KutBinnenlanders.nl

Maand: februari 2014 (Page 2 of 4)

Hoerenloper

Je ziet het aan zijn loopje
aan zijn loense blik
zijn neus die net te scheef staat
van ooit een ferme tik

Het is die degelijke houding
zo vriendelijk,  innemend, charmant
een beetje verstopt
onder DOE nonchalant
nee joh, niets aan de hand!

Het is de gladgestreken nette man
de brave huisvader
de lanterfanter
met zijn joviale gebaren
die afleiden
van dat leven waar jij niets van weet

Dat houdt hij ook graag zo
zijn eigen privé
waarom zou ie het delen
wie heeft daar wat mee?

Hij hoeft enkel zichzelf in de ogen te kijken
hij is happy
met hoe dingen zijn
de mensen verwachten, willen en vragen
teveel soms

Maar nee, op zeker,
hem krijgt niemand klein!

Een hartje van goud 
laat hem maar 
genieten 
leven
op zijn eigen manier

Hoe dat ook vorm krijgt
wie zal het zeggen?
wie heeft er het recht toe?
handen af

van een anders plezier!

 

Mijn leven

 Er is een leven zonder jou
 het ruikt er naar jasmijn

 Madeliefjes staan er springerig
 in het veld
 simpel en schattig te zijn

 Ik wil je plukken
 maak je tot een bloemenkransje
 huppel
 op blote voetjes
 zwierend
 de lente door

 Er is een leven zonder jou
 zoveel nog te ontdekken
 ik dans mijn mooiste dansen
 ik lach mijn mooiste lach
 de mannen aan mijn voeten
 zó dertien in een dozijn
 ik zoek langs de vloer, de bar, de deur naar pretoogjes
 een koekiemonstershirt
 en hij die het dragen waardig is

 Er is een leven zonder jou
 ik doe
 ik ga
 ik meen
 ik mag
 ik donderstraal de dag wel door
 ik droom mijn zoete dromen
 waarin ik niet van suiker ben
 tot jij me raakt
 tot ik smelt
 alweer

 Er is een leven zonder jou
 van gillen van plezier
 van duizend en een dingen willen
 avonturen
 laat ze duren
 laat me gaan
 voor het geluk
 voor plagen, rollen, ondersteboven hinniken
 laat me lachen tot de tranen komen
 laat me zingen
 over hoe goed het leven is

 Laat me fluisteren
 allesbehalve jouw naam
 

 

Hoed

“We hebben vanavond poëziegeschiedenis geschreven !” brul ik dronken in het rond. Ik jaag alle dichters minstens op een meter afstand. Daarna gooi ik hen mijn nieuwste bundeltjes toe. De dichters vinden me vervelend. Mij en mijn hoed. Ze zeggen dat ik leuker ben wanneer ik niet gedronken heb. Ik brul iets over poëziegeschiedenis.

Plots besluit ik dat de zetels en stoelen in de ruimte zich prima lenen voor een imitatie van de Olympische hordeloop. Natuurlijk besef ik me ergens in mijn hoofd dat ik maat 46 heb. Maar dat stemmetje is niet luid genoeg. Dat schiet effectief pas door mijn kop wanneer laatstgenoemde met een volle klap op de grond landt.

Het mag de pret niet drukken. Ik zwaai met de hoed in de rondte waar het evenement van vanavond om draaide. En dan gaat het mij draaien. Terwijl mijn mond nog éénmaal het woord “poëziegesch-” probeert uit te brengen, kots ik met een harde straal de hele hoed vol.

 

Dromen

Ik had nog zoveel
mooie dromen, maat
Maar mocht niet meer
van mijzelf

Elke sluimertoer
nog hele verhalen
Met beelden, karakters
plottwists en bogen

Maar mijn zelf
aangestelde messenger
Fietste telkens opnieuw
rinkelend tussendoor

Ontwaakt maar niet
opgewekt zwaaiden
Benen onder deken uit
Voeten zwaar aan de sjok

In slechts één wereld
maar vanacht
Mag ik weer.

 

Onder de tekst

Onder de tekst blijkt een mannetje te schuilen. Ik ontdek dit pas wanneer ik in plaats van de pagina, een alinea omsla. Hij had zich goed verstopt. Als de alinea niet zo meeslepend was geweest, had ik het mannetje onder de tekst nooit gevonden.

Het mannetje gebaart mij paniekerig tot zwijgen. Hij kruipt wat dieper in de alinea weg. Dat gaat zomaar niet, denk ik. Verschuil je maar even in een andere tekst, niet in deze. Hier ben ik mee bezig. Aan zijn nekvel pluk ik het mannetje tussen de woorden uit.

Het mannetje smeekt. Hij roept dat hij op de vlucht is voor het plot. Als het plot hem te pakken krijgt, is hij definitief zijn vrijheid kwijt. Ik overweeg even het mannetje alinea-asiel te verlenen. Maar dan werp ik tegen dat je verschuilen in tekst ook geen leven is. Het mannetje gilt dat alles beter is dan aan het plot onderworpen worden.

Plots grijpt een grote lijn van woorden en letters de enkels van het mannetje. Resoluut wordt hij het boek ingetrokken en zijn gegil verstomt in luttele seconden. Verbijsterd kijk ik naar de pagina. Daar staat hij. In de tekst. En oei, zo te lezen gaat het slecht met hem aflopen. Ik sla het boek dicht. Dan heb ik het alvast niet geweten.

 
« Older posts Newer posts »

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑