Otto loopt over straat zonder jas en plannen. Hij heeft geen idee en ergens zit hem dat niet lekker. De zin ‘Ik sta op het punt mijn hoofd verbeurd te verklaren’ komt bij hem binnen. Het is een intellectuele zin. Literair ook, vermoedt Otto. Een hele hoop intellectuele zinnen maakt een boek, beseft hij. Ze moeten alleen nog achter elkaar opgeschreven te worden. ‘Misschien moet ik maar een boek schrijven. Ik heb toch wat tijd over.’ Diezelfde middag schrijft Otto een boek met zinnen als ‘kleine boerderijdieren zijn een steen des aanstoots voor Bobo’ en ‘Crisis is een vermetel concept mits gedoseerd toegepast binnen gekende kaders’. Het heeft exact 742 pagina’s, punten, komma’s en is beklemmend, naar het schijnt. Hij noemt het een roman en de critici vinden het literatuur. Unaniem wordt Otto uitgeroepen tot nieuwe literaire superster. Hij had niet anders verwacht ‘Geen idee waarom sommige van die boekenschrijvers een heel jaar op zo’n ding lopen te typen. Hebben die flaporen niks beters te doen?’

 
Gerrie S. Veters
Gerrie S. Veters
Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_