Ze liep niet graag over de zompige nawinterse straten, Diederik’s moeder. Maar er moest voor de hond van haar zoon gezorgd worden en voor haar zoon deed ze alles. Met liefde. Als Woef echter niet naar buiten hoefde, ging zij ook niet. Ze was niet meer zo kwiek op haar leeftijd en de boodschappen werden tegenwoordig thuisbezorgd, dus ze kwam niet vaak buiten. Zeker niet in de koudere maanden. Dat voelde ze altijd meteen in haar botten.
Woef snuffelde blij aan de omgeving. De vrouw bleef regelmatig stilstaan en liep niet in een rap tempo, dus hij had uitgebreid de tijd. Er werden veel andere honden uitgelaten langs deze route, dus hij kon zijn plezier wel op. Hij logeerde graag bij de moeder van zijn baasje. Natuurlijk miste hij zijn baasje wel, maar dit was een heel interessante plek – veel geursporen.
Er werd niet opgenomen bij haar zoon thuis. De oude vrouw maakte zich ernstig zorgen. Natuurlijk was de jongen goed in staat voor zichzelf te zorgen, maar dat gekke krantebericht dat hij dood wou gaan baarde haar ernstig zorgen.
Woef had een tak gepakt en liep er trots mee over straat. Pas toen hij naar de vrouw keek herinnerde hij zich dat zij nooit een stok voor hem wegwierp. Hij legde de tak terug in het gras en snuffelde aan een paaltje.
Hij had gezegd dat het maar een soort grap was of zoiets. Ze begreep het niet. Wat voor grap is dat ? Hij zal er wel iets mee bedoeld hebben dat haar het hoofd te boven ging. Grappig vond ze het in ieder geval niet.
“Is het een grap ?”
De in een eeuwige tandpastaglimlach verkrampte mond had zowaar serieus en een tikkeltje grimmig gestaan toen hij de vraag stelde. Johanneke schrok. Had hij haar nu echt een oprechte vraag gesteld ? Haar borstel stond stil in zijn haar. Ze was maar een grimeuse, wat wist zij inhoudelijk van zijn vak ?
“Ja, ik vroeg het jou, Johanneke. Wat denk jij ? Is het een grap ?” Richard’s handen toonden een groot krantenartikel met de inmiddels al een dag overal opduikende foto van die vreemde jongeman die zijn zelfmoord ging veilen. Ze vond het maar een luguber idee, maar of het een soort rare grap was of niet, dat ging haar conceptuele begripvermogen ver te boven. Je hoorde tegenwoordig zoveel gekke dingen in het nieuws die mensen uithaalden, dat dit voor hetzelfde geld ook waar zou kunnen zijn. Niet wetende wat ze moest antwoorden, haalde ze maar haar schouders op met een licht schaapachtige glimlach.
Richard streek over zijn snor. “Ik denk dat het een grap is. Een soort flauw, subintellectualistisch satirisch naäpen van de cynische tijdsgeest. Van die idioten die de kranten lezen maar hun polderdorp nooit uit komen, en dan toch menen dat ze iets te zeggen hebben. Maar ja, wie ben ik ?”
Ze giechelde en wou antwoorden dat hij een van de bekendste TV-presentatoren van het moment was, maar Richard’s brede grijns in de spiegel deed haar bijtijds beseffen dat de vraag retorisch bedoeld was en ze hield dus maar weer haar mond. Gedwee kamde ze het haar waar hij zo trots op was.
Tevreden met zichzelf grijnsde Richard zich in de spiegel toe. Zijn instinct zat er zelden of nooit naast. Hij zou dit verhaal met interesse volgen – mocht het ver genoeg escaleren dat het nieuwswaardig genoeg voor zijn show was, dan zou hij zijn slag slaan en de farce blootleggen. Hij streek nog eens over zijn snor, en trok toen een lichte grimas terwijl Johanneke een klit uit zijn kapsel kamde.
Haar vingers kamden door zijn borsthaar, gedachteloos. Ze lagen samen na te genieten. “Weet je,” sprak ze zacht, “ik vind het geniaal wat je probeert te doen. Het is heel confronterend. De commercialisering van je eigen levenseinde, verder kun je als vereconomiseerd mens niet meer gaan.” Diederik keek haar verbaasd aan. Ze keek met sprankelende, donkere ogen terug. “Ja, ik lees ook wel eens het nieuws. En ik had je heus wel herkend. Diederik.” Hij bloosde.


Geef een reactie