KutBinnenlanders.nl

Dag: 22 juli 2012

Schaap

– MÍÍÍÍ MÍÍÍ
– Meu
– MÍÍÍÍ MÍÍÍ
– Meu
– MÍÍÍÍ MÍÍÍ
– Meu
– MÍÍÍÍ MÍÍÍ
– Meu

Een schaap blèrt op de dijk. Honderd meter naar links klinkt het antwoord. Ze lopen naar elkaar toe. De roepende is ietsjes kleiner zie ik nu. De andere heeft er weer net zo één aan haar zij. Dat is de moeder, begrijp ik eindelijk. D’r jong is al grazend te ver op de dijk gelopen, en is haar kwijtgeraakt. Als het lam de ooi ziet, zet hij het op een rennen. Zijn zusje ziet dat en duikt onder de tiet. Lam komt aangesneld, werpt zich onder de buik van mammie en begint gulzig te drinken. Ze zijn allebei veels te groot voor zuigelingen. De moeder ziet dat ook wel. Ze laat ze eventjes hun gang gaan om weer haar grazen te hervatten. De jonkies volgen haar voorbeeld.

Ik staar naar de schapen. Naar de strak blauwe lucht op de groene dijk, als twee verfvlakken op het schilderij van een kleuter. Ik hoor de slag van de golven achter de dijk, zacht behang van mooi simpel geluid. Hier en daar een zwaluw, en af en toe een insect. De adrenaline zakt, vrede komt in mijn hart en ziel.

Schapen leven in hun eeuwige tijd. Er komt maar geen haast in hun antieke ritme. Terwijl onze tijd steeds sneller is gaan draaien, gaan ze nog steeds hun schaapse gang: grazen, liggen, poepen, grazen, liggen, poepen. Gisteren, vandaag en morgen. Net als hun moeder en betovergrootmoeder.

Schapen: hét middel tegen stress.

 

Hofnar van de ondergang (32)

“Dan weet je wel mijn naam, maar ik niet de jouwe,” antwoordde Diederik. Hij keek haar strak aan en verbaasde zich over zijn eigen directheid. Ze glimlachte. “Wil je mijn echte naam, of de naam waar de meeste mensen me onder kennen ?” Ze keek brutaal. Diederik aarzelde even – uiteraard wou hij antwoorden: “Je echte naam natuurlijk,” maar de manier waarop ze het zei gaf hem het gevoel dat haar andere naam cruciale informatie inleidde over wie ze was en wat ze deed. Maar wou hij dat weten ?

“Zeg me de naam die je wil, ook al is het geen van beide,” hoorde hij zichzelf uitspreken. “Wat je van me geheim zou willen houden, zal vermoedelijk toch wel geheim blijven.” Ze glimlachte en gaf hem een kus. “Wat een mensenkennis. Schrijver van me.”

Ze stond op zonder iets te zeggen en begon haar haar te borstelen. Diederik keek toe. Bij wat voor mysterieuze vrouw was hij nu weer beland ? Hij wou zich het zorgelijker afvragen maar het ging niet. Gewillig liet hij zich meevoeren in deze situatie zonder het gevoel in te moeten grijpen.

Kalm legde ze de borstel neer en liep de wenteltrap in de hoek van de kamer op. Hij staarde naar haar elegante voeten, die geluidloos en soepel de treden namen. Terwijl hij haar boven een deur hoorde openen, draaide hij zijn blik terug naar het plafond. De streep zon was een onbescheiden lichtsnelweg geworden. Lag het nou aan hem dat de kamer straalde, of was het een uitzonderlijk zonnige dag aan het worden ? Hij ging rechtop zitten en stapte uit bed. Zonder enige remming of bescheidenheid schoof hij de gordijnen wijd open en werd overspoeld door zonlicht.

Iedere haar op zijn huid ging recht overeind staan in dit overvloedige lichtbad. Alsof hij nooit eerder van de zon genoten had. Hij sloot zijn ogen enkele seconden en genoot. Toen opende hij ze opnieuw en keek uit over de achtertuin. Hij herkende heel dit gedeelte van zijn stad – hij vermoedde toch dat hij nog wel in zijn stad was – niet. Aan de overkant was een oudere vrouw met de rug naar hem gekeerd op haar balkon was aan het ophangen. Grinnikend zwaaide hij naar de vrouw die hem niet zag. Toen sloot hij zacht de gordijnen opnieuw. Hij was dan misschien wel schroomloos over de aanblik van zijn lichaam aan het worden, niets zei dat zijn momentele bedgenote dat ook was.

Er klonk een dof geluid van een spoelbak, en meteen erna een wassend kraanwatergeluid. Het klonk evenwel alsof hij voor het eerst ooit een vrouw in een badkamer hoorde – wat zeker niet waar was. Maar het was anders. Deze vrouw was anders.

Ze had klasse en stijl. Zelfs terwijl ze al tandenpoetsend en halfnaakt de trap descendeerde. Wat een godin, dacht hij onwillekeurig bij zichzelf. En prompt gingen zijn lendenen weer heet aan het tintelen.

Haar ogen tintelden toen ze zijn opwinding zag. Ze huppelde speels de trap terug op en de kraan spoelde opnieuw. Ongeduldig liep ze de trap af en besprong hem zoenend, waarbij ze beiden op bed tuimelden. Diederik lachte. Ze lachte terug. “Onverzadigbaar,” oordeelde ze grijnzend terwijl hij zich opnieuw bij haar binnen voelde glijden. Even keek ze hem iets serieuzer aan. “Nathalie,” sprak ze. “Maar zodra ik de deur uit ben, heet ik Kimberly.” En ze kuste hem diep. Hij sloot zijn ogen en nam het enkel ter kennisgeving aan. De waarheid lag hier niet in de woorden maar in het gevoel.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑