas, hij leek me te ver heen.

Verder verliep voor mij alvast de dag zoals gewoonlijk.

Klaas echter moest ’s avonds zo nodig zijn kilometerlange wandeling maken, net geen acht kilometer. Hij wou, hoe dronken ook, niet verzaken aan zijn avondwandeling. Ja, ja, het is goed. Een ochtendwandeling maak je om gezond te blijven maar een avondwandeling? Om te dwalen.

Die dag echter stak Klaas de straat over zonder te kijken. Een auto kon hem niet ontwijken. Klaas werd overreden.

Pauze

Ik las een schrijfpauze in. Even geen ultra korte kortverhalen dus. Enerzijds ben ik begonnen aan een memoir. Misschien publiceer ik er hier een stuk uit. Anderzijds verleggen mijn vrouw en ik ons speel- en werkveld naar Noord-Afrika. Eerst is er de reis, daarna de zoektocht naar een wifiverbinding. Geen nood, beste bezeten lezer van kutbinnenlanders, ik vergeet je niet.

Nieuwe uitdagingen (4)

Bij mijn vierde verblijf bij Clooney, dat meteen mijn laatste zou worden, heb ik samen met zijn vrouw de man wegwijs gemaakt in de politiek. In de VS zijn er twee grote, dominante politieke partijen, in Frankrijk zijn er wel wat meer. Links en rechts zijn even verdeeld in beide landen. Het speelveld is ongeveer gelijk, hoewel een soort centrum rechts de kerk alsnog in het midden houdt. Soms gebeurt er een cohabitation waarbij het parlement een meerderheid heeft van een partij die niet deze is van de president.

Extreem rechts bestaat in Frankrijk dankzij le Pen (de schrijfstok) en is even racistisch en nazigezind als wat het oranje gevaar aan misdaden begaat. Clooney werd heel even stil. Hij verstond inmiddels zo goed als elk Frans woord in deze context en we konden ons dus onbekommerd onder de Fransen begeven.

Dat gebeurde de derde dag. We zakten af naar het dorp, gingen aan een tafeltje op een terras zitten luisteren. Hij begreep er aardig wat van. De vierde dag liet ik hem mee in debat gaan. In het Frans. Hij deed het uitstekend, veinsde zelfs overtuiging.

Et voilà, dacht ik, mission accomplie. Opdracht vervuld.

Nieuwe uitdagingen (3)

Niets is wat het lijkt maar het ziet er niet uit. We zien er nogal uit.

Clooney hecht veel belang aan zijn uiterlijk, zijn verschijning. Altijd piekfijn gekleed, allicht in maatpakken, en netjes geschoren.

Rien n’est ce qui se ressemble mais cela ne ressemble à rien. Nous en avons un de ces airs.

Kijk, deze zin drong er bij hem dan ook meteen diep in. ’s Anderendaags kon hij al de helft ervan reciteren.

Zo ging ik dus te werk, à la tête du client. De klant merkt het nauwelijks als ik zijn hoofd opmeet. Verder keken we af en toe naar een Franse film, zonder onderschriften, uit de Nouvelle Vague. En van later.

Bij de nouvelle vague klonk het zo: ‘le film français n’existe pas.’

Als acteur en regisseur vermaakte Clooney zich en het Frans vloeide er rijkelijk in.

 

« Older posts

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑