KutBinnenlanders.nl

Maand: augustus 2012 (Page 1 of 5)

Hofnar van de ondergang (40)

Stan keek verbaasd om zich heen. Overal grijze muren. Harde, grijze muren. Vieze grijze muren. Een grijze metalen deur. Hoe was hij hier gekomen ? Hij staarde naar de grond. Vieze, grijze betonnen grond. Hij had blote voeten en hij zat op een of ander soort bed, als je het al zo kon noemen.

Met een schok besefte hij zich dat hij in een cel zat. Verdomme ! Wild draaide hij zijn hoofd rond. Was hij gearresteerd ? Hij herinnerde zich niets. Hij voelde in zijn broekzakken maar ze waren leeg, op zijn portemonnee na.

Op het moment dat hij zijn portemonnee vastpakte, trilde de lucht. Verbaasd keek Stan toe. Hij pakte zijn portemonnee nogmaals vast. De lucht trilde weer. Hij haalde zijn hand uit zijn broekzak en strekte ‘m uit. De lucht rimpelde iets opvallender.

Hij stak zijn wijsvinger uit en plots verschenen er kleurrijke, beweeglijke iconen in de lucht rond zijn hand. De wanden van de cel kleurden met deze lichtgevende afbeeldingen mee. Hij trok verrast zijn hand en arm terug. Alles werd weer grijs.

Stan nam zijn portemonnee uit zijn broekzak en de lucht begon wilder te trillen. Alsof zij er enthousiast van werd. Hij strekte weer zijn arm uit, en de iconen verschenen terug. Stan bewoog zijn vinger en merkte dat hij de beelden door kon schuiven. Alles draaide in een soort keuze-carroussel. Verwonderd keek hij naar de afbeeldingen die langs zijn hand streken. Tot hij plots een plaatje van een geopende deur zag. Zijn hart sloeg een slag over. Kon hij op deze manier de cel uitkomen ?

Hij tikte het icoon aan. Dat verkleurde, en in fel lichtgevend wit verscheen er een bedrag op. Hij knipperde met zijn ogen maar begreep het al snel. Daarom trilde alles toen hij zijn portemonnee aanraakte: je moet betalen voor deze opties.

Hij opende zijn portemonnee en keek naar de inhoud. De portemonnee was leeg. Welk vak hij ook opende, er zat niets in. In het vak van de biljetten was het donkerder dan in de rest van de portemonnee.

Hij zag vanuit zijn ooghoeken dat alles weer grijs was geworden. Maar het donkere biljettenvak had zijn volledige aandacht. Hij staarde de duisternis in. En voor hij het doorhad, voelde hij zich ernaar toe getrokken. Hij viel, draaiend en wentelend, lucht raasde langs zijn lichaam. En het vallen leek steeds sneller te gaan, zonder dat er een bodem in zicht kwam.

Met een schok schrok Stan wakker. Onmiddellijk greep hij naar zijn broekzak, maar in zijn pyjamabroek zat geen zak. Zijn huid stond klam van het zweet. Hij keek verwilderd om zich heen, aangezien het niet meteen tot hem door wou dringen dat hij gedroomd had. Toen liet hij zich vermoeid terug op bed vallen en sloot bijna meteen weer zijn ogen. De ochtend was nog te vroeg vandaag.

 

Hofnar van de ondergang (39)

De koffie pruttelde. Diederik keek moe. De wallen groefden zich onder zijn ogen. Nathalie grinnikte.

“Ik hoef niet eens vroeg op te staan, maar ik sta met jou mee op. Besef je dat wel ?” Ze plantte een glas sinaasappelsap voor hem neer. Hij keek haar ledig aan.

“Dat vraag ik je toch ook niet,” mompelde hij. “Ik wou zelf nog niet eens opstaan.”

“Ah, maar lieverd, vandaag is écht de eerste dag van de rest van je leven.” Neuriënd schudde ze de pan waarin ze een ei aan het bakken was.

“Ik ben anders al even helemaal niet zo blij meer met dat leven. Het mag wel eens ophouden,” gromde Diederik, de kater bonkend in zijn hoofd.

“Maar vanavond ga jij voor het eerst los als schrijver,” sprak ze monter. “En het gaat je leven veranderen. Hier was je al die jaren naar op zoek.”

Diederik keek haar meewarig en ongelovig aan. “Jij bent anders de enige die ooit begonnen is over dat hele schrijven. En je hebt nog nooit iets gelezen dat ik geschreven heb – nog geen boodschappenlijstje. Hoe weet jij in vredesnaam of ik wel een schrijver ben ? Ik was gisteren op pad, en er kwam niks uit me.”

Ze schakelde de radio aan en er kwam een, voor Diederik op dat tijdstip, volstrekt ongepast vrolijk Caribisch plaatje uit. Hij trok een diepe fronsrimpel in zijn hoofd en wachtte ongeduldig op zijn koffie. Het apparaat pruttelde lustig voort, zich niets aantrekkend van zijn ongeduld. Diederik voelde zich spontaan weer moe. Hij wou nog in bed liggen, met Nathalie in de armen. Moedeloos zeeg zijn hoofd neer op zijn armen. De geur van het vruchtvlees van de sinaasappelsap prikte in zijn neus.

Buiten op een van de naburige garagedaken spookte een kat rond. Diederik keek ernaar, zijn gezicht grotendeels verhuld in zijn armen, de wallige ogen er net bovenuit turend. De kat snuffelde wat hier en daar, en sprong toen behendig op een ander dak. De kwiekheid van de sprong wekte jaloezie op bij Diederik, die zich amper in staat voelde rechtop op de keukenstoel te blijven zitten. Waarom dronk hij dan ook zo veel ? Even overwoog hij dat hij dronk als een halfslachtige poging vroegtijdig het einde van zijn leven in te mogen luiden. Als alcohol maar half met je deed wat de media erover meldden, waarom had gisteravond dan zijn uitwerking gemist ?

De dampend hete koffie werd, opgewerkt gepresenteerd, voor zijn neus neergeplant. Hij staarde naar de nacirkelende donkere vloeistof en de waarschuwende halftransparante dampwolken. De koffie was duidelijk nog heet. Hij overwoog of zijn behoefte aan caffeïne groot genoeg was om zijn gehemelte te verbranden. Hij besloot er tegen en nam een voorzichtige slok van de sinaasappelsap. Meteen kreeg hij antiperistaltische neigingen, sprong van de keukenstoel op en spurtte naar het toilet. Met niet mis te verstane luide hurrrrrkkkkkh-geluiden spuugde hij zijn gal over de verleden avond.

Terug aan de keukentafel, opnieuw op zijn armen rustend, aaide Nathalie over zijn bol. “Arme lieverd,” sprak ze. “Ik moet er helaas zelf zo vandoor. Of eigenlijk moét ik er niet vandoor, want ik hoef vanmiddag pas te werken, maar ik ga even weg, zodat je je ding kunt doen. Verras me, vanavond.”

Ze drukte een zachte kus op zijn voorhoofd en liep neuriënd, met een sierlijke zwaai haar jas van de kapstok meegritsend, de deur uit.

Diederik bleef stil voor zich vooruit staren naar buiten. De kat was allang weg. De zon probeerde voorzichtig door de ochtendbewolking heen te piepen. De wolken waren niet overtuigd. Na een tijdje merkte hij dat de koffie niet meer dampte en probeerde zacht een slokje. De koffie was koud. Met een vies gezicht maar een onstuitbare behoefte werd het kopje leeggeklokt. Daarna sjokte Diederik naar het koffieapparaat en pakte de kan. Dit zou een heel, heel lange ochtend worden.

 

Bananarama Consultancy // Signaal

 
Otto maakt zich zorgen. Nog steeds doet hij niet zijn eigen dingetje. Hij weet niet hoe. Van de tandarts tot de bakker; iedereen doet zijn eigen dingetje, maar hij, de bijna-geniale president directeur grootaandeelhouder weet niet hoe zijn eigen dingetje te doen. Of zelfs maar waar zijn eigen dingetje te vinden is. Hij zou willen dat zijn eigen dingetje een signaal afgeeft, zoals sommige sleutels doen als ze zoek zijn en gevonden willen worden. De mensen zeggen wel: ‘Het is belangrijk lekker je eigen dingetje te vinden.’ Maar hoe en waar dat eigen dingetje gevonden kan worden, vertellen ze er niet bij. Tot grote frustratie van Otto. Die wil dus ook gewoon zijn eigen dingetje. Heel graag, zelfs.

 

Hofnar van de ondergang (38)

Stil luisterend boven zijn glas whisky werd het Diederik snel opnieuw duidelijk dat mensen in uitgaansgelegenheden doorgaans bijna niks interessants te vertellen hebben. Hoe het ging ‘op het werk’, of ze ‘het voetballen’ gisteren gezien hadden. Met wat pech ging het over ‘de politiek’ of over het nieuwste wetvoorstel. Iets met kansspelbelasting. Hij spitste zijn oren maar stuk voor stuk leken de meesten dit peil onder hun gesprekken angstvallig te bewaken. Natuurlijk ging men dieper in op de materie dan bij de koffieautomaat overdag, maar het niveau van nietszeggendheid was stuitend. En dat op vol volume. In geen enkel café was het wat je stil zou mogen noemen. Hij zuchtte en staarde naar het lege notitieblokje voor zijn neus. Horror vaccui krijg je niet weggebruld, schoot het door zijn hoofd. Hij schreef het maar op.

Iedereen wil zo graag gehoord en gezien worden dat men, schreeuwerig, het zwijgen over het hoofd ziet en alles inhoudsloos, een loze stille dood sterft in de kakafonie van de ellendige mensheid.

Hij keek naar de zin en streepte hem weer door. De avond is jong, dacht hij, en wie weet trekt ze haar dikke trui nog uit om een strak topje met veelbelovend gehintte geheimen in het décolleté te tonen.

Stan kustte zachtjes haar voorhoofd. “Dag lieverd,” zei hij. “Hoe heb je het gesteld vandaag ?” Een paar lede ogen staarde hem aan. “Het was een kutdag,” mompelde haar morsige lippen. Zoals ze elke dag mompelden. Routineus veegde Stan haar lippen af. Depte het doekje in de teil met water. Veegde nogmaals. Haar gezicht verkrampte.

Tingeling, tingeling gaat de bel, zongen de speakers. Achterin de kroeg zat een oud koppeltje arm in arm heen en weer te zwaaien op de nederlandstalige schlager. De rest van de kroeg keek niet op of om en oreerde druk voort over de politiek en de voetballeritis. Diederik beet op zijn pen. Hij was verdomme helemaal geen schrijver. Wat deed hij hier ? Hij had zich ergens voorgesteld dat als hij een schrijver zou zijn, hij gewoon maar aan een bar hoefde te gaan zitten en dan vloeide alles wel uit zijn pen. Of was dat zijn eigen beeld wel geweest – had Nathalie dit idee niet ergens in de afgelopen paar dagen in zijn hoofd geplant ? Hij twijfelde. En kauwde. De pen kraakte onder zijn kiezen.

Diederik kreeg ernstige twijfels bij het muze gehalte van de avond uit. Morgen op een podium. Wat moest hij zich erbij voorstellen ? Wat voor publiek zou het zijn ? Zouden ze hem uitjoelen als de teksten eigenlijk, zoals hij verwachtte, ronduit slecht zouden zijn ?

Het natte doekje werd uitgewrongen en in een dikke, roodbruine straal liep de inhoud de teil in. Stan keek zwijgend naar de prut die zich dwarrelig uitstrekte binnen het heldere water als een trage explosie. Het was meer dan gisteren. Hij fronste. Het werd alsmaar erger met haar. Hij draaide zijn hoofd en staarde naar haar gezicht. Het stond apathisch. Het gezicht van iemand die dag in, dag uit, elke dag er van langs krijgt en gelaten op de bank ligt en incasseert. Hij waste stil zijn handen en stak een sigaret aan. Zwijgend keek hij uit het keukenraam – roken in dezelfde ruimte als zij durfde hij al niet meer, al had de dokter niet gezegd dat het niet mocht. Het risico was onacceptabel.

In de woonkamer hoestte ze een gorgelende hoest. Hij vertrok zijn gezicht. En staarde naar het brandende puntje van zijn sigaret.

Diederik draaide lichtjes. Ergens na de vijfde whisky had hij de tel verloren. En die was minstens alweer drie whisky’s geleden. Dus dat maakte… hij twijfelde. En nu stond hij hier. Voor haar flatdeur. Met de sleutel in de hand. En hij bedacht zich dat hij zelfs zijn aantekeningenboekje vergeten was.

Hij haalde even zijn schouders op en stak, met moeite, de sleutel in het slot. Een schrijver zou hij waarschijnlijk nooit worden, besloot hij. Deed er niet toe. En dat hele krankzinnige zelfmoord gedoe met internet en alles, dat deed er ook even niet meer toe. Hij stommelde het appartement binnen, deed al hoppend zijn schoenen uit waarbij hij een vaas omstootte. De vaas viel wonderwel op een tapijt en bleef intact. Hij zette de vaas terug op de vensterbank, niet meer in staat te zien dat het water en de bloemen die de vaas bevatte nog over de vloer uitgestrooid waren. Hij kroop naast haar in bed en onderdrukte een zurig smakende boer. Toen viel hij in een diepe slaap. Net voor hij sliep vroeg hij zich af of alles ooit nog in orde zou komen.

 

Ik bezoek ook eens een symposium

Politiek symposium Venlo: “Weg met wietpas én stigma”

“We weten in Den Haag heus wel dat het wietpas beleid niet werkt, en zelfs wat we aan het gedoogbeleid kunnen doen. Maar de VVD kan dat niet zonder gezichtsverlies toe gaan geven.” Opvallende woorden, uitgesproken op het politiek symposium over de Wietpas, georganiseerd door cannabis consumentenbond WeSmoke, in de bibliotheek in Venlo. Aan het woord is Lea Bouwmeester, die helder en open uiteenzet wat de PvdA als toekomst ziet voor het Nederlandse gedoogbeleid. En zo worden er nog meer opvallende uitspraken gedaan. Helaas voor een heel gelijkgestemd publiek: niet één aanwezige was vóór de Wietpas.

Consument niet oorzaak overlast

Dimitri Breeuwer van WeSmoke heeft in zijn inleiding direct een vermoeden over de afwezigheid van andersdenkenden. “U zit hier natuurlijk tussen criminelen. Zo ziet de maatschappij de mensen die wel eens een blowtje roken immers. En de overheid ook. En we worden nu zelfs behandeld als criminelen. Als enge mensen. Als junks. Ik werk, ik ben ook ondernemer geweest, ik zorg voor mijn kinderen, ik betaal mijn belastingen, ik sport. En ik rook af en toe wel eens een jointje. Tja.”

Breeuwer herkent zichzelf, en veel andere ‘cannabis consumenten’, niet in het stigmatiserende stereotype dat in de maatschappij heerst. De aanwezige PvdA’ers ook niet. “De consument wordt ten onrechte als de schuldige van overlast behandeld, maar juist de drugscriminelen en slecht politiek beleid zijn de oorzaak. Niet de blower,” aldus de PvdA. “Daarom zorgt die wietpas ook voor zoveel problemen: de blower wil zich niet registreren, die heeft het vertrouwen in de overheid verloren. De gevolgen voor een persoon die zich in deze tijden, door de overheid controleerbaar, registreert als cannabis gebruiker, zijn enorm. Je wil niet dat je regering, of misschien zelfs je zorgverzekeraar, de belastingdienst, je werkgever en je naaste omgeving jou ziet als drugsgebruiker. Daarom kiezen veel mensen nu voor het illegale circuit.”

Dovemansoren

Op het symposium komen verschillende sprekers achter de microfoon. Zo vat Erik Manders, coördinator en rapporteur van het Meldpunt Leefbaarheid & Veiligheid Venlo, het grote aantal meldingen van drugsoverlast in de stad samen. Onderzoekster Nicole Maalsté zet haar jarenlange ervaring op het gebied van het gedoogbeleid uiteen en stelt dat er nauwelijks geld vrij gemaakt wordt voor wetenschappelijk onderzoek naar dit gebied.

Het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) meldt dat ze vele rapporten en adviezen naar Den Haag sturen, die tegenwoordig glashard terzijde geschoven worden. Geen enkele burgemeester of politiemedewerker durfde het aan op het symposium hun beeld uiteen te komen zetten. En verschillende burgemeesters uit Zuid Nederland hebben samen, ruim voor de invoering van de Wietpas, bij minister Opstelten aangedrongen deze wet niet door te voeren. “Het lijkt alsof je tegen dovemansoren spreekt.”

Breeuwer van WeSmoke: “En ondertussen wordt er zo duidelijk symboolpolitiek gepleegd. Zo had het speciale drugsteam in Zeeland onlangs een groot succes geboekt. Er waren negen kwekerijen opgerold. Totale score: een hele vijfendertig plantjes.” Gelach in de zaal.

Onderzoekster Maalsté: “Er bestaan veel soorten brillen waarmee gekeken kan worden naar het drugsbeleid. Vanuit Veiligheid, Handhaving, Volksgezondheid, Economie en ga maar door. Zo was het gedoogbeleid in handen van drie ministeries, die van Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid en Justitie. Zo bleef er balans. Maar de laatste jaren is het gedoogbeleid bijna exclusief het onderwerp geworden van het ministerie van Veiligheid en Justitie. En dan wordt er dus met een extreem beperkte blik naar een complex onderwerp gekeken.”

Wietwet

Bouwmeester: “Die frustratie is begrijpelijk en heerst ook in de Tweede Kamer. Daarom wordt het tijd voor een nieuwe visie. Deze belachelijke wet moet niet alleen zo snel mogelijk van tafel, maar cannabis moet uit de Opiumwet gehaald worden, en net als alcohol en tabak gewoon zijn eigen wietwet krijgen. Die gaan we sowieso schrijven, en daar betrekken we alle partijen in. Dus zelfs als we niet in de regering komen na 12 september, gaan we zorgen dat die wet klaar ligt.” Ze grapt: “Want dan hebben toch de verkeerde partijen de macht, dus zal dat kabinet mogelijk ook niet lang blijven zitten.”

Als uit de zaal een vraag gesteld wordt wanneer concreet zo’n wet dan verwacht kan worden, antwoordt Bouwmeester stellig: “Als we coalitiepartner worden, willen we de Wietwet direct opnemen in het regeerakkoord en een initiatiefwet opstellen. Zo niet, dan zullen we toch een wetsvoorstel schrijven en op zoek gaan naar een meerderheid voor onze plannen. Het is nu tijd om het écht goed te regelen.”

De aanwezigen reageren positief, zelfs een beetje opgelucht. “Als cannabisgebruik door de wetgever soortgelijk wordt gereguleerd als alcohol en tabak, verwachten we ook dat het stigma onder de bevolking verdwijnt. En door het goed te reguleren, van kweek tot consumptie, pak je juist de overlastgevende criminaliteit aan en kun je de cannabis consument weer verantwoord en veilig van zijn jointje laten genieten.”

Update: hier nog eens het verhaal samengevat

 
« Older posts

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑