KutBinnenlanders.nl

Dag: 6 oktober 2012

De Post

Van alle gevallen van roekeloze privatisering van nutsbedrijven is die van de post het meest schrijnend.

.

Tot een jaar of 15 geleden was de post een secure moloch, met knusse filiaaltjes in elke woonwijk. Waar je ook woonde, je kon er naar toe wandelen. Je kon er je pakketten naar toe brengen, je postzegels kopen, je verzekeringen afsluiten, je visakte ophalen, Franse Francs of Duitse Marken inwisselen voor guldens, en een berg 5-centjes voor biljetten, een ticket voor Lowlands of Pinkpop kopen, je bankzaken regelen, en zelfs cash geld opsturen naar een sujet zonder bankrekening. Die had je toen nog, want het mocht. Je kon toen nog ongezien leven. Je kon je toen nog onttrekken aan Big Brother. Ja, dat kon. Maar terug naar de post. Dat cashgeld dat je bracht, werd dan stante pede opgehaald door een koerier met een fietshelm en een fluoriserend jasje. Hij rukte het geld uit je hand, stopte het in zijn binnenzak en rende ermee naar Kuala Lumpur of Terneuzen. Daar bracht hij het naar, jawel, de post, alwaar de gelukkige ontvanger annex Big Brother-ontloper de biljetten en munten (die bestonden toen nog), contant in handen kreeg.

Kom daar nu maar eens om.

Het begon met het splitsen van de Post in een bezorgingsdienst en een bank, die we niet meer lekker de Giro mochten noemen maar de Postbank. Dat veroorzaakte weinig opvallende schade dus wenden wij daar aan. Toen begon de Post om het jaar van naam te veranderen. Dat was al minder. Niemand kon zich die flitsende nieuwe namen eigen maken dus bleef iedereen hardnekkig de Post zeggen. Vervolgens braken ze het monopolie van de post. De Post kreeg concurrenten. Wie daarvoor verantwoordelijk was onder de Regenten weet ik niet meer maar ergens doet Neelie Kroes, toen nog Smit-Kroes een belletje rinkelen. Een belletje dat ik ogenblikkelijk het zwijgen toebreng, want hoe zou dat kunnen? Neelie Kroes? Onze Europese hoedster tegen malafide multinationals? Die Microsoft een poepie liet ruiken? Een poepie van bijna een miljard euro’s? Tja, zo begon in feite haar kruistocht tegen monopolies. Misschien handelt ze niet zo zeer uit liefde voor het volk en wantrouwen tegen trusts, dan wel uit afkeer tegen staatsinmenging (we laten Microsoft er voor het gemak even buiten, anders klopt het niet meer). Je weet het immers maar nooit met VVD’ers. Die zitten vaak dik onder de poen van de lobbyisten uit het bedrijfsleven. Ik zeg niet dat ZIJ onder de poen van de lobbyisten van het bedrijfsleven zit. Ik kijk wel uit.

Die concurrenten van de Post. LOL. De Deutsche Post laat containers vol brieven in Amsterdam-West wekenlang open en bloot, UPS en GLS weigeren in postbussen te bezorgen, want niet door henzelf beheerd, en doen je jouw pakketten bij hun afhaalloket ophalen, ergens op Industrieterrein 30278 B. En allemaal, allemaal, huren zij goedkope flexkrachten uit Donker Rusland in, die, immer straalbezopen, hele partijen bezorging in het eerste huis (de mijne) van de straat dumpen. Waardoor je een postbus van PostNL neemt, waar de concurrenten niet bezorgen. De cirkel is rond. In deze tijden van booming online business kun je geen pakket fatsoenlijk naar je eigen adres laten bezorgen. Ik zeg bijna: hier klopt iets niet. Maar de heren economen zeggen van wel, dus wie ben ik.

Ondertussen werd de Postbank de ING, die duidelijk niets meer met de post te maken had, noch met het knusse overmaken van geld op een buurtpostkantoortje. U zegt postkantoor? Wat een mal ouderwets woord! Dat bestaat al lang niet meer. Opeens besloot de Post alle postkantoren te sluiten. We mochten niet ongerust worden want de postzaken werden vakkundig overgenomen door tabaksboeren. De kostbare schat die je naar je lievelingsnichtje opstuurde werd door de tabaksboerin op de hoop achter haar toonbank gegooid. Waar ze hem niet meer kon vinden. Klagen kon echter niet meer, althans niet in de zin dat je een antwoord kreeg, want er werkte geen levend mens meer op het hoofdkantoor. Overal alleen nog maar computers en tabaksboeren. Het begon op sappelen te lijken.

De volgende fase in deze saga van de Posterijen is dat de tabaksboeren vanaf 1 oktober geen geldelijke transacties meer mogen verrichten. In heel Amsterdam Centrum-Oost, bijvoorbeeld, ben je aangewezen op één plek, Eerste van Swindenstraat. Een lounge geval, design en dus leeg, met veel pluche en weinig animo, waar ze, uit alle gesloten filialen die 020 rijk was, niets beters dan eerder beschreven pad geschikt hebben gevonden om de slachtoffers te woord te staan. Wat zij, onverbiddelijk, doet. O ja, ik vergeet het bijna, de postbussen worden aanstonds opgedoekt. Daar wou toch niemand meer bezorgen.

De Post. Die naam kun je nu ook beter echt afschaffen. Noem het maar “de Niets”. Het is tenslotte waar ze naar toe werken.

 

Hofnar van de ondergang (42)

 
De oude vrouw proefde voorzichtig van de soep. Nog niet warm genoeg. De hond keek haar aan vanuit zijn mand. Kwispelend. “Ja, Woef weet dat hij ook wat lekkers krijgt, hè ?” kirde ze naar de hond. Die harder kwispelde. Ze roerde verder in de soep en betrapte zich erop dat ze glimlachte. Even trok ze van de weerslag een frons in haar voorhoofd. Natuurlijk was het een mooie dag aan het worden, en was het gezelschap van de hond van haar zoon fijn. Maar hoe zou hij het zelf stellen ? Toch kreeg ze het opgewekte gevoel niet uitgebannen. Haar zoon was oud en wijs genoeg. Hij redde zich al jaren prima. En hij had haar verzekerd dat het allemaal maar een soort grap was, immers.

Zalig zijn de zotten, dacht ze bij zichzelf. En ze gooide een stukje gehakt naar de hond, die het behendig uit de lucht hapte.

Aarzelend stapten de schoenen over de stoep. Alsof de keurig rechtliggende tegels een doolhof van afgronden vormden. Ze stapten vertragend het tuinpad op naar de voordeur. Een rillende vinger werd in een vervreemde beleving naar de deurbel geheven en in een andere werkelijkheid klonk ver weg een rinkelgeluid. De deur opende. En de oude vrouw trok wit weg bij het zien van haar zoon. Met een onmiddellijk bezorgde gezichtsuitdrukking trok ze Diederik haar huis binnen en sloot, een schichtige blik de straat af werpend, de deur achter hen beiden.

Woef lag kwispelend aan zijn voeten en zijn moeder zette een bord dampende soep voor zijn neus. De geur bracht Diederik langzaam terug bij de werkelijkheid en plots besefte hij waar hij heen was gegaan. Verbaasd keek hij zijn moeder aan. En barstte opnieuw in snikken uit, zoals hij aan Nathalie’s tafel had zitten janken. Zijn hoofd zeeg ineen op zijn armen en de soepkom schudde op tafel met zijn schokkende schouders mee. Woef piepte en hij voelde de armen van zijn moeder om hem heen geslagen worden. De warmte, de geborgenheid, de warme deken van thuis zijn, thuis, terwijl alles zo’n reddeloze puinhoop was geworden, het duizelde Diederik en hij huilde en huilde. Alsof de hele wereld hem haar tranen leende. Tot de tranen op waren en hij zijn pijnlijk prikkende ogen heropende.

“Jongen toch,” sprak zijn moeder medelijdend. “Wat heb je je toch allemaal op je hals gehaald ?”

Hij kon enkel knikken. En slikte. Er kwamen geen woorden, hij kon het zelf eigenlijk niet meer bevatten, wat er van zijn leven geworden was.

“En wat heb je in vredesnaam met je haar gedaan, idioot. Dit ziet er niet uit. Zonde van je mooie lokken,” sprak ze afkeurend. Diederik keek haar aan en tegelijkertijd schoten moeder en zoon in de lach. De hond blafte en kwispelde.

Diederik nam een lepel soep. En alle vermoeidheid viel van hem af.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑