KutBinnenlanders.nl

Maand: maart 2014 (Page 1 of 5)

Remspoor

Ik vraag aan het spiegelbeeld in de keuken wat ik hier in vredesnaam doe. Ik ben weer in Club P. We kijken een film die ik heb meegenomen. Geen ondertiteling. Muziekfilm. Een teken voor de striptekenaar en de Opperpater om er luidruchtig doorheen te praten, blijkbaar. En de striptekenaar heeft zelf niet door hoe luidruchtig hij kan praten. Waarschijnlijk denkt hij dat hij op normaal volume praat, maar de eerste helft van de film heb ik gemist. Pas bij de tweede helft ging de striptekenaar ook actief meekijken.

Ik sjok naar het toilet met dezelfde vraag nog altijd onder mijn arm. Bedroefd kijk ik ook in die spiegel. Mijn leven gaat kanten op die niet de bedoeling waren. Ik sjok terug en nu pas, na ruim anderhalf uur, valt me op dat er een gekke streep op het kussen van mijn stoel staat. Ik vraag de Opperpater wat het is. ‘Remsporen,’ antwoordt hij alsof het om een weersvoorspelling gaat.

Enkele minuten later ben ik het kussen aan het afschrobben. De Opperpater snapt er niks van. ‘Die zijn al anderhalf jaar oud hoor, knikker,’ zegt hij. Ik schrob hard met het washandje dat ik in de badkamer gevonden heb. ‘Dat haalt niks uit,’ zegt de Opperpater, ‘met dát washandje veeg ik na het schijten mijn kont af.’
Ineens is mijn leven zo erg nog niet.

 

Kinderboerderij

“Dag poes,” roep ik. “Ik ga werk zoeken !” Miauw, antwoordt de poes. Ik trek de deur dicht. Ik zeg wel dat ik werk ga zoeken maar ik loop langs het water. Het is veel te mooi weer. Overal zijn beestjes. Honden die uitgelaten worden, vogeltjes die vliegen. Ik loop door op het ongeëffend pad.

Ik kom bij een kinderboerderij. De kinderen worden net gevoederd. Joelend worden ze in een kudde naar de voederbak gejaagd. Er rent een pestkop rond de kudde om ze bijeen te houden. De pestkop bijt naar de enkels van de kinderen, die geschrokken reageren. De kinderen hebben niet door dat ze in kuddevorm de pestkop moeiteloos zouden kunnen verbrijzelen. De kudde voelt zich alleen, kwetsbaar en bang.

Daarna liggen de kinderen wat in de zon. Loom voor zich uit starend. Ze herinneren zich vaag hun wilde oerinstincten. Maar meer dan dit wordt het niet. Eten, zonnen, kritiekloos herkauwen. De boerderij is niet groot. Ik hoop dat de kinderen zich niet te snel voortplanten. Anders moeten er een paar afgemaakt worden. Ik draai me om en loop terug naar mijn kat. Benieuwd wat voor leugen ik haar ga vertellen.

 

Voud

Terwijl de strepen die de zon trekt, nu al korter worden, dartelt het rubber over de stenen. Ja, daar kan je dus niks mee. Dat is weer typisch van die uitsloverij van het leven. Dan beschrijf je dat, en wordt het zo’n zin-zin. Eenvoud, dat is waar ik het zoek. Geen gedoe met zonnen. Die strepen trekken. En rubber dat dartelt, moet ik al helemaal niet.

In de ochtendschaduw ruisen de fietsbanden. Beter. Zeker al wat beter. We zijn er nog niet hoor. Het kan veel eenvoudiger nog. Eenvoud is niet makkelijk. We zijn veel te gewend vanalles in meervoud te doen. Minimaal in twee- of drievoud. Ik noem maar een gemiddeld ingevuld formulier. Maar ook onze favoriete verhalen. Die worden gerust meervoudig verteld. Tot in de eeuwigheid desnoods. Dan denk je stiekem toch ook: vertel eens wat nieuws. Ik toch.

Het is vroeg. Dring, dring. Haar bel. Ze moet er langs. Zon in haar ogen. Voorband is wat slap. Ze is niet wakker. Verkeerde afslag. Hoppakee, rijdt ze zomaar mijn verhaal uit. Ik weet ook niet waar ze nu heen is. Kwijt. Tja. Dan niet. Met haar moeilijk gedoe.

 

Einstein in de IJzertijd

Het verhaal ging de ronde 
als een lopend, lopend vuurtje 
dat hij het vuur
en ’n rond ding had uitgevonden 

Maar hij werd niet erg geloofd; 
…toen men hem wilde prijzen 
lag het wiel al in de as 
en ’t vuurtje was gedoofd 

 

Allebei dood

“Ja, Van Densen en de striptekenaar zijn hier,” zegt de Opperpater tegen zijn moeder. Zijn moeder belt op steeds onvoorspelbaardere tijdstippen op de avond, maar wel elke. Ze bespreken dan Eastenders. Allebei kijken ze het, en dan bespreken ze het. Al 25 jaar. Bij hoge uitzondering neemt de Opperpater het op, maar dan moet hij het van tevoren weten, en zijn moeder ook.

“We kijken Armageddon, want de striptekenaar heeft die nog niet gezien.” De Opperpater vertelt altijd ronduit over zijn gasten. Zijn moeder weet meer over ons dan wij over hem. De vrienden van de Opperpater maken zich ietwat zorgen hoe het verder moet als de moeder van de Opperpater ooit dood zou gaan. Ze brengt orde in zijn leven. Hoeveel we allemaal ook van onze moeders houden, niemand heeft een moeder zoals de Opperpater een moeder heeft.

Nadat hij ophangt, kijken we een film waarin twee acteurs spelen die allebei stierven voordat de film uitkwam. De striptekenaar vertrekt. Ik benadruk hoe bizar dat is, dat we naar twee bijna tegelijkertijd overleden acteurs kijken. Ze hebben hun eigen laatste film nooit kunnen zien. Ik zeg, stel nu dat je mij voor het laatst ziet. De Opperpater zegt, ja of andersom. We zijn even stil. Gelukkig is het een grappige film. Toch lachen we niet. We roken en drinken. Waarschijnlijk zien we elkaar vrijdag weer.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑