KutBinnenlanders.nl

Dag: 31 maart 2010

Verhaal voor GentBlogt.be (slot)

Na zestien artikelen voor GentBlogt is bij de zeventiende de maat vol. Ik kreeg een vriendelijk mailtje op onderstaand verhaal terug:
we hebben het er hier even over gehad en we vinden het wat moeilijk dat je stukjes de laatste weken niet echt meer over Gent gaan. Het is goed geschreven, daar niet van, maar we blijven nog steeds Gentblogt en onze bezoekers komen naar ons om over Gent te lezen. Misschien moet je voor niet-gent-gerelateerde zaken een ander medium zoeken: de meeste redactieleden hebben ook een persoonlijk blog, waar de niet Gentblogt-topics op verschijnen. Misschien moet je zoiets ook eens overwegen?
Met andere woorden, lieve lezers… Ik ben weer helemaal terug bij KutBinnenlanders.nl !
Good to be home.

Een Nederbelg pent maar wat: Glas

Ondanks dat het cafeetje maar een handvol huizenblokken van mijn voordeur lag, had ik het eigenlijk nog nooit eerder opgemerkt. Het was de Halfvastenfoor geweest die me in de weg had gestaan tijdens een van mijn ingesleten slenterroutes, waardoor ik het plots had opgemerkt. En met lichte aarzeling was ik erop afgelopen, omdat ik eigenlijk de naam van het Gentse café niet eens leesbaar kon ontwaren op het raam. Binnentredend door de opengezwaaide deur ving ik nog net het applaus op van een live opgenomen muzieknummer. Ik zette me aan de bar, bestelde een pint en keek wat om me heen. Buiten het raam schitterden de kleurige kermislampen van de Foor.
Onwillekeurig dwaalden mijn ogen af naar een mooie jonge blondine aan het andere einde van de bar. Haar arm hing in een blauwe mitella en dat gaf haar iets levendigs en kwetsbaars tegelijk. Je moest je afvragen hoe ze haar kwetsuur had opgelopen, maar tegelijkertijd bewonderen hoe eenvoudig sierlijk ze haar lot – en haar arm – droeg.
Het zicht werd verstoord door een grote lompe rug, gekleed in een effen T-shirt, die volledig in mijn zicht ging staan. Een reus van een vent stond met de vriendin van het meisje te praten, en had daar mijn volledige zichtveld voor nodig. Hooguit zag ik het meisje nog bij een armzwaai of andere beweging, al moet worden gezegd, bewégen deed de man voldoende. Ik keerde mijn zicht terug naar de kleurig verlichte wereld buiten het raam en verwonderde me over het feit dat het kermisrumoer hierbinnen volstrekt verstilde en men gewoonweg de muziek van het café kon horen. We zaten allen afgeschermd in een klein, bruin coconnetje van glas en classic pop.

Me verstrooid omdraaiend zag ik de barman een vies gezicht naar de reus naast me trekken en uit de afkeurende gebaren maakte ik op dat er iets besteld was dat de gastheer van vanavond als een ernstige faux pas beschouwde. De reus, nog altijd vol in mijn zichtveld, wou er niets van weten en hield bij hoog en laag – dat laatste was duidelijk niet van toepassing op diens alcoholpromillage – vol dat wat hij genoemd had, de heerlijkste drankcombinatie in zijn wereld was. Hij stootte mij aan, zoals grote mensen wel eens joviaal doen. “Gij vindt dat toch zeker óók, nie ?” Ik knikte maar ja bij gebrek aan een gevat antwoord, en speelde het mee. “Ziet ge nu wel, hij hier vindt dat ook, dat is den énige juiste manier om dat te drinken !”
Hoofdschuddend schonk de barman hem achtereenvolgens grenadine en kriek in zijn glas. Keek mij scheef aan, waarop ik maar de schouders ophaalde. De reus drong aan: “Hier, zie, probeert eens nen slok. Nee, probeert het eens, en ge zult het wel zien. Ge zult het wel proeven dat dat lekker is !” De barman nam een bedenkelijk kijkende slok en zijn gezicht vertrok direct in een smeersmakende grimas. “Ach gij, gij weet niet wat lekker is !” zwaaide de Reus hem geërgerd weg.

Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg, in een poging niet al te opdringerig over te komen, of ik eens mocht proeven. Met een passend aangeschoten nonchalant gebaar schoof de Reus mij zijn glas toe. Ik proefde een slokje. Het smaakte naar cassis. Niet vreselijk goed, niet vreselijk slecht. Maar zeker geen grimas waard. Ik protesteerde daarom maar tegen de barman dat de combinatie toch ook niet zó slecht was, wat uiteraard olie op het vuur van mijn kast van een buurman was. “Ah, zie ? Zie ? Gij hebt gewoon geen smaak, gij !” lachte hij, en de barman lachte het hele voorval laconiek weg om een andere bestelling te gaan afhandelen.
De Reus draaide zich met licht opengesperde mond naar mij toe en zei, “gij zijt nen ‘Ollander, nie ?”
Ik weet inmiddels beter dan dat nog proberen te ontkennen dus ik knikte maar. Waarop hij begon uit te wijden over zijn drankje, dat hij dat ooit in Brussel in zijn stamcafé daar, geschonken had gekregen en hij toen ook dacht, dat is niets, maar wat een verrassing. Ik speelde mee, want de situatie begon me te amuseren. Hij verhaalde over nóg een ander drankje waarvan mensen aanvankelijk dachten, dat kan geen goede combinatie zijn, en of ik dat al eens geprobeerd had. Ik schudde neen, en voor ik het wist had hij twee gins-met-liptonice besteld. Een eerlijk gezegd al poverdere combinatie, maar de avond begon in rap tempo minder jong te worden dus ik vond het allemaal best.

Het meisje met de mitella bleek allang verdwenen toen hij even naar het toilet ging. Verrassend snel keerde hij terug en begon te vertellen over de Doors, kende ik de Doors, ja knikte ik, ik kende de Doors. Oh want de Doors, dat was zó goed hè, en ook die film, hij had daar zo’n enorm respect voor. En ik deed hem denken aan de toetsenist. Precies zo ! Ergens in het verhaal overviel mij de vraag of ik muzikant was, ik antwoordde maar eerlijk van neen, eerder een schrijver. O, maar dat was béter ! Want een instrument, dat kun je wel leren, maar echt goede nummers schrijven, dat kun je niet leren, zoals bij de Doors, en Metallica, en de Rolling Stones, en hoeheetie die zo van die CD met die baby in dat zwembad en wou ik nog een bier. Ik wil altijd nog wel een bier en hij was nog lang niet uitgepraat, dus dat trof.

Een rijtje glazen stond inmiddels voor onze neuzen en de Reus was nog altijd bezig over de band die we gingen oprichten. Hij kende een heel goede drummer, die beter drumde dan welke professionele drummer die nu speelt dan ook. En hij, hij kon dan wel geen noten lezen, maar als hij iets hoorde, dan kon hij dat naspelen, gewoon, zó op het gehoor. En ik kon dan de teksten schrijven en keyboard spelen, hij zag het helemaal voor zich. Want hij was er al zo lang mee bezig, met het zoeken naar de juiste mensen voor een écht goede band. Een band om mee beroemd te worden, om reusachtige zalen mee vol te spelen. Interviews, touren, CD’s, hij zag het helemaal voor zich. Met dan zijn CD hoes ontwerp erachter, want hij tekende ook nog. Voornamelijk Star Wars – of ik dat kénde, Star Wars – fan tekeningen, echt heel goed, ik moest maar komen kijken morgen. Hij was een van de mensen van de foor, en wees naar een hoge attractie, daar zat hij heel de dag, of althans, toch een groot deel. Ik moest morgen – niet nu, de foor was inmiddels dicht en hij wist zelf ook dat hij al goed ver richting dronken was – langskomen en dan zouden we praten. Over de band, en dan kon ik ook de tekeningen zien. En nogmaals benadrukte hij dat hij dit helemaal zag zitten, want hij was er al zó lang mee bezig en telkens lukte het hem niet om de juiste mensen bij elkaar te krijgen. Ik vroeg hem hoe oud hij was. Hij antwoordde 22.

Toen de barman van het glazen coconnetje ons duidelijk maakte te gaan sluiten, schudde ik hem de hand. Hij gaf mij een goede dronkemansknuffel en drie zoenen naast mijn wangen. De derde ging mis en een luide klapzoen op mijn oor was het resultaat. Met een suizend oor liep ik over de donkere, stille Foor, grijnzend om een grote kermisknuffel achter het glas.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑