‘Napoleon schreef eerst een heel wetboek vooraleer hij zijn oorlogen aanvatte’. Op dit uur van deze dag zit het café Napoleon goed vol. De man aan het woord lijkt haast erudiet. Misschien is hij bibliothecaris. Dan zou hij een grote insteek hebben, die niet onderdoet voor de steek op het hoofd van Napoleon. Zijn gesprekspartner aan de toog geeft snelle repliek: ‘Die oorlogen heeft hij verloren maar met zijn wetboek zitten we nog steeds opgescheept. Wie schrijft die blijft’.

In een halfduistere hoek van het café ontmoeten een man en een vrouw elkaar. Lang zullen ze hier niet blijven.

Buiten is het weer halfzacht, geen echte winter. Toch voelt het kil aan.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.