KutBinnenlanders.nl

Dag: 20 juli 2012

Venlo

Uit: Een broekzak vol rijst, ongewone verhalen uit Indonesië
Auteur: Theo Wilton van Reede

Lieve Ouders,

Wij Balinezen zijn slechte briefschrijvers, gewend als wij zijn aan mondelinge overdracht en vertelkunst. Maar jullie hebben geen telefoon, ik heb geen geld en bovendien ben ik niet gewend aan zo’n apparaat. Omdat ik jullie toch wil laten weten hoe het mij vergaat, doe ik nu een poging tot het schrijven van een brief.

Toen ik te horen kreeg dat onze hele groep een maand naar Holland zou gaan, was ik erg opgewonden. Ik kon het eigenlijk niet begrijpen en daarom schrok ik er ook wel een beetje van. Hoe moest het met school en met het werk op het land?
Ik heb in de pura speciaal aan Ganesha geofferd om zo om wijsheid te vragen.
Het is maar geluk dat wij, de mensen van desa Batuan, als groep leven en samen het land bewerken.

Het was een spannende tijd, die weken voordat we vertrokken.
En veel drukker dan wij gewend zijn; ’s ochtends werken op het land en naar school, ’s middags ons hele gamelan-instrumentarium opnieuw schilderen, helpen met de decors en het naaien van de kleding van de dansers en danseressen en dan ook nog repeteren en ’s avonds de voorstellingen in de hotels.
Iedereen wilde in Holland bijverdienen en was ook nog bezig met het maken van schilderijen, maskers, fluiten, goudbedrukte sarongs of wat dan ook om die daar te kunnen verkopen.
Enfin, jullie hebben het zelf allemaal meegemaakt.
Eigenlijk zijn we maar een raar dorp – iedereen is boer en kunstenaar tegelijkertijd.

Wat was het een gedoe om voor iedereen uitreisvisa te krijgen en kleding. Bijna niemand van ons had een nette broek of shirt. We waren blij dat we die van onze sponsor kregen. Toen we bij Bapak Gubernur kwamen om een toespraak aan te horen, zagen we er in ieder geval netjes uit: allemaal in zwarte broek met geelbruin batikshirt.
Het was een mooie toespraak trouwens. Hij zei dat wij Indonesia vertegenwoordigden en dat we ambassadeurs waren en dat we ons netjes moesten gedragen. Hij wenste ons veel succes. Daarna kregen we allemaal een glas limonade.

We konden ons van Holland niets voorstellen. De meesten van ons waren zelfs nooit op Java geweest. En dan nu zo ver… We praatten er veel over maar eigenlijk konden we net zo goed over de maan fantaseren. Er lagen in het huis van de kepala desa wel bladen over Holland. Met foto’s. Die vonden we wel vreemd.
Er waren foto’s bij van heel grote sawahs. Maar het was ons niet duidelijk wat daarop groeide: er waren lange banen rood en geel en blauw. Op andere foto’s stonden witte sawahs.
Er waren foto’s van Amsterdam, maar ook die plaatjes waren vreemd voor ons. De huizen zien er daar zo anders uit en er reed een trein door de straat. Er is daar ook veel water. Er stond een boot op die veel groter leek dan onze vissersboten maar veel kleiner dan onze vrachtschepen.
We praatten er langdurig over, dat maakte het wel spannend.

Toen we in Denpasar op het vliegtuig stapten, waren we nerveus. Er klopte van alles niet met de kisten waarin het instrumentarium, de decors en de danskleding zaten. Uiteindelijk vertrokken we vijf uur te laat.
Die vlucht naar Holland ging wel goed. Sommigen waren misselijk en hebben overgegeven in zakjes. We durfden niet naar de WC omdat we niet begrepen hoe die werkte. Ik heb bijna aldoor geslapen.

Het vliegveld in Holland is erg groot, veel groter dan op Bali. Je kunt er makkelijk verdwalen, zodat we met zijn vijftigen maar heel dicht bij elkaar bleven. Op dat vliegveld zijn bewegende straten. Je kunt er op gaan staan en dan hoef je niet te lopen. Ketut en Nyoman zijn er wel op gesprongen maar wij durfden niet. Wij zijn gewoon gaan lopen.
Ze zeggen dat het in Holland in juni warm is, maar wij hadden het al erg koud gekregen van dat stuk lopen naar de bussen. Ik zag dat de mensen in Holland een jas droegen, maar wij hebben geen jas. Alleen Ketut en Nyoman hebben een leren jack. Die hebben ook een zonnebril.
Ik moest erg naar de WC, maar ik durfde nog steeds niet. Weten jullie dat de bussen in Holland een WC hebben? Ik vind het een raar idee dat een bus dat allemaal meeneemt. Wat zouden ze er mee doen? Op het land gooien?

We gingen met de bus meteen van Amsterdam naar Venlo. Ze zeiden dat dat ver was, maar dat vond ik wel mee vallen. Weten jullie dat Holland heel klein is? Zo groot als Bali, zeggen ze hier. Ik begreep daar niets van want als Holland zo klein is, hoe kon het dan vroeger zo machtig zijn geweest?
De wegen hier zijn heel anders dan bij ons. Allemaal recht en breed. Heel breed. Ik raakte er duizelig van. Ze rijden hier aan de rechterkant van de weg en dan wel met drie bussen naast elkaar in dezelfde richting. En zo snel….. het leek wel alsof we in een vliegtuig zaten. Misschien komt het doordat hier geen bergen zijn. Bij ons zijn de wegen smal en ze kronkelen, dalen en stijgen. Maar hier niet.
Holland is erg groen. We zagen veel sawahs. Er stonden vaak buffels in, bijna allemaal zwart met wit. En ook dieren die op geiten leken, maar dikker en met veel meer haar. Ze waren grijs. Sawahs zoals op die foto’s, wit of met banen in kleuren, heb ik niet gezien.

Ketut en Nyoman vonden alles prachtig. Ze hadden hun jacks aan en hun zonnebrillen op en deden erg stoer tegen de meisjes uit de groep. Ik moest er wel om lachen. We hebben ook zo’n rare groep; de oudste is zevenenvijftig en ik ben zestien.
De jongsten sliepen steeds in de bus, dwars door de uitleg van onze gids heen. Die zegt trouwens dat mijn naam in Holland ‘Benjamin’ moet zijn. Omdat ik de jongste ben.

We waren eerder in Venlo dan we dachten. Ik was zelf ook weer ingedommeld; dan voelde ik niet zo erg hoe nodig ik naar de WC moest.
Wat een schok toen de bus stopte en we onze ogen open deden: we waren omringd door militairen met stenguns! Daarachter hoge hekken met prikkeldraad!
Weten jullie waar wij een maand lang moeten blijven? In een kazerne….. achter prikkeldraad.
Dat had de directeur van de schouwburg in Venlo geregeld. Die had ons naar Nederland gehaald.
Wij Balinezen zijn helemaal niet dol op militairen en ik denk dat de andere Indonesiërs dat ook niet zijn. Wij houden niet van oorlog. En nu zaten we er ineens midden tussenin. Ik was angstig. Heel angstig. Ik wist niet wat er gebeurde en ik moest nodig naar de WC. Zelfs Ketut en Nyoman waren stil.

Lang heeft onze bus niet stil gestaan. We reden het terrein op en stopten bij een grote barak. Daar mochten we er uit. We moesten meteen naar binnen.
Toen we het gebouw in liepen, zagen we ineens een grote WC: een hele rij witte bakken. Toen bleek dat de anderen ook zo nodig moesten. Allemaal samen durfden we wel. We stonden in een lange rij naast elkaar en moesten om die situatie erg lachen. Ketut en Nyoman hadden al weer veel plezier en maakten rare opmerkingen.
Even later werden we ontvangen in een paar grote zalen die in elkaar overliepen. In de ene zaal was een soort toonbank met pompen. Daar kon je bier krijgen. In de andere stonden spelletjes. Er was een voetbalspel op een tafel en er waren machines waar je geld in moest gooien. We begrepen niet wat daarvan de bedoeling was. Wij vonden het jammer van dat geld. Je kon er ook biljarten. Dan moet je met stokken tegen een bal aan tikken. We werden door een Belanda toegesproken maar Ketut en Nyoman begonnen met die stokken en die ballen. Maar die ballen wilden niet op de tafel blijven liggen als ze er tegen prikten.

De toespraak duurde gelukkig niet lang. Ze legden uit dat we in een kazerne waren en dat we niet zomaar in en uit konden lopen. Daar moesten we een pas voor laten maken. En als we bezoek kregen dan moest dat bezoek ook iets moeilijks doen. Ik begreep niet wat, maar niet iedereen mocht bij ons komen. We vonden het maar raar en voelden ons opgesloten.
In een kamer vlakbij konden we eten. Indonesisch zeiden ze.
Dat werd klaar gemaakt door orang Indo-Belanda. Die moest de hele maand voor ons koken.
Maar bijna niemand had honger. Het eten was trouwens Javaans. Wij, als hindoe, konden dus niet alles eten omdat er veel sapi bij was. Ik heb een stukje gebraden kip en witte rijst met sambal gegeten.

Daarna brachten ze ons naar onze kamers. Sommige waren groot, andere klein. We konden zelf kiezen waar we wilden slapen. Omdat ik altijd erg om Ketut en Nyoman moet lachen en omdat ze bijna alles durven, ben ik bij hen op de kamer gegaan, samen met Pak D. Die is wel oud maar nog ondeugend.
Jullie weten dat ik altijd de goden alle eer wil geven, dus liet ik Ketut vragen aan welke kant het westen was. De bedden stonden langs de kanten met het hoofdeind in verschillende richtingen. En wij moeten met ons hoofd naar het westen slapen.
Toen we de bedden in de goede richting hadden gezet, kwam er een militaire meneer. Die leek een beetje boos en zei dat dat zo niet kon. Die meneer sprak het Bahasa Malayu van vroeger.
Ik verstond hem niet goed. En mijn Indonesisch is natuurlijk niet zo goed als mijn Balinees.
We begrepen dat we konden verbranden als de bedden zo bleven staan. We hebben toen maar ‘Ya, Tuan‘ gezegd en de bedden teruggeplaatst. Maar ’s avonds laat, toen die meneer er niet meer was, hebben we de matrassen op de grond gelegd met het hoofdeind in de goede richting. Zo op de grond lag het toch veel lekkerder. Wij zijn nu eenmaal geen bedden gewend.
We zijn niet verbrand.

Ik heb de eerste nacht niet goed geslapen. Ik was bang en moest weer naar de WC. Maar ik durfde niet alleen te gaan, ’s nachts in zo’n groot gebouw.
Ketut, Nyoman en Pak D. sliepen, dat kon ik horen, en ik wilde ze niet wakker maken.
Het was zo raar stil. Weten jullie dat Holland ’s nachts helemaal stil is? Ik kreeg er pijn van in mijn oren.
In de desa hoor je ’s nachts de kikkers en de krekels, de gekko en de honden, er zijn vogelgeluiden en soms dansen de muggen rond je oren.
Maar hier….. helemaal niets. Het was oorverdovend. En griezelig. Net of Holland dood was.
De zon doet hier ook raar. Weten jullie dat die niet altijd op dezelfde tijd opstaat of gaat slapen?
Bij ons staat ze elke dag op om zes uur en gaat ook om zes uur slapen. Maar hier, zeggen ze, staat de zon in januari op om negen uur en gaat om vier uur slapen. En in juli staat ze om vier uur op en gaat ze om tien uur slapen. Ze probeerden ons dat uit te leggen, maar zelfs Ketut en Nyoman begrepen het niet.
Susah“, zei Ketut, “Mata hari gila disini!
Ik heb wel begrepen dat het het koude seizoen is als de zon veel slaapt.
Maar ik heb het nu al zo koud en ik kan niet begrijpen hoe dan het koude seizoen is.

Omdat wij altijd baden voordat de zon opkomt, waren we heel vroeg wakker.
Met zijn vieren zijn we op onderzoek gegaan, want we wisten niet hoe en waar we moesten baden.
We kwamen een jonge Hollandse militair tegen die erg vriendelijk tegen ons was. We maakten wasbewegingen tegen hem.
“Oh,” zei hij, “dusyen, dusyen, dèèr, hir.” Hij bracht ons naar een zaal met allemaal kamertjes er in. Van één kamer deed hij de deur open en zei weer: “Dèèr!”. En toen ‘good morning’ en toen was hij weg.

Daar stonden we. We zijn in dat kamertje gaan kijken. Er waren een paar buizen en kranen. We zagen dat een kraan blauw was en een kraan rood. Ketut draaide aan de blauwe om te kijken wat er gebeurde. Ineens kwam er heel veel koud water over ons hoofd. We schrokken daar vreselijk van en deinsden achteruit waarbij we over Pak D. heen struikelden. Daar moesten we erg om lachen. Dat koude water bleef maar stromen. Wij zeiden drijfnat tegen Ketut dat hij die kraan had open gedraaid en dat hij die daarom ook dicht moest doen.
“Dat is goed,” zei Ketut, “maar dan ga ik eerst mijn leren jack halen.”
Even later was hij terug en met zijn jack aan heeft hij die kraan dichtgedraaid. We hadden veel plezier. Ketut zij dat het nu Nyomans beurt was. Dat hij aan de rode kraan moest draaien.
“Dat is goed,” zei Nyoman, “maar dan wil ik jouw jack aan.”
Inmiddels waren er ook anderen van onze groep bij komen staan. Iedereen praatte door elkaar en gaf advies.
Toen heeft Nyoman de rode kraan opengedraaid, heel vlug, terwijl hij meteen naar achteren sprong.
Er kwam een kleine straal lauw water uit. Dat was goed. Nyoman maakte er een voorstelling van en ging met zijn broek en jack aan onder dat straaltje staan. En deed zeep onder de oksels van het jack. Maar dat straaltje werd een straal en ineens was het kokend heet. Nyoman gaf een gil en dook midden tussen ons in.
Hij ging op de grond liggen wentelen in al dat water dat daar al lag. Hij kronkelde en maakte geluiden als een van onze tempelapen. Hij riep alsmaar dat zijn ogen verbrand waren en dat hij nu geen witte vrouwen meer kon zien en dat zijn lippen verbrand waren en dat hij nu geen witte vrouwen meer kon zoenen.
En hij hield zijn beide handen tussen zijn benen en riep dat wat daar zat niet mocht verbranden omdat hij dan geen witte vrouwen meer kon….., jullie begrijpen het wel.
De tranen liepen over onze wangen van het lachen. Iedereen maakte lawaai. Die akelige eerste nacht waren we al helemaal vergeten.
Uiteindelijk zijn we met z’n allen onder die dusyen gegaan. We konden met elkaar praten omdat er geen dak op die kamertjes zat. Niemand wilde kokend water over zich heen dus we hebben de blauwe kraan een beetje open gezet en toen geprobeerd ons te wassen.
Het gaat wel heel anders dan bij ons en ik miste onze grote waterbak met het schepemmertje waarmee je veel water over je heen kunt gooien.

Die ochtend kregen we een Hollands ontbijt. Ze wilden ons laten zien wat de mensen hier eten. Er was brood, kaas, boter, eieren, dunne plakjes van iets dat later vlees bleek te zijn en jam en melk en koffie.
Maar wij hindoes eten niets dat van een sapi komt omdat die heilig is. Dus wij raakten de boter en de kaas niet aan. Hoe dat met het vlees zat, was ons niet duidelijk, maar om geen fouten te maken, hebben we dat ook niet gegeten. Brood lust niemand. Dus we hebben die ochtend alleen een ei met zwarte koffie genomen. We vonden dat niet erg. De mensen die ons hier helpen, zijn allemaal erg aardig.

Ondertussen was ik al meer dan twee dagen niet voor een grote boodschap naar de WC gegaan. Dat kwam doordat wij niet weten hoe dat hier moet. Bij ons moet je immers jongkok en heb en heb je altijd veel water bij de hand. Maar hier kun je niet jongkok want er is alleen een grote, hoge bak. En papier in plaats van water. Ik vond dat vies.
Ik vroeg een beetje blozend aan Ketut en Nyoman hoe zij het deden. Die begonnen mij te plagen en zeiden dat ik een maand lang niet naar de WC kon gaan en dat zij dat ook niet deden. Ik wist niet goed of ik ze moest geloven, want ze hadden al bier gedronken uit die pomp.
Pak D. hoorde ze plagen. Hij was al eerder met onze groep in Holland geweest en wist hoe het moest. hij zei dat het de bedoeling was dat je op die bak gaat zitten. Maar dat hij een beetje deed zoals thuis: hij kleedde zich uit en ging dan jongkok op die bak. Aan de militairen had hij om een lege fles gevraagd. Die vulde hij in die dusyen met water uit de blauwe kraan. Dat ging allemaal goed. Ik vond het maar griezelig en besloot mijn bezoek aan de WC nog wat uit te stellen. Maar ’s middags, terwijl ik goed oplette of ik helemaal alleen was daar, heb ik het toch geprobeerd. Nu kan ik het ook. Ik ben daar een beetje trots op, gek he? Net of ik nu ook een beetje een Hollander ben.

Nu ik toch over dit soort dingen schrijf: er is nog iets dat ik een beetje vies vind en niet goed begrijp. Ik ben in het vliegtuig verkouden geworden, pilik. Ik moet dus aldoor mijn neus snuiten. Dat deed ik zoals wij dat in Indonesia gewend zijn: naar buiten lopen en dan je neusgaten een voor een op de grond leegspuiten. Maar toen ik dat hier deed, kwam er net een peleton soldaten langs gemarcheerd en die keken mij zo raar aan. ik werd er verlegen van en dacht dat dat met mijn neus te maken had. Toen heb ik eens opgelet wat de Hollanders doen. Weet je wat?
Die hebben een doekje. Daar doen ze hun snot in en dan bewaren ze dat in hun broekzak! Vies hè? En weet je wat de vrouwen hier doen? Die doen het ook in zo’n doekje en bewaren dat in hun tasje!
Ik wil dat niet en daarom loop ik nu naar een paar struiken vlak bij de ingang en als er niemand kijkt doe ik het daarachter. ’s Nachts doe ik het gewoon uit het raam. Ketut en Nyoman en Pak D. doen dat ook.

Pak D. had die ochtend aan een orang Indo-Belanda uitgelegd dat we hindoes zijn en dat we dus geen sapi eten. Die mensen begrepen dat meteen. Maar ze moesten toen andere boodschappen doen en varkensvlees kopen en zo. Daarom kregen we voor middageten weer Hollands eten. Reepjes kentang goreng, dat noemen ze hier pattat priet. We vonden het allemaal erg lekker. Er was weer kip bij en saus. We hebben lekker gegeten.
’s Middags zijn we met een groep en twee gidsen Venlo gaan bekijken. De kazerne ligt aan de ene kant van een rivier en de stad aan de andere kant. Je kunt zo een brug over, dus het is niet ver.
We hebben vaak gelachen want er is zo veel te zien en zo veel dat we niet begrijpen. Af en toe doen we alsof we het wel begrijpen; dan bedenken we zelf een uitleg.
Bijvoorbeeld als we etalages bekijken. We hebben bij een slagerij binnen gekeken. Aduh, je moet naar de universiteit geweest zijn om te begrijpen hoe dat hier gaat met dat vlees. Ketut en Nyoman hadden van Pak D. een camera geleend en hebben er foto’s van genomen. Ze hadden veel plezier en vroegen, met hun neus net om de deur: “Foto? Foto?”
Ze durfden daar wel, want tegen het raam hing een poster met onze groep er op.
De mensen in die winkel hadden allemaal witte jassen aan. Het was net een ziekenhuis. Ze moesten ook om Ketut en Nyoman lachen en vonden het best, die foto’s. De baas van die winkel maakte duidelijk dat hij best een foto van Ketut en Nyoman wilde maken met de meisjes er op die in de winkel werkten.
Toen hij indrukte gaven Ketut en Nyoman die meisjes snel een kusje. We stonden er door het raam met z’n allen naar te kijken.
De klanten moesten er ook om lachen. Het was ook zo’n raar gezicht. Een beetje zwart-wit eigenlijk. Al de mensen hier zijn wit en deze hadden ook nog witte jassen aan. Ketut en Nyoman zijn donker; zwart haar, zwart jack, zwarte zonnebril.
Alles wit en twee zwart. Het leek wel schaken.

Even later heb ik voor het eerst in mijn leven een trein gezien. Ik vond het heel spannend. Toen onze gidsen dat merkten zijn we het perron op gegaan. Ketut en Nyoman wilden dat de trein bleef wachten tot er een foto van hen bij die trein gemaakt was. Maar onze gidsen wilden daar niet bij helpen. Jammer, een andere keer dan maar.
En we zijn op een trap geweest net als die bewegende straat, maar dan omhoog. Je gaat op de eerste tree staan en dan hoef je niet meer te lopen totdat je boven bent. We durfden er eerst niet op en bleven onderaan staan. Maar toen moesten we er wel op want de Hollandse mensen achter ons werden een beetje ongeduldig. Uiteindelijk sprongen we er met z’n drieën tegelijk op. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want we struikelden natuurlijk. Nou ja, in ieder geval weten we nu hoe het moet. Zo goed dat we er een spelletje van hebben gemaakt.

Ketut en Nyoman zijn wel brutaal. De mensen hier hebben grote, mooie motoren. Helemaal blinkend. Telkens als we langs zo’n geparkeerde motor kwamen, gingen ze er bovenop zitten en dan moest ik een foto maken.
Ketut leek wel Michael Jackson, met z’n lange haren, z’n zonnebril en z’n zwarte jack op die motor.

We hebben ook nog iets gedaan wat ze hier ‘uit de muur eten’ noemen.
Er staat een muur met allemaal vakjes met raampjes er in. Achter die muur wordt gekookt en als dat eten klaar is wordt het in zo’n vakje gedaan. Dan moet je geld in een gleuf doen en dan zegt het ‘klik’ en kun je het raampje open doen.
Omdat wij nog geen Hollands geld hadden, deden onze gidsen voor hoe het moest. Er zit ook eten in dat uit Indonesia komt, zeiden ze. Dat noemen ze een bola nasi. Het is nasi goreng die ze tot ballen draaien met meel eromheen en dan opnieuw bakken. De nasi goreng smaakt hier anders dan bij ons. Er zit volgens mij geen ketjap in en geen knoflook. Ze hadden ook bola mie. Ik vond het toch wel een beetje lekker.

Ik denk dat de Hollanders allemaal erg rijk zijn. Alles is hier mooi en duur en nieuw. Iedereen heeft fietsen en auto’s en motors. Ze hebben ook veel geld om te eten, want ze zijn allemaal veel dikker dan wij. Ook op straat lopen ze vaak te eten.
Ze hebben ook allemaal mooie kleren en vaak hebben ze zonnebrillen op. En ze zitten op straten en pleinen aan tafels allemaal bier te drinken. Ik begrijp niet dat ze niet aldoor dronken zijn.
Ketut en Nyoman zijn er gewoon tussen gaan zitten. Wij bleven op een afstand staan kijken. Toen de bediende kwam vragen wat ze wilden zeiden ze “Bier. Bier.” Want bier is gewoon bier in het Hollands. Alleen schrijf je het anders. Met een e er bij.
Maar die bediende vroeg nog van alles wat Ketut en Nyoman weer niet begrepen. Die bleven ‘bier’ zeggen en wezen aan wat een Hollander dronk. Toen kregen ze heel grote glazen. Maar er was weer verwarring want ze moesten betalen en waren vergeten dat ze zelf geen geld hadden. onze gidsen hebben uiteindelijk betaald. Die zeiden dat het heel sterk bier was en dat dat bier setan heette.En dat Ketut en Nyoman dat wel zouden merken.
Dat klopte want ze werden helemaal duizelig. Of ze deden alsof.

’s Avonds hebben we goed gegeten. Er was nasi kuning, nasi goreng en nasi putih. Met twee soorten vlees en veel groente. En het was lekker pedas.
Ketut en Nyoman zijn gaan biljarten. De anderen zijn TV gaan kijken. Weet je dat ze hier wel 22 kanalen hebben!!?!! Uit allerlei landen. Maar wij kunnen er toch niets van verstaan, dus het maakt niet uit of we Duits of Nederlands horen. Wij kijken plaatjes. Er was een serie die wij ook op Bali kunnen zien: ‘Hill Street Bues’. Dat was leuk.
Later hoorde ik dat Ketut en Nyoman tot twee uur ’s nachts hebben zitten kijken want dat er een film blu was. Ik niet. Ik was heel vroeg naar bed gegaan, want ik was erg moe. Dat vond ik wel jammer. Ik heb nog nooit zo’n film gezien.
Ik vraag jullie vergeving dat ik dit zo schrijf. Jullie moeten niet denken dat ik slecht ben geworden op die paar dagen. Ik ben alleen maar nieuwsgierig. En u, vader, u hebt mij gezegd dat ik in Holland veel moest leren. Ik weet wel dat u dit niet bedoelde. Maar ik kijk om mij heen en dan denk ik: “Dat hoort bij jullie, niet bij mij.” Ik leer alleen de goede dingen, vader.
Maar wat Ketut en Nyoman mij vertelden over die film heeft me toch in verwarring gebracht.
Ik ben nog klein en heb nog geen ervaring. Maar ze zeiden dat ze in die films dingen doen die wij op Bali niet doen. En nu kijk ik ineens anders tegen de Hollandse vrouwen aan. Zo van: ‘Goh, doen jullie dat….?’ Ik wil dat niet leren. En plotseling dacht ik ineens ook weer aan dat WC papier en nu ben ik ineens een beetje bang van Hollandse vrouwen. En dat terwijl ik droomde dat ik hier misschien wel een Hollandse vrouw zou vinden die dan met mij meeging naar Bali. Dan moest ze wel hindoe worden natuurlijk.

Ook moest ik denken aan wat u vertelde over de Hollandse tijd op Bali, van 1906 tot 1942.
Dat de vrouwen bij ons gewoon met blote borsten liepen, zoals oma nog steeds doet. En dat dat van de Hollanders niet mocht. En dat wij dat nu niet meer doen maar de Hollanders op onze stranden nu weer wel.
Ik raak van die dingen in de war.
In de kazerne zijn gelukkig geen vrouwen. Alleen de meisjes uit onze groep en de Indische vrouwen die voor ons koken. Maar die begrijpen ons wel.
Ketut en Nyoman willen nu alsmaar Hollandse vrouwen hebben maar ik niet. Pak D. weet wel van die dingen. Hij zegt: “Kijken, luisteren en leren. Maar nooit met een Hollandse vrouw trouwen, dat geeft alleen maar susah, straks op Bali. En kasian, zo’n vrouw, die wordt misschien nooit gelukkig bij ons.”
Hij zegt ook dat wij nooit iets mogen veroordelen dat wij niet begrijpen. En dat Hollandse vrouwen heel flink zijn en dat alle Hollandse mensen altijd heel aardig tegen ons zijn en dat als Hollandse vrouwen vriendelijk tegen ons zijn dat ze daar niets mee bedoelen, zoals bij ons.
En dat Hollanders van Indonesische mensen houden en dat ze op zondag vaak nasi goreng eten en dat je hier Indonesische winkels hebt waar je van alles kunt kopen dat vers uit Indonesia komt en dat de straten hier vaak namen hebben van Indonesische eilanden. En dat ze veel geld betalen om ons naar Holland te halen en om onze voorstellingen te zien en zo te leren van onze cultuur. En dat wij daar respect voor moeten hebben.
En dat ik niet altijd naar Ketut en Nyoman moet luisteren omdat die alleen maar met hun andere hoofd denken. En hun hersenhoofd te weinig gebruiken.

Lieve ouders, ik ga deze brief afsluiten die ik in de avond van de tweede volle dag in Holland aan jullie heb geschreven. Het is al laat.
In gedachten omhels ik jullie en vraag de goden jullie te zegenen.
Wees gerust – er zal mij niets slechts overkomen.
Ik zal mooie cadeautjes mee brengen als ik terug kom.
Mijn liefde stuur ik nu al vast.

Jullie ‘Benjamin’.

pura: tempel
Ganesha: (de god met het hoofd van een olifant) de god van hen die naar wijsheid zoeken.
desa: dorpje
Bapak Gubernur: Vader Gouverneur: de gouverneur van Bali
batik: batikken: methode om weefsel te verven, waarbij telkens het gedeelte dat niet gekleurd moet worden met was wordt bedekt. Daarna wordt de stof in een verfbad gedaan.
kepala desa: dorpshoofd
orang Indo-Belanda: gemengbloedig: van Indonesisch-Nederlandse afkomst: Indische mensen. (vgl. Indo-Ingriss: Indonesisch-Engels gemengbloedig.) Belanda: Nederland(s) (van het Portugees: blanca)
sapi: koe of buffel
Bahasa Malayu: Maleis. Bahasa = taal
Ya, Tuan: ja, mijnheer.
Susah, mata hari gila disini:  Wat een gedoe, de zon is hier gek
dusyen, dusyen, dèèr, hir: douchen, douchen, there, here
jongkok: hurken
pilik: neusverkouden: loopneus
kentang goreng: gebakken aardappels
bola nasi: nasibal
setan: duivel. hier: Duvel (biersoort)
nasi kuning: gekruide, gele rijst
nasi putih: witte rijst
pedas: scherp
film blu: blue movie: pornofilm
susah: gedoe, trammelant
kasian: heb medelijden

 

Hofnar van de ondergang (31)

Ze liep niet graag over de zompige nawinterse straten, Diederik’s moeder. Maar er moest voor de hond van haar zoon gezorgd worden en voor haar zoon deed ze alles. Met liefde. Als Woef echter niet naar buiten hoefde, ging zij ook niet. Ze was niet meer zo kwiek op haar leeftijd en de boodschappen werden tegenwoordig thuisbezorgd, dus ze kwam niet vaak buiten. Zeker niet in de koudere maanden. Dat voelde ze altijd meteen in haar botten.

Woef snuffelde blij aan de omgeving. De vrouw bleef regelmatig stilstaan en liep niet in een rap tempo, dus hij had uitgebreid de tijd. Er werden veel andere honden uitgelaten langs deze route, dus hij kon zijn plezier wel op. Hij logeerde graag bij de moeder van zijn baasje. Natuurlijk miste hij zijn baasje wel, maar dit was een heel interessante plek – veel geursporen.

Er werd niet opgenomen bij haar zoon thuis. De oude vrouw maakte zich ernstig zorgen. Natuurlijk was de jongen goed in staat voor zichzelf te zorgen, maar dat gekke krantebericht dat hij dood wou gaan baarde haar ernstig zorgen.

Woef had een tak gepakt en liep er trots mee over straat. Pas toen hij naar de vrouw keek herinnerde hij zich dat zij nooit een stok voor hem wegwierp. Hij legde de tak terug in het gras en snuffelde aan een paaltje.

Hij had gezegd dat het maar een soort grap was of zoiets. Ze begreep het niet. Wat voor grap is dat ? Hij zal er wel iets mee bedoeld hebben dat haar het hoofd te boven ging. Grappig vond ze het in ieder geval niet.

“Is het een grap ?”

De in een eeuwige tandpastaglimlach verkrampte mond had zowaar serieus en een tikkeltje grimmig gestaan toen hij de vraag stelde. Johanneke schrok. Had hij haar nu echt een oprechte vraag gesteld ? Haar borstel stond stil in zijn haar. Ze was maar een grimeuse, wat wist zij inhoudelijk van zijn vak ?

“Ja, ik vroeg het jou, Johanneke. Wat denk jij ? Is het een grap ?” Richard’s handen toonden een groot krantenartikel met de inmiddels al een dag overal opduikende foto van die vreemde jongeman die zijn zelfmoord ging veilen. Ze vond het maar een luguber idee, maar of het een soort rare grap was of niet, dat ging haar conceptuele begripvermogen ver te boven. Je hoorde tegenwoordig zoveel gekke dingen in het nieuws die mensen uithaalden, dat dit voor hetzelfde geld ook waar zou kunnen zijn. Niet wetende wat ze moest antwoorden, haalde ze maar haar schouders op met een licht schaapachtige glimlach.

Richard streek over zijn snor. “Ik denk dat het een grap is. Een soort flauw, subintellectualistisch satirisch naäpen van de cynische tijdsgeest. Van die idioten die de kranten lezen maar hun polderdorp nooit uit komen, en dan toch menen dat ze iets te zeggen hebben. Maar ja, wie ben ik ?”

Ze giechelde en wou antwoorden dat hij een van de bekendste TV-presentatoren van het moment was, maar Richard’s brede grijns in de spiegel deed haar bijtijds beseffen dat de vraag retorisch bedoeld was en ze hield dus maar weer haar mond. Gedwee kamde ze het haar waar hij zo trots op was.

Tevreden met zichzelf grijnsde Richard zich in de spiegel toe. Zijn instinct zat er zelden of nooit naast. Hij zou dit verhaal met interesse volgen – mocht het ver genoeg escaleren dat het nieuwswaardig genoeg voor zijn show was, dan zou hij zijn slag slaan en de farce blootleggen. Hij streek nog eens over zijn snor, en trok toen een lichte grimas terwijl Johanneke een klit uit zijn kapsel kamde.

Haar vingers kamden door zijn borsthaar, gedachteloos. Ze lagen samen na te genieten. “Weet je,” sprak ze zacht, “ik vind het geniaal wat je probeert te doen. Het is heel confronterend. De commercialisering van je eigen levenseinde, verder kun je als vereconomiseerd mens niet meer gaan.” Diederik keek haar verbaasd aan. Ze keek met sprankelende, donkere ogen terug. “Ja, ik lees ook wel eens het nieuws. En ik had je heus wel herkend. Diederik.” Hij bloosde.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑