KutBinnenlanders.nl

Maand: maart 2010 (Page 2 of 5)

Verhaal voor GentBlogt.be (1)

Een slechte blogger zou schrijven: een nieuwe lente, een nieuw begin. Een nog slechtere blogger zou schrijven: snoeiharde porno waar een dwergvrouwtje een brandende sigaar in haar kut gestoken krijgt, dáár is het internet voor gemaakt. Een richting rampzalige blogger zou schrijven: Kinderdoodslag, wat een prachtwoord ! En dan is er nog uw hoofdredacteurtje die vanaf nu wekelijks prozastukjes voor een andere website gaat pennen en gelukkig hebt u de keuze of u het leest of niet. Die keuze wordt mede mogelijk gemaakt door de heren Copy en Paste. En als het u niet amuseert, is er altijd op woensdag ook de Opperpater. Het plantenrijk de cactus, het dierenrijk de kameel: wij De Opperpater.
Overigens als u het wél leest, interessant detail: de andere website heeft dit nog altijd niet gepubliceerd. Het zou, in correct Vlaams, ‘in de namiddag’ verschijnen. Enfin, boft u even !

Een Nederbelg pent maar wat: Rust

Niets was goed. De wijn waar ze van dronk met haar vriendin bracht vooral in afkeuring opgeheven mondhoeken teweeg. De hond die zijn baas vooruit trok over het plein. Terwijl de ondergaande prille lentezon een prachtig spectrum aan kleuren op de hemel wierp, zat ze af te geven op de zoon van haar buren. In plat Westvlaams klaagde ze dat het zo’n niksnut was. Haar vriendin wist er zo ook nog wel een paar te noemen die niet deugden. Nee, dat waren zeer, zeer foute mensen. Vergissingen, die de mensheid misschien beter bespaard waren gebleven, bijna dan.
Ze vervolgt met een tirade over de ‘Ollanders. Dat tuig van de richel dat daar een beetje de toerist kwam uithangen. De diknekken, zo vol van zichzelf, en maar overlast geven hè. Instemmend knikkend vulde haar vriendin de aanklacht aan met verder anekdotisch bewijsmateriaal. Spoedig volgden ook andere buitenlanders, homo’s, en een klein teruguitstapje naar de kinderen van de buren. Beide dames hadden inmiddels weer een nieuw glas wijn besteld en ontvangen.

Hierna waren de treinen, trams en bussen aan de beurt. Met name De Lijn kon niets goed doen. En láátst, láátst, had ze me toch een chauffeur, die zat daar doodleuk achter het stuur van de stilstaande bus met zijn benen omhoog geleund. Ze deed zó, beweging alsof ze een denkbeelding been uit steunpositie wegduwde, en zó, het andere denkbeeldige been volgde. En ze had hem goed de huid volgescholden. Zó erg, dat een vriendin, die er naast haar had gestaan, van pure schrik niets meer wist te zeggen. Nee, brak haar de bek niet open over dat chauffeurstuig.
En die rotkinderen van tegenwoordig ook. Heel de stad constant op z’n kop, gegil en geren in de straten, en een beetje op de fiets door het wandelend publiek heen ! En al dat volk dat hier telkens maar kwam shoppen. Bah, bah, nee, op de korrel genomen waren eigenlijk alle mensen behalve haar en haar vriendin fout en strontvervelend, maar dat zei ze dan toch net nog niet.

En dan waren er de Belgische stéden nog. Man man man, wat een bende was dat. Ze zou er nóóit, nóóóóóóit willen wonen, nog niet voor een miljoen. Niet in dat smerige Brussel, waar je nooit wist welke taal je in vredesnaam zou moeten spreken. Niet in dat Áantwerrepe, met al die arrogantie en drukte. Vergeet het ! En praat haar niét van dat Gént ! En ze wist nochtans zeer, zeer goed waar ze over praatte, ze had daar verdoemme anderhalf jaar gezeten op kot. Soît, een half jaar daarvan had ze heen en weer gependeld, maar toch, ze was er geweest, ze wist hoe het was, en nogmaals, nog niet voor ennen miljoene zou ze terugkeren. Dat was allemaal maar boel, die grote steden, dat Antwerpen en Brussel en dat Gent. Nee, gaf haar dit kleine plaatsje maar, hier was er tenminste rust.

Mijn lief keek me doordringend aan en verbood mij met haar ogen om met harde stem en Nederlands accent te spreken. Het jeukte nochtans om te provoceren, om nét expres te hard haar te vragen hoe onze vrienden en bekenden het momenteel zouden stellen in Gent. Ik gehoorzaamde maar, en stilletjes genietend luisterde ze verder naar de Westvlaamse klaagzang, op het terras in het kleine kuststadje.
Uiteindelijk waren de glazen leeg en wandelde het tweetal doormopperend weg. Een bizarre rust nam hun plaats in. Ik excuseerde me even en bezocht het toilet, dat een onbestemde campinggeur had. Nadat ik me terug aan tafel had gezet zei ze: “Zo hebben we ze graag. Des te meer woningen voor ons.”

Ko te Let ontdekt de internet


De grote schrijver Ko te Let zat te soezen in zijn groteschrijversstoel. Hij smakte met zijn vochtige lippen, want hij dacht aan zijn lievelingskostje: kaasfondue. De Edammer droop in dikke klonten van de stok af. Steeds dikker werden de glimmend gele druppels en Ko begon harder te smakken. Er verschenen witte dotten spuug in zijn mondhoeken. Hij kreunde en slikte amechtig van de kleffe kaasdroom. Zijn kruis werd broeierig toen de deur plotsklaps openzwaaide.
Het waren de erven van Linda.

Ze waren paniekerig en droegen een antraciet plastieken tegel met zich mee. Ko wreef het zweet van zijn voorhoofd. De erven van Linda maakten de kunststof rechthoek open. In de binnenkant stonden allemaal knoppen met daarop letters en cijfers. De erven van Linda drukten op een knopje. De machine ging aan. De erven vroegen of Ko kwam kijken. Ze hadden iets ontdekt. De erven van Linda drukten verwoed op allerlei plaatjes op het scherm. Ko hees zich zuchtend uit zijn stoel. De erven van Linda stonden erom bekend van een mug een olifant te maken. Liever vervolgde hij zijn druipkaasdroom. Hij keek bij de erven van Linda over de schouder. Er gebeurde vanalles op het scherm van de machine.  Ko wist niet wat hij zag. ‘Kíjk!’ riepen de erven van Linda.

Er verscheen een venster op het scherm. ‘Híer!’, riepen de erven uitzinnig. De grote schrijver zag niets bijzonders. Letters en plaatjes. Ze bewogen, dat wel. Maar volgens de erven was het heel bijzonder. Ze hadden de internet ontdekt. Ko wist niet wat de internet was, maar volgens de erven was het iets spectaculairs. Net nieuw. Ze waren er op gestuit toen poes Millie over de knopjes was gelopen. De internet was toen zomaar tevoorschijn gesprongen.  Er stond hem er vaag iets over bij. De Brabant Bode had er laatst iets over geschreven.

Hij wist bij god niet meer wat. Ko besloot te doen alsof het voor hem gesneden koek was. ‘Ach, de internet. Kennen jullie die nu pas. Dat doe ik al tijden. Leuk hoor, je kunt er puike dingen mee. Ik heb zelfs twee internetten. Gisteren een nieuwe aangeschaft, bij die winkel om de hoek. Hebben ze verschillende internets. Maar die moet je wel goed onderhouden. Is heel belangrijk bij internetten. Wist je dat je er ook spellen mee kunt doen?’ Toen de erven van Linda hem daarop trots en liefdevol aankeken, voelde Ko zich ze helemaal de koning.

Twitterdetwit

Onze hoofdredacteur had nog ooit iets tegen Twitter. Daarom wachtte ik zeer, zeer lang met de suggestie dat we daarmee onze ietwat dalende bezoekerscijfers op zouden kunnen krikken. En ondertussen maar oefenen op de juiste woorden. ‘Andere websites doen het ook,’ dat soort dingen. ‘Bijna al onze webloggers zitten er zelf ook op,’ of ‘zelfs @Bandirah doet het.” Maar ik durfde toch niet echt. Het is toch een hier ietwat vaak gepasseerd onderwerp. Enfin. Zondag dacht ik, fukkit, ik maak zelf wel een Twitter account aan. Is zo simpel dat zelfs Júan het kan. Gemaild naar de hoofdredacteur wat ik gedaan had. Opvallend goedgemutst mailt hij terug, prima, vermaak je daar maar mee dan. Dus ik alvast de afgelopen dagen lekker getweet. Krijg ik een mailtje of het een beetje lukt met dat twitter gedoe, en dat hij nu lekker aan zee op hotel zit. De lul. Vandaag mailde hij nog, laat op de middag “Owww zo’n katerrrr het is lache hier”. De zak. En wij maar ploeteren. Maar enfin. We (ik, verdomme!) zijn dus nu ook op Twitter te vinden. Volg ons.

Great jorb


Hij stak een sigaret aan en legde die op de rand van de asbak. Daarnaast legde hij een nog niet aangestoken sigaret. Voorzichtig dat ze niet tegen elkaar aanrollen. Haalde een hand door zijn haar. Diep adem. Goed. Daar gaan we. Ze vroegen of hij weer ‘zoiets briljants’ kon maken. ‘Zoiets briljants’, komt eraan. Nog een keer diep adem. Klik. En de schakelaar in zijn hoofd schakelde op drie.

Begon goed. Spamreacties op de eerste site van zijn route. Slordige moderator. The only way you can prove to me that my boobs are not ugly is if you would suck them for me,” en dan een reeks lelijke tekens als YCugZ. Puur goud. Like Leah, Laura is isolated from the rest of the world, not so much because of shyness but because she is physically crippled and that has given her a sort of inferiority complex, how to remove infected files, 9635, does sarcoidosis make you dizzy, >:-((. Machtig, machtig mooi. Zijn muispijl bewoog over het scherm. that my boobs are not ugly is if, rechterklik, copy. isolated from the rest of the world, not so much, rechts, copy.

Volgende bookmark. IMDB. Willekeurige titels uit willekeurige genres. Gebruikersrecensies. Ook altijd smullen. if Willy Wonka hadn’t been Michael Jackson knipplak. I was floored!, knipplak. For some strange reason I was flipping through channels, hoppa. Next – Amazon. This is not an action film. “mixed martial arts”, magere oogst maar vooruit. De engelstalige nieuwssites. Poor child. YouTube. ppl haf to learn how to make someone feels good. great jorb holding that camera dude. Dat was wel weer genoeg, je kunt maar zoveel van die onzinreacties lezen op een werkdag.

Tenslotte knipte hij nog het woord ‘Troonrede‘ uit een artikel. Dat maakte wel een mooie titel. In italic. Hij leunde achterover, tikte de volledig opgebrandde en onaangeraakte sigaret de asbak in en stak de nog maagdelijke peuk aan. Ademde diep in. Ademde diep uit. Wat was hij toch geniaal. En send, het was weer onderweg naar de literaire redactie. Wisten zij veel dat hij geen allochtoon dichtersgenie was.

Kriebel

Voetstappen. Zeer, zeer stille voetstappen overal om hem heen. Hij durfde niet echt op te kijken. Zijn vingers klemden om de stok die hij vasthield. Met het leuzenbord erboven. Wat deed hij hier ? Hij vond het eigenlijk helemaal niet zo erg dat de persoon die ze massaal zogenaamd herdachten, gestorven was. Hij kende de mens niet. Zijn vrienden kenden de mens ook niet. Maar zij liepen mee en hij moest ook meekomen. En tsja, dan deed hij dat maar. Net als wanneer ze ergens gingen drinken in een afgrijselijk café. Dan ging hij ook maar mee. En hing dan aan de bar, zich weer opnieuw afvragend wat hij daar deed. Naar alle eerlijkheid, hij had gewoon niets beters te doen. Waarschijnlijk wisten zijn vrienden dat. Dus dan moest hij maar mee.

Het meisje dat voor hem liep had wel een lekkere kont. Maar ook Uggs aan. Zo jammer. Die foeilelijke bruine dingen over haar jeans heen. Bah. Schuin keek hij uit zijn ooghoeken naar de mensen om hem heen. Allemaal strakke, serieuze gezichten. Het zacht geknetter van de fakkels. Pats. Knetter. Knetter. Pats. Hij voelde een kriebel in zijn keel. Maar durfde zijn keel niet te schrapen. Iederéén was muisstil, zelfs niemand ademde zwaar. Hij zou opvallen. Daar zat hij niet op te wachten.

Wat was dat eigenlijk voor onzin met die fakkels toch altijd ? Vuur was toch eerder symbool van vernietiging ? Van allesverzengende vertering, zinderende hitte, verkoolde restanten van levende materie. De vikingen, nog zoiets, met hun stomme vuurbegrafenissen. Wat moest dat wel niet stinken, die felle vlammen likkend aan rokende huid. Wat dat vuur deed bij een dergelijke herdenking, hij kon er met zijn hoofd niet bij.

Thuis had hij nog een DVD liggen die hij nog niet gezien had. Die had hij nu kunnen zitten kijken. Met lekker een biertje en een zak chips erbij, op de bank. Maar nee hoor. Daar liep hij dan. Waren zijn schoenen eigenlijk nog wel goed genoeg voor deze tocht ? Hoe lang zou de tocht uitvallen ? Hij wist eigenlijk niet eens de route. Voor hetzelfde geld liepen ze nog twee uur zo door. Ging er nooit iemand middenin zo’n tocht even ergens plassen ? Of de dorst lessen ergens ? Desnoods even snel een blikje kopen ?

De kriebel in zijn keel werd erger. En zijn neus jeukte, ook dat nog. Stilletjes krabde hij even met zijn vinger, beschaamd voorover gebogen, hopend dat niemand keek. Mijn god, het was net in de kerk zitten. Maar dan zonder muziek of een prekende pastoor. Stil, oh zo stil, liep de meute door. Met spandoeken en borden. Met fakkels.

Plots hield hij het niet meer. Hij proestte het hard kuchend uit van de kriebelhoest. Klapte dubbel en rochelde. Zijn bord was gevallen.

Opgelucht – de jeuk was weg – boog hij terug recht. Hij keek verschrikt in de boze ogen om hem heen. Woede, in kleine flikkerende lichtjes in hun oogkassen. Even voelde hij pijn, enkel bij de eerste klap. Daarna kwamen de klappen te snel en te talrijk. Het werd zwart en even vroeg hij zich af of er nu voor hem ook een stille tocht zou komen. En stilletjes hoorde hij nog steeds een fakkel knetteren. Pats. Knetter knetter pats.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑