KutBinnenlanders.nl

Dag: 18 december 2011

Hofnar van de Ondergang (13)

Het had de buschauffeur deze ochtend niet behaagd zijn klanten op het beloofde tijdstip op te pikken. Althans, aan de halte waar Diederik stond te wachten niet. En zo te zien was de chauffeur niet de enige. Het elektronische bord dat voor uw gemak samenvatte welke bussen nog wél in de nabije toekomst verwacht mochten worden gaf moeilijk optimistisch stemmend te noemen tijdstippen aan. Diederik interesseerde het weinig. Later op zijn werk met een geldig excuus, daar deed je hem wel een plezier mee tegenwoordig. En als zodanig stond hij zich ietwat te amuseren met het observeren van zijn haltegenoten. Een droevig zooitje ongeregeld was het, wat hem ook wel representatief voor zijn wijk voorkwam.

Zijn telefoon rinkelde in zijn broekzak. “Stan,” meldde zijn beeldscherm. Met een zucht nam Diederik op. “Hoi Stan.”

Enthousiast tetterde de speaker in zijn oor: “Hee man, hoe gaat het nou ? Ik heb verdomme alweer anderhalve week niks van je gehoord !” Zijn jolige stem wist goed over te brengen hoe jammer hij dat echt vond, dacht Diederik. “Ja, och, druk gehad met het werk en zo he,” loog hij in zijn mobiel. “Zeg, wat doe je vanavond ?” knetterde de speaker. “Waarschijnlijk overwerken, het is erg druk,” loog Diederik. “Bullshit. Zeg maar tegen je baas dat je gewoon op tijd weg gaat. Kom naar het café, ik moet iets met je bespreken.” Geen antwoord afwachtend had Stan opgehangen. Diederik stak zijn mobiel weer in zijn broekzak en was alleszins niet van plan die avond naar het café te gaan.

Op zijn werk aangekomen trof Diederik een volledig leeg kantoor. Verbaasd stond hij even in de deuropening. Alle PC’s waren uit, geen koffiebekertje stond ergens na te dampen, geen jas aan de kapstok. Het tafereel had er veel van weg dat het vandaag niemand had behaagd zich arbeidsplichtig te voelen. Hij draaide zich verbaasd om en zag zijn baas op hem aflopen. Zijn baas had geen headset op. Wel een heel ernstig gezicht. “Ah, Diederik, daar ben je.” Diederik haastte zich om een verklaring: “Ja, sorry, maar de bus –“ De baas schudde zijn gezicht: “Maak je niet druk, jongen. Luister. Er is iets heel ergs gebeurd. We kregen vandaag het bericht dat Joop is overleden.” Verbaasd stelde Diederik vast dat de baas Joop’s naam toch bleek te kennen. Blijkbaar worden mensen memorabeler na hun dood. “Oh ? Bizar, “ probeerde hij verschillig te zeggen. “Ja. Blijkbaar had hij nogal problemen. Hij heeft zich in ieder geval van het leven beroofd.” Diederik’s ogen werden groot. Joop, smiecht ! Was die stille buitenroker hem zomaar voor geweest. Verdomme. En zonder één signaal vooraf. Of… hij twijfelde opeens. Terwijl hij zijn geheugen afgroef naar opvallende signalen van Joop’s zelfgeorganiseerde einde, vervolgde zijn baas: “Ik snap dat dit als een schok komt. Bij iedereen. Daarom heb ik al het personeel vandaag vrijaf gegeven, om de klap te verwerken.” Hij klopte Diederik op zijn arm. “Ga naar huis, we zien je morgen wel weer.” Zonder een reactie af te wachten draaide hij zich om en liep een gang in.

Diederik stond met zijn ogen te knipperen. Joop, dood. Potver ! En iedereen naar huis om het ‘te verwerken’. Hij wist niet of dat wel zo’n goed idee was. Zelf voelde hij nu ineens spontaan de neiging om Joop’s voorbeeld te volgen. Het is dat zijn einde groots en spraakmakend moest worden, anders deed hij er niet moeilijk over. Ineens was hij benieuwd of er morgen niet nóg minder collega’s op zouden komen dagen.

Maar goed. Hij was naar huis gesommeerd. Zijn hond zou blij zijn. En dan wellicht vanavond toch maar even naar het café. Kijken wat Stan te melden heeft. Alsof Stan ooit iets interessants te melden had. Maar goed. Buiten bleek het busvervoer nog steeds rampzalig te lijden onder taakverzaking. Bijna een half uur mocht hij in de motregen wachten tot hij eindelijk aan zijn vrije dag kon beginnen.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑