“Biertje ?” vroeg Stan. Diederik knikte maar. En nam zich voor lekker in flashbacks na te genieten van zijn vrije dag terwijl Stan zijn onvermijdelijke kwatspraat zou uitkramen.

Stan zette een biertje voor zijn neus: “Kijk, ik wou het dus eens met je hebben over… ken je Sardan trouwens ?”
Diederik schudde zijn hoofd. Sardan kende hij niet.
Bij thuiskomst had Woef enthousiast gekwispeld. Het baasje was onverwacht vroeg thuis !

“Sardan is een maat van me. We hebben een boel gekke dingen meegemaakt. Die vent is helemaal gek. Zo waren we ooit eens in Amsterdam en… nou ja, lang verhaal, doet er nu niet toe.”
Diederik knikte en dronk zijn bier. Het was aan de lauwe kant. Slecht, dacht hij. De werkethiek zit niet in de lift vandaag. Gek is dat.
Hij was lekker met Woef gaan wandelen in de bossen, waar de hond kwispelend stokken apporteerde. Hij had zijn plezier niet op gekund.

“Enfin, Sardan die kijkt heel de dag thuis op internet, die gast werkt niet want hij spoort écht niet, je weet wel, en daar krijg je in dit land een uitkering voor. Maar goed.”
Het bierschuim kriebelde in Diederik’s keel. Nee, hij had wel eens betere biertjes op in dit café.
Na de bossen waren hond en baas lekker een paar uur op de bank gaan liggen met de TV aan. Er was geen bal op, maar dat deed er niet toe.

“Nou en op internet zoekt hij dus naar de gekste dingen. En die vind je ook. Zo zijn er mensen die oproepen dat als er veel geld gestort wordt op hun rekening, ze hun konijn niét bloederig afslachten.”
Diederik overwoog het biertje terug te brengen en te klagen. Gewoon, zomaar.
Hij was die middag in een bijna lege supermarkt rondgelopen, enkel een handvol vrouwen waren er. Prachtige vrouwen. Dus dát was het tijdstip dat die boodschappen deden. Leerzaam.

“Sardan zoekt altijd specifiek naar dat soort gekke dingen. Mensen die hun huis verloten omdat ze het niet verkocht krijgen. Meisjes die hun maagdenvlies veilen. Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand kan er bakken vol geld uit slepen.”
Och, zo erg smaakte dat biertje eigenlijk ook weer niet, dacht Diederik, en nam nog een slok. Gatver. Nee, zo erg smaakte het eigenlijk wél.
Thuis had hij voor het eerst in tijden weer eens lekker gekookt vanavond. Uitgebreid. Met verse groenten en al dat soort dingen. Niks geen magnetronpiepjes.

“En toen moest ik dus ineens denken aan jou. Ben je dat zelfmoordgedoe nog steeds van plan ?”
Diederik’s slok bier bleef geschrokken halverwege zijn keel hangen. Hij keek Stan verbaasd aan.
Zijn flashback was middenin de romige champignonsaus die hij op het vuur had staan roeren, blijven hangen.

Stan keek hem lachend aan. “Want serieus, ik denk dat we daar grof geld aan kunnen verdienen. Ik toch zeker, en jij wil toch al dood dus jij hebt het niet meer nodig.”

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !