Er was gekookt, gegeten, en met overgave geheupt. Ze lagen te zweten. Zij stak een sigaret op.

“Ik vond het trouwens prachtig, hoe je dat gisteren zei.”

Hij draaide zijn hoofd naar haar. “Wat dan ?”

Ze blies een wolk. “Dat je de – wat was het ook alweer ? – de hofnar van de ondergang bent.”

Hij draaide zijn hoofd naar het plafond. Hij was opgehouden met haar te vertellen dat het allemaal buiten hemzelf om over zijn lippen gerold was. Ze geloofde hem toch niet.

Ze draaide zich op haar elleboog en keek hem aan. “Dat gaat over heel die zelfmoord-gekkigheid toch ? Want met al die media-aandacht die het kreeg ben je wel een soort hofnar geworden.”

Diederik haalde zijn schouders op. “Ja och, dat zelfmoord gedoe.”

“Waarom ben je daaraan begonnen ? Mag ik dat vragen ?”

Diederik glimlachte. En dacht terug aan toen zijn leven nog op orde was. Toen hij met een magnetronmaaltijd op schoot en een hond aan zijn voeten nog in oude doen was. Net voordat de eerste gekke gedachte zijn kop in knalde. Het leek jaren geleden, een andere wereld.

Hij keek haar aan. “Het zal je misschien verbazen, maar er zit niet echt een groter plan achter mijn handelen. Ik doe maar wat, in het leven.”

Ze knikte.

“Ik ging naar school, en heb doorgestudeerd, omdat het andere mensen een goed idee leek. Toen heb ik maar wat werk aangenomen dat toevallig op mijn pad kwam. Vrienden als Stan zijn vrienden omdat ze in mijn buurt blijven opduiken. Zelfs mijn hond – ik heb een hond, trouwens, hij is bij mijn moeder aan het logeren – heb ik op een willekeurige impuls in huis genomen. Er hing een briefje in de supermarkt en ik dacht, och, waarom niet, gezellig.”

Nathalie glimlachte. “Zo doen volgens mij de meeste mensen maar wat. Maar velen houden graag de illusie vol dat er een koers en doel achter zit.”

Hij keek in haar ogen. “Jij ook ?”

Ze keek weg. “We hadden het over jou. Hoe zit dat met die zelfmoord nonsens ? Ben je dat nog steeds van plan ?”

Hij staarde naar het raam. “Volgens mij was ik dat nooit echt van plan. Ik denk dat ik een soort inzinking had, dat ik mijn oude leven te lang beu was. En dat dat ineens tot uitbarsting kwam. Via een misverstand met Stan, die dat wel een goed idee vond, kwam er al die ellende van.”

Ze pruillipte. “Ben ik ook ellende ?”

Hij grijnsde. “Jij bent het enige goede dat van al die waanzin op mijn pad gekomen is.”

Tevreden kuste ze zijn lippen. “En nu ? Wat ga je nu doen ?”

Diederik haalde zijn schouders op. “Dat zelfmoord gedoe is toch maar nep. Maar zelfs dan heb ik er eigenlijk niet zo’n zin meer in. Maar als ik aan morgen denk, of hoe het verder moet met mijn leven, dan word ik even heel stil. Want ik heb geen idee hoe het vanaf hier gaat. Wat ik moet doen. Als ik eraan denk, voel ik me verdrinken in mogelijkheden die ik niét wil, en zie ik eigenlijk bijna geen pad dat ik wél wil inslaan.”

Ze sloeg een arm om hem heen. “Oké. Dus we denken niet aan morgen en maken er gewoon van dag tot dag het beste van. Deal ?”

Diederik zuchtte tevreden. En keek vervolgens verstoord toen hij zijn telefoon weer hoorde trillen.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !