KutBinnenlanders.nl

Dag: 1 december 2011

Henk Bres bedreigt A.H.J. Dautzenberg

Beste mensen van Debat op 2,

Naar aanleiding van de uitzending van afgelopen zaterdag waaraan ik deelnam, krijg ik indirect nu al de tweede bedreiging binnen van Henk Bres – en inmiddels een derde.
Laten we het eens bij de feiten houden. Ik zei in het debat (in reactie op een door jullie in de uitzending uitgezonden quote van Bres) dat

  • Henk Bres een strafblad heeft
  • Henk Bres een seksclub heeft gerund
  • Henk Bres een pornoprogramma presenteert

Drie feiten die waar zijn. In mijn ogen hanteert hij dus een dubbele moraal.
Voor hem is dat aanleiding om mij te bedreigen, terwijl hij al die drie ‘antecedenten’ zelf heeft gerealiseerd.
Ik had er tijdens het debat ook nog op kunnen wijzen dat Bres in Knevel en Van den Brink onlangs over meisjes van 13 en 14 zei dat die er vaak best lekker uitzien.
En dat de gastheren daar niks over zeiden (!)
Ook in de uitzending van zaterdag lieten de christenen (in het bijzonder CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt) het afweten. Een mevrouw noemde pedofielen ‘ongedierte dat vernietigd moet worden’. Ik riep Omtzigt op om te reageren. Stilte…
Even later was ze het eens met mijn ironische voorstel om pedofielen een gele P op de jas te naaien en in een kamp te stoppen. Opnieuw geen reactie van Omtzigt, ondanks opnieuw mijn verzoek om haar te corrigeren.
Uiteraard pleitte ze verderop in de uitzending voor de doodstraf.
Hoe komt het toch dat christenen (CDA, NCRV) dit laten gebeuren? Zijn ze het misschien stiekem met de ideeën eens?
Voor de duidelijkheid, ook ik strijd met mijn acties tegen kindermisbruik. Ik kies alleen voor een andere weg, niet voor een heksenjacht.
Op alle doodsbedreigingen die ik ontving heb ik rustig, begripvol gereageerd.
Dat zal ik blijven doen. Ik geloof, misschien ben ik naïef, in dialoog.
Desalniettemin ga ik ervan uit dat jullie actie ondernemen tegen Henk Bres.
Vriendelijke groet,
A.H.J. Dautzenberg

PS. De eerste ‘bedreiging’:
http://henkiebres.hyves.nl/wiewatwaar/504536191/-NVc/?pageid=33NOE760PUAS8OS84

Ik zit mijn eigen nog steeds te irriteren aan die Anton Dautzenberg (columnmist van de Volkskrant) die zaterdagavond te gast was bij het programma Debat op 2 die mij daar toch een beetje aan het neersabelen was niet te geloven. Hij is zelfs lid geworden van pedofielenvereniging “Martijn” en heeft al heel wat lelijke dingen over mij geschreven….ik weet dat ik het netjes mot houden maar ik ben verdomd pissig op die zieke geest want je kan ook te ver gaan natuurlijk. Hij mag blij zijn dat ik ver boven hem sta want anders had hij opzeker geweten hoe de Kerstboom er dit jaar had uitgezien in het Rodekruis ziekenhuis. Maar ik zeg maar zo dat hij moet nu maar eens kappen met dingen te schrijven en vertellen die mij vervelen ander motte we eens gaan praten met hem…..bbrrr….mot er effe niet aandenken. Zo ik ben het weer kwijt en we gaan hopen op een goed debat aanstaande dinsdag in de Tweede Kamer en ik reken op een verbod van pedofielenvereniging “Martijn”…..YES!!!!

 

Rolpiet

Sint gromde. Het wou maar niet lukken. Woedend frommelde hij het papiertje en smeet het weg, tussen de groeiende stapel andere papiertjes. Vervolgens plukte hij er maar weer een uit het doosje en zette zich zuchtend opnieuw aan een poging. De tabak kruimelde lustig tussen het vloeitje.

Vroeger, ja. Vroeger had hij zijn Rolpiet nog. Die rolde al zijn sjekkies voor hem. Prima was dat. Piet had er plezier in, en Sint had zijn vlugge rookpauze tussen de hordes kutkinderen door, zonder dat hij ‘het slechte voorbeeld gaf’. Het was toen al anders dan nóg vroeger, toen gewoon een sjekkie tussendoor doodnormaal was. Maar nu. Nu had hij zelfs zijn Rolpiet niet meer.

Je mag minder en minder in dit dorre kloteland, dacht Sint grimmig bij zichzelf. Zonder een korte nicotinepauze had hij al snel een grimmige bui. Hij mocht met zijn schip al niet meer zonder de juiste vergunningen rondvaren. Zijn paard moest onder toezicht van de Partij van de Dieren opereren. En zijn Pieten mochten zich niet meer vertonen, want dat riep discriminatieve associaties op. Die zaten zich nu in Spanje stierlijk te vervelen. Sint moest nu alles in zijn eentje doen. Niks geen vrolijke knechten meer.

De tabak viel op de grond. Boos vloog ook dit vloeitje verfrommeld door de lucht. Zuchtend pakte Sint de shagbuil van de tafel en zette zich opnieuw aan het prutsen. Zo moeilijk kon het toch niet zijn… zelfs de allerdomste Henken en Ingrids in dit spuugland konden dit.

Als ik er nu gewoon eens mee kap, met dat kutfeest, dacht Sint. Ik ben tenslotte verdomme ruim op pensioensleeftijd. En nu moet ik alles zélf doen. Boot varen. Aanmeren. Pakjes sjouwen. Pepernoten strooien. Álle kindjes de hand schudden. Allemaal vragen beantwoorden. Het Boek meeslepen. Paard eten geven. De daken op, de schoorstenen door. En straks doodmoe weer afmeren en terug naar Spanje. Pffff.

Even klopte zijn hart vreugdig. Dit begon ergens op te lijken, dit sjekkie. Zou het, ja, ja, dit gaat best goed, ja, en nu… voorzichtig stak hij zijn tong uit om het papiertje te likken.

Vloei en tabak glipten door zijn reumatische vingers. Sinterklaas keek volledig ontmoedigd naar de puinzooi op de grond. En zuchtte. Ja, volgend jaar konden ze het schudden. Met heel dat kutfeest. Ik kap ermee.

Boos stond hij op en liep naar de deur. Even doorbijten nog. De jengelende kindergeluiden aan de andere kant maakten hem nu al moe. Zo bleef hij bijna een minuut nog voor de deur staan. Starend naar de deurklink.

 

Hofnar van de ondergang (9)

Diederik leunde achteruit in zijn bureaustoel. Hij was, na een tijdje afwezigheid, toch maar naar zijn werk teruggegaan. Het spectaculair beëindigen van je leven, zo schatte hij in, stond of viel bij het element van verrassing. En als je ineens buitengewoon gedrag gaat vertonen, zoals langdurige arbeidsafwezigheid, gaan mensen toch snuffelen wat er met je aan de hand kan zijn. Bemoeineuzen kon hij missen als kiespijn. Nee, zijn doel zou hij maar moeilijk kunnen bereiken met pottekijkers erbij. Dus had hij zich netjes geschoren, gekamd en gekleed en was hij braaf terug naar zijn werkplek gekeerd.

Niet dat hij daar de hele dag iets deed, maar hij was er. Zorgvuldig poogde hij alle werk te ontlopen. Door het op het bord van collega’s te schuiven met geveinsde drukte. Door lastige vragen terug te mailen. Door vol overtuiging te melden dat bepaalde taken niet nodig waren of allang verricht. Het kon op langere termijn enkel een hele zooi ellende opleveren, voor hem én voor het bedrijf, maar voor de korte termijn volstond deze aanpak prima. En zo zat hij stiekem de hele dag door werk van zich af te schuiven en ondertussen te googlen naar ideeën voor het einde van zijn wereld.

Een collega verderop had altijd een transistorradiootje aan staan. Te hard. Maar aangezien iedereen zich primair met zijn of haar eigen beeldscherm bemoeide en weinigen meer dan boe of bah tegen elkaar durfden te zeggen, liet iedereen de radio maar voor wat het kreng was.

Het paringsdansgehalte van de radioplaatjes was hoog deze werkdag. Onwillekeurig vroeg Diederik zich af of dat een achterliggend doel had. Moest hij als man tot uitgaanslevenconsumptie geïndoctrineerd worden ? Zijn kop stond er alleszins volstrekt niet naar. Ook niet naar wat op zijn beeldscherm prijkte. Om de schijn van hardwerkende employee op te houden had hij het logo van zijn bedrijf groot op het scherm staan. Alsof hij ermee bezig was.

Het was een lelijk logo. Een uitgesneden sylhouet van een klimmende man op een regenboogkleurige ladder. Het zou vast iets positiefs moeten uitstralen. Maar het zag er knullig en lelijk uit. Bovendien, dacht Diederik – op kantoor had hij zijn nieuwe gewoonte om zijn overpeinzingen onbekommerd hardop te vocaliseren, tijdelijk weer afgeleerd – dat hele klimmen was niet noodzakelijk iets positiefs. Het was lineair en ging uit van een bizar axioma dat het beneden ‘slecht’ was en ‘boven’ goed. En dat er zelfstandig een pad in de gewenstere richting ingeslagen zou kunnen worden. Diederik durfde het hele plaatje hartgrondig te betwijfelen.

Hij had zijn muis te lang niet bewogen. Een screensaver sprong aan. Met een geanimeerde versie van het regenboogklimmannetje. Diederik sloeg geïrriteerd een toets aan en het stilstaande logo keerde terug. Het was beter dan het bewegende alternatief.

 

Dat is het leven (63)

WE GAVEN HET VARKEN EEN ECHT ZEEMANSGRAF.

Dat was voor ons zeelui een genoegen om naar te kijken elke dag want ja veel dieren zag je natuurlijk niet tijdens de reis op de grote oceaan.
Maar ondanks de goede verzorging van die varkens ging er tijdens de reis waarschijnlijk door de hitte een varken dood.En de dood aan boord van een schip is altijd iets zeer bijzonders was mijn ervaring.Hier ging het echter om een dood varken
Ik vroeg aan de Kapitein bij wijze van grap mogen we het dier een echt zee mans graf geven.En de ouwe zag er de humor wel van ik en zei ga het maar met de bootsman regelen.
Dus de bootsman gaf de kabelgast dat is de man die voor de trossen en kabels verantwoordelijk is aan boord opdracht een zeil te maken met 2 stokken er in.

Het zag er uit als een draagbaar.En toen iedereen van de bemanning aan dek stond werden de petten afgenomen en onder de woorden een twee drie in Gods naam werd het die over de reling geschoven de zee in.Na dat dit was gebeurt kreeg de hele bemanning een extra schootan dat is een borrel op de goede afloop in het besef dat het varken naar de varkenshemel was gegaan.

En onder de woorden een twee drie in godsnaam ging het varken over boord naar de varkenshemel.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑