KutBinnenlanders.nl

Maand: maart 2014 (Page 2 of 5)

Alle botheid opgeteld

Jij wilde weten: 
“Hoe smaakt het eten?”

ik wist hoe het hoorde
doch ik speel slechts 1 rol
ik sprak met 2 woorden
niet met mijn mond vol

je wist niet wat je hoorde
toen ik zei: “dat eten…
was in 3 woorden:
niet… te… vreten…”

sorry…

-burps- … is er nog bier?

Prinseskoningin

Foto: Ralf, 6 jaar

’s Ochtends vroeg telefoon. Het scherm zei dat er een blogger belt. Ik nam sjacherijnig op. De blogger moet werken voor de kost, ik zit vooralsnog full-time thuis te solliciteren. Dus vindt de blogger dat ik niks te doen heb. Er zijn meerdere bloggers in Prozacstad die me voor vanalles bellen. Meestal is de vergoeding een biertje. En jawel, het eerste wat de blogger zei is dat hij het deze maand wat krap heeft maar of ik zin heb in een interessante opdracht. Ik zet er mezelf mooi mee in de etalage als ik het doe. Zijn woorden. Ik had geen zin om zijn verkeerde beeldspraak uit te lichten. Eigenlijk had ik ook geen zin in de opdracht, meteen al. Maar ja, mijn bier was op. Misschien krijg ik er een hele tray blikjesbier uit onderhandeld, dacht ik, als ik voor heel goedkoop bier ga.

De blogger zei dat onze prinseskoningin in Prozacstad op bezoek is. Nu. Dus of ik even een broek wou aantrekken en me wou haasten. Dan kon ik bij het bezoek aanwezig zijn en daar ‘een leuk stukje over schrijven’. Het mocht zowaar zelfs ‘in jouw stijl’. De blogger zat duidelijk omhoog. Het is niet heel gek. De blogger heeft een groot ego en jaagt al zijn vrijwilligers tegen zich in het harnas. Ik had nog geen koffie op en dus was mijn karakter nog niet krachtig genoeg om nee te zeggen. De blogger drong extra aan. Ik pakte zuchtend een versgewassen spijkerbroek uit mijn kast. De broek was nog een beetje nat. Gisteren scheen de zon niet.

Ik fietste naar de volledig andere kant van de stad. Daar bleek een meute mannen in zwarte pakken met oordopjes bij het bezoek van de prinseskoningin aanwezig te zijn. Er werd naar mijn perskaart gevraagd. Die heb ik geen. Dan moest ik ophoepelen, zeiden ze. Ze zagen er gespierd uit. En ik koesterde weinig vertrouwen dat als ik mijn ochtendhumeur fysiek op ze bot zou vieren, ik een goed interview met de prinseskoningin zou krijgen. Ik droop af. Een café halverwege naar huis was vroeg open en schenkt dan al bier, ‘voor de wielrenners’. Het café zat vol werkelozen. Ik was de enige werkzoekende. Ik vroeg om een vel papier en kreeg een stapel bierviltjes. Ook goed.

Ik schreef dat de prinseskoningin heel waardig maar vrolijk sprankelend op de bezoeklocatie arriveerde. Vol interesse hoorde ze aan wat ze zoal op de bezoeklocatie doen. Ze kreeg een rondleiding en was heel enthousiast. Daarna kreeg ze een speciale oorkonde uitgereikt. Ik schreef hier cursief achter: even checken, maar vast wel. De prinseskoningin was extreem onder de indruk en gaf naderhand een toespraak van het grote belang van het werk dat op de bezoeklocatie verricht wordt. Ik schreef hier cursief achter: even uitzoeken wat men eigenlijk op de bezoeklocatie doet. Daarna bestelde ik nog een bier en zuchtte dat het leven toch maar zwaar is.

Beloftes

Kort na al het rode geweld – alles weer geteld – drijven er talloze veelbelovende beloftes in het kanaal. Ondankbaar afgedankt. Maar dan heeft men buiten mij gerekend. Werkeloosheid maakt creatief. En een groot vangnet is zo gemaakt. Nee, dat hoef ik niet te kópen, een paar losse eindjes aan elkaar krijg ik nog wel geknoopt.

Behendig vis ik de beloftes op de kade en laat ze uitdruppen. Kleffe beloftes, daar heb je niks aan. Die kweken wantrouwen. Straks gaat de hele boel in een krat mee naar huis en hang ik ze nog even aan een drooglijn. Knisperend en droog moeten ze zijn, de beloftes. Ik ben blij dat ik er vlug bij was, uit de wijken komen er nog wat gegadigden met schepnetten naar het kanaal gelopen. Ik heb de mooiste beloftes al bijeen.

De truc is een belofte zo op te knappen dat hij weer als nieuw oogt. Dan kunnen ze de volgende keer gewoon gerecycleerd worden, en het volk zal vergeten zijn dat deze belofte al een tijdje meeloopt. Dat doet er ook niet toe. Het rode geweld, dat doet er toe. Dat is het enige dat telt. Tevreden voel ik met mijn hand hoe de beloftes snel drogen vandaag.

En de Mol

En de mol kwam boven aarde 
niet uit liefde, uit een hoop 
dat vervloog als was het damp 
het bordje viel, 
er stond ‘Te koop’ 

En John had al de sterren mee 
Janneke Maan was ook al om 
universeel zijn alle grenzen 
met een fikse 
afkoopsom 

Want ze deed het lange tijd voor niets 
maar terecht eist ze haar deel
Haar prijs weten we morgenochtend pas, 
dan gaat de zon ook 
commercieel… 

Starfucker

Nog even en we kunnen hem niet meer plagen om zijn gebrek aan publicaties: Soul Food kan haast niet wachten. Enthousiast trappelend zit hij aan onze terrastafel. Hij maakt honderduit grapjes. In zijn hoofd is hij al beroemd. Matthijs heeft al een hele show aan hem gewijd en een leger recensenten kijkt reikhalzend uit naar zijn tweede boek.

Niet dat we ons inhouden: we hebben nog drie weken tot zijn eerste pennenvrucht officieel publicabel is. Dus plagen we hem erop los. Het deert hem niks: de vrijdagavond wemelt van de prachtige jonge meiden in alle windrichtingen en hij geeft zijn ogen de kost. Als u wist waar hij woonde, begreep u dat wel. Ik wijs hem plagerig op een vrouwelijke beroemdheid in de hoek op het terras. Door een jaarlijks festivalletje waaien er nu even een paar dagen wat beroemdheden aan. Soul Food gelooft me eerst niet, maar merkt dan verdomd, het is haar.

Nadat hij zich eerst anderhalf uur moed indrinkt in het café (hem uitleggen dat je van cola light geen moed krijgt, is hopeloos, geloof ons) benadert hij haar. Hij wringt zich door de andere mannen om haar heen, heen. Zegt iets. Het duurt geen minuut. Daarna zit hij aan onze tafel. Hij zegt dat hij zich heeft voorgesteld als dé Starfucker van de stad. Hij zegt dat ze gelukkig gevoel voor humor bleek te hebben.

Lenteliedje

Een kloothommel uit Zaltbommel
Bromde zich zot in de zon
Furieus wapperend met kleine vleugels
Zijn buikje zo rond als een ton

Met groffe beharing en olijke poten
Een spektakel voor wie het wou zien
Spekrond, stekelig en scrotumharig
Maakte hij kabaal voor tien

Want het was allemaal wat met die
Bloemen en vogels en dan nog
Dat muggengebroed
Dat de natuur daar verdomme
Eens wat aan ging doen,
Foeterde de kloothommel verwoed

Zo kafferde hij lustig tegen kaf en het koren
Tegen zonnende vlieg, wesp en bij
En voor hij doorkreeg dat niemand het wou horen
Was het zonnige weer al voorbij.

« Older posts Newer posts »

© 2026 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑