KutBinnenlanders.nl

Dag: 13 december 2011

DENK TOCH EENS AAN DE KIND’REN!

We moeten iedereen een hobby na zijn pensionering gunnen. Lekker fröbelen in het schuurtje terwijl moeder de vrouw rustig het huis poetst. Zo hoort het. Maar wanneer die hobby willens en wetens jonge mensen voor het leven tekent, zeg ik ‘ho’. Ho, Paul Spaepens. Ho, Ridder Paul, gedoodverfd winnaar van gouden, zilveren en aluminium legpenningen, schuttersoorkondes en dansmariekesmedailles, moet een halt toegeroepen worden. Voor hemzelf, maar vooral voor ons nageslacht.

Onze Geridderde Zeerob annex Traditiefantast maakt het nu toch wel erg bont. Het Brabants Dagblad, waar Spaepens 124 jaar werkte, helpt hem graag bij het hobby’en. Door alle persberichten die de erfgoedkampioen hen doet toekomen ongezien te plaatsen in het krantje. Maar ook door het Orakel van Moergestel nauwgezet te volgen bij zijn niet aflatende pogingen ons al dan niet door hem zelf verzonnen tradities door de strot te duwen. Het grijze warhoofd stampte een leger reusachtige lappenpoppen uit de grond. Een raadselachtig fenomeen waar niemand, maar dan ook he-le-maal niemand op zit te wachten.

Maar ach, Paul en zijn hobby… De instanties geven hem graag de ruimte lekker te frutselen met Kerk en textiel. Ons Paul doet er immers niemand kwaad mee en is ook weer even van de straat.

Wanneer U of ik met een gek hoedje op een kleuterklas binnendringen worden we zonder pardon overmeesterd en afgevoerd. Maar wanneer een vlezige zestiger met druipsnor en een crèpepapieren kroon op hetzelfde doet, resulteert dat in een mierzoet, paginagroot artikel in een van de suffendste sufferdjes van Nederland. Dat niet alleen: als Paul Spaepens een crèpepapieren hoedje opzet, is híj Koning Baltasar.

Goed, verschil moet er zijn. En het moet gezegd worden: op de foto heeft Ridder Paul Spaepens een majestueus voorkomen. Een crèpepapieren kroon geeft hem verrassend veel allure. Koning Baltasar overhandigt een belangwekkend boekwerck aangaende Driekoningenlyriek. De juf neemt het vol ontzag aan. En toen weerklonk luitspel.

“De kleuterschare (sic), lelieblank (sic) en in alle gradities (sic) getint, gaat in een swingende polonaise door de klas. Vrolijke chaos dus in het lokaal van de 58-jarige juf Wil.”

Ondertussen zitten die kleuters er maar mooi mee. Zingen moeten ze. 25 driekoningenliedjes opgediept uit de verste krochten van dat walgelijke Rijke Roomse Leven en/of de dikke duim van de Auteur. Powered by VVV Tilburg. Want: “Driekoningen mag niet verdwijnen”. (Waarom niet?)

Een kinderziel is zo teer, mensen. Zo teer.

 

‘Uitgever’

Het staat er echt. Onderaan het persbericht. Ik knipper nog eens met mijn ogen en herlees de regel. “[…] neem contact op met uitgever René van Densen […]”. Uitgever. Uitgever René van Densen. Halló !

Ik voel me geen uitgever. Ik ben geen uitgever. Ik ben gewoon een domme Brabantse boerenkinkel die zoiets heeft van ‘gekke boekjes uitbrengen, ok, wat is daarvoor nodig’. Inhoud, ok, check. Vormgeving, ok, doe ik zelf wel even. Een drukker. En een zakje geld van iemand met een btw nummer. Niet moeilijk doen, gewoon lekker een handjevol boekjes bestellen, en daarna verkopen. Verzenden ? Ok, gewoon in een envelop steken en bij de post laten frankeren. En verder vooral lachen om de gekke boekjes die mijn kast beginnen te vullen (naast de 2 huidige zitten er nog minimaal 5 in de planning).

Dus komaan. Als we nu even niet in dat soort gekke woorden gaan praten. Een uitgever is zo’n man met een sigaar en een stapel manuscripten op zijn bureau. Die kijkt naar verkoopbaarheid. Die zowaar nog eindredactie regelt. Die het Boekenbal binnen kan lopen omdat het een feestje is dat-ie meebetaalt. Boeie. Ik ben er vorig jaar even, geregeld door een goede vriend, binnen gelaten. Vond er niet veel aan, dat Boekenbal. En ik heb bij vrienden gezien wat een gezeik een uitgeverij is. ‘Wij’ zijn geen uitgeverij. Wij zijn KutBinnenlanders. We doen het lekker zelf. Zoals alle bloggers zouden moeten doen. Gewoon schijt hebben aan de ‘literatuur’ zoals die door de kunstbijlagen van de (dag)bladen voorgeschreven wordt. En door de ‘echte’ uitgevers. Als wij het willen lezen, zijn er vast nog wel een paar mensen die dat willen. En niet moeilijk doen met winst of weet ik wat, gewoon geld inleggen en die kosten er net weer uit slepen. We zijn geen bedrijf, we zijn hobbykwatsers.

Uitgever, sodemieter op zeg. Pffff. Gewoon lekker bier komen zuipen donderdag en geen gekke woorden gebruiken.

 

PROMO 15 December (7)

PERSBERICHT

De 93 beste moppen van De Opperpater

Uniek boek van Tilburgs fenomeen

Tilburg, 7 december 2011

Een best of van De Opperpater, het moest er vroeg of laat van komen. Dé cultfiguur van Tilburg e.o. krijgt daarmee het eerbetoon dat hij verdient. En, hoe traditioneel zijn werk ook mag zijn, met de uitgave zet De Opperpater een nieuwe standaard: het is het eerste boek dat louter uit QR-codes bestaat. Even scannen en de o zo vertrouwde bariton klinkt uit iPhone, tablet of laptop. Het boek wordt op donderdag 15 december gepresenteerd in Kafee ’t Buitenbeentje, zijn stamcafé. Om 18 uur begint het feest (voor de stamgasten al om 17 uur).

Continue reading

 

Dat is het leven (66)

Ik lach met een dood varken in bed!

Toen ik dus met een goed stuk in mijn kraag met een mooie Brasiliaanse schone op haar kamer kwam ging zij nog snel even onder de douche staan.Ik ontklede me en dook het grote 2 persoons bed in.Maar ik schrok me rot toen voelde ik dat dooie varken naast me in bed. Het was al een flink eind ontdooid omdat het daar 29 graden warm was.Van de liefde bedrijven kwam die nacht niks meer.

.Gezamenlijk hebben we de schade aan die slager betaald en zijn naar boord terug gegaan.Toen het verhaal bekend werd aan boord schreef de marconist in zijn nieuws bericht Cremertje werd langs een varken wakker.Elke keer als ik nu varkensvlees eet herinder ik het me weer aan dat voorval en moet ik er om lachen.

Ook deze reis kwam ten einde en na enkele havens meer te hebben aan gedaan ging de boot weer huiswaarts alwaar ik weer genoot van een welverdiende vakantie.

In eindhoven kwam ik als jongeman in diverse kroegen en maakte daar mijn verlof geld op.

Mijn favorite bar was de Bluemoon Bar tegen over het EindhovendsDagblad waar Piet Manders de scepter zwaaide.Als de Kastelein zijn vrije dag had nam hij mij dikwijls met zijn mustang mee en gingen we met nog enkele klanten op stap.

Even met verlof in Nederland.

Ook de cafe de Lichtstad was een stam cafe van me .De eigenaar Gijs van de Biggelaar was een aardige man.Ooit bracht ik een aapje uit Afrika voor hem mee en ook een Papagaai heb ik hem geschonken.De broer van Gijs was Politie agent en als er problemen waren in de kroeg loste die het voor hem op.Het cafe had niet een beste naam maar er was altijd wel wat te beleven en veel te lachen.

Dan kwam ik ook nog bij de Poort van Kleef op de markt waar Bert Becks kastelein was een fijne kerel.En niet te vergeten de Elsombrero en Withe Horsebar op de markt.

Gijs vd Biggelaar van Cafe de Lichtstad en daarnaast Bert Beks van de Poort van Kleef.

En dan ging ik dikwijls dansen bij Ramona of te wel palace aan de schootse straat te Eindhoven.Ik presteerde het ooit om bij Palace waar ook veel militairen kwamen op een avond 2 meiden te versieren.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑