De bocht ligt er scherp bij. Bart Konijn, zo genoemd naar zijn tanden, woont er al sinds decennia. Hij houdt het zaakje in de gaten en houdt de boekhouding bij van het aantal en de aard van de slachtoffers. ‘Ik word er niet rijk van noch wereldberoemd. Ik heb al die ambities niet’, legt Bart geduldig uit. ‘Mijn tuin is het enige dat telt. Dat ik daarna de bocht bijhoud is bijzaak’. Hij pauzeert even.

‘Niets overtreft groenten uit eigen tuin en eieren van eigen kippen.’

Denkt Bart Konijn dan nooit globaal? ‘De andere wereld? Op woensdag rijd ik met de fiets naar de markt in de stad om fruit te kopen. Mijn appelboom en perelaar geven niet genoeg om het een jaar lang vol te houden en ik eet graag al eens iets exotisch.’ Zijn oogjes twinkelen. Verder vragen we hem niets.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.