KutBinnenlanders.nl

Maand: april 2010 (Page 1 of 5)

Limiet bereikt! #cool

Dus ik had een grappig idee deze Koniginnedag. In het kader van ‘democratie’ en omdat iedere vrijdag traditioneel #FollowFriday (of #FF) is op Twitter, dacht ik iets nieuws te doen en iedereen te #FFen die ik zelf volg. Dat is geen gering rijtje: ruim 180 personen. In alfabetische volgorde, individueel getweet, en met reden waarom mensen die persoon moeten volgen. Kijken of 30 April 2010 de dag zou worden dat #FF officiëel uncool zou worden.

Ik ben een heel eind gekomen, hoewel ik ook wat organisaties en beroemdheden eruit gefilterd heb (het was anders nogal een rijtje, sorry hoor, het moet niet op werk gaan lijken). En met nog pakweg 42 mensen te gaan…. Kan ik helemaal niets meer! Ik heb blijkbaar de twietlimiet bereikt. Nu had ik nog nergens gelezen over een maximum aantal tweets per een bepaalde periode (al is het qua spam wel logisch om zoiets in te bouwen) dus we hebben weer iets geleerd. Ja, je kunt dus teveel twitteren. Enfin, sorry voor de nog komende 42 mensen, maar jullie moeten wachten tot ik weer verder kan.

#twexitfornow

 

Een filmpje van afgelopen zondag


U had natuurlijk de aankondiging meegekregen, en de trailer gezien. En gelukkig hebben sommigen van u zich toch zondag naar Paradox in Tilburg bewogen voor de ‘implosieve’ poëziemiddag. Ik was er ook en moet zeggen, ik heb me opperbest vermaakt. U heeft misschien nog niet de recensie op TilburgZ meegekregen, wel, daar kunt u meer lezen over hoe het was. En het stukje van Frank van der Nieuwenhuizen dat in de trailer zat, tsja, dat pakte een stuk positiever uit dan geschetst (dat was expres, heb ik me laten vertellen). Hierboven vind u dan ook het filmpje dat wij zondag al mochten zien. Met dank, wederom, aan TilburgZ, dat mede deze mooie middag mogelijk maakte. Nu hopen op een vervolg !

 

Ko te Let, een beschouwing

Een nieuwe woensdag, een nieuw kannibalistisch KutBinnenlanders stukje. Voor wie de site niet al te intensief gevolgd heeft sinds pakweg November vorig jaar, ons aller Gerrie S. Veters heeft een reeks in het leven geroepen rondom De Grote Schrijver Ko te Let. Een personage dat voor de kenners uiteraard alludeert op een bekende speler uit het Tilburgse literaire landschap. Verscheidene andere lokaal bekende scribenten passeren zelfs de revue. Maar voor de onervaren alludator of alludratrice is er geen enkele reden om de reeks dan maar links te laten liggen. Ook voor wie de achterliggende kennis ontbeert, is deze reeks een toppertje. Ja, ik gebruik zomaar het woord toppertje op een woensdagmiddag. Ko te Let zou er misschien van terugschrikken, maar ik niet. Hij verdient het.

Het kaderstramien van de prozareeks laat zich in één oogopslag herkennen: een deel van de titels rijmt op ‘Ko te Let’ (‘bouwt een raket’, ‘ontdekt de internet’), er staat telkens dezelfde foto maar dan met enige regelmaat grafisch nog verder vervormd onder, en ieder stuk begint steevast met de woorden ‘De grote schrijver Ko te Let’. Dit kader is echter vooral het houvast waarin we de persoon Ko te Let leren kennen. Een man die in al zijn eigendunk openbaart als een waarachtig tragisch figuur. Hij denkt groot te zijn, maar uit de reacties van zijn omgeving en ook uit zijn onhandigheden en opvattingen spreekt in eerste oogopslag een dramatisch misleid man. Een man die het allemaal niet helemaal lijkt te snappen. Een man die verdrinkt in zijn eigen illusies van grootsheid. Geen onschuldige fantasietjes zoals de beroemde Walter Mitty, maar eerder een dramatisch steenrijke liefdesbaby van Mitty en Karl Friedrich Hieronymus, Freiherr von Münchhausen. En, om de tragiek verder te versterken, volstrekt misplaatst in de literaire scene van een middelgrote polderstad.

Schijn bedriegt, echter. Zoals schijn dat wel vaker doet. Mevrouw Schijn heeft géén benul hoe vaak. Maar dus ook in dit geval is ze er nog niet achter wat haar vent uitvreet.
Ko te Let is geen kleintragisch dramatisch karakter. Ko te Let staat voor de nobelste eigenschappen van de moderne mens. Hij staat ervoor, hij valt erover, en hij zit erop. Maar nooit zal hij er comfortabel onder gaan liggen. De nobelste eigenschappen van de moderne mens zijn voor Ko te Let een vanzelfsprekend streven. Een minimumniveau, zogezegd. Ko te Let streeft er voordurend en onvermoeibaar naar om daar nog ruim boven te staan. Neem het stuk over molton dekens. De oppervlakkige lezer denkt slechts een komisch stukje over een man die tegen zijn zin in molton dekens in de kast heeft liggen, te lezen. Maar de molton dekens zijn het ultieme symbool voor de gemakzucht van de gemiddelde burger in dit stuk. Ze zijn het comfort van een niet te hoge lat voor jezelf stellen. Genoeg nemen met minder, met pluizige vieze molton dekens, ‘want ze zijn zo warm’. Gerrie S. Veters had hier de makkelijke route kunnen kiezen en bijvoorbeeld de schaatsen in de kast kunnen zetten tussen de Uggs van de erven van Linda. Uggs, een gemakzuchtig symbool: spuuglelijk, onpraktisch, ‘maar ze zitten zo lekker’. Nee, Veters kiest voor de obscuurdere molton deken. En wat doet een molton deken met de grote schrijver Ko te Let ? Ze irriteren zijn huid. Hij moet er niets van hebben. Ze liggen in zijn kast, als zodanig accepteert hij het minimumniveau van zijn intrinsieke nobiliteit, maar hij staat er liever ver, ver, vér boven. Waar een ander zich wellicht warmpjes en knus onder de molton deken zou installeren met een fijn dichtbundeltje bij het haardvuur, Zo niet onze Ko. Wat doet hij wel ? Hij schuift ze niet terzijde om gemakzuchtig bij zijn schaatsen te kunnen. Nee, hij gaat de confrontatie aan en tilt één molton deken, als ware het een babyluier vol meurende diarree, tussen rechterduim en wijsvinger op, om het daarna te laten vallen. Er liggen vijftien molton dekens in zijn kast. Het is geen sinecure, maar Ko zet zich eroverheen en besluit de zoektocht naar de schaatsen, die toch praktisch binnen zijn handbereik moeten liggen, te bemoeilijken door om hulp te vragen. Door een vriend te benaderen voor diens schaatsen. Hij laat de vijftien – nogmaals, vijftien ! – molton dekens achter en doet het dapperste dat een volwassen mens kan doen: zich over diens trots heen zetten en om hulp vragen.

En wat voor hulp ontvangt hij van zijn omgeving ? Hij krijgt een stel vies witte kunstschaatsen mee, waar hij niet veel mee kan. Niet om al teveel te verklappen, maar het lange verhaal – de schaatsen-reeks is binnen het bescheiden oeuvre over Ko te Let nu al een epische spanningsboog die vermoedelijk niet snel overtroffen gaat worden – eindigt ermee dat hij in een wak beland. Omdat hij zijn nek durfde uit te steken en met hulp van anderen zichzelf wilde opstuwen tot ongekende hoogtes van grootsheid.

Dit terwijl Ko te Let nooit te beroerd is om er voor een ander te zijn. Hij gaat naar diverse literaire avonden, soms om uit pure goodwill zijn grootse werken ten beste te brengen, maar ook soms volledig tevreden met een ander het spotlicht te gunnen. Hij praat vriendelijk met al zijn buren. Hij is attent, gedienstig, maar zeer zeker niet zuinig met zijn opinies. HIj kan over alles meepraten, van de prijzen van diens dichtbundels tot de internet. Dat hij misschien niet alles zowaar beter weet dan een ander – veelal zeer zeker niet, zelfs – dient u met bewondering vast te stellen, niet met hoon. Weet u het immers allemaal zo goed, dan ? O, dat dacht ik toch ook niet. En er schuilt bovendien een reusachtig gevaar in u maar op de hoogte te stellen van vanalles. Een klakkeloze acceptatie van de wereld zoals die u gepresenteerd wordt. Ko doet daar niet aan mee. Ko schept zijn eigen wereld. En wat daar niet in past, duldt hij geen tot amper geen toegang, zonder van die overtuiging al te veel af te dwalen. Ko te Let is een mán, wellicht de láátste mán in de geoestrogeniseerde westerse wereld. Een man met een passende hoeveelheid pluishaar op zijn oor, en zo hoort het ook.

Dit prachtpersonage hult zich in een schrijfstijl waarin Veters zich ook niet bij inhoudt. Schrik niet van uitdrukkingen als Hij voelde zich senang tussen de antimakassars of Liever concipieerde hij de hele dag literatuur. Van juweeltjes als Knuffelberen met algenhaar of Een halve Saturnus ring van zwart piekhaar. Veters maakt het zich zeer zeker niet gemakkelijk. Net als Ko te Let streeft hij er, aflevering na aflevering, naar om zichzelf op een hoger niveau te tillen. Het resultaat mag er zijn, en de grote schrijver Ko te Let verdient niets minder. Ko te Let is een toppertje. Lees, geniet, en volg het inspirerende voorbeeld in een eigen poging uzelf boven de molton dekens te stellen. Het gaat u niet meevallen, voorspel ik u alvast. Maar de poging is vaak het halve werk al, en te weinig mensen doen nog volwaardige pogingen tegenwoordig. Ik vermoed dat de grote schrijver Ko te Let dat wel met me eens zal zijn.

 

Kunst In De Besloten Ruimte (9)

Tilburg straalt (op rokjesdag)

    De kitscherige fonteintjes op de Heuvel waren me natuurlijk al eerder opgevallen. Maar pas toen het meisje haar rokje optilde en een waterstraal opving met haar kruis, zag ik de werkelijke schoonheid van het plein – en niet alleen ik. Binnen de kortste keren stond het vol met wellustige dames van alle leeftijden. Allemaal hadden ze een waterstraal te pakken. Rokjes omhoog, onderbroekjes aan de kant en – genieten maar.

    In het begin durfden de vrouwtjes nog niet goed te kermen, maar al snel kwam de een na de ander zonder gene publiekelijk klaar. Wat een geluid! De Apenheul rond voedertijd is er niks bij. En wat een gezicht! Prachtig dat collectieve genot. Ontroerend ook. Zo zie ik Tilburg graag.

    Ik wandelde naar de laatste vrije straal en duwde mijn handpalm tegen het omhoog spuitende water. De kracht! Jaloers keek ik om me heen. Een alternatief voor ons mannen moet toch voorhanden zijn? Met een ruk werd ik opzij geduwd door een hitsige dertiger – haar ogen die van een dronken maniak. Nog voor ik goed en wel kon reageren stond zij al met haar benen wijd te genieten. Ze leek op een mongool wiens haren langdurig worden gekamd.

    Geïrriteerd verliet ik het bordes. Mijn erectie schuurde tegen de binnenkant van mijn nauwe spijkerbroek. We leven in een matriarchale maatschappij, dacht ik, ook al weten vrouwen hun machtspositie te camoufleren met decolletés en een aanstellerige giechel. De Heuvel leverde opnieuw het bewijs… Ik besloot maar naar het Marietje Kessels monument te gaan. Altijd goed voor een zaadlozing. In het geniep, dat wel. Ook dat schuurde.

 

‘Gelul’

Verveeld keek D/T in het schuim van zijn halflege glas bier. Hetzelfde halflege glas bier dat hij vorig jaar ook al aan de mond hief. Op dezelfde plaats, op hetzelfde tijdstip, om dezelfde reden. Mijn god, wat haatte hij dit jaarlijkse feestje. Zonder enige concrete reden werd het georganiseerd, jaar in, jaar uit, en alle fouten werden ieder jaar weer uitgenodigd. En ieder jaar kwam hij toch maar weer opdagen, daar. Op het grote Foutenfestijn.

Daar in de hoek had je Otje Ou en Adje Au, dik met elkaar in discussie. Populaire feestbeesten Zowiezo en Persé hingen menigeen halfdronken om de schouders, joviaal bedelend om drank om vooral niet te hoeven betalen. Ze wisten niet dat het hele feestje gesubsidieerd was, op ieder feestje kwamen ze gewoontegetrouw ongevraagd binnengevallen. Nu hingen ze om de nekken van de aziatische siamese tweeling, Ij en Ei. D/T voelde zich een beetje misselijk, een lichte smaak van kots mengde zich met het bier in zijn mond.

De spotlights op het podium gingen aan en de presentator vroeg iedereens aandacht. D/T draaide zich ook maar om. Ach ja, de jaarlijkse prijsuitreiking. Het mocht geen verrassing heten, Levenloos, duidelijk de hoofdgast van vanavond, mocht de wisselbokaal in ontvangst nemen. Hij was weer het meest prevalent geweest in de media, van alle fouten. Telkens wanneer ‘dood’ of ‘dode’ een tweede keer in een zin gebruikt zou worden, schakelden journalisten over op het biologisch incorrecte Levenloos. Het was dit jaar eerder een oeuvreprijs, want als fout maakte hij meestal weinig indruk, hij was eerder al ingesleten in de cultuur. Maar gewoon de reusachtige hoeveelheid tijd dat hij al in de running was, zorgde ervoor dat hij dit jaar de onbetwiste hoofdgast was. Levenloos was een senior. Hij schraapte zijn keel voor een grootse speech.

In de hoek zag D/T, in de schaduw, Vogelvrij zitten. De winnaar van vorig jaar. De Wisselbokaal Van Grote Fouten had hem niet veel goeds gebracht. In één klap was hij, na de prijsuitreiking, als hasbeen weggestorven. Niet vreemd als ze deze prijzen maar blijven uitreiken als oeuvreprijs, zonder enige aandacht voor wie of wat momenteel de meest invloedrijke fout is. Nee, liever werd invloed als een grote optelsom gezien, en niet zelden gingen zowel de bokaal als de aandacht dus uit naar een fout die allang beiden niet echt meer verdiende. De aandacht werd diens carrière dan doorgaans ook fataal. Vogelvrij slurpte depressief van een tot de rand gevuld glas sterke drank. Blies er kleine belletjes in met getuitte lippen. Geheel geen aandacht voor Levenloos en diens speech. Hij wist al wat er na deze avond van reeds vergane glorie zou gaan volgen.

“Deze prijs is… het is…” Levenloos schraapte zijn keel en liet de zaal even in spanning. Toen fronstte hij zijn wenkbrauwen en vervolgde: “Gelul. Deze prijs is puur gelul.” Geschrokken lachjes en geschokte gezichten verdeelden het publiek. Levenloos schraapte nogmaals zijn keel. “Puur, puur gelul. U hoort het goed, gelul. Niets meer, niets minder. Natuurlijk waardeer ik de aandacht voor mijn harde werk, maar laten we eerlijk zijn. Wij fouten opereren in een gebied dat langzaamaan aan de jeugd toebehoort. Gedaan is het met de Zetfouten van weleer !” Zetfout, in de hoek gezeten, schoot hard in de lach en hief zijn halve liter bier enthousiast de hoogte in met een vrolijke bevestinging: “EINDELIJK !” De zaal grinnikte.
Levenloos lachtte ook, maar zette toen terug zijn ernstige gezicht op. “We worden gepasseerd, wij, de fouten van techniek en onwetendheid. De discipelen van slordigheid. Wij, de fouten van het misverstand. We zijn passé. Vergist u niet, en eenieder in deze zaal weet het zelf ook donders goed. SMS en Twittertaal heeft ons volledig ingehaald. Moedwillige fouten, cijfers middenin woorden, verwisselde letters, noemt u maar op, ze zijn hip. Ze hebben volstrekt het nu en wij niet. We maken ons hier in deze dure balzaal graag wijs dat het heden ons nog altijd toebehoort, maar het is een illusie. De jeugd heeft de toekomst en wij moeten nodig veranderen.”
D/T had deze spreuk eerder gehoord, en de hypocrisie van notabene Levenloos om deze woorden uit te spreken, werd hem teveel. Hij dronk zijn glas leeg en stond op.

Melancholisch wandelde D/T de balzaal uit. Buiten merkte hij op dat zelfs de mooie grote poster van het FoutenFestijn niet ontzien was. Spellingsnazi’s hadden diverse Fouten van de line-up doorgekrast, en iemand had er in reusachtige rode letters rechts bovenin iets ingeschreven. D/T kneep zijn ogen ineen om het te lezen. Er stond Gebruik een woordenboek! Een 3 voor de moeite.

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑