KutBinnenlanders.nl

Maand: december 2011 (Page 2 of 8)

Dat is het leven (70)

Ik monsterde aan op de Caltex Nederland.

Caltex Nederland.

De reis begon in Rotterdam en de eerste haven was Basra in de Persiese golf.Daar was voor ons zeelui weinig te beleven.Van uit Basra voeren we naar Italy naar Genua.En dat was wel weer een goede havenplaats om op stap te gaan.Je had er een straatje zeer smal met allerlei kroegen en bars.Wij aan boord noemden het al snel het straatje van alles.Je kon daar ook werkelijk alles beleven.Het waren mooie wijven die Italiaanse grieten.En ze waren ook erg temperamentvol.

Nu hadden we aan boord deze reis nog een Eindhovenaar aan boord .Zijn naam was Huub. Hij was bankwerker en werkte in de machine kamer en soms ook aan dek als er iets gerepareerd diende te worden.

Huub had echter een groot probleem hij zoop nog al erg veel.

En toen we dan ook in de avond uren met een man of 6 gingen stappen waren we hem nog al eens vlug kwijt geraakt want hij hield echt een kroegentocht.Kroeg in kroeg uit hij wilde ze die avond allemaal met een bezoek vereren.Ik ging die avond met een mooie Italiaanse meid plat zo een met tieten als meloenen.Ik nam een een grote tiet van haar in mijn mond en de andere hield ik tegen mijn oor en zei haar zo kan je tietefonen.Ha ha ze verstond me niet maar begreep me wel degelijk .

En het was geweldig ze kreeg maar niet genoeg van mijn edele deel.Toen ik echter de volgende morgen rond 0600 uur aan boord kwam bleek dat Huub niet op tijd aan boord was terug gekeerd.We gingen aan het werk ons afvragend waar zou hij toch gebleven zijn en wat was er met hem gebeurd.

We stonden met een man of 4 zo rond 10 uur die morgen aan dek en zagen daar op eens Huub zo zat als een oorlogschip aan komen zeilen.Hij klauterde met moeite de statietrap op en hoorde zijn chef de eerste machinist tegen hem roepen.Huub ga je omkleden en aan het werk we spreken elkaar hier nog wel later over.

We zouden echter 3 dagen in Genua blijven liggen en Huub wist dat het feit dat hij en te laat en stom dronken aan boord kwam dat hij voor dat feit gage straf zou krijgen.Dat wilde zeggen dat ze hem dus bvb 3 dagen gage straf dus 3 dagen geen loon zouden geven omdat hij in de fout was gegaan.Toen Huub vernam dat hij 3 dagen gage straf zou krijgen ging hij naar zijn hut kleden zich om trok een schoon overhemd aan en vertrok weer naar de kroeg met de mededeling als ik toch 3 dagen gage straf krijg kan ik net zo goed 3 dagen op stap blijven gaan.

Hofnar van de ondergang (17)

Bubbels in het bier. Langzaam stervend schuim. Hij was vroeg. Recht uit zijn werk was hij naar het café gegaan. Het was glad buiten, de omweg langs zijn huis leek hem onnodig en gevaarlijk. Het café was niet ver van zijn kantoor.

De cafédeur zwaaide licht piepend open maar Diederik keek niet om. Hij zat in gedachten verzonken. Stan zijn idee spookte door zijn hoofd als een woeiende stormwind door een spookhuis. De rest van de realiteit bestond niet. Of toch. Er zat één andere man in het café, drie krukken van hem vandaan. Een oude man in een versleten trainingspak. Met foeilelijke gymschoenen aan. Zijn voeten wiebelden zenuwachtig en het leer kraakte. Piep, piep. Het werkte op Diederik zijn zenuwen. Piep, piep.

Piep, piep, piep, piep. De pieps knalden grote gaten in zijn mentale woeiwind en hij stond op het punt er iets van te zeggen toen er een vrouw tussen hem en de man in kwam zitten. Slank, elegant gekleed, uit op een avondje praten. Diederik nam haar verschijning verstoord in zich op maar sloeg wel geen acht meer op de piepende gymschoenen. Vervolgens draaide hij zijn hoofd mistroostig terug naar zijn bier en de spookgedachten.

Het bier smaakte hem eigenlijk helemaal niet. Waarom doe ik mezelf altijd deze onzin aan, dacht Diederik. Dat domme gezuip. Nou ja, gezuip, wierp zijn brein hem meteen tegen, dit was zijn eerste glas van de dag. Maar wel op een lege maag en pal uit zijn toch al geestdodende werk. Verstandig was het vast niet, maar ja, momenteel grossierde hij niet in verstandige zetten. Interessant was het allemaal eigenlijk wél. Hij had veel eerder moeten besluiten een einde aan zijn suffige leven te breien.

Wat had hij dat leven verspild tot dusver. Aan vanalles wat hem aangepraat dat belangrijk was. Eigenlijk wist hij bij iedere stap wel dat hij maar kwakkeloos deed wat anderen hem aanpraatten, anderen die zelf ook niet onverdeeld gelukkig om dezelfde levensstappen leken, maar hij volgde altijd maar braaf. Niet meer. Zijn koelkast was inmiddels al een puinhoop. Zijn huis ruimde hij allang niet meer trouw op. Zijn administratie en zijn rekeningen stapelden op in slordige stapels. Hij liet alles maar gaan, het deed er immers niks meer toe wanneer je eruit wou stappen.

Hij pakte een pen uit zijn jaszak en een bierviltje. Misschien moest hij deze gekke gedachten eens opschrijven.

De vrouw naast hem had het vanuit haar ooghoek gezien en draaide zich naar hem toe. “Ben je een schrijver ?” informeerde een zwoele, halfvolwassen vrouwenstem. Diederik fronste. Nee he, dacht hij. Niet ook nog van dat gezeik met een of ander wijf dat geïnteresseerd gaat lopen doen. Hij klikte zijn pen uit, stak ‘m weer weg en smeet het viltje met een ongeïnteresseerde blik terug op de bar. Vervolgens keek hij op zijn horloge. Waar bleef Stan in vredesnaam ?

Nonchalant pakte hij zijn bier op en slenterde naar een tafel in de buurt van de deur. Demonstratief ging hij met zijn rug naar de bar zitten. Duidelijker kon zijn signaal toch niet zijn, vond hij. Wel jammer dat er geen viltjes op tafel lagen. Nu kon hij alsnog zijn gedachten niet neerpennen. En de tijd schoot ook maar niet op. Stan zou nog minimaal een kwartier op zich laten wachten.

Terwijl hij naar de halfgesmolten grijze sneeuw buiten staarde begonnen de piepende schoenen hem weer op te vallen. Piep, piep, piep. Aan Diederik’s lippen ontsnapte een vermoeide zucht.

mopje

Vrouwen aan boord  die had je maar zelden vandaar het gezegde .
EEN VROUW OF EEN KIP ;
ZIJN DE PEST OP EEN SCHIP.
Nu was ik als pentry boy aangenomen en later opgeklommen tot Kapiteins bediende .
Op een dag tijden mijn verlof liep ik in rotterdam door de Waalhaven en zie daar een mooie jonge meid die zat te janken op een meerpaal.Ik vroeg haar wat haar scheelde en ze zei me .Niemand wil met me uitgaan omdat ik zo een grote kut heb.
Geeft niet zei ik tegen het meisje  ik ben ook nogal groot geschapen dus dan ga je maar met mij uit.
Zegt dat mokkel tegen mij das fijn  ja maar dan moet je me eerst van deze meerpaal afhalen;

Enkele dagen er na verteld ze het verhaal aan haar vriendin maar die zat in een rolstoel en die wilde met mij naar de cinema.Ik met haar naar de bioscoop en onder de film begreep ik al snel dat ze ondanks haar handicap wel wat sex kon gebruiken.Na de film duwde ik haar rolstoel vooruit en kwamen we  bij een oprijlaan bij haar ouderlijke woning aan.Toen heb ik haar uit die rolstoel getild  en aan het begroeide hek gehangen met haar riemen die ze omhad en die meid heb ik dus een flinke beurd gegeven ;Ik haal haar van dat hek af toen ze genoeg van mijn edele deel had genoten en zet haar terug in haar rolstoel begind dat wicht me toch plotseling hard te huilen.Ik vraag beleefd wat is er ;zegd ze tegen mij och ooch wat ben je toch een goede zeeman want die andere jongens lieten me altijd aan het hek hangen na de daad;  Ha ha zo maak je nog eens wat mee
Lowy de zeeman

Feest met Marietje Kessels

Mooie kerstgedachte. Marietje Kessels. Onder de zoden kwam ze tot bloei. Haar zachtroze vlees voedt generaties regenwormen, kevers, slakken, schimmels en andere klein grut.  Een bron van stikstof voor de plantjes, bovendien. Larven spelen tussen haar lokken, schimmels dansen over haar buik.  De kleine beestjes hebben pret. Een feestmaal voor ongewervelden. Ook van de dader, Pastoor Mollenkop wordt gesmuld. Van hem is niets meer over dan een natte plek op een vermolmde plank.Ach, ach, ach. Marietje Kessels. Van heinde en verre komt de wereld naar Tilburg voor jouw epische verhaal. Logisch. Het is een lekker verhaal, een beetje vreemd. Met dubieuze verdachten, vaag plot en ook een zweem van seks. Heel veel mensen smullen ervan. Ik zou ze graag de hand schudden. Logisch dat de plaatselijke boekenschrijvers en filmpjesdraaiers zich likkebaardend blijven uitleven op de morsdode dochter van een muziekbaron.

Terecht ook dat Ed de Lippenbeer verschillende oorkondes, medailles en legpenningen aan de moord en verkrachting te danken heeft. Hij schreef één boekje over het gebeuren en mag sindsdien door het leven gaan als “Beste Schrijver van Tilburg”. De Lippenbeer is er zo verguld mee dat hij sindsdien een winterslaap houdt. Dat de Lippenbeer straks komt met een boek over “worstenbroodjes” zal dan ook wel op een misverstand berusten. Deze devote katholiek slaapt en kan immers niet hoger stijgen. De Tilburgse Homerus gaf nog wel zijn zegen over de verfilming van het boek. Ook de gemeente staat garant voor het uiterst originele plan van een olijke filmmaker. We moeten toch wat met al die potjes voor cultuur? Daarom hulde voor zoveel creatieve creativiteit!

“In Marietje®  beleeft Marietje Kessels (Karin Bruers) spannende avonturen met haar vrienden; de kruikenzeiker (Frank van Pamelen) en de stoere Helga Deen (Godelieve Engbersen). Ondertussen wil die malle Pastoor (Ruud Vreeman) haar de hele tijd uit dansen nemen bij De Spoel.  Marietje® is een filmspektakel van, voor en door échte Tilburgers. Een spektakel voor het hele gezin waarin verschillende hits uit de Tilburgse revue zullen worden vertolkt.”

Hofnar van de ondergang (16)

Mistroostig zat Diederik aan zijn bureau. Hij was laat op het werk aangekomen uit pure tegenzin, maar iederéén leek gewoon maar binnen te vallen wanneer ze wilden. En allemaal zagen ze eruit alsof ze stiekem een fijn vrij dagje hadden gehad ter ere van Joop’s zelfmoord. Iedereen behalve Diederik, wiens avond eigenlijk wel zijn bui weer verpest had. Dat hij bovendien minimaal de helft van zijn collega’s ervan verdacht Joop’s naam niet eens te kennen, hielp zijn gemoed niet. Koude, hypocriete shit verzwolg hem.

Zijn mobiel trilde. Stan. De achtste keer al deze ochtend. Weer drukte Diederik hem weg en vervolgde zijn knarsetandend kniezen.

Het nieuws op internet deprimeerde hem. Massaal waren mensen vrolijke grapjes aan het maken om een overleden dictator. De zoveelste overleden dictator dit jaar, die geen van hen persoonlijk hadden gekend maar waar ze weer, veelal dezelfde, grapjes over liepen te maken. Verder waren er weer mensen die anderen de kop hadden ingeslagen. Politici riepen lelijke dingen over elkaar in ongetwijfeld door journalisten extra sappig aangedikte artikelen. En de wereldwijde economieën deden weer dingen waar de mensheid bang om diende te zijn. Hij stopte met lezen en trok van pure ellende maar een oude cursushandleiding van zijn boekenplank.

Dat hielp ook niks. Even amuseerde de ogenschijnlijk arbitraire kleurenkeuzes van de schematische illustraties hem wel, tot hij besefte dat hij naar een dogmatisch opgezette indoctrinatie zat te kijken die hem moest inprenten zijn werk uiterst belangwekkend te vinden. Hij zuchtte en keek naar de klok. Zelfs met het te laat komen, wat blijkbaar vandaag mocht vanwege het verlies van hun o zo dierbare kettingrokende collega, had hij nog zeseneenhalf uur voor de boeg en geen bal te doen.

Zijn baas liep het kantoor binnen, draaide verward wat in het rond, en liep vervolgens op Diederik af. Met headphone. “HEE DIEDERIK, HEB JIJ NOG IETS GEHOORD VAN DIE RAPPORTEN DIE ZE NAAR JOOP ZOUDEN STUREN ?” brulde hij. Diederik’s ooglid begon te trillen. Alles en iedereen was hem eigenlijk te veel vandaag, en zeker zo’n brullende randdebiel. “NEE, NOG NIET !” hoorde hij zichzelf ineens terugbrullen.

Het hele kantoor keek verschrikt om. De baas stond perplex. Diederik zag, licht verwonderd, dat zijn baas een bovengemiddeld vochtige onderlip had. Er hing net geen druppel kwijl aan te bungelen. Deze man betaalt mijn rekeningen, dacht Diederik bij zichzelf, deze volslagen nitwit die op een of andere manier de hele meute hier aan gefingeerd werk weet te houden, denkt dat hij daardoor de scepter over mijn leven zwaait. Hij zag uit zijn ooghoek dat nog steeds iedereen zat te staren en vond het geen onprettige ervaring. Hij besloot nog maar wat te brullen. “ZE ZULLEN HEUS VANZELF WEL BELLEN OF MAILEN ZODRA DIE RAPPORTEN ER ZIJN. BOVENDIEN DOEN HEEL DIE RAPPORTEN ER NIET TOE WANT ZE BEVESTIGEN ALTIJD 100% ONZE EIGEN CIJFERS. EN JE HOEFT NIET ZO TE BRULLEN, IK BEN NIET DOOF.”

Beschaamd nam de baas zijn headset af en mompelde iets. Toen knikte hij maar zijn hoofd en droop bedremmeld af. Met de headset in zijn handen sprak hij iets half verstaanbaars in de microfoon. Blijkbaar had hij iemand aan de lijn gehad.

De collega’s bleven Diederik aanstaren. Daarom stond hij maar kalm op, liep naar de koffieautomaat, en prikte een koffie bij elkaar. Tegen dat hij terug op zijn werkplek zat, was iedereen stilletjes terug naar hun beeldschermen gedraaid.

Diederik pakte zijn mobiel en belde Stan terug. “Stan, ik heb erover nagedacht. Ik stel voor dat we morgenavond verder praten over je idee. Half zeven. Klokslag.”

Hij hing op en dronk zijn koffie. Even betrapte hij zichzelf erop dat hij een gisteravond gehoord Tom Waits liedje zat te neurieën.

Comic Sans

Facebook vriendjes hebben deze al voorbij zien komen, maar u misschien nog niet (we worden niet zó maar facebook vriendjes hoor, u en ik, ho ho) en in dat geval wou ik ze u niet onthouden. Naar aanleiding van een bepaalde wetenschappelijke presentatie kwamen een collega en ik in een grappige clash over Comic Sans. Daarop besloot ik wat grapjes te verzinnen. Die dus op facebook allang de revue gepasseerd zijn. Had ik dat al gezegd ?

Hofnar van de ondergang (15)

De DJ stond enthousiast te dansen op de muziek die hij draaide. Obscure glam metal rock klonk uit de speakers. Maar Diederik kon, ondanks de vurige WHOAAAAAAW uitroep van de DJ, maar aan een ding denken.Wut, dacht Diederik, geld verdienen aan mijn zelfmoord ?

 “Ik zie je verbazing,” vervolgde Stan, “Maar daar is niks voor nodig. Luister, ik ben een pragmatisch man. Als jij behoefte hebt een einde aan je leven te breien, dan kan ik daar weinig aan doen. Maar ik kan daar wel publicatie voor genereren, en ik denk dat je dat ook wil. In de zin van, dat je zelfmoord ook wat oogjes aan aandacht oplevert. Anders ben je maar een zoveelste zelfmoordenaar in de lijst, of heb ik ongelijk ?”

Diederik kon Stan moeilijk ongelijk geven.

Hij staarde een beetje verbouwereerd naar zijn vieze biertje. Wat moest hij hier nu van denken ? Moest hij nu blij zijn dat Stan, toch een beduidend doortastender jongmens dan hijzelf, zich actief aan zijn nieuwe, macabere doel verbond ? Of moest hij gruwelen van het lugubere idee dat Stan een egoïstisch slaatje wou slaan uit de blijkbaar niets voor hem betekende stervensvoornemens van zijn zogenaamde vriend ?

Hij schraapte zijn keel. “Momentje Stan, dit bier is echt schraal. Ik haal even een nieuwe.”
Stan haastte zich om te zeggen: “Dat doe ik wel, gast,” maar Diederik gebaarde hem neen en stond op, biertje in de hand. Kalm en beheerst liep hij naar de bar terwijl zijn brein in woelige wirwarren dwaalde.

Even later was hij terug met een vers bier. Rechtstaand probeerde hij eerst een slok. Ja, dit smaakte al beter. Hij besloot Stan’s voorstel aan te horen en te gaan zitten.

“Goed. Wat stel je voor ?” De DJ was inmiddels aan het freaken op een Tom Waits-achtig gejammer met sambabal-geluiden erin.

Stan lachtte een zenuwachtig opgeluchte grijns. “Ok. Allereerst: ik ga er van uit, of hoop toch, dat je uiteindelijk niet doorzet. Maar mensen op het internet geloven álles. Als je het maar geloofwaardig genoeg brengt. Als we je nu eens aan hen voorstellen, en dat ze dan tegen opbod mogen bepalen hoe je je zelfmoordpoging doet ? We kunnen het bewijs ervan samen faken, eventueel met hulp, en we lopen dan helemaal binnen.”

Diederik kreeg alweer een vieze smaak in zijn mond, maar het was nu niet het bier. “De hel, Stan. Meen je dit ? Een beetje mijn zelfmoord stagen om een stel domme internetsukkelaars hun creditcards te doen plunderen ?”

Stan haalde zijn schouders op en dronk zijn donkerkleurige cocktail. “Als wij het niet doen, neemt iemand anders ze dat geld wel af. Er zitten een hoop idioten op dat domme web. En als dan toch iemand zijn zakken vult met hun dommigheid, heb ik liever dat wij het zijn.”

Diederik zuchtte. Hij voelde zich ineens heel, heel erg moe. “Stan, ik vind dit met stip het gekste wat ik vandaag gehoord heb. En als je wist hoe mijn dag begonnen was, zou je dat op waarde kunnen inschatten.”
Hij keek op zijn horloge. “Ik moet gaan. De hond moet nog worden uitgelaten en ik moet morgen weer een beetje op tijd op het werk zijn. Ik zie je.”

Hij stond op, zijn bier half opgedronken achterlatend. Stan greep zijn arm. “Diederik, gast. Denk er in ieder geval over na. Slaap er een nachtje over. Dit kan goed voor ons allebei zijn.”

Diederik trok sjacherijnig zijn arm los, greep zijn jas van de kapstok en liep naar buiten. Het was in de vroegduistere avond weer flink aan het sneeuwen.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑