KutBinnenlanders.nl

Dag: 19 maart 2010

Kriebel

Voetstappen. Zeer, zeer stille voetstappen overal om hem heen. Hij durfde niet echt op te kijken. Zijn vingers klemden om de stok die hij vasthield. Met het leuzenbord erboven. Wat deed hij hier ? Hij vond het eigenlijk helemaal niet zo erg dat de persoon die ze massaal zogenaamd herdachten, gestorven was. Hij kende de mens niet. Zijn vrienden kenden de mens ook niet. Maar zij liepen mee en hij moest ook meekomen. En tsja, dan deed hij dat maar. Net als wanneer ze ergens gingen drinken in een afgrijselijk café. Dan ging hij ook maar mee. En hing dan aan de bar, zich weer opnieuw afvragend wat hij daar deed. Naar alle eerlijkheid, hij had gewoon niets beters te doen. Waarschijnlijk wisten zijn vrienden dat. Dus dan moest hij maar mee.

Het meisje dat voor hem liep had wel een lekkere kont. Maar ook Uggs aan. Zo jammer. Die foeilelijke bruine dingen over haar jeans heen. Bah. Schuin keek hij uit zijn ooghoeken naar de mensen om hem heen. Allemaal strakke, serieuze gezichten. Het zacht geknetter van de fakkels. Pats. Knetter. Knetter. Pats. Hij voelde een kriebel in zijn keel. Maar durfde zijn keel niet te schrapen. Iederéén was muisstil, zelfs niemand ademde zwaar. Hij zou opvallen. Daar zat hij niet op te wachten.

Wat was dat eigenlijk voor onzin met die fakkels toch altijd ? Vuur was toch eerder symbool van vernietiging ? Van allesverzengende vertering, zinderende hitte, verkoolde restanten van levende materie. De vikingen, nog zoiets, met hun stomme vuurbegrafenissen. Wat moest dat wel niet stinken, die felle vlammen likkend aan rokende huid. Wat dat vuur deed bij een dergelijke herdenking, hij kon er met zijn hoofd niet bij.

Thuis had hij nog een DVD liggen die hij nog niet gezien had. Die had hij nu kunnen zitten kijken. Met lekker een biertje en een zak chips erbij, op de bank. Maar nee hoor. Daar liep hij dan. Waren zijn schoenen eigenlijk nog wel goed genoeg voor deze tocht ? Hoe lang zou de tocht uitvallen ? Hij wist eigenlijk niet eens de route. Voor hetzelfde geld liepen ze nog twee uur zo door. Ging er nooit iemand middenin zo’n tocht even ergens plassen ? Of de dorst lessen ergens ? Desnoods even snel een blikje kopen ?

De kriebel in zijn keel werd erger. En zijn neus jeukte, ook dat nog. Stilletjes krabde hij even met zijn vinger, beschaamd voorover gebogen, hopend dat niemand keek. Mijn god, het was net in de kerk zitten. Maar dan zonder muziek of een prekende pastoor. Stil, oh zo stil, liep de meute door. Met spandoeken en borden. Met fakkels.

Plots hield hij het niet meer. Hij proestte het hard kuchend uit van de kriebelhoest. Klapte dubbel en rochelde. Zijn bord was gevallen.

Opgelucht – de jeuk was weg – boog hij terug recht. Hij keek verschrikt in de boze ogen om hem heen. Woede, in kleine flikkerende lichtjes in hun oogkassen. Even voelde hij pijn, enkel bij de eerste klap. Daarna kwamen de klappen te snel en te talrijk. Het werd zwart en even vroeg hij zich af of er nu voor hem ook een stille tocht zou komen. En stilletjes hoorde hij nog steeds een fakkel knetteren. Pats. Knetter knetter pats.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑