Sint gromde. Het wou maar niet lukken. Woedend frommelde hij het papiertje en smeet het weg, tussen de groeiende stapel andere papiertjes. Vervolgens plukte hij er maar weer een uit het doosje en zette zich zuchtend opnieuw aan een poging. De tabak kruimelde lustig tussen het vloeitje.

Vroeger, ja. Vroeger had hij zijn Rolpiet nog. Die rolde al zijn sjekkies voor hem. Prima was dat. Piet had er plezier in, en Sint had zijn vlugge rookpauze tussen de hordes kutkinderen door, zonder dat hij ‘het slechte voorbeeld gaf’. Het was toen al anders dan nóg vroeger, toen gewoon een sjekkie tussendoor doodnormaal was. Maar nu. Nu had hij zelfs zijn Rolpiet niet meer.

Je mag minder en minder in dit dorre kloteland, dacht Sint grimmig bij zichzelf. Zonder een korte nicotinepauze had hij al snel een grimmige bui. Hij mocht met zijn schip al niet meer zonder de juiste vergunningen rondvaren. Zijn paard moest onder toezicht van de Partij van de Dieren opereren. En zijn Pieten mochten zich niet meer vertonen, want dat riep discriminatieve associaties op. Die zaten zich nu in Spanje stierlijk te vervelen. Sint moest nu alles in zijn eentje doen. Niks geen vrolijke knechten meer.

De tabak viel op de grond. Boos vloog ook dit vloeitje verfrommeld door de lucht. Zuchtend pakte Sint de shagbuil van de tafel en zette zich opnieuw aan het prutsen. Zo moeilijk kon het toch niet zijn… zelfs de allerdomste Henken en Ingrids in dit spuugland konden dit.

Als ik er nu gewoon eens mee kap, met dat kutfeest, dacht Sint. Ik ben tenslotte verdomme ruim op pensioensleeftijd. En nu moet ik alles zélf doen. Boot varen. Aanmeren. Pakjes sjouwen. Pepernoten strooien. Álle kindjes de hand schudden. Allemaal vragen beantwoorden. Het Boek meeslepen. Paard eten geven. De daken op, de schoorstenen door. En straks doodmoe weer afmeren en terug naar Spanje. Pffff.

Even klopte zijn hart vreugdig. Dit begon ergens op te lijken, dit sjekkie. Zou het, ja, ja, dit gaat best goed, ja, en nu… voorzichtig stak hij zijn tong uit om het papiertje te likken.

Vloei en tabak glipten door zijn reumatische vingers. Sinterklaas keek volledig ontmoedigd naar de puinzooi op de grond. En zuchtte. Ja, volgend jaar konden ze het schudden. Met heel dat kutfeest. Ik kap ermee.

Boos stond hij op en liep naar de deur. Even doorbijten nog. De jengelende kindergeluiden aan de andere kant maakten hem nu al moe. Zo bleef hij bijna een minuut nog voor de deur staan. Starend naar de deurklink.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !