“Kan je de glasvezelkabel met een enkel gebaar zomaar van tafel vegen?” Even werd het stil. Je kon iedereen voorzichtig horen ademen. De aangesprokene rechtte zijn rug, klopte met zijn vuist hard op de bewuste tafel en bulderde: “Uiteraard!”

 

Daarmee lag het hele project aan diggelen.

Dit soort feiten doet zich zelden voor. Als ze zich voordoen buiten de context van een vergadering, bestaan er geen notulen, geen geschreven sporen van. Maar deze tafel stond in een vergaderzaal.

De niet meer zo jonge notulist wist dat het erop zat. Hij schroefde de dop op zijn vulpen, sloeg zijn schrift dicht en ging. Hij liep als laatste door de deur, die hij sloot.

Nooit leek iets zo voorgoed afgelopen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.