Een traan.

Druppelend.

Stromend.

Dan weer stoppend.

Wachtend.

Versmeltend met andere tranen.

Vallend naar beneden.

Bevochtigend.

En na de ergste vloed verstreken.

Weer opdrogend.

Smeltend met het verleden.

 
Miriam
Miriam
Zwelgend in (zelf)beklag, schrijft ze van zich af.