KutBinnenlanders.nl

Maand: december 2011 (Page 3 of 8)

Dat is het leven (69)

Haar man zat in de bajes ,en ik dook met haar het nest in.

Ik zei ja waarom ook niet.We namen de trein en rond 1900 uur zaten we in Helmond in een gezellige kroeg.We hadden al snel aanspraak met 2 meiden die er goed uitzagen en we dronken de nodige biertjes met hun.

Tegen het eind van de avond ging er echter geen trein meer naar Eindhoven .De griet waar ik mee aanpapte zei das geen probleem jullie kunnen bij mij thuis blijven slapen.Dus we togen met zijn vieren naar haar huis.Het verbaasde me al bij het binnen komen dat het er maar armzalig en sober uit zag in haar woning.Mijn maat dook snel met zijn griet een kamer in en ik ging met Suzie zo hete ze een vrouw van rond de 23 jaar te bed.

Nu ze kon er wat van had aan 1 nummertje die nacht echt niet voldoende.Ik moest alle zijlen bij zetten om haar aan haar trekken te laten komen.Maar ja ik als zeeman wist precies hoe je een vrouw ook tevreden kon stellen.

Na een lange plezierige nacht vielen we als een blok in slaap.

Groot was echter mijn verbazing toen er in de morgen zo rond 0700 uur op eens 2 kleine kinderen op het bed sprongen.Het was een jongetje van een jaar of 5 en een kereltje van amper 3 jaar.Ze waren blij hun Moeder te zien.Ze zei dat zijn mijn kinderen mijn man zit al ruim 1 jaar in de bajes.Toen begreep ik het die vrouw wilde gewoon snachts aan haar trekken komen en had geen zin om alleen de nacht door te brengen.

Ik vroeg haar zijn die kinderen dan de hele avond alleen thuis als je op stap bent?Ze zei nee want mijn zus past op als ik op stap ga en ze weet hoe laat ik thuis kom en dan na tel overleg vertrekt ze even voor dat ik thuis kom.Zo zijn de kinderen nooit alleen.Ik vond het een goede oplossing.

Samen met mijn maat hebben we toen die morgen wat boodschappen gehaald voor deze bij stands moeder.Ze was erg blij dat ik hagelslag en jam en kaas had gekocht.Daarna zijn we met de trein naar Eindhoven terug gegaan.Mijn moeder vroeg me bij terug komst Waar heb je de nacht door gebracht en hoe was je avond.Ik vertelde haar het verhaal en zei haar ik heb van nacht een dubbele goede daad verricht.Ik heb en deze vrouw in haar lichamelijke behoefte voorzien en ook het gezin enig ondersteuning gegeven in de vorm van eten.

Na dat ik weer ongeveer 3 weken verlof had genoten en flink was uit geweest begon mijn bloed weer te kriebelen en vertrok ik weer naar zee.

Bananarama Consultancy // Prei

 
Otto kan de jood in geen velden of wegen ontdekken. Het zijn dan ook gehaaide rakkers. Ze zijn tot veel in staat, maar opgaan in rook, gaat zelf het petje van de fans van JHWH te boven. Zoeken maar. De president directeur grootaandeelhouder duikt de ene na de andere winkel in. Bij de groenteboer treft hij een man. De man heeft een prei in zijn handen die hij bedachtzaam bestudeert. Hij kijkt er minzaam bij. Als dit geen jood is, ben ik geen topdirecteur, denkt Otto. En hij weet dondersgoed dat hij een topdirecteur is. Iemand die zo aandachtig naar zoiets onnozels als een prei kan kijken zonder daarbij ook maar een seconde in lachen uit te barsten om de onbenulligheid van het tafereel, moet er wel een zijn, een jood. Bovendien mag zijn neus er ook wezen. Hij besluit de man met de prei aan te klampen. “Ik ben ook een Zoon van Israël!”

Hofnar van de ondergang (14)

“Biertje ?” vroeg Stan. Diederik knikte maar. En nam zich voor lekker in flashbacks na te genieten van zijn vrije dag terwijl Stan zijn onvermijdelijke kwatspraat zou uitkramen.

Stan zette een biertje voor zijn neus: “Kijk, ik wou het dus eens met je hebben over… ken je Sardan trouwens ?”
Diederik schudde zijn hoofd. Sardan kende hij niet.
Bij thuiskomst had Woef enthousiast gekwispeld. Het baasje was onverwacht vroeg thuis !

“Sardan is een maat van me. We hebben een boel gekke dingen meegemaakt. Die vent is helemaal gek. Zo waren we ooit eens in Amsterdam en… nou ja, lang verhaal, doet er nu niet toe.”
Diederik knikte en dronk zijn bier. Het was aan de lauwe kant. Slecht, dacht hij. De werkethiek zit niet in de lift vandaag. Gek is dat.
Hij was lekker met Woef gaan wandelen in de bossen, waar de hond kwispelend stokken apporteerde. Hij had zijn plezier niet op gekund.

“Enfin, Sardan die kijkt heel de dag thuis op internet, die gast werkt niet want hij spoort écht niet, je weet wel, en daar krijg je in dit land een uitkering voor. Maar goed.”
Het bierschuim kriebelde in Diederik’s keel. Nee, hij had wel eens betere biertjes op in dit café.
Na de bossen waren hond en baas lekker een paar uur op de bank gaan liggen met de TV aan. Er was geen bal op, maar dat deed er niet toe.

“Nou en op internet zoekt hij dus naar de gekste dingen. En die vind je ook. Zo zijn er mensen die oproepen dat als er veel geld gestort wordt op hun rekening, ze hun konijn niét bloederig afslachten.”
Diederik overwoog het biertje terug te brengen en te klagen. Gewoon, zomaar.
Hij was die middag in een bijna lege supermarkt rondgelopen, enkel een handvol vrouwen waren er. Prachtige vrouwen. Dus dát was het tijdstip dat die boodschappen deden. Leerzaam.

“Sardan zoekt altijd specifiek naar dat soort gekke dingen. Mensen die hun huis verloten omdat ze het niet verkocht krijgen. Meisjes die hun maagdenvlies veilen. Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand kan er bakken vol geld uit slepen.”
Och, zo erg smaakte dat biertje eigenlijk ook weer niet, dacht Diederik, en nam nog een slok. Gatver. Nee, zo erg smaakte het eigenlijk wél.
Thuis had hij voor het eerst in tijden weer eens lekker gekookt vanavond. Uitgebreid. Met verse groenten en al dat soort dingen. Niks geen magnetronpiepjes.

“En toen moest ik dus ineens denken aan jou. Ben je dat zelfmoordgedoe nog steeds van plan ?”
Diederik’s slok bier bleef geschrokken halverwege zijn keel hangen. Hij keek Stan verbaasd aan.
Zijn flashback was middenin de romige champignonsaus die hij op het vuur had staan roeren, blijven hangen.

Stan keek hem lachend aan. “Want serieus, ik denk dat we daar grof geld aan kunnen verdienen. Ik toch zeker, en jij wil toch al dood dus jij hebt het niet meer nodig.”

Dat is het leven (68)

In het cafe na de sluitings tijd.

Deze meid is de volgende morgen met mij een nieuwe bh bij de Hema gaan kopen.En ik grapte nog tegen de verkoopster heeft u ook brandvrije BH in de verkoop.Die keek me verbaast aan terwijl Anja naar me glimlachte ze zag er de humor wel van in.Op een andere dag ik was met verlof en zat in de Bluemoonbar flink te zuipen met wat vrienden.

Het was al laat in de avond zo tegen sluiting tijd.

Het cafe moest om 0200 uur dicht zijn van de politie.Maar we zaten daar en het was zo gezellig dat ik tegen de kastelein zei:Piet sluit je deur en sluit ook de gordijnen dim je licht en je muziek dan kunnen we nog enkele uren door gaan en ik betaal alles.

De kroegbaas hield zijn kroeg voor mij open na sluitingstijd.

De kastelein die wist dat ik een goede betaler en klant was besloot mijn raad op te volgen.Maar de politie controleerde snachts natuurlijk de cafe,s of ze zich wel aan het sluitings uur hielden.

Ik hing aan de lamp aan het plafond.

Ook de buitenverlichting had de kastelein uitgedaan.Maar zo rond 0245 uur midden in de nacht stopte er een politie wagen en 2 agenten die toch op een of andere manier in de gaten hadden dat er nog getapt werd klopten en bonsden op de deur.

Maar wij hielden ons muistil.Die 2 agenten hebben nog ruim 1 uur voor de deur van het cafe gepost of er niemand naar buiten zou komen.

Wij dronken ondertussen gewoon de nodige biertjes en wisten als we nu vertrokken dat wij en de kastelein een bekeuring zouden krijgen.

Na 0300 uur kregen die agenten van uit het bureau opdracht te vertrekken ze waren elders dringend nodig.Toen ze dus weg waren hebben ook wij het cafe verlaten en zijn naar huis gegaan.De kastelein heeft nog wel een soort waarschuwing gekregen 2 dagen er na maar dat had geen verdere gevolgen voor zijn cafe.Op een van mijn stap avonden tijdens mijn verlof waren we goed door gezakt en gingen we naar de Mid City bar in de J.v Lieshoutstraat alwaar Ad Schampers de scepter zwaaide.Ik zat goed teut bij een van mijn vrienden op zijn schouders en werd zo het cafe binnen gedragen.Maar wat doe ik met mijn zatte kop ik zie bij binnenkomst een grote lamp aan het plafon hangen in de vorm van een karrenwiel.En terwijl ik op de schouder van een van mijn maten binnen word gebracht grijp ik me vast aan dat karre wiel en hang daar aan het plafon.

Gelukkig was het karrewiel stevig verankerd in het plafon anders was de ramp niet te overzien geweest.Maar dat kon allemaal in die tijd als je genoeg verteerde kon je nog al een potje breken bij de kroegbazen.En ik had altijd geld genoeg tijdens mijn verlof en dat wisten de kasteleins ook.Die dachten altijd als Lowy het niet hier laat dan gaat hij het op een ander verbrassen dus laten we het hem naar de zin maken.Op een avond kwam ik bij Cafe Elsombrero een maat tegen die vroeg me heb je zin om mee op stap te gaan naar Helmond vanavond.

Hofnar van de Ondergang (13)

Het had de buschauffeur deze ochtend niet behaagd zijn klanten op het beloofde tijdstip op te pikken. Althans, aan de halte waar Diederik stond te wachten niet. En zo te zien was de chauffeur niet de enige. Het elektronische bord dat voor uw gemak samenvatte welke bussen nog wél in de nabije toekomst verwacht mochten worden gaf moeilijk optimistisch stemmend te noemen tijdstippen aan. Diederik interesseerde het weinig. Later op zijn werk met een geldig excuus, daar deed je hem wel een plezier mee tegenwoordig. En als zodanig stond hij zich ietwat te amuseren met het observeren van zijn haltegenoten. Een droevig zooitje ongeregeld was het, wat hem ook wel representatief voor zijn wijk voorkwam.

Zijn telefoon rinkelde in zijn broekzak. “Stan,” meldde zijn beeldscherm. Met een zucht nam Diederik op. “Hoi Stan.”

Enthousiast tetterde de speaker in zijn oor: “Hee man, hoe gaat het nou ? Ik heb verdomme alweer anderhalve week niks van je gehoord !” Zijn jolige stem wist goed over te brengen hoe jammer hij dat echt vond, dacht Diederik. “Ja, och, druk gehad met het werk en zo he,” loog hij in zijn mobiel. “Zeg, wat doe je vanavond ?” knetterde de speaker. “Waarschijnlijk overwerken, het is erg druk,” loog Diederik. “Bullshit. Zeg maar tegen je baas dat je gewoon op tijd weg gaat. Kom naar het café, ik moet iets met je bespreken.” Geen antwoord afwachtend had Stan opgehangen. Diederik stak zijn mobiel weer in zijn broekzak en was alleszins niet van plan die avond naar het café te gaan.

Op zijn werk aangekomen trof Diederik een volledig leeg kantoor. Verbaasd stond hij even in de deuropening. Alle PC’s waren uit, geen koffiebekertje stond ergens na te dampen, geen jas aan de kapstok. Het tafereel had er veel van weg dat het vandaag niemand had behaagd zich arbeidsplichtig te voelen. Hij draaide zich verbaasd om en zag zijn baas op hem aflopen. Zijn baas had geen headset op. Wel een heel ernstig gezicht. “Ah, Diederik, daar ben je.” Diederik haastte zich om een verklaring: “Ja, sorry, maar de bus –“ De baas schudde zijn gezicht: “Maak je niet druk, jongen. Luister. Er is iets heel ergs gebeurd. We kregen vandaag het bericht dat Joop is overleden.” Verbaasd stelde Diederik vast dat de baas Joop’s naam toch bleek te kennen. Blijkbaar worden mensen memorabeler na hun dood. “Oh ? Bizar, “ probeerde hij verschillig te zeggen. “Ja. Blijkbaar had hij nogal problemen. Hij heeft zich in ieder geval van het leven beroofd.” Diederik’s ogen werden groot. Joop, smiecht ! Was die stille buitenroker hem zomaar voor geweest. Verdomme. En zonder één signaal vooraf. Of… hij twijfelde opeens. Terwijl hij zijn geheugen afgroef naar opvallende signalen van Joop’s zelfgeorganiseerde einde, vervolgde zijn baas: “Ik snap dat dit als een schok komt. Bij iedereen. Daarom heb ik al het personeel vandaag vrijaf gegeven, om de klap te verwerken.” Hij klopte Diederik op zijn arm. “Ga naar huis, we zien je morgen wel weer.” Zonder een reactie af te wachten draaide hij zich om en liep een gang in.

Diederik stond met zijn ogen te knipperen. Joop, dood. Potver ! En iedereen naar huis om het ‘te verwerken’. Hij wist niet of dat wel zo’n goed idee was. Zelf voelde hij nu ineens spontaan de neiging om Joop’s voorbeeld te volgen. Het is dat zijn einde groots en spraakmakend moest worden, anders deed hij er niet moeilijk over. Ineens was hij benieuwd of er morgen niet nóg minder collega’s op zouden komen dagen.

Maar goed. Hij was naar huis gesommeerd. Zijn hond zou blij zijn. En dan wellicht vanavond toch maar even naar het café. Kijken wat Stan te melden heeft. Alsof Stan ooit iets interessants te melden had. Maar goed. Buiten bleek het busvervoer nog steeds rampzalig te lijden onder taakverzaking. Bijna een half uur mocht hij in de motregen wachten tot hij eindelijk aan zijn vrije dag kon beginnen.

Nog één keer terugblikken

Pfff. We zijn weer een beetje – een béétje – bijgekomen van het Opperpater feestje. Wat een feest ! En bijna iedereen was er, en wat een sfeer, wat een muziek, wat een bier, wat een Opperpater. Ik wil er eigenlijk zelf verder niet veel meer over kwijt. Er zijn filmpjes van de avond gemaakt door Tilburgers.nl (dank !) en hierboven vindt u nog wat een journalist van het Brabants Dagblad dronken voeren oplevert. Zo. Nu even een rustig weekendje doen en langzaam eens aan het volgende boekje gaan denken.

O ja, u kunt de resterende Opperpater boekjes (er zijn er niet veel meer, schijnbaar) gewoon nog bij ons bestellen. Stuur ons een mailtje, een DM, een facebook bericht, of bestel via de webshop-image onderaan de rechterbalk. Tien euro mensen, voor het eerste en énige boek dat enkel uit QR codes bestaat.

Hofnar van de ondergang (12)

Met een zucht keek Diederik terug naar zijn beeldscherm. Wat dééd hij hier in vredesnaam ? Minuten tellen tot het eind van de dag, dat was alles wat in hem opkwam. En naar het stomvervelende regenboogmannetje kijken. Hij keek naar zijn koffiebekertje. Dat was ook alweer leeg. Hola, de laxerende werking van de koffie trad in actie, zo meldde hem zijn lichaam. Hij stond op van zijn bureaustoel en wandelde kalm en beheerst naar het bedrijfstoilet.

In de zitwc’s op het werk had de baas een set in een onbezonnen opwelling aangeschafte motivatieposters opgehangen. Diederik staarde naar een fantasieloze foto van een berg tegen een half stormachtige weersachtergrond. Er prijkte een tekst onder. IT’S ONLY LONELY AT THE TOP BECAUSE SO FEW STRIVE TO BE THERE. Hij voelde zich niet bijster gemotiveerd. Zelfs zijn darmkanalen werden er niet door geprikkeld. Maar die richtten zich dan ook zelden naar de top. Erger nog, er kon met een gerust hart gesproken worden van een neerwaartse spiraal wat zijn spijsvertering betrof. Wat niet wil zeggen dat er geen werkethiek gepleegd werd. Traag en gestaag werden reststoffen in compacte vorm zijn lichaam uitgewerkt.

Terug op zijn stoel hield Diederik het niet meer. Hij wou het uitgillen. Of klauwen tegen de muren. Maar hij bleef van voornemen weinig tot niets van zijn gemoedstoestand te laten merken. Hij keek zorgvuldig rond naar zijn collega’s. Allen staarden ze intens naar hun scherm, met gezichten waar nauwelijks verholen tegenzin van afstraalde. De witte achtergronden van hun Office programma’s schenen een fluoriscent en licht griezelig schijnsel op hun grauwe gelaten. Diederik staarde terug naar zijn scherm en opende zijn mailprogramma.

Voor hij het wist was hij van pure verveling toch maar daadwerkelijk aan een taak begonnen. Het was een lekker stompzinnige taak, een die hij op de automatische piloot kon verrichten. Een heleboel knip-plak, knip-plak met lichte handmatige aanpassingen. Knip-plak. Hij stelde zichzelf heroïsch van een grote hoogte omlaag vallend voor. Knip-plak. Of stoïcijns onder water zijn laatste lucht uit zijn longen persend. Knip-plak. Een harde snok van het touw om zijn nek. Knip-plak. Het bloed dat in rappe gulzige pulsen aan de buitenlucht blootgesteld werd. Knip-plak. Hoe alles zwart werd terwijl de pillen begonnen te werken. Knip-plak. Omhelsd worden door het vuur van een explosie. Knip-plak. Elektrisch geknetter terwijl zijn lijf wild schokte. Knip-plak. En dan rust, zalige zwartheid, oneindig niks.

Hij staarde naar zijn toetsenbord in het vage besef dat hij in een rap tempo zijn taak had afgewerkt. Met een paar muisklikken hing hij het bestand aan een antwoordmail en drukte op verzenden. Rustig verschoof hij de mail naar een map vol afgewerkte taken en opende de volgende mail. Dat zag er ook rustig verrichtbaar uit. Vooruit dan maar. Het was beter dan dat vreselijke niksdoen.

Terwijl hij kalm doorwerkte, stelde hij zich hele filmische scenario’s door. Geschokte journalisten. Huilende vrienden en familie in clichématige stortbuien aan zijn graf. Een met dikke regenstralen doorweekte grafsteen waarop zijn volledige naam prijkte. Afhankelijk natuurlijk van het voorafgaande scenario – sommige fantasieën lieten weinig begraafbaars van zijn lichaam over.

Hij keek naar de klok en besefte zich plots dat hij een half uur had zitten overwerken. Alle collega’s op kantoor bleken al naar huis te zijn vertrokken. Hij keek naar zijn mailbox en zag dat hij deze ook nog eens zowaar leeggewerkt had. Deemoedig sloot hij zijn computer af en klikte het beeldscherm uit.

Bij de kapstok pakte hij zijn jas terwijl zijn baas haastig door de gang liep. De baas had hem gezien. Hij liep het kantoor binnen en klopte Diederik op de schouder. “Zo zo, Diederik, zo laat hier nog ? Goed gewerkt, jongen. Tot morgenvroeg weer hè !” En weg stormde zijn baas, bijna meteen aan een nieuw telefoongesprek beginnend in zijn headset.

Diederik slenterde over straat naar huis. Hij staarde naar de lucht. Stralend blauw. Geen wolkje meer te bekennen. Net nu hij in een ultieme bui was voor forse regen en wind.  Stomme weergoden.

Hij schopte tegen een blikje en sjokte voorts. Zometeen de hond maar weer uitlaten dan.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑