KutBinnenlanders.nl

Maand: februari 2014 (Page 3 of 4)

De Wandeling

Puzzelstukjes – een wirwar – van ongelijke delen
verspringend
bewegend
draaien rond
als een compas
die mij richting geeft

De grond onder mijn voeten
vol hobbels
stronken – struiken – struikelen

In het donker
met gehuil in de verte
zoek ik mijn evenwicht
tussen falen en perfectie
tussen zwart-wit
lief maar stoer

Bitterzoet

Verlangen
veel
teveel
gretig – graaien – grijpen
hou me vast!!

Ik ben zo bang dat het me ontglippen zal

Het avontuur
de kans
zo eentje van maar één keer

Of durf ik te geloven
dat ze komen met zovelen
dat ik steeds opnieuw proberen mag

Hoger te reiken
op de topjes van mijn tenen

Pirouetten draaien
dansen – duizelen – vallen
eindeloos

breek ik in kleine stukjes
op de grond

Gevonden
door een wandelaar
verbijsterd door alle facetten
van kwetsbaarheid en kracht
een beetje schoonheid
een gekwelde ziel

akelige monsters
glinsterend in de maan

Ga hier vandaan!

Ik sta op
met tranen in mijn ogen
lichtvoetig – opgetogen – ongedeerd

De donkere magie bezworen
bevochten
om weer op pad te gaan

 

Zaterdag: Poëzie Met De Hoed!

Zaterdag ben ik ’s avonds in Gent, bij de Tuin van Heden. Er zijn meer dichters, die avond. En er is een hoed. De hoed gaat rond, niet om iets te vragen, maar om iets te geven. Eenieder die de hoed weet te bemachtigen, mag namelijk een gedicht voordragen. En zo gaat op onvoorspelbare wijze het hoofddeksel de aanwezige menigte rond. Een intieme en spannende poëzie-avond, kortom. En iedereen is welkom ! Waar vind je zo’n open-mike non-competitive poetry slam behalve natuurlijk in dat gastvrije kunsthol op steenworp van Ledeberg ? Gewoon ook komen, kortom.

 

Museumpje

Jaren later wordt het huisje in detail herbouwd. Exact zo schots en scheef en slecht geïsoleerd als het was. Het is een doorn in het oog van de hele buurt. Maar ze schikken zich erin, want de grote schrijver René van Densen woonde hier ooit. Het huisje moet dat herdenken. Er is een museumpje in gevestigd.

Een team van wetenschappers en kunstenaars heeft een replica gebouwd van de bank waar ik deze winter elke avond op slaap. Zelf heb ik het ding met een heel goede vriend uit iemands tuin meegenomen. Met toestemming, uiteraard. Ik ben geen tuinen afgelopen tot ik eindelijk een bank zag staan.

Er loopt een holografisch geprojecteerde roodwitte poes door de ruimte. De museumbezoekers kunnen haar niet aaien. Net echt, dus. Iedereen die ik ken is dood en ik ben er ook allang niet meer. Maar voor vijf euro entree kunt u even René van Densentje spelen.

 

Met je mooie woorden

Donder op
Met je bliksemflitsend
mooie woorden
Verzuipend in je darlings
zonder essentie
Spartelend

Donder op
Met je resonerend
mooie klanken
In een kakafonie van
wilde medeklankers
Ongehoord

Donder op
Met je zaligzalvend
mooie zinnen
Geen zinsnede die snijdt
in bloedend besef
Ontstekend

En donder op
Met je bladerrijke
mooie boekjes
Vol met middenwoorden
Geen voor- of na-

Enkel
Mooie woorden.

 

Sprookje.

En ze leefden nog lang en gelukkig…

Slap, slap, slap

De prins op het witte paard komt mij zo redden, de weerloze arme deerne!

Slap, slap, slap

De goede fee zal zo haar toverkunsten laten zien.

Slap, slap, slap,

Een kabouter komt met een hakbijl?

Slap, slap, slap

Hij veranderd zelf in een knappe prins en bedrijft de liefde met mij?

Slap, grunt, slap,

Hij tovert.. hij pakt.. hij…

Aaahhh, slap, grut.

En ik leefde.. nog.. nee.. niet meer..

 

Beweging

“Ik had je boek op het werk binnen een uur uit, knikker,” begroet de Opperpater me. Hij refereert aan mijn nieuwste prozabundel. Het is geen dik boek. Slechts 66 pagina’s. Ik geef het grif toe.

Maar ik ben hartelijker begroet. Ook de trap komt hij niet eens meer af om me te begroeten. Hij roept het van bovenaan de trap. De gasten van Club P. hebben bemerkt dat het intercomknopje om de deur te openen, gewoon werkt. Jarenlang wist de Opperpater dat niet. In zijn eigen woning. Bij elke gast liep hij de trap af en terug op voor de deur.

Ik vraag of de Opperpater nu niet een heleboel beweging mist. “Dat klopt, knikker,” lacht de Opperpater terwijl hij al zijn tweede sigaret sinds ik binnenkwam opsteekt. Ik heb mijn jas nog niet eens uit. Met een noeste vuist verfrommelt hij zijn halveliterblik. “Bier, knikker ?” Gewoontetrouw sjokt hij alvast naar de koelkast.

Ik troost mij met dat de geest van de Opperpater blijkbaar nog altijd beweging genoeg krijgt. Een uur, dat is toch ruim een pagina per minuut. Dat doet hij goed. Uit de keuken klinkt een luide boer.

 

Laat me

In mijn hoofd
losse flarden
sprankelen
als vuurwerk
buiten mijn bereik
uit mijn ogen
gewrevel

Ongekunsteld
ongeraakt
uiterst brutaal
maar onbewogen

Te leuk te lief te mooi
was alles dan gelogen?

Schone schijn
real
replica
of imitatie

In relatie
tot

Brrrr, bah, bang
enge woorden
knarst en knispert

Frutteltrutteltrut

Geef me rust
met hei en hut

Laat me
nu maar met mezelf
griebels
goed
genoeg geweest

het is
het is

genoeg
klaar
geen gelul
geen gemaar

klaar

 
« Older posts Newer posts »

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑