KutBinnenlanders.nl

Maand: februari 2014 (Page 1 of 4)

Starterspakket

Om aan de kost te komen, loop ik de kringloopwinkels weer eens af. Ik heb al drie tassen volgepropt. Met kleren. Gekke kleren. Ik stel starterspakketten samen voor mafkezen. De kleren maken de man, zegt men, en ik ben enorm goed in het vinden van maffe kleren. Maar gewoon maf is natuurlijk niet maf genoeg. Het zit ‘m in het geheel. Een mafkees is pas écht een mafkees als hij het 100% uitstraalt.

U heeft mijn werk vast wel eens over straat zien lopen. Mijn starterspakketten zijn in zwang. Denk dan aan alpinopetjes, volendamse slobbertruien en idioot grote broeken waar de taille van is ingekort. De drager maakt het geheel af met een of andere idiote halfbaard (vormpjes optioneel), een zorgvuldig verslonsd kapsel, en als het kan lomp grote koptelefoons om te laten zien dat hij wél hip is. U ziet iemand met één van mijn starterspakketten lopen en u denkt in één oogopslag: mafkees. Dan heb ik mijn werk goed gedaan. Daarom zijn mijn starterskits ook zo populair.

Morgen komt een nieuwe containerlading voor-afgetrapte gympen binnen uit China. Door kinderhandjes in zweethokken afgeragd tot ze er doorleefd en onooglijk uit zagen. Pas dan mogen ze aan de voeten. Nieuwe schoenen zijn uit den boze. Aspirant mafkezen kopen massaal mijn sets. Ze willen er uniek en artistiek uit zien. Dat is ook moeilijk, een individuele uitstraling. Ik begrijp dat best. Daarom is het maar goed voor hen dat er mafkezen als ik zijn.

 

Carnaval, en de ontmoeting met Satan

Eind jaren ’90 presenteerde Toon Stoneszn. een radioprogramma bij de lokale omroep van een klein Brabants dorpje. Hoewel niemand er naar gevraagd heeft, is hij er toch over gaan schrijven…

De collectieve dronkenschap -ook wel bekend als carnaval-, dient eigenlijk op Aswoensdag afgelopen te zijn, maar dat gebod overtrad ík in ieder geval met beide voeten. Dat werd wel bewezen met de hoogst merkwaardige radio-uitzending, die ik daags na carnaval om 19.02 uur bij de lokale omroep van een niet nader te benoemen boerengat zou gaan verzorgen.
Ik was –om de playlist een carnavalesk doch verantwoord tintje te geven- met platen van de Pogues, Mano Negra en les Négresses Vertes naar de studio getogen. Net toen ik plichtsgetrouw ‘Fiësta’ op de draaitafel had gelegd, viel mijn oog op een stapel Nederlandstalige platen, die daar zomaar lagen… In de hoek van de studio…
Enigszins afgeleid wilde ik net de Pogues afkondigen, toen ‘Hij’ me riep.
Satan dus…

Hij citeerde letterlijk uit het Heilige Geschrift van de Beastie Boys. Uit het intro van de elfde track van ‘Ill Communication’ om precies te zijn.
Zo strontbezopen was ik ook weer niet…

“Alright, you scratch ‘em right now, cut the record back and for against the needle, back and for, back and for, makin’it scratch, but let me tell you somethin’: don’t try this at home with ya stereo, only at the Hiphop Supervision, allright?”
Yeah!! ‘Allright Hear This!!!’

Niet veel later schalde “Neem nooit je hondje mee naar de Chinees” uit de speakers. Leuk nummer. En een goede tip; “want voor je het weet zit dat beest in de satés!”
Een rasechte carnavalskraker van niemand meer dan De 2 Pinten!
Dat ik er zelf heel wat meer op had werd de luisteraar snel duidelijk. Ik had besloten de plaat zodanig te scratchen, dat de polonaise lopende luisteraars op abrupte wijze kennis maakte met een heel wat minder jolige zijde van het carnavalsduo:

“seenihC ed raan eem ejdnoh ej tioon meeN”

Als dat geen duivelse boodschap is?!

Het satanische gebral van De 2 Pinten werd door mij nog eens extra versterkt toen ik een single van Bassie & Adriaan op 33 toeren door de achteruitlopende plaat van “netniP 2 eD” heen draaide. Van dit alles ging een dusdanig hallucinerende werking uit, dat ik –om overkill te voorkomen- er maar van af zag om ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ in te starten…De goden waren immers al genoeg verzocht…

Nee, het heeft uiteindelijk Mary Servaes zaliger moeten zijn die mij uit deze kwalijk roes moest doen ontwaken: “Och deejay-lief , toe drink niet meer”.

Inderdaad, behalve dat je nooit je hondje mee naar de Chinees moet nemen, zal ik ook nooit meer in beschonken toestand een radio-programma presenteren.
Omdat ik gestopt ben.

Met het radio-programma…

 

Krimi

Een imposante man in stoffen ruitenjas vult mijn scherm. De TV vertoont de nieuwe krimi-serie: Der Halve. De hoofdpersoon is een expert, niet in het oplossen van zaken, maar in het kleiner maken van ingewikkelde problemen. Zo vouwt hij gerust een mysterieuze moord pardoes in tweeën. Net zo lang tot het past. Het is een soort misdaadorigami die zich ontrolt. Een heel bizarre kijkervaring.

Der Halve drinkt koffie met een vies gezicht. Dan draait hij zich naar het TV-scherm. Ik zit dit te typen. Een verstoorde, fronsende blik staart in mijn richting. En dan grijpt hij plots in. De woordspelingen en de zinsverkrachtingen gaan hem te ver. Één voor één beginnen mijn zinnen zich in tweeën. Te vouwen voor mijn ogen buiten mijn invloed om. Paniekerig probeer ik dan maar om mijn zinnen zo lang mogelijk te maken met allerlei bijkwesties zoals. Die ene persoon in de achtergrond die rondloopt met een paarse broek aan, ik bedoel, een agente met een paarse broek. Het is geen gezicht. Zeg nou zelf.

Het mag. Niet baten. Mijn verhaal. Moet kapot. Het valt. Niet meer. Te redden. De. Strenge. Blik. Fronst. Dieper. En. Plots. Viel. Mijn. Zin. Vol. Le. Dig. Stil.

 

Op de markt

De mensen kopen weer tranen,
hele liters
Tot groot geluk van de berooide
tranendalvergieters
Met name oude tranen vinden ze
enorm mieters
Maar ook onder de jongere zitten
er wat uitschieters

Al snel ontpopt de liefhebberij zich
tot traanbuisverslaven
Gulzig, dorstig laat men het zilte vocht
de kelen laven
Om daarna enthousiast naar de buurkraam
voort te draven
Waar ze wéér spilzieke handen vol met
geld uitgaven

Deze man verkoopt zijn leed
in overvolle bakken
Smakelijk om door de aardappelen
heen te prakken
Al snel galmen de straten van hun
herkauwende smakken
Maar er is meer, dus bleef men daar
toch ook niet heel lang plakken

Men koopt verdriet en pijn en smart
en intens droeve klanken
Ook treurwilgzaad is heel gewild
ze plunderen de banken
Op het eind van de markt wordt het wel zwaar
na alle overvolle planken, maar
Gelukkig staat daar een schouderkraam
om lekker uit te janken.

 

Meisje

Ik zie een klein meisje.

Ze staat daar in de hoek.

Ze kijkt me verwijtend aan.

“Is dit het nou? Wat is er gebeurd met mijn dromen?” vraagt ze mij.

Ik wil haar geruststellen. Zeggen dat het heus nog wel goed komt. Dat er wat moeilijke periodes zijn geweest, maar met wat inzet komt het wel.

“En wanneer ga je daarmee beginnen?” Vraagt ze mij op bestraffende toon.

Wat kan ik daarop nou zeggen? Dat ik bezig ben? Dat het goede moment nog niet is geweest? Dat ze maar gewoon geduld moet hebben. Dat ze te jong is om het te begrijpen?

“Ik weet wat je probeert.. Maar kun je ook eerlijk zijn?”

Ik voel me boos worden, kwaad, furieus! Wat een lef! Zij kan makkelijk praten! Dat jonge kind zonder zorgen, met een heel leven voor zich… Een leven wat ze ook voor zich ziet. Ik moet haar gelijk geven. Ik wil haar geen gelijk geven. Ik wil haar woorden geen erkenning geven. Dat zou gelijk staan aan mijn mislukking.

“Wat is er gebeurd met gaan voor je eigen leven. Niets of niemand houdt mij tegen?”

Ik weet het niet. Ik wil het niet weten. Ik duw haar weg. Tranen schieten in mijn ogen. Tranen van pijn. Ik laat mijn hoofd in schaamte neer.

Ze laat zich niet wegduwen. Ze slaat haar armen om mij heen. Veegt mijn haren uit mijn gezicht, en mijn tranen weg. Met de meest begripvolle ogen kijkt ze me aan. “Het komt wel goed..”

 

Traan.

Een traan.

Druppelend.

Stromend.

Dan weer stoppend.

Wachtend.

Versmeltend met andere tranen.

Vallend naar beneden.

Bevochtigend.

En na de ergste vloed verstreken.

Weer opdrogend.

Smeltend met het verleden.

 

Totsi

Een oerhollandse tostie maar
Met tweeëntwintig plakken
Ja plakken kaas, het is echt waar
Valt niet meer door te bakken

Het smelt maar en het klontert
En door de bijenwas is alles oranje
Men voelt zich flink bedonderd
En het mist steeds meer de franje

Het leuke en nieuwe is er wel af
Het brood blakert zwart voor de ogen
Na al dat koren snakt men naar kaf
En voelt zich flink bedrogen

Een piepsnertlandje van geen belang
En dit jaar ook nog winterloos gelegen
Blijft, flutbier drinkend, aan de dronkenzang
In die strontvervelende plakkenregen.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑