Mistroostig knerpte de sneeuw onder Diederiks schoenen. Kwiek hobbelde Woef naast hem aan de lijn. Terwijl de hond zijn poot optilde bij een boom, keek Diederik naar de dampwolkjes die aan zijn mond ontsnapten. Meer zijn wij niet, dacht hij stilletjes in zichzelf. “Meer zijn we niet, dan dampwolkjes. Even zijn we er, kun je ons zien. Zelfs een beetje voelen. En dan vwoep, zijn we er niet meer. Vwoep,” mompelde hij wat voor zich uit.
De sneeuw naast de boom kleurde grijsgeel en dampte wat terwijl Woef gehoor gaf aan de meest urgente roep van de natuur. Dof kletterde de straal de absorberende sneeuw in.
Zo is het maar net, dacht Diederik. “Zo is het maar net, Woef. Als we toch maar tijdelijk hier zijn, is het van uiterste noodzaak een impressie achter te laten. Ons kleine stukje ‘zijn’ gemarkeerd te hebben. Dat heb jij bijzonder goed gezien.” Woef luisterde maar half, hij was inmiddels druk aan het inspecteren of de urine een duidelijk genoege boodschap voor de volgende hond zou spreken.
Verdomme, dacht Diederik. “Verdomme. Ik moet dat ook doen. Een impressie maken op de wereld. Impact. Mijn hier-zijn markeren. Dat de anderen weten dat ik er was. Dat ik er mocht zijn.”
Geenszins van plan deze metafoor een metafoor te laten, ritste hij zijn broek open. Fluks floepte hij zijn piemel uit zijn gulp en flexte zijn blaasspieren. Een warm, licht gloeiend maar o zo bekend gevoel later kletterde een straal de sneeuw in waar Woef nog U tegen kon zeggen.
Ja, dat was niet slecht, die straal, al zei Diederik het zelf. Dat was een goeitje. De sneeuw zag geen mogelijkheid het geluid te dempen en kletterend echo’de Diederiks straal onder de sneeuwdeken.
En zo moet mijn einde zijn, dacht Diederik. Spetterend en ongeremd. Net toen hij ook deze gedachte hardop wou uitspreken, klonk achter hem een schrapende keel. Verschrikt keerde Diederik zich om en zag een wijkagent half afgestapt op een mountainbike.
Diederiks gezicht werd bloedwarm en haastig ritste hij zijn broek dicht. Dat zijn blaas nog steeds een beetje liep en zijn broek in de kruisstreek nu even heel warm werd, negeerde hij. Haastig verontschuldigde hij zich naar de agent en repte zich uit de voeten, Woef aan een strakke lijn meetrekkend.
Hoofdschuddend keek de agent het tweetal na.



Reactietjes