Albert scheen zijn zaklamp in het rond. Boeken, overal boeken. Hij wierp een snelle blik langs de ruggen, maar zag vooral wereldgeschiedenis, filosofie, kunst, zeg maar het slag boeken dat minder snel van een boekenmarkt meegenomen wordt dan een beetje strandleesthriller. In de rondte schijnend zag hij zelfs zo snel helemaal geen enkele guilty pleasure. Geen novelle, geen science fiction, geen strip, zelfs niets dat wees op jeugdnostalgie. Dit was de bibliotheek van een hoogopgeleid man of van iemand die zo over wou komen. En aangezien hij Cees nog nooit zo over had voelen komen, rees het besef dat er nog veel aan deze vreemde dorpsgek te ontdekken was.

Zijn lichtstraal stopte bij een hele middenkast vol boeken over de stad. Over de historie, bundels van bekende lokale schrijvers en dichters, zelfs antieke toneelstukken. De Muskiet scheen van boven naar beneden over de kast en constateerde dat deze toch echt tot de nok gevuld was. Mijn god, dit was misschien wel de compleetste collectie binnenstedelijkse ondergrondliteratuur die er in de stad te vinden was. Terwijl Cees meestal nul belangstelling voor het reilen en zeilen van de stad openbaarde. Maar ook, constateerde hij teleurgesteld terwijl hij op de grond rondscheen, van een onberispelijk propere man. Hij zou gerust een heel etmaal naar de rugkaften kunnen kijken en zo de man achter de aanschaf leren kennen, maar hij zocht voor de hand liggendere aanwijzingen.

Hij draaide zich om en scheen zijn licht op de tafel. Een stapel specifieke boeken. Één lag er open. Nieuwsgierig liep Albert erop af. Zijn ogen werden groot toen hij de chinese tekens zag. En de monsterlijke illustratie van de bekende verraders in de muil van de Duivel. Hij keek naar de keurig opgeschreven vertaling die ernaast lag.  “De cultuur is klaar met je.”

Zijn oog dwaalde opzij af naar een ongewoon zicht. Een keukenmessenset op de tafel. Tussen de boeken. Hij scheen zijn licht erop en zag dat er één mes weg was. Albert voelde eensklaps ieder laatste haartje op zijn lijf rechtop staan. En meteen terwijl hij zo op scherp stond, hoorde hij zachte voetstappen buiten op de balustrade. Moeilijk hoorbaar maar met de hoeveelheid adrenaline die nu plots door zijn aderen gierde, voldoende om hem ineens zijn zaklamp uit te doen draaien en zo stilletjes maar vlug mogelijk onder het bureau in de buurt van de deur te kruipen.

De deur rammelde zachtjes met haar slot. Vervolgens zwaaide ze langzaam en voorzichtig open. Albert’s hart klopte in zijn keel. Zijn handen omklemden zijn zaklamp en hij zat zichzelf in gedachten de huid vol te schelden dat hij niet aan een ander wapen gedacht had. Hij zou het met dit kleine plastic zakding moeten doen. Voor het eerst in zijn carrière als journalist maakte hij zich zorgen om zijn leven. En hoopte vurig dat hij hierna weer gewoon over multicultikantklossen zou mogen schrijven.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !