En ze leefden nog lang en gelukkig…

Slap, slap, slap

De prins op het witte paard komt mij zo redden, de weerloze arme deerne!

Slap, slap, slap

De goede fee zal zo haar toverkunsten laten zien.

Slap, slap, slap,

Een kabouter komt met een hakbijl?

Slap, slap, slap

Hij veranderd zelf in een knappe prins en bedrijft de liefde met mij?

Slap, grunt, slap,

Hij tovert.. hij pakt.. hij…

Aaahhh, slap, grut.

En ik leefde.. nog.. nee.. niet meer..

 
Miriam
Miriam
Zwelgend in (zelf)beklag, schrijft ze van zich af.