Plotsklaps werd Diederik zo ontzettend moe van zichzelf. Wat een flauwekulvent van niks, ben je toch, Diederik, dacht hij bij zichzelf. Bijna had hij de gedachte hardop uitgesproken, maar tijdig besefte hij dat dat in de huidige sociale omstandigheden een behoefte aan een vervelende hoeveelheid uitleg zou oproepen. Hij beet op zijn tong. Hard. Auw, dacht hij. Net goed, dacht hij. Kwatsert dat je er bent. Lul de behanger. Met al je inktzwarte overpeinzingen, maar actie, ho maar.

Hij wou dat hij een bomgordel om had. Het zou zo makkelijk zijn. Één knopje indrukken. Zo stelde hij zich dat toch voor. Dat er slechts één knopje voor ingedrukt zou moeten worden. Of werken die dingen met een draaischijf ? Of een switch ? Of moest je iets opendraaien ? Getver, dacht hij, nu verzuip ik in gebrek aan voorkennis. Daar zou ik dan staan, met mijn stomme bomgordel. Zoeken in de zakken naar de handleiding. Hoe werkte dat kreng ook alweer…

Nog een forse slok bier vond zijn weg in zijn keel.

“Hoe zou jij het doen dan ?” vroeg Stan. Diederik begon te hoesten. Ja, kutzooi. Lul die je bent, Diederik. Had gewoon je bek gehouden. Nu moet Stan het draadje van de kous weten, en je hebt geeneens een kous. Diederik haalde weer schaapachtig zijn schouders op, zich ergerlijk bewust van de futiele herhalingen van deze onmachtige beweging. “Ik heb geen specifiek idee,” mompelde hij voor zich uit. “Wat ?” riep Stan over de muziek uit. “Ik heb geen idee hoe ik het zou doen,” riep Diederik terug. “Ik weet alleen dat ik er een eind aan wil maken !”

De muziek was net stilgevallen en van tafeltjes in hun buurt keken een paar dozijn paren ogen hem aan. Diederik schoot rood aan. Fuk, fuk, fuk. Hij begon wat te stamelen. Stan draaide zich rond naar de staarders. “Wat nou ? Als die jongen toch zelfmoordgedachten heeft. Laat hem toch. Alsof jullie dat nooit hebben ??”

Enkele omstanders begonnen Stan bij te vallen. Uiteraard hadden ze dat. En al snel kwamen de gefantaseerde methodes te boven. Één omstander had altijd al gedroomd van rituele hara kiri. Een ander de toaster in het bad. Pillen. Van een waterval springen. De rij werd langer en langer. Iedereen begon enthousiast hun favoriete methode te schreeuwen. Vliegtuigcrash ! Aan een touw ! Rattengif !

Zwetend maakte Diederik zich uit de voeten. Zijn jas was nog ergens binnen in de kroeg. Achter hem klonken de suggesties nog steeds luidruchtig door elkaar – zijn bekentenis was op een hit uitgedraaid daarbinnen. Laat je jas achter, Diederik, dacht hij. Red je vege illusie. Voor iedere methode die je zou kunnen bedenken geklonken heeft en je enkel in andermans verbeelding al betreden paden overhoudt. Eenzaam en verkleumd rende hij een steegje in, met een omweg naar de nachtbus. 

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !